AnalyseSyrië

De wereld is Idlib vergeten

Deze winter dreef een nieuw offensief van Assad en zijn Russische en Iraanse bondgenoten in Idlib een miljoen mensen op de vlucht, zoals deze kinderen in een kamp bij het stadje Sarmada.Beeld Lucas Waagmeester

Veel westerse humanitaire hulp aan Idlib viel stil toen de Syrische provincie in handen viel van jihadisten. Miljoenen burgers zijn daar het slachtoffer van. Slot van een tweeluik over een vergeten crisis.

Idlib heeft een eigen geur. Wie de Syrische provincie binnenrijdt, wordt overvallen door de zwaarzure walm van stilstaand modderwater, stookolie en menselijke uitwerpselen. Het is de geur van verwaarlozing. De stank van een oorlog die al negen jaar duurt. Vlak achter de Turkse grensmuur beginnen de vluchtelingenkampen. Een zee van wit tentzeil golft over de vlakte. Brommertjes rijden af en aan met pas aangekomen families. Zij die het kunnen betalen kopen stukken oud ijzer en buigen deze om tot de geraamtes van zelfgemaakte tentjes. De allerarmsten slapen in de velden onder de olijvenbomen.

“Onze situatie is al twee maanden niet veranderd”, vertelt Samira al Hamid in een kamp bij het stadje Sarmada. De moeder van acht kinderen vluchtte hierheen nadat het Assad-regime een vatbom op haar huis gooide. “We verblijven met vijftien mensen in één tent. Er is geen toilet en geen schoon drinkwater. De kinderen worden voortdurend ziek omdat ze het vieze water drinken.”

In het ziekenhuis van het nabijgelegen Bab al-Hawa zit een uitgemergeld jongetje verstijfd voor zich uit te staren. “De kinderen kunnen de situatie in de kampen niet aan”, vertelt dokter Mohammed Abrash. Met zijn kalme stem probeert de arts de patiënten hoop in te praten, maar echte medicijnen zijn nauwelijks voorhanden. “Het regime heeft in één jaar tijd 67 ziekenhuizen gebombardeerd. Daardoor zijn onze voorraden verwoest.”

‘Het regime heeft in één jaar tijd 67 ziekenhuizen gebombardeerd en onze voorraden verwoest’, zegt Mohammed Abrash, arts in het ziekenhuis van Bab al-Hawa.Beeld Melvyn Ingleby

Wanneer hier het coronavirus uitbreekt, waarschuwt Abrash, zal de dood razendsnel om zich heen grijpen. Afstand houden gaat niet in overvolle kampen. Water en zeep zijn een luxe. En in heel Idlib zijn er volgens de arts maar honderd beademingsapparaten voor vier miljoen mensen. “Dit wordt de zoveelste ramp”, verzucht hij. “Maar ik vrees dat de wereld ons zoals gewoonlijk zal vergeten.”

Dat gevoel van verwaarlozing drukt zwaar op de inwoners van Idlib. Een westerse journalist wordt hier met open armen onthaald, maar kan ook kritische vragen verwachten. Waarom wil Europa ons niet opvangen? Als jullie geen vluchtelingen willen, waarom grijpen jullie dan niet in wanneer Assad onze scholen en ziekenhuizen bombardeert? En is het nu echt zo moeilijk om voldoende tenten te sturen?

De crisis in Idlib is uitgegroeid tot de grootste humanitaire ramp binnen de Syrische oorlog. Twee derde van de vier miljoen inwoners zijn vluchtelingen uit andere delen van het land en zijn dus al ontheemd. Deze winter dreef een nieuw offensief van Assad en zijn Russische en Iraanse bondgenoten nog eens een miljoen mensen op de vlucht. Ruim tachtig procent van hen zijn vrouwen en kinderen. Bijna 170 duizend mensen hebben geen tent of dak boven hun hoofd.

Niet voor niets riepen de Verenigde Naties in februari op tot de inzameling van 500 miljoen dollar (460 miljoen euro) aan extra noodhulp. Een groot deel van dat bedrag is inmiddels binnen, vooral dankzij bijdragen uit Duitsland en de Verenigde Staten. Nederland droeg zeven miljoen euro bij aan het noodfonds, en trok dit jaar in totaal negentien miljoen euro uit voor humanitaire hulp aan Syrië (zie kader).

Nederland trekt meer geld uit voor humanitaire steun

Begin maart maakte minister voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Sigrid Kaag bekend dat het kabinet vier miljoen euro extra uittrekt voor humanitaire hulp in Noordwest-Syrië. Dat bedrag gaat deels naar door de VN opgezette humanitaire projecten en deels naar de DRA (Dutch Relief Alliance), een samenwerkingsverband van vijftien Nederlandse noodhulp-organisaties.

De noodhulp is bedoeld voor ­primaire levensbehoeften zoals onderdak, voedsel en gezondheidszorg. Ook is er extra geld uitgetrokken voor hygiënemaatregelen in verband met de mogelijke verspreiding van het coronavirus. De steunprogramma’s worden uitgevoerd door lokale Syrische hulpverleners.

In algemene termen is de Nederlandse hulp aan Idlib in de afgelopen jaren juist teruggelopen. In 2018 beëindigde het kabinet grote steunprogramma’s nadat Trouw en ‘Nieuwsuur’ berichtten dat een deel daarvan ten goede was gekomen van extremistische groeperingen. Andere delen van de steun gingen juist naar reddingswerkers, medische zorg en civiele infrastructuur. Maar vanwege de grote politieke druk die destijds ontstond, besloot het kabinet ook die programma’s stop te zetten.

Maar zelfs het bedrag van 500 miljoen is bij lange na niet genoeg, benadrukt een westerse diplomaat die zich bezighoudt met humanitair beleid in Syrië. Het noodfonds dekt slechts de primaire levensbehoeften van de miljoen nieuwe vluchtelingen, niet die van de 2,6 miljoen mensen die al ontheemd waren. “Het is een noodrespons binnen een noodrespons.”

En daar ligt precies het probleem: de huidige noodoplossingen schieten tekort omdat er voorheen onvoldoende is geïnvesteerd in structurele oplossingen. Een doos medicijnen komt immers het best tot zijn recht als er ook een ziekenhuis is. Maar met name westerse donoren wagen zich al jaren niet meer aan structurele investeringen in zorg, onderwijs, huisvesting en andere vormen van ‘stabilisatiehulp.’

Hulporganisaties infiltreren

Dat komt deels doordat grote delen van Idlib sinds 2017 in handen vielen van de aan Al-Qaida verwante rebellengroep Hay’at Tahrir al-Sham (HTS). De jihadistische strijders proberen geregeld humanitair geld naar zich toe te trekken, bijvoorbeeld door belastingen te heffen of hulporganisaties te infiltreren. Om dat te voorkomen zijn de regels voor hulpverlening in Idlib sterk aangescherpt, waardoor veel grootschalige projecten abrupt zijn stopgezet.

Lokale hulporganisaties zijn daar de dupe van. Neem ‘Violet’, een Syrische ngo in Idlib die nauw samenwerkt met VN-instanties en geregistreerd staat in Turkije, de VS en Duitsland.

De drieduizend Syrische medewerkers van Violet evacueren slachtoffers na bombardementen, verlenen medische zorg en beheerden tot voor kort meer dan honderd scholen. Voor de burger­bevolking in Idlib zijn de in paarse ­hesjes gestoken hulpverleners onmisbaar.

Maar een kleine twee jaar geleden kwam het slechte nieuws. “Ineens schreven veel donoren dat ze niet meer met ons konden samenwerken vanwege de aanwezigheid van HTS”, vertelt Violet-directeur Kutaiba Sayed Issa in zijn bescheiden kantoor in de Turkse grensstad Antakya. “Sindsdien zijn we veertig procent van ons budget kwijtgeraakt en hebben we onze projecten op het gebied van zorg en onderwijs moeten stilzetten.”

Beeld Sander Soewargana

Volgens Issa heeft dat een averechts effect. De aftocht van westerse donoren liet juist een vacuüm achter waar HTS in kon springen. “Voorheen waren er talloze onafhankelijke scholen, klinieken en vrouwenorganisaties in Idlib”, legt hij uit. “Maar nu veel van die initiatieven zijn gesloten vanwege geldgebrek hebben de extremisten meer ruimte gekregen.”

Toch is de invloed van HTS niet zo groot als vaak gedacht wordt. De groepering telt volgens de VN tussen de twaalf- en vijftienduizend strijders en geniet nog maar weinig steun onder de lokale bevolking. In de noordelijke delen van Idlib die door deze krant bezocht werden, waren de rebellen nauwelijks te bekennen.

Van een centrale autoriteit was al helemaal geen sprake. Niet de ideologie van enkele duizenden jihadisten, maar de rauwe overlevingsdrang van miljoenen burgers bepaalt hier de gang van het bestaan. De angstvalligheid van veel donoren heeft volgens Issa dan ook meer te maken met een verkeerde beeldvorming dan met de werkelijkheid. Het Assad-regime doet er alles aan om Idlib af te schilderen als één groot terreurnest om aanvallen op burgerdoelwitten te rechtvaardigen. En ook internationale media zoomen liever in op de activiteiten van extremisten dan op het lot van gewone burgers – terwijl die tweede groep juist vele honderden malen groter is.

Afgeschreven

Het resultaat is dat de wereld Idlib heeft afgeschreven, stelt Issa. Hij wijst op het grote contrast tussen de internationale reactie op de crisis in Idlib en op de val van Aleppo in 2016. “Destijds waren er dertigduizend vluchtelingen en stond de hele wereld klaar om te helpen. Nu zijn er een miljoen vluchtelingen en kijkt de wereld liever de andere kant uit. Dat is het effect van jarenlange demonisering.”

Ook de westerse diplomaat onderstreept dat negatieve ontwikkelingen in Idlib impact hebben gehad op het afschalen van de stabilisatiesteun. De beslissingen van de Britten, Amerikanen en Nederlanders om zulke projecten stil te leggen waren veelal een reactie op berichten over de misdaden van HTS en andere radicale groeperingen.

Mede door berichtgeving in de media is stabilisatiesteun in Idlib zo’n radio-actief onderwerp geworden dat de politieke ruimte voor structurele investeringen in het gebied heel klein is. “En dus gaat iedereen door met dezelfde korte termijn interventies waar we al negen jaar mee bezig zijn”, aldus de diplomaat.

Maar voedselpakketten en andere vormen van noodhulp bieden geen alternatief voor weggebombardeerde ziekenhuizen of woningen. Juist omdat onvoldoende geïnvesteerd is in de aanleg van zulke voorzieningen, kon Idlib de nieuwe vluchtelingenstroom van deze winter niet meer aan. Tientallen kinderen zijn daardoor ’s nachts doodgevroren van de kou. Hulpverlener Issa kende twee van hen persoonlijk.

“Het waren meisjes van drie en zes jaar”, vertelt hij. “Hun familie moest ’s nachts vluchten vanwege een luchtaanval. Ze liepen urenlang in temperaturen van min acht, maar vonden nergens onderdak. Uiteindelijk besloot de familie de nacht onder een olijfboom door te brengen. Toen de ouders ’s ochtends wakker werden, zagen ze dat hun dochters waren doodgevroren.”

Het vluchtelingenkamp bij Sarmada.Beeld Melvyn Ingleby

De lijst met leed gaat lang door. Issa vertelt over tieners die nog nooit een schoolboek hebben vastgehouden, een 90-jarige man met diabetes die ieder uur het veld in strompelt om te plassen omdat er geen toiletten zijn, en families die na zoveel jaren in een tent te hebben geslapen zijn vergeten hoe het voelde om hun rug tegen een muur aan te kunnen drukken.

Voor Syrische hulpverleners als Issa is het onbegrijpelijk dat internationale donoren bewust voor een beleid kiezen waarmee deze problemen structureel niet verholpen blijven. “Ieder jaar verwisselen de VN hun tenten”, zegt hij gefrustreerd. “Ieder jaar kost dat 700 dollar per tent. Waarom zou je dan in godsnaam niet een keer een huis bouwen?”

Ondanks die frustratie blijven de drieduizend medewerkers van Violet onvermoeid doorwerken. Vaak met gevaar voor eigen leven, zo getuigen vijf ingelijste zwart-witportretten op een kastje van Issa’s kantoor. “Dit zijn onze martelaren”, vertelt de directeur terwijl hij een van de foto’s oppakt. “Deze jongen was 22 jaar oud. De dag nadat hij om het leven kwam bij een luchtaanval meldde zijn moeder zich bij ons aan als vrijwilliger.”

Ook dokter Mohammed Abrash in het ziekenhuis van Bab al-Hawa verloor een van zijn collega’s. Het ging om een jonge endocrinoloog die een bombardement op zijn ziekenhuis in Idlib-stad had overleefd, maar kort daarna stierf aan een plotselinge hartaanval. “Het was de stress”, verklaart Abrash. “Hij was doodsbang dat hij zou worden gearresteerd, want het regime ziet zelfs de dokters in Idlib als terroristen.”

Het doel van het Assad-regime is dat de rest van de wereld Idlib ook zo ziet, waarschuwt Abrash. De echte reden daarvoor mag volgens de dokter nooit vergeten worden: “Wij hadden het lef om precies dezelfde dingen te eisen die voor jullie in Nederland vanzelfsprekend zijn: vrijheid, stemrecht en vrede. Dat maakt ons geen terroristen, maar mensen.”

De naam van de westerse diplomaat is bekend bij de hoofdedactie.

Dit is de laatste bijdrage van Melvyn Ingleby vanuit Istanbul.

Lees ook:

Ziekte en honger slaan om zich heen in Syrische vluchtelingenkampen

In vluchtelingenkampen in de Syrische provincie Idlib voltrekt zich een humanitaire ramp. Het vorige week begonnen Turkse offensief biedt de vluchtelingen enige hoop.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden