EssaySuriname

De schaduw van een Afrogeest over Suriname

Beeld Nick Garbutt

Na vijftig jaar keert Herman Vuijsje terug naar Suriname. Winti is nu alom aanwezig. Ook de duistere kant ervan komt aan het licht. 

Toen ik in 1969 voor mijn stage godsdienstsociologie Suriname bezocht, lukte het me niet contact met wintigelovigen te leggen. Winti (wind, de Afro-Surinaamse geest) werd toen nog op fluistertoon uitgesproken. Aan die sfeer had de Evangelische Broedergemeente (EBG), de creoolse volkskerk, bijgedragen, als ‘handlanger van de koloniale overheid’, zegt de Surinaamse historicus Judy Samson. Doel: “Het doden van de Afro-Surinaamse cultuur. Uit angst voor die grote zwarte vrije massa.”

Naar een wintiprey (bijeenkomst) gaan, was vroeger bijna zoiets als naar de hoeren gaan, vertelde een pater me – iets achterbaks en slechts, met schaamte omgeven. Dat werd nog versterkt doordat rond wintipraktijken de sfeer hing van een lower class volkscultuur.

Hoe anders is het nu. De nieuwe generatie omhelst het wintigeloof, ze schaamt zich niet meer voor de zwarte cultuur. Een tweede factor is ongetwijfeld het populisme van Desi Bouterse, die geen gelegenheid voorbij laat gaan om nieuwe groepen aan zich te binden.

Herman Vuijsje (1946) is socioloog en journalist. In 2018 schreef hij ‘Zwartkijkers’. Dit essay is ontleend aan ‘God zij met ons Suriname. Religie als vloek en zegen’. 

Beladen onderwerp

Door de emancipatie van het wintigeloof worden in de ‘mooie kamer’ van de Afro-Surinaamse religie de gordijnen opengetrokken. Maar de achterkamer blijft als vanouds in duister gehuld. Wisi, de zwart-magische kant van winti, is nog steeds een beladen onderwerp.

Dat is geen bezwaar voor historicus Judy Samson. Toen ze op haar negentiende ging samenwonen met een Afro-Surinamer, wist ze niet eens wat winti was. Later bleek dat haar vriend bezig was die dingen ten kwade te gebruiken. Daarmee was haar wetenschappelijke belangstelling gewekt; ze studeerde aan de Anton de Kom-universiteit in Paramaribo af op de rol van winti in de koloniale tijd.

In die periode ontstonden op de plantages verschillen in welstand en positie onder de slaven. “Die verdeeldheid heeft geleid tot afwijkend gedrag, zoals het stappen naar de wisiman (beoefenaar van zwarte magie) om wisi te veroorzaken.” Daarnaast hebben kleurlingen in dienst van de koloniale overheid deelgenomen aan de jacht op weggelopen slaven, met vaak onmenselijke straffen als gevolg. Ook dat kan leden van de zwarte bevolking ertoe hebben aangezet hun heil te zoeken bij wisimans, om wraak te nemen voor dit verraad.

Verschillen binnen de donkergekleurde bevolkingsgroep bevorderden volgens Samson animositeit en jaloezie, en de groei van duistere praktijken. Deze criminele wisigedragingen droegen weer bij tot een negatief beeld van winti, en in het verlengde daarvan tot een depreciatie van de hele Afro-Surinaamse cultuur.

Geen vuile was buiten hangen

Witte plantagehouders kregen te maken met wisi en vergiftiging; voor zendelingen en zwarte dominees was dit een belangrijke bron van hun bezwaren tegen winti. “Zij veroordeelden winti omdat zij kennis hadden over het normloos, afwijkend en crimineel gedrag van mensen die wisi veroorzaakten.”

Volgens Samson waren het dus niet alleen christelijke geborneerdheid, bekeringsijver en minachting voor de Afrikaanse cultuur die de koloniale en religieuze autoriteiten inspireerden tot een verbod op ‘afgoderij’. Ook begaanheid met de angst en ellende die de schaduwzijde van het wintigeloof bij de zwarte bevolking teweegbracht, speelde een rol. En geloof in de zegenrijke boodschap die het evangelie daar tegen­overstelde.

Samson wilde weten wat je aan wisi kunt doen. Die gedachtengang leverde haar boze reacties op. Je mag geen vuile was buiten hangen, je niet blootgeven (dan maak je je kwetsbaar) en geen kritische kanttekeningen maken bij de Afrocultuur (dan verraad je je eigen mensen en ben je een bounty: zwart vanbuiten, wit vanbinnen). Ook kreeg Samson op sommige websites, zodra ze zich kenbaar maakte als geïnteresseerd in winti en wisi, reacties als: ‘O ... dus jij houdt je daarmee bezig!’ “Mensen durven er nog niet openlijk over te praten, uit angst dat ze er dan zelf mee worden geassocieerd.”

Over de verscheurde psyche van zwarte Surinamers en de rol die het wintigeloof daarbij speelt, is al veel geschreven, vooral door betrokkenen zelf, waarbij over de achtergronden brede overeenstemming bestaat.

Het Surinaamse ‘bestaansverdriet’

Zwarte Surinamers groeiden op in een sfeer van taboe en schaamte. Zij leerden nooit van zichzelf te houden, want Hollands-zijn was de norm en als je een paar treden dichter bij dat ideaal gekomen was, mocht je vooral niet, in de woorden van de Surinaamse neerlandicus Edgar Cairo, ‘vernegeren’. Wilde je je intussen toch met ‘domafgodische negerachtige dinges’ bezighouden, zorgde dan dat niemand het zag. De meest geslaagde kolonisatie in het Caribisch gebied, vatte schrijfster en columniste Harriet Duurvoort pregnant samen, was die van de ziel.

Cairo was een meester in het oproepen van deze verscheurdheid en het Surinaamse ‘bestaansverdriet’. Men was bang voor ‘negerdinges’, schreef hij in zijn bundel ‘Lelu! Lelu! Het lied der vervreemding’ (1984). “Ja, er dreigde zelfs iets besmettelijks: men zou neger z’n schande op zich laden. (...) Nóg erger: als je je inliet met negerdinges kwam je er nooit meer vanaf! Boze geesten ... ze zouden je hatelijk treffen! Je zou nooit meer ophouwen ‘Winti’s te dansen en Dinges te dienen in afgoderij!’ Vervloekt was je, vervloekt met de kunu’s (vervloekingen) van neger z’n buik!”

Word je geboren als marron of creool, dan kom je onvermijdelijk al vroeg met deze problematiek in aanraking en moet je je standpunt ertegenover bepalen.

Surinaams landbouwkundige Iwan Wijngaarde is voorzitter van de Feydrasi fu Afrikan Srananman, en expert op het gebied van het slavernijverleden. Hij vertelt dat hij op z’n achtste tegen zichzelf zei: “‘Wat een nonsens is dat, die wintitoestand.’ Want ik zag alleen maar achteruitgang. Maar toen ik ouder werd, zag ik: er moet toch een kern van goed in zitten. Ik heb heel wat mogen ervaren.”

Geteisterd door wantrouwen

Wijngaarde bereisde het binnenland als coördinator van missie- en zendingsactiviteiten op landbouwkundig gebied en als voorlichter en trainer van dorpshoofden.

Net als Samson schrikt hij er niet voor terug om daarbij ongemakkelijke waarheden te onderzoeken die de zwarte bevolkingsgroep aangaan. “De Feydrasi is in 1996 ontstaan omdat wij, Afrikaanse Surinamers, sociaal, economisch en cultureel achteruitgingen, vergeleken bij alle andere etniciteiten van het land”, zegt hij. “Andere bevolkingsgroepen werken samen om vooruit te komen, creolen en marrons niet. Waarom bevolken zwarte mensen samenlevingen waar mensen elkaar te na komen en waar stagnatie schering en inslag is?”

Suriname wordt geteisterd door wantrouwen. Onverschrokken onderzoekt Wijngaarde de reden van het ontstaan én het beklijven van het wantrouwen, de angst en de jaloezie onder Afro-Surinamers. Brengt het ons verder die kunu waar Cairo van spreekt, die generaties voortdurende vooroudervloek uitsluitend te blijven zien als gevolg van slavenhandel, slavernij, racisme en kolonialisme? Aan de daden, bedreven door de ander: de blanke man?

Herman Vuijsje

Laten we ook de hand in eigen boezem steken, zegt Wijngaarde. “We hebben in onze hele geschiedenis gezien dat we het niet zo nauw hebben genomen met moraal. Dat heeft ons gekilld, al die jaren.” Hebben we hier te maken met een geval van zwarte zelfhaat? Dat zou je op het eerste gezicht kunnen denken, maar niets is minder waar. Wijngaarde komt niet aanzetten met rassentheorieën, zijn opvatting is net als die van Samson gestoeld op een solide historische en sociologische analyse. Met een schurkenrol voor de Hollanders, zeker. “De slavernij in Suriname was een van de wreedste. Hier had een opzichter dertig à veertig slaven onder zich. Elders tien. Dan krijg je verdeel en heers. Als je dat niet benadrukt, gaan mensen denken dat ze als duivels geboren zijn, dat ze genetische duivels zijn.”

Wel probeert Wijngaarde verder te denken en te begrijpen. Wat waren de langetermijn­effecten van die Hollandse schurkenrol? “Die ellendige kerk en staat hebben zó’n pressie uitgeoefend dat dingen in het duister moesten gebeuren”, zegt hij. “En alles wat je in het duister doet, is slecht. We hebben onszelf vergiftigd met rotzooi die we zelf ontwikkeld hebben.”

‘Handgeld’

Hij gaat, zorgvuldig zijn woorden kiezend, ver terug in de geschiedenis. Het begon al vóór de plantagetijd, in Afrika. “We weten dat onze voorouders verkocht zijn door Ashantikoningen. Dat wij verkocht zijn door onze bloedverwanten, doet pijn.”

Iets dergelijks, nog erger, deed zich voor toen halverwege de achttiende eeuw vredesverdragen werden afgesloten tussen weggelopen slaven en de koloniale regering. “Nieuwe weglopers moest je vangen – voor vijftig gulden – of anders doodschieten: voor een rechterhand kreeg je ‘handgeld’. Men wilde het niet, maar men heeft afgewogen en is akkoord gegaan. Zelfs de nazaten van verzetsheld Boni hebben getekend. De spanningen onderling zijn daardoor veel groter geworden”, constateert hij evenals Samson. Speelt dat nu nog? “In kleur en geur! Men heeft ons aangezet elkaar op te vreten. Dat heeft de onderlinge verhouding vergiftigd. ­Omdat ik een nazaat ben, kan ik ’t voelen en proeven. Iedereen heeft lelijke dingen gedaan, zichzelf pijn gedaan, verraden. Nederlanders kunnen dat niet begrijpen, zelfs Hindostanen niet.”

Zie deze mentale slavernij onder ogen, is Wijngaarde’s boodschap. “De geestelijke slavernij die toen is geplant en tot de dag van vandaag vernietigend is voor onze levenswijze, ons systeem. Wat heb je eraan je te blijven wentelen in verwijten? Daar heb je alleen jezelf mee: je blijft in een afhankelijkheidspositie en hoeft zelf niks te ondernemen. Ik haat het dat ik bij degenen die mijn voorouders pijn hebben gedaan, zou moeten bedelen om excuus. Dan haal je jezelf naar beneden. Je zal het bij jezelf moeten zoeken. We moeten kijken wat er aan mentaliteit kapot is gegaan en ondersteuning zoeken om dat weer in goede banen te leiden.”

Wijngaarde brengt het ook in praktijk, met zijn project Pardon en Heling. Hij reist met een groep spirituele genezers en wintipriesters door het land en houdt overal sessies. “Alle tribes wil ik duidelijk maken: ’t is niet dat jullie het wilden – het is het stukje toekomst dat jullie werd aangeboden, en dat leidde tot mentale slavernij. Als mensen ‘pardon’ zeggen tegen elkaar over wat ze elkaar hebben aangedaan, krijg je mogelijkheden tot heling.”

Desi bouterse en ‘die man daar boven’ 

Desi Bouterse was katholiek, maar werd door de gevestigde kerken in de beklaagdenbank gezet vanwege de Decembermoorden (1982). Toen de president in 1999 toetrad tot de pinksterkerk, sloot de zelfbenoemde pinksterbisschop Steve Meye hem in de armen, want iedereen is welkom en mag vergeving vragen bij de Heer. Bouterse laat geen gelegenheid voorbijgaan om te getuigen van zijn toewijding aan ‘die man daar boven’.

Moeizaam bleven Bouterse’s betrekkingen met de katholieke kerk. Meteen na de Decembermoorden sprak die haar afschuw erover uit. Een jaar later nam de katholieke kerk het initiatief voor de eerste herdenkingsdienst.

Verschillende priesters werden na kritische uitspraken over Bouterse doelwit van diens regi­me. De populaire pater Bas Mulder werd gear­- resteerd wegens belediging van het militair ge­zag maar – volgens Bouterse ‘om opportunistische redenen’ – niet vervolgd. In 1985 werd pa­ter Martien Noordermeer het land uitgezet nadat hij zich in de kerk ­negatief over Bouterse had uitgelaten. Deze ‘bemoeienis met binnenlandse aangelegenheden’ kwam hem op een ballingschap van 26 jaar te staan.

De pinksterkerken van het Volle Evangelie groeien snel in Suriname, naast én tegen het populaire wintigeloof in, dankzij wat de antropoloog Yvon van der Pijl de pentecostalistische paradox noemt: pinkstergelovigen ontkennen het bestaan van geesten niet, maar zien die als werktuigen van de duivel. Er is een onmiskenbare overeenkomst met Afro-religieuze praktijken. Vooral marrons, de groep waaronder het Volle Evangelie het snelst toeneemt, herkennen er hun eigen spirituele tradities in.

Godsdienstsocioloog Kirtie Algoe ziet Bouter­se’s bekering als een politieke strategie om zijn imago te verbeteren en nieuwe kiezers aan te spreken. Bouterse heeft Steve Meye als bezoldigd geestelijk adviseur aangesteld. Een andere pinkstervoorganger, André Misiekaba, was eerst fractie­leider van Bouterse’s NDP en is nu minister. De president zelf zei in 2017, nadat de strafeis van twintig jaar tegen hem was uitgesproken in het Decembermoordenproces: “God heeft mij president gemaakt, dus geen enkele rechter zal mij kunnen weghalen.”

‘Bouta’ is overigens niet kieskeurig in zijn geestelijke bijstand; hij erkende óók zeven wintipriesters als geestelijk adviseurs. Dat was de pinksterleiders een doorn in het oog; winti is God een gruwel, vinden zij, even erg als homoseksualiteit – het zou Suriname in het ongeluk storten, profeteerden ze. 

Herman Vuijsje
God zij met ons Suriname. Religie als vloek en zegen
Walburgpers;
224 blz. € 19,99

Lees ook:

De rechtsorde in Suriname is ‘een beetje schizofreen’, maar sterker dan gedacht

Na 37 jaar heeft een rechter, ondanks stugge politieke tegenwerking, president Bouterse veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij de Decembermoorden. Het juridische systeem in Suriname hapert soms, maar werkt wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden