null

ReportageAlicante

De strijd om het Catalaans in Spanje gaat over veel meer dan de taal: ‘Een Spaans onderonsje líjkt onschuldig’’

Beeld Eline van Nes

De verwoede pogingen om het Catalaans levend te houden, stuiten op weerstand van Spanjaarden die de taal niet spreken, maar wel in de regio wonen. Waar voorstanders spreken van ‘een taalnoodsituatie’ die nodig verholpen moet worden, vragen tegenstanders zich af: wie zijn zij om te bepalen dat ik een beter mens ben als ik hun taal spreek?

Het is een luchtig filmpje, waarin een studentikoze jongen met bril en stoppelbaardje over een universiteitscampus in Barcelona loopt. Hij komt bij giechelende meisjes aan picknicktafels zitten, interviewt een opgezette giraffe en vraagt iedereen, in het Catalaans, naar het gebruik van het Catalaans. Sommige studenten zeggen dat docenten vaak overschakelen op het Castiliaans, het standaard-Spaans, anderen dat er vanwege Erasmusstudenten veel Engels wordt gesproken.

Ondanks de luchtige insteek, is dit het startschot van een uiterst serieuze campagne: La universitat, en Català (de universiteit, in het Catalaans), opgezet door organisaties die het gebruik van Catalaans als regiotaal stimuleren, verenigd in het Plataforma per la Llengua. De campagne loopt op universiteiten in Catalonië, in de regio Valencia en op de Balearen, dat is de eilandengroep Ibiza, Mallorca en Menorca. Op al die plekken is de regiotaal een vorm van Catalaans.

Onderdeel van de campagne is een omstreden klachtenformulier. Studenten kunnen dat invullen als een docent tijdens een college dat in het Catalaans wordt gegeven even overstapt op een andere taal, als hij een vraag beantwoordt. Of als een hoogleraar op dag één besluit toch Spaans te gebruiken, omdat niet iedereen Catalaans begrijpt. Misschien gaat het om een ‘taalkundige kwetsbaarheid’, heet het in de campagne.

Op het formulier vult de student in wat er is gebeurd, bij welke docent en op welke universiteit. En daar is ophef over.

‘Een Spaans onderonsje líjkt onschuldig’

Robert Escolano, onderdirecteur van de taaldienst van de universiteit van Alicante in de autonome regio Valencia, begrijpt volledig waarom de taalcampagne is opgezet. Zijn taaldienst is tientallen jaren geleden opgezet met een vergelijkbaar doel: zorgen dat de regiotaal op de universiteit niet in de verdrukking raakt.

“Als we één taal gebruiken in de academische wereld, dan veroorzaakt dat een vorm van monocultuur. Het is verarming”, stelt Escolano in het kantoor van de taaldienst. “Even een onderonsje tussen hoogleraar en leerling lijkt onschuldig, maar kan er al gauw voor zorgen dat het taalgebruik steeds verder verschuift, weg van de taal waarin les gegeven zou worden. We moeten de taal gebruiken die we beloven. Als dat Catalaans is voor een reeks colleges, dan moet dat ook Catalaans zijn.”

Opgegroeid in een naburig dorpje sprak Escolano thuis altijd Catalaans. De lokale taal hier in Valencia heet officieel Valenciaans en hoewel er discussie over bestaat, vinden zowel Escolano als de organisaties achter de taalcampagne het een Catalaans dialect. Escolano ziet taal als de drager van cultuur en gedeelde geschiedenis, niet alleen gereedschap voor communicatie. Daarom moet die beschermd worden. Escolano: “De mens is tribaal ingesteld en taal zorgt voor identificatie met de stam.”

Over het klachtenformulier verbaast Escolano zich niet. Zijn taaldienst krijgt ook weleens dergelijke klachten binnen. “Als er Spaans wordt gesproken, omdat iemand uit Andalusië of weet ik waar niet goed heeft gelezen dat-ie zich voor een college in het Catalaans inschreef, dan snap ik dat studenten zich boos maken. Met die klachten willen de organisaties zicht krijgen op de situatie.”

‘Mijn vader maakt zich hier echt boos om’

Buiten, op de universiteitscampus, zitten studenten op deze zonnige novemberdag in de schaduw van de palmbomen. De 19-jarige Pablo Valero Ochoa bladert door aantekeningen van zijn colleges geschiedenis. “Er was niet overal plek, waardoor ik nu colleges in het Valenciaans volg”, verzucht hij. Hij groeide op met Spaans, maar begrijpt het Valenciaans redelijk. “Ik ben niet zoals mijn vader, die kan zich er echt boos om maken. Die vindt dat we allemaal Spaans moeten praten, omdat het de taal van het land is.”

Irene Font (19) wilde haar colleges optometrie juist in het Valenciaans. “Mijn hele familie spreekt Valenciaans. Maar ook al belooft de universiteit dat je altijd de keuze hebt, ik krijg twee van de vijf vakken toch in het Castiliaans.” Ze haalt haar schouders op. “We zijn het gewend intussen, er wordt altijd en overal veel Castiliaans gesproken.”

De meeste studenten op de campus gaat de taaldiscussie op de universiteit niet echt aan het hart, lijkt het. Maar de organisatie Hablamos Español (Wij spreken Spaans), die ervoor strijdt dat iedereen in Spanje met Spaans terecht kan, is boos. Die ziet het klachtenformulier als een stap op weg naar een zwarte lijst voor universiteiten en hoogleraren en vreest dat die het slachtoffer kunnen worden van intimidatiecampagnes. Hablamos Español heeft een aanklacht ingediend bij de Spaanse autoriteit voor de bescherming van persoonsgegevens.

Vreemdeling in eigen land

Die taalstrijd gaat over veel meer dan alleen de over Catalaans op de universiteiten, zeggen drie leden van Hablamos Español. In het cafetaria van warenhuis El Corte Inglés, met weids uitzicht over Alicante, vertelt Asunción Nuñes, een 46-jarige juwelier, hoe haar zoontje van acht moeite heeft om mee te komen op de basisschool. Vroeger was het altijd mogelijk om te kiezen voor les in het Valenciaans of in het Spaans. Maar in februari 2018 veranderde de regio Valencia de wet om het gebruik van de regiotaal te stimuleren, aangezien het gebruik van de taal afneemt. Sindsdien is de schoolkeuze beperkt en afhankelijk van je postcode. Haar zoon kwam op een Valenciaanse school.

“Mijn ouders kwamen uit Castilla y Leon hierheen, waardoor ik nooit Valenciaans heb geleerd”, zegt Nuñes. “Je merkt dat je wordt uitgesloten, je voelt je een vreemdeling in eigen land. Wie zijn zij om te bepalen dat je een betere Valenciaan bent als je de taal spreekt?”

De wet uit 2018 stelt dat bij aanwezigheid van een ‘dominante taal en een minderheidstaal het meest effectieve linguïstische model is om voorkeur te geven aan de minderheidstaal’. Kortom: ook al moeten instanties officieel ook in het Spaans communiceren, ze doen dat nu vaak alleen in het Valenciaans.

Zo ook bij informatie over het coronavirus. Nuñes toont sms-berichten waarin zij wordt opgeroepen voor vaccinatie, allemaal in het Valenciaans, ook al spreken aanzienlijk minder inwoners van Valancia die taal dan het Spaans. “Dit is een medische crisis, waarin duidelijke overheidscommunicatie van levensbelang is”, zegt Nuñes.

Verschillende kleuterscholen in de regio Valencia hebben de ‘experimentele’ regel ingevoerd dat 90 procent van de lessen in het Valenciaans en 10 procent in het Engels worden gegeven. Spaans wordt helemaal niet meer gebruikt.

Een moeder hing huilend aan de telefoon

Ook de andere twee Hablamos Español-leden hebben zo hun verhalen over taaldiscriminatie. De 32-jarige Álvaro Cremádes, met patriottistisch Spaans vlaggetje op zijn mondkapje, vertelt dat zijn moeder na veertig jaar administratiewerk bij de gemeente met pensioen ging. De documenten met pensioenvoorwaarden waren in het Valenciaans. Zelfs toen ze daarover klaagde, kreeg ze geen Spaanse documenten. “Na veertig jaar werk”, zegt hij woedend. “Ze moest gewoon maar tekenen, terwijl ze niet alles begreep. Toen was het voor mij duidelijk dat ik al mijn vrije tijd zou besteden aan Hablamos Español.”

Dagelijks ontvangt de organisatie meldingen van mensen die zich buitengesloten voelen vanwege taalgebruik. Een moeder die vanuit Sevilla naar Alicante verhuisde voor werk, wier kinderen terugkeerden omdat die de leraren en medeleerlingen simpelweg niet begrepen. Een moeder uit Baskenland hing huilend aan de telefoon omdat haar zoon gepest werd op school, waar leraren alleen het voor hem onbegrijpelijke Baskisch spreken, een taal die anders dan het Catalaans geen enkele verwantschap heeft met Spaans.

Wat de leden van Hablamos Español vooral dwarszit, is dat de organisaties achter de taalcampagnes tonnen aan overheidssubsidie ontvangen. Zo betalen ze via de belasting zelf mee aan de taalproblemen die ze bevechten, vinden Nuñes en haar kompanen.

Het onafhankelijkheidsreferendum maakte taal tot splijtzwam

Onder dictator Franco (1939-1975) werden regionale talen in Spanje onderdrukt, vanuit de idee dat dit nationale eenheid zou stimuleren. Na zijn dood werden verschillende regio’s officieel tweetalig en Catalonië zelfs drietalig: aan de grens met Frankrijk wordt ook Aranees gesproken. Ten tijde van het verboden onafhankelijkheidsreferendum in Catalonië van 2017 werd taal een splijtzwam. Catalaans en Castiliaans kwamen lijnrecht tegenover elkaar te staan, zoals de separatistische politici in Catalonië ook tegenover de regering in Madrid stonden.

In de regio Valencia speelt deze onafhankelijkheidswens niet sterk. In 2017, toen het Catalaanse referendum de gemoederen verhitte, zei 94 procent van de Valencianen niets te zien in afscheiding. Wie links en rechts mensen spreekt, hoort vooral het argument dat Robert Escolano ook gaf: als het Valenciaans niet wordt beschermd, verdwijnt de originele cultuur.

En het gebruik van regionale talen blijft, ondanks alle stimuleringsmaatregelen, afnemen. Waar in 2006 nog 56 procent van de vijftienjarige scholieren in Catalonië zei altijd of bijna altijd Catalaans te gebruiken voor vragen, was dat dit jaar ongeveer 39 procent. In diezelfde periode daalde het aantal lessen in het Catalaans van twee derde naar pakweg de helft. Catalaanse media, zoals de onafhankelijkheidsgerichte krant El Nacional, schrijven vrijwel dagelijks over een ‘taalnoodsituatie’. De Generalitat, de regioregering van Valencia, laat universiteiten en scholen halfjaarlijks verslag doen van ‘taalincidenten’, momenten waarop te weinig Valenciaans is gebruikt.

Voor Madrid is het politiek koorddansen

Voor de linkse minderheidsregering in Madrid zijn de talen een kwestie van politiek koorddansen. Aan de ene kant wil zij regioregeringen niet voor het hoofd stoten, aangezien die haar steunen, aan de andere kant groeit de onvrede aan de rechterkant van het politieke spectrum over stimulering van regiotalen. Daarnaast klinkt er meer gemor vanuit de gemeenschap.

In Benidorm – de pluk hotels die vooral bekendstaat om Brits toerisme – kwamen ondernemers in het verweer tegen een politiek plan om winkelpersoneel te verplichten hun taalvaardigheid in het Valenciaans te vergroten. Ze vrezen dat winkels dan niet genoeg personeel kunnen vinden en noemen het ‘een achterlijke overheidsverplichting’. Op de Balearen is in 2018 een wet ingevoerd die medisch personeel verplicht minstens B1-vaardigheid te hebben in het Balearisch, de verzameling eilanddialecten van het Catalaans. Het maakt het moeilijk voor klinieken en ziekenhuizen om personeelstekorten weg te werken. Ziekenhuispersoneel ging de straat op met als strijdleus: Jullie talen redden geen levens.

Op een zaterdagmiddag in de stad Valencia, op het Plaça dels Pinazos in het centrum, zamelt een groepje Hablamos Español-leden handtekeningen voor een wetsvoorstel: ieder kind in Spanje moet kunnen kiezen voor onderwijs in het Spaans. Niet iedereen is het hiermee eens. Een vrouw roept dat het goed is dat anderen ook eens ervaren hoe het als een taal onderdrukt wordt, zoals de Valenciaanse bevolking dat voelde onder Franco. Ze loopt direct boos weg.

Maar het is vooral een komen en gaan van voorstanders, die aan één woord genoeg hebben om te tekenen. Een groepje middelbare scholieren uit het nabijgelegen Castellón komt enthousiast aangelopen. “De uren die wij besteden aan het leren van een taal die verder nergens wordt gebruikt, besteden jongeren in Madrid aan vakken als wiskunde en natuurkunde”, zegt de 17-jarige Antonio Molina. “Wat heb ík eraan dat ik alle geografische namen in het Valenciaans ken?”

Lees ook:
De paradox van de meertalige literaire realiteit in Catalonië: literatuur heeft géén vaderland

‘Wij lezen, schrijven en neuken in twee talen’, schreef Jordi Gracia. En dat moet zo blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden