Super Tuesday

De vraag der vragen: welke Democraat kan Donald Trump verslaan?

Mike Bloomberg, Elizabeth Warren, Bernie Sanders en Joe Biden.Beeld REUTERS

De Democratische voorverkiezingen in Amerika draaien vooral om electability: het vermogen om verkozen te worden. Maar dat blijkt een glibberig begrip.

 De kiezers die op 3 maart, Super Tuesday, in veertien staten hun stem uitbrengen in de Democratische voorverkiezingen, zullen niet alleen met hun hart stemmen, op de kandidaat die volgens hen de beste plannen heeft. En ook niet alleen met hun onderbuik, op de kandidaat met wie ze de meeste verwantschap voelen. Ze zullen vooral met hun hoofd stemmen. Want de meeste Democratische kiezers komen er eerlijk voor uit: ze willen het liefst de kandidaat nomineren die de meeste kans maakt om president Trump te verslaan, ook als ze het niet op alle punten met die kandidaat eens zijn. En dus is electability, het vermogen verkozen te worden, een van de meest besproken begrippen van deze campagne.

Alleen: hoe bepaal je wie de beste kans heeft tegen Trump? Dat vergt een ingewikkelde inschatting van de voorkeur van andere kiezers. Het resultaat van die inschatting heeft weer invloed op de inschatting van andere kiezers, met als gevolg een zichzelf versterkende dynamiek: als Joe Biden in de lift zit, zullen meer mensen hem als de verkiesbare kandidaat zien en overwegen op hem te stemmen. Is de neergang ingezet, dan kan die zich ook versterken. Dat leek de afgelopen weken aan de hand bij Biden, tot hij zich zaterdag, net op tijd voor Super Tuesday, herpakte met een overwinning in South Carolina.

Wie zich aan zulk kuddegedrag wil onttrekken en toevlucht zoekt bij de wetenschap, moet concluderen: peilingen noch politicologen zijn erg behulpzaam.

Eerst die peilingen. Head-to-head polls heten ze. Onderzoekers vragen een groep kiezers: als het tussen Trump en Democratisch kandidaat A gaat, op wie zou u dan stemmen? En tussen Trump en Democratisch kandidaat B? Enzovoort.

Alleen zeggen de uitslagen van zulke peilingen niet veel. Ten eerste omdat de scores van de Democratische kandidaten vrij dicht bij elkaar liggen. Ten tweede omdat het landelijke scores zijn, terwijl straks bij de verkiezingen het veroveren van een paar sleutelstaten belangrijker is dan het veroveren van een meerderheid van de stemmen. Ten derde omdat de voorkeur van een groep respondenten op dit moment weinig zegt over wie in november daadwerkelijk naar de stembus gaat. Ten vierde omdat ze een momentopname zijn; de campagnestrijd tussen de Democratische kandidaat en Trump moet nog losbarsten. En ten slotte omdat we bij de vorige presidentsverkiezingen gezien hebben dat zulke peilingen er nogal naast kunnen zitten: toen zou Hillary Clinton immers ruim winnen.

Wat maakt een presidentskandidaat kwetsbaar?

De politicologen dan. Kunnen die op basis van het verleden niet iets zeggen over welke criteria een presidentskandidaat verkiesbaar maken? Ze proberen het in ieder geval wel en komen dan meestal met wetmatigheden aanzetten als: ideologisch extreme kandidaten scoren relatief slecht. Maar zulke conclusies moet je met een heel vat zout nemen. Want er is maar eens in de vier jaar een presidentsverkiezing, met maar twee kandidaten. Dat zijn niet heel veel data, die bovendien snel verouderen. Je kunt ook niet zomaar de uitslagen van, zeg, burgemeestersverkiezingen erbij gooien om uitspraken te doen over wat Amerikanen in een president zoeken.

Dat maakt het ondoenlijk om individuele factoren te filteren uit het complexe samenspel van omstandigheden die de verkiesbaarheid van een kandidaat beïnvloeden, zoals geslacht, etniciteit en politieke positionering. En dan komen er ook nog allerlei externe factoren doorheen, zoals de stand van de economie.

Voorspelt het falen van de linkse George McGovern in 1972 dat ook Bernie Sanders het in 2020 niet zal redden tegen Trump? Die vergelijking wordt nu veel getrokken. Maar vier jaar geleden zeiden veel commentatoren ook dat Trump nooit president zou worden als hij zijn toon niet matigde; dat had de mislukte campagne van de rechts-populistische houwdegen Barry Goldwater in 1964 immers ‘bewezen’.

Geld, geslacht, lijken in de kast

Het is dus aan de kandidaten zelf om de kiezers van hun kansen tegenover Trump te overtuigen. Het is misschien wel de belangrijkste troef van miljardair Michael Bloomberg, die zich pas laat in de race mengde en vandaag voor het eerst meedoet. Niet alleen presenteert die zich als de kandidaat die kiezers in het midden weg kan lokken bij de Republikeinen, hij gaf al het astronomische bedrag van 400 miljoen dollar uit aan reclamespotjes tegen Trump. Zijn impliciete boodschap aan de Democraten: ik ben misschien te rechts naar jullie smaak, maar ik kan Trump wel aftroeven met mijn diepe zakken.

Elizabeth Warren staat aan de linkerkant van het veld én is een vrouw, twee redenen dat haar electability in twijfel wordt getrokken. Toch was uitgerekend dat het argument waarmee ze Bloomberg afdroogde, toen die voor het eerst meedeed aan een debat. Warren verweet hem dat hij vrouwen in zijn bedrijf die klaagden over seksisme met schikkingen het zwijgen had opgelegd. “Dit gaat niet alleen over het karakter van Bloomberg”, zei ze, “Dit gaat ook over electability. We gaan Trump niet verslaan met een man die weet-ik-hoeveel geheimhoudingsverklaringen heeft, en het steeds maar drup-drup-druppelen van verhalen van vrouwen die zeggen dat ze lastiggevallen zijn.”

Bloomberg stond met zijn mond vol tanden. Wat sommige kiezers ook te denken gaf over hoe hij het ervan afbrengt als Trump hem door de mangel haalt.

Zo werden in een korte woordenwisseling al minstens vijf deelaspecten van dat glibberige begrip verkiesbaarheid belicht: geld, geslacht, lijken in de kast, de verhouding tot Trump en gematigde versus linkse politiek. Hoe die zich tot elkaar verhouden? Tja. De conclusie luidt dat er maar één test bestaat voor verkiesbaarheid: een verkiezing.

Vanaf linksboven, met de klok mee: Joe Biden, Bernie Sanders, Michael Bloomberg, Elizabeth Warren. Beeld REUTERS

Wie verkiesbaar wil zijn, moet...

...een witte man zijn?

Het is ietwat gênant voor de Democraten, die zich graag als diverse partij zien, maar er zijn er alleen nog maar witte kandidaten over. Dat zwarte kandidaten als Cory Booker en Kamala Harris nooit echt op gang kwamen, heeft waarschijnlijk iets met de twijfels over hun verkiesbaarheid te maken.

En oud-president Obama dan? Ja, schreef de zwarte intellectueel Ta-Nehisi Coates ooit: “Obama bevestigde voor zwarte mensen de versleten boodschap dat als ze twee keer zo hard werken als witte mensen, alles mogelijk is. Donald Trump stelt daar tegenover: werk half zo hard als zwarte mensen en dan is er nog veel meer mogelijk.”

Zoiets geldt ook voor vrouwen. Hoewel de linkse Eliabeth Warren politiek gezien ver van Hillary Clinton staat, is het feit dat zij ook een vrouw is reden voor talloze vergelijkingen met de kandidaat die het vier jaar geleden aflegde tegen Trump. Wij vinden het ook stom dat het zo werkt, klinkt het dan vaak verontschuldigend onder Democratische partijstrategen, maar het werkt nou eenmaal zo.

Vrouwen hebben het op nog een manier moeilijk. Volgens sommige politicologen schatten de kiezers vrouwelijke politici als linkser in dan mannelijke politici – zelfs als ze dezelfde standpunten hebben. Ook dat kan invloed hebben op hun veronderstelde electability.

...gematigd zijn?

Want in het Amerikaanse tweepartijenstelsel geldt nog altijd de wijsheid: je moet het midden veroveren. Dat is dus ook de strategie van de meer gematigde kandidaten in het veld, Joe Biden en Michael Bloomberg. Zij zijn de laatste twee gematigde kandidaten, nadat maandagavond Amy Klobuchar zich terugtrok en zich achter Biden schaarde. De pitch van Biden en Bloomberg: wij kunnen de kiezers in de voorsteden die afgeschrikt worden door de grofgebekte Trump weglokken bij de Republikeinen.

Met die groep hebben meer uitgesproken linkse kandidaten het lastiger. Zo weten we uit enquêtes dat veel Amerikanen nooit zouden overwegen op een socialist te stemmen. Dat is nadelig voor Bernie Sanders, die deze keer niet zo met het label te koop loopt, maar zich desgevraagd nog altijd ‘democratisch socialist’ noemt.

“Tegen Sanders is Trump het minste van twee kwaden”, luidde de kop van een opiniestuk in de The Wall Street Journal dit weekend.

...enthousiasme opwekken?

Brede groepen kiezers in het midden aanspreken is belangrijk, ja. Maar waarom werd Trump dan vier jaar geleden gekozen, terwijl hij juist een deel van de Republikeinse kiezers van zich vervreemd had en een meerderheid van de Amerikanen in peilingen aangaf hem niet echt te zien zitten?

Het antwoord: omdat zijn vaste aanhang voor hem door het vuur ging en massaal naar de stembus ging. En dus zijn er nu ook steeds meer Democraten die het verhogen van de opkomst veel belangrijker vinden dan het aanspreken van brede groepen kiezers. Je moet juist níet gematigd zijn, je moet enthousiasme opwekken!

Dan is Bernie Sanders juist de man om in stelling te brengen: die kan beschikken over een leger aan toegewijde vrijwilligers die voor hem door het vuur gaan.

...geld hebben?

Die vrijwilligers zijn leuk, maar je koopt er geen reclamezendtijd voor. Terwijl de Democratische kandidaten elkaar al maandenlang bevechten, is Trump bezig om een enorme oorlogskas te vullen. Daarmee kan hij straks via televisie en sociale media een ongekend reclame-offensief inzetten. De meeste Democratische kandidaten zullen er niet tegen opgewassen zijn.

Tenzij de Democraten miljardair Michael Bloomberg afvaardigen. Die is bereid om een flink deel van zijn vermogen, dat op tientallen miljarden dollars geschat wordt, op te maken aan een reclame-offensief waar dat van Trump bij verbleekt.

Maar het risico is reëel dat veel linkse Democraten, als er straks twee miljardairs tegenover elkaar staan, denken: zoek het maar uit met z’n tweeën, ik blijf thuis.

...Trump aankunnen?

Campagnevoeren tegen Donald Trump is een oefening in het incasseren van beledigingen. ‘Crooked Hillary’ kan erover meepraten en ook nu heeft Trump al een hoop lullige bijnamen bedacht voor zijn mogelijke tegenstanders.

Joe Biden is Sleepy Joe, omdat hij er op zijn 77ste soms niet meer helemaal bij lijkt te zijn, Michael Bloomberg is ‘Mini Mike’, vanwege zijn geringe lengte, Bernie Sanders is ‘Crazy Bernie’, omdat hij een socialist is, Elizabeth Warren is ‘Pocahontas’, omdat ze zich ooit op haar Indiaanse afstamming beriep, die niet bleek te kloppen.

Ieder heeft een eigen strategie om erop te reageren. Bloomberg lijkt machopraat wel leuk te vinden en pakt Trump terug met schimpscheuten dat die een slechte zakenman is. Biden slaat een bezorgde toon aan over Trump, over dat het geciviliseerde debat terug moet komen. En Warren en Sanders proberen het vooral over hun eigen plannen te hebben en minder over Trumps retoriek.

Lees ook:

Een einde aan het Amerikaanse tweepartijenstelsel: hoe eerder hoe beter

Het tweepartijenstelsel nekt Amerika, schrijft columnist James Kennedy. Het werkt polarisatie in de hand en reduceert de politiek tot een stammenstrijd. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden