De Vjosa in Albanië, die door de mogelijke komst van stuwdammen en een vliegveld wordt bedreigd.

ReportageAlbanië

De strijd om de Vjosa, de laatste grote wilde rivier van Europa. ‘Ze willen hem vermoorden’

De Vjosa in Albanië, die door de mogelijke komst van stuwdammen en een vliegveld wordt bedreigd.Beeld Ilir Tsouko

De Albanese rivier de Vjosa is de laatste grote wilde rivier van Europa, maar haar voortbestaan wordt constant bedreigd. Milieuorganisaties en de plaatselijke bevolking verzetten zich tegen exploitatie, soms met succes.

Thijs Kettenis

Niemand kent de rivier Vjosa zo goed als Shyqeri Seiti. Dat vermoedt hij zelf althans. “Ik was een van de eerste vissers hier”, verklaart de 67-jarige Albanees uit het dorp Ana Vjosa, terwijl hij een motor aan zijn kleine bootje bevestigt.

Na een paar keer trekken begint het ding te pruttelen. Seiti zet zijn blauwe pet op, duwt met zijn stok de boot af en laat zich zakken op een vaal geworden Amstel-krat die dienst doet als zitje. Hij schommelt de snel stromende Vjosa op. “Blijven zitten hoor, niet bewegen. Kijk, het heeft geregend in Griekenland. Het water is bruin.”

De Vjosa is de laatste grote wilde rivier in Europa, op enkele rivieren in onbewoond gebied in Rusland na. Op een dam in de buurt van de bron na bepaalt het water de loop ervan, en niet de mens.

De Vjosa ontspringt onder de naam ‘Aoös’ in het Pindosgebergte in Griekenland, en stroomt na 90 kilometer Albanië binnen. Daar vervolgt ze haar 200 kilometer lange weg naar de Adriatische Zee, zich persend door diepe kloven en meanderend over wijde vlaktes, op sommige plekken wel 2,5 kilometer breed.

Het stroomgebied van de Vjosa in Griekenland en Albanië. Beeld Bart Friso
Het stroomgebied van de Vjosa in Griekenland en Albanië.Beeld Bart Friso

De vraag is voor hoelang de rivier zo kan voortbestaan: sinds eind jaren negentig bestaan er plannen om met behulp van acht stuwdammen één grote elektriciteitscentrale te maken van de rivier. Ook voor rivieren elders op de Balkan liggen dergelijke plannen klaar, die tot maar liefst 3400 centrales in totaal moeten leiden. Maar het verzet van bewoners en milieuorganisaties zwelt aan.

Visser en veerman

Al dobberend, nu eens met de stroom mee en er dan weer tegenin, vertelt Seiti hoe hij de kost verdient. Hij vangt vooral meerval, forel en paling. Die verkoopt hij langs de kant van de weg, of aan restaurants in de omgeving. “Op een goede dag vang ik wel 50 kilo.

Laatst nog, toen heb ik mijn zoons uit Tirana gebeld om te komen eten.” Daarnaast fungeert Seiti als veerman. Af en toe zet hij mensen over; meestal zijn ze onderweg naar Tirana. “Als ze moeten omrijden via Tepelena kost dat drie uur, via mij maar twintig minuten.”

Als de dammen ter sprake komen, wordt Seiti fel. Toeval of niet, hij zet de motor een tandje hoger. “Ze willen de rivier stoppen, ze willen hem vermoorden”, zegt hij boos. “Alles hieromheen komt dan onder water te staan”, zegt hij, knikkend naar uitgestrekte velden en gaarden vol maïs, druiven, nectarines en watermeloenen. “Ook die olijfbomen gaan eraan.” Of hij zou kunnen blijven vissen is onduidelijk, maar Seiti heeft er een hard hoofd in. “Wij leven hier met de natuur. Als je de rivier verandert, verander je mijn leven en gaan we allebei dood.”

null Beeld Ilir Tsouko
Beeld Ilir Tsouko

Albanië haalt al sinds decennia vrijwel alle stroom die het land nodig heeft uit waterkracht. In rivieren in het noorden van het land zijn daarvoor 170 stuwdammen aangelegd. Tijdens het regime van Enver Hoxha na de Tweede Wereldoorlog was het land hermetisch afgesloten van de buitenwereld, en moest het ook op het gebied van elektriciteit zelfvoorzienend zijn.

Na de val van het communisme en de periode van anarchie die daarop volgde, begon de regering van een van Europa’s armste landen eind jaren negentig te dromen van het opvoeren van de elektriciteitsproductie. Het grote aantal woest stromende rivieren biedt immers een enorm potentieel, en de export van overtollige elektriciteit brengt felbegeerde miljarden in het laatje.

De buitenlandse interesse groeit

Buitenlandse investeerders buitelden over elkaar heen. “Er ging geen dag voorbij zonder dat iemand mij belde of mailde om te zeggen: ‘We zijn geïnteresseerd in de bouw van een waterkrachtcentrale’”, zei premier Edi Rama over het eerste halfjaar van zijn ambtsperiode in 2013. Een Italiaans bedrijf verwierf een concessie voor de Vjosa, en bouwde in 2014 aan een dam van bijna 50 meter hoog bij de plaats Kalivac.

Eind jaren negentig kwamen er ineens allerlei Italianen naar de rivier herinnert Seiti zich. “Wetenschappers, ingenieurs, landmeters. Ze waren heel aardig, ze deden gewoon hun werk. We sloegen niet echt acht op ze”, vertelt hij op zijn bootje. “Ik heb de Italianen een paar keer overgevaren toen hun tijdelijke brug het had begeven. Zelfs de hoogste baas! We realiseerden ons te laat wat ze van plan waren.”

Die langzame realisatie kwam ook doordat de overheid zich stilhield. Er kwam niemand langs, er was geen voorlichting, laat staan inspraak. Ondertussen kregen boeren het aanbod om hun land te verkopen, volgens Seiti voor 200 lek (ruim anderhalve euro) per vierkante meter. “Toen kwamen de machines en ander zwaar materieel. Mijn broer is geofysicus. Hij zei: als dit doorgaat, bestaan onze dorpen straks niet meer. Alles gaat overstromen.”

Dorpsbewoners begonnen zich te organiseren en gingen de straat op. Milieuorganisaties, die waarschuwden voor onherstelbare schade aan de biodiversiteit, spanden rechtszaken aan. Die wonnen ze. De milieueffecten zijn onvoldoende in kaart gebracht, oordeelden de rechters, voor het laatst in mei dit jaar. Vergunningen werden opgeschort.

null Beeld Ilir Tsouko
Beeld Ilir Tsouko

Weinig vertrouwen in de regering

Ook de politiek lijkt inmiddels vatbaar voor de druk. “Ons ministerie van milieu heeft officieel geweigerd een vergunning te verlenen voor waterkrachtprojecten in de Vjosa”, zei premier Rama vorig jaar. De regering heeft het gebied inmiddels de beschermde status van natuurpark gegeven. Tegen wie hij maar horen wil herhaalt Rama: er komen geen dammen in de rivier.

Maar Seiti gelooft er niets van. “De regering is niet geïnteresseerd in ons”, mompelt hij. “Dat is ze nooit geweest. De afgelopen dertig jaar gaat deze regio alleen maar achteruit. Het land levert steeds minder op. Ten tijde van Hoxha was er een irrigatiesysteem om delen verder van de rivier te bewateren. Na de val van het communisme hebben ze dat vernietigd en raakten de velden steeds leger.”

Alle focus ging op de hoofdstad Tirana en de toeristische ontwikkeling van de schilderachtige kust. In de tussentijd ontvolkt het platteland. “Mijn broer woont in de Verenigde Staten. Mijn zoons zijn opgegroeid met de rivier, maar nu woont de een in Tirana en de andere in Italië. Van politici hoeven we niets te verwachten. We zijn nog steeds bang en we vertrouwen ze niet.”

Naast de bewoners zijn ook milieubeschermers er niet gerust op. De laatste grote wilde rivier van Europa moet behouden blijven vinden zij, onder meer vanwege haar unieke ecosystemen. In 2015 beloofde premier Rama dat het stroomgebied van de Vjosa een nationaal park zou worden. De huidige status van natuurpark biedt minder bescherming.

Van natuurpark naar nationaal park

Milieuorganisaties vinden de garanties van de regering nu te zacht en eisen dat de Vjosa alsnog de hoogste status van bescherming krijgt. “Natuurpark klinkt ongeveer hetzelfde als nationaal park, maar er is een groot verschil”, zegt directeur Olsi Nika van natuurbeschermingsorganisatie EcoAlbania. Die organisatie is de bekendste tegenstander van de stuwdammen en spande diverse van de rechtszaken aan. “Volgens internationale standaarden moet in een nationaal park driekwart van de oppervlakte overgelaten worden aan de natuur. Een kwart mag op een duurzame manier ontwikkeld worden, bijvoorbeeld via ecotoerisme”, legt hij uit.

De regels voor een natuurpark zijn veel minder strak. “Dat mag zelfs voor honderd procent door mensenhanden aangelegd zijn. We hebben in Albanië een mooi ironisch voorbeeld: een van onze natuurparken ligt rondom een stuwdam.”

Begin dit jaar diende EcoAlbania samen met andere organisaties een plan in bij de regering om de regio alsnog de hoogste mate van bescherming te geven. “Het is niet eenvoudig, want nergens in Europa valt een heel stroomgebied onder een nationaal park. Een deel van de Donau in Oostenrijk heeft bijvoorbeeld die status, maar dat is maar voor veertig kilometer. Hier hebben we het over 300 kilometer, inclusief zijrivieren. Wij hebben een voorstel voor de hele juridische documentatie geleverd, kaarten en een indeling.”

Er valt nogal wat te beschermen: wetenschappers hebben het bestaan van 1100 diersoorten vastgesteld in en rond de Vjosa. 40 procent daarvan is nergens anders in Albanië gevonden, weet Nika. Ook hebben ze een vis en een steenvlieg ontdekt die nog nergens elders ter wereld zijn aangetroffen. Nika: “Wie weet wat er nog meer allemaal leeft, dit soort onderzoeksexpedities vinden maar sporadisch plaats.”

En dan zijn er nog de unieke kwetsbare ecosystemen en habitats. De ernstig bedreigde Balkanlynx is gesignaleerd in het gebied rondom de Vjosa, en er leeft een rijke verscheidenheid aan insecten. Ook wilde bloemen en plannen komen er in unieke combinaties voor.

Wat ook niet helpt bij het winnen van vertrouwen, is dat de regering zwalkt. Mei vorig jaar zei premier Rama plotseling tegen persbureau AFP dat een nationaal park ‘een beetje te veel’ was. Als argument gaf hij dat die status de ruim 50.000 mensen die er wonen zou beroven van hun economische kansen. “Maar dat is onzin, er liggen wereldwijd zoveel woonplaatsen in nationale parken”, werpt Nika tegen. “Je zou dit ook als een kans kunnen zien om als eerste een nationaal park rondom een rivier goed uit te baten, met duurzaam toerisme bijvoorbeeld.”

Volgens hem ontbreekt het aan politieke wil om de belofte dat die elektriciteitscentrales er niet komen vast te leggen. “Zelfs bij de huidige vorm van bescherming hebben we erop moeten aandringen dat het hele stroomgebied er onder zou vallen. De regering wilde eerst maar dat de status voor de helft van de rivier zou gelden. Zelfs nu vallen de zijrivieren nog buiten de beschermingsstatus. We hebben die status van nationaal park nodig.”

null Beeld Ilir Tsouko
Beeld Ilir Tsouko

De grootste passagiersluchthaven van Albanië

Het draait maar om één ding, zegt Nika: geld. Behalve voor waterkrachtcentrales zijn er ook plannen voor een vliegveld bij de stad Vlora, waar de Vjosa de zee instroomt. Daar ligt een beschermde lagune - een kustmeer - die onder andere een belangrijke broedplaats en tussenstop voor trekvogels is. Maar bij Vlora ligt ook een voormalig militair vliegveld, voor het laatst gebruikt door drugsdealers om cannabis naar Italië te vliegen. Zes jaar geleden werden er greppels over de landingsbanen gegraven om die te stoppen.

Nu is het plan om er de grootste passagiersluchthaven van Albanië van te maken, bedoeld om het toerisme aan de kust een flinke oppepper te geven. De regio daar beschikt over schitterende stranden, die deels in rap tempo worden ontwikkeld maar waarvan er nog veel ongerept zijn. Het potentieel van een vakantievliegveld is duidelijk: de nu nog enige luchthaven van het land, die van Tirana, ligt op twee uur rijden.

De regering stelt dat de schade meevalt, aangezien ze alleen maar een bestaand vliegveld uitbouwt dat niet in beschermd gebied ligt. Maar milieuorganisaties hebben protest aangetekend omdat de aanvliegroute daar wel binnenvalt. De vogels zullen worden beschermd, verzuchtte premier Rama daarop. “Maar Albanië kan niet de dierentuin van Europa zijn.”

‘Behandel ecologisch erfgoed als cultureel erfgoed’

Niet alleen in en aan het einde van de Vjosa valt geld te verdienen - ook eronder. In 2018 verwierf Shell voor 40 miljoen euro een vergunning voor bodemonderzoek naar olie en gas, in de buurt van de grens met Griekenland. Mocht het rendabel zijn om die brandstoffen uit de bodem te halen, dan kan het Brits-Nederlandse bedrijf rekenen op een concessie van 25 jaar. In een antwoord op vragen van de media stelt Shell dat het bedrijf alle beschermingsregels in acht neemt, dat het niet recht onder de Vjosa zal boren en dat het geen schade zal toebrengen aan de rivier of de omgeving. Maar bewoners van enkele dorpen in het gebied hebben al luidkeels laten horen dat ze geen onderzoek willen.

Nika maakt een vergelijking tussen de Vjosa en de Eiffeltoren. “Je kunt daar vast tien keer meer mee verdienen door hem af te breken en er een winkelcentrum neer te zetten. Maar doen de Fransen dat? Natuurlijk niet! Hetzelfde geldt voor het Colosseum en de Brandenburger Tor. Het wordt tijd dat we ecologisch erfgoed hetzelfde behandelen als cultureel erfgoed. Maak er een nationaal park van. Of zijn we, als Albanië maar ook als Europa, echt bereid de laatste grote wilde rivier op te offeren?”

Daarvan is geen sprake, en nee, er komen echt geen dammen in de Vjosa, verzekert minister van milieu en toerisme Mirela Kumbaro, in haar statige kantoor in een historisch gebouw aan het centrale plein van Tirana. “De plannen daarvoor werden gemaakt door de vorige regering. De huidige regering vindt de Vjosa belangrijk voor Albanezen en ook voor onze buurlanden. We zijn verantwoordelijk voor de mensen die er wonen, en voor de natuur en omgeving. Helemaal in tijden van klimaatverandering.”

null Beeld Ilir Tsouko
Beeld Ilir Tsouko

Duurzaam toerisme

Kumbaro heeft begrip voor de argwaan van organisaties en bewoners. “Ze zijn bang omdat ze in de 21 jaar na de val van het dictatorschap het ergste gezien hebben. Alles werd op een chaotische en ongeplande manier ontwikkeld. Maar zodra deze regering aan de macht kwam, hebben we een moratorium ingesteld voor de bouw in beschermde gebieden. En we hebben meer dan vijfduizend illegale constructies weggehaald. Door de Vjosa te beschermen en de rivier tegelijkertijd op een verantwoorde en geplande manier te ontwikkelen, gaan we door op dat pad.”

Ze wil rondom de rivier agro- en ecotoerisme te stimuleren. “Zodat bezoekers niet een dagtripje maken naar Unesco-stad Gjirokastra en dan weer teruggaan naar Tirana, maar verblijven bij de boer aan de rivier. Daarom hebben we een jaar geleden de hele rivier tot beschermd gebied uitgeroepen.” Een nationaal park gaat de minister te ver - dat zou die ontwikkeling immers onmogelijk maken.

Toch schrijft ze twee maanden later in een email: “We hebben allemaal de grote wil om het stroomgebied van de Vjosa tot nationaal park uit te roepen, en we werken naar dat einddoel toe.” Voor de lange termijn werkt ze samen met ‘belangrijke wereldwijde instellingen, organisaties en donoren’. “Tijdens de klimaattop van Glasgow in november hebben premier Rama en ik Leonardo DiCaprio ontmoet, die een hoop bewustzijn creëert rondom de Vjosa.”

De Hollywoodacteur zet zich in voor behoud van de Balkanrivieren (zie kader), en riep onder andere via Twitter op dat het directe gebied rondom de Vjosa een nationaal park moet worden. Daar meteen toe overgaan ziet de minister niet zitten. “We hebben eerst een model nodig om het gebied duurzaam te ontwikkelen, voor we naar dat hoogste beschermingsniveau overgaan.” Daarover is ze in overleg met eerder genoemde instellingen.

Zo snel mogelijk bescherming

Goed nieuws voor EcoAlbania, een van de partijen waarmee ze om tafel zit? “We weten het niet”, zegt Olsi Nika. “Het is duidelijk dat de druk op de regering wordt opgevoerd, maar haar boodschap van ‘wel een nationaal park maar nu nog niet’ is verwarrend. Ik vraag me af wat daar achter zit. We zullen zien of de intenties oprecht zijn, maar onze inzet is niet veranderd: zo snel mogelijk de hoogste beschermingsstatus.”

Over het toeristisch ontwikkelen van de Vjosa kunnen ze in Kalivac meepraten. Een paar jaar terug verschenen er in het dorp informatiepanelen. ‘Welkom in Kalivac’ staat erop. Bij de kaart staat een uitgebreide legenda met symbolen voor infopunten, hotels, wifi-hotspots en geldautomaten - voorzieningen die in Kalivac allemaal ontbreken en dus ook niet op de kaart staan aangegeven.

“Dit een toeristische bestemming? Er is niet eens een prullenbak”, roept dorpeling Qerem Caushi (53), gehurkt zittend naast een van bezoekerspanelen, spottend uit. “En wat moeten toeristen hier doen?” Een antwoord op die vraag is inderdaad lastig te geven: Kalivac is niet meer dan verzameling van grotendeels leegstaande huizen, met één café langs de hoofdweg.

null Beeld Ilir Tsouko
Beeld Ilir Tsouko

Verlaten bouwput

Het is de enige plaats langs de Vjosa waar de Italiaanse concessiehouder na de eeuwwisseling daadwerkelijk was begonnen met het aanleggen van een dam. Vijftig meter hoog zou die worden. In de steil oplopende oevers werden terrassen uitgehakt, er werd een afwateringskanaal aangelegd. De reusachtige bouwput is nu het domein van één bewaker, die niet met buitenstaanders wil praten uit angst om zijn baan te verliezen. Hij maakt zijn rondes tussen lege silo’s die ooit het beton voor de dam bevatten, en vrachtwagens die langs de kant staan.

Na de eerste rechtszaken in 2014 werd de aanleg, waarvan de voorbereidingen alleen al tientallen miljoenen euro’s kostten, stilgelegd. En die is sindsdien nooit hervat. “Maar door de werkzaamheden en de rotsen die daarbij in de rivier terechtkwamen, is de loop van de rivier wel veranderd. De Vjosa stroomt nu met een boog om Kalivac heen”, legt Caushi uit. “Mijn familie heeft 400 hectare land. Daarop kweekten we onder meer maïs en bonen, maar nu staat het land helemaal leeg.” In het volgende dorp zijn ze spekkoper: daar staat de Vjosa nu tegenwoordig juist hoger.

Kalivac staat daarom bekend als het enige dorp langs de Vjosa waar de bewoners juist vóór doorgaan met de aanleg van stuwdammen zijn. Caushi staat op. “De situatie nu is het ergst. Het water bereikt ons land niet meer, en de oevers zijn vernield. Als kinderen speelden we daar, dat kan nu niet meer. Bouw dan die dam maar af, en zorg dat ons land weer water krijgt, of geef ons daar werk. Want anders verdwijnt Kalivac.” Hij kijkt naar de huizen die tegen de heuvels opgebouwd zijn. Het zijn er zo’n 160 schat hij, en toch is het stil. “Ooit woonden er in elk huis zes mensen, maar iedereen is weg. Ik heb zes kinderen, ze wonen allemaal in Italië.”

Dallandyshe Comani (56) zet glaasjes en een fles raki op tafel, nadat haar man Astrit (60) achter zijn twee koeien aan terug de heuvel op is gesjokt, naar hun huis in het gehucht Ana Vjosa. Een tocht van een uur heen en een uur terug die hij dagelijks maakt om de dieren te laten grazen en drinken bij de rivier. Nu staan ze weer op stal. “We leven van de kaas en melk die ze produceren”, zegt Dallandyshe. “Wat we zelf niet eten, verkopen we.” Hun zoon werkt in een restaurant langs de hoofdweg, waarmee hij iets meer dan 200 euro per maand inbrengt.

Ook aan de tafel van de Comani’s klinkt weinig vertrouwen in de overheid. Hun water halen ze uit de grond met een zelf gefinancierde pompinstallatie. Voor drinkwater moeten ze een uur op-en-neer naar Tepelena om tonnen van tien liter te vullen. “Ze zeggen van niet, maar voor hetzelfde geld gaan ze gewoon door met die dammen”, zegt Astrit als de bodem van zijn eerste glas in zicht is. “En dan is het afgelopen voor ons. Dan stromen de velden over waar onze koeien grazen. Hogerop is de bodem ongeschikt. Niet alleen voor ons, maar dit hele dorp is dan weg.” Hij hoorde over de plannen via vrienden, en had graag willen deelnemen aan de demonstraties ertegen. “Maar ik heb geen tijd. Ik kan die koeien geen dag alleen laten. Ze moeten naar de Vjosa.” Hij zet zijn lege glas op tafel. “We zijn in de handen van God.”

Verzet tegen de stuwdammen

De strijd om stuwdammen speelt niet alleen rondom de Vjosa. Op andere plekken in Albanië, maar ook elders op de Balkan nemen milieuorganisaties en bewoners het gezamenlijk op tegen de bouw van maar liefst ruim 3400 geplande, meestal kleine waterkrachtcentrales. En met steeds meer succes.

De Bosnische Maida Bilal ontving in juni de Goldman Milieuprijs, die ook wel bekend staat als de ‘groene Nobelprijs’, voor haar leidende rol in het verzet uit haar dorp. Tientallen vrouwen bezetten 24 uur per dag, meer dan vijfhonderd dagen lang, de oever van de rivier Krusica om te voorkomen dat de geplande bouw van een centrale daar door kon gaan. De overheid trok de vergunning uiteindelijk in. In november trok het hooggerechtshof van Kosovo ook de vergunning in voor een geplande centrale bij het dorp Strpce, na jarenlange protesten van bewoners. Het is een van de weinige thema’s waarbij de dorpelingen, een mix tussen etnische Serviërs en Albanezen, gezamenlijk optrokken. Ook buitensportkledingmerk Patagonia en Hollywood-acteur Leonardo DiCaprio maken zich publiekelijk hard voor het zoveel mogelijk behouden van de rivieren op de Balkan.

“Vorige maand bereikten we een nieuwe mijlpaal in Bosnië”, zegt Ulrich Eichelmann van Save the Blue Heart of Europe, een international samenwerkingsverband van milieuorganisaties die vechten voor het behoud van de rivieren op de Balkan. “Er ligt nu een wetsvoorstel dat nieuwe vergunningen voor waterkrachtcentrales verbiedt. Als dat wordt aangenomen, is het een grote stap in de goede richting.” Het verbod zou dan gelden voor de helft van Bosnië-Herzegovina waarin Bosniakken (Moslims) en Kroaten het voor het zeggen hebben; in de andere (Servische) helft loopt nu eenzelfde wetgevingsproces.

Ook bestaande vergunningen worden aangevochten, regelmatig met resultaat. In Bosnië ligt inmiddels de helft van de damprojecten stil. Eichelmann: “Die zaken winnen we vaak omdat de wetgeving niet is gevolgd. De gunningsprocedure is dan bijvoorbeeld onjuist geweest, de verplichte milieueffectrapportage ontbreekt, of de lokale bevolking is niet geraadpleegd. Dat zijn dus procedurefouten. Maar waar we uiteindelijk naar toe willen, is dat de basiswetgeving waterkrachtcentrales verbiedt.”

Volgens Eichelmann is er nu nog een kans om het min of meer ongerepte rivierensysteem op de Balkan te redden. “In de rest van Europa hebben waterkrachtcentrales al een hoop schade aangericht. Er zijn bijvoorbeeld 69 vissoorten die alleen hier voorkomen. En elk jaar ontdekken we er weer meer.” Een milieuvriendelijk alternatief voor de centrales, waarmee Albanië en andere Balkanlanden alsnog de kassa kunnen laten rinkelen, hebben de activisten ook: zonne-energie. “Zeker in deze zonnige regio is dat een veel minder belastende optie. Dát is de toekomst”, zegt Eichelmann. Ze hoopt dat Albanië het stroomgebied van de Vjosa snel tot nationaal park bestempelt. “Dat zou een geweldig voorbeeld zijn voor de hele regio.”

Lees ook:

Albanese jeugd zal nooit meer van Hoxha’s piramide afglijden

Een Nederlands architectenbureau renoveert het monumentale herdenkingsmonument van de Albanese dictator Hoxha in Tirana. Niet iedereen is blij met de manier waarop buitenstaanders bepalen wat er met het nationaal erfgoed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden