Hawija

De rode kaart werd in Hawija niet getrokken

Een Nederlandse F-16 op een basis in Jordanië. Vanuit dat land waren de gevechtsvliegtuigen tijdens twee missieperiodes actief boven Irak en later ook Oost-Syrië in de strijd tegen Islamistische Staat. Beeld ANP

Het was niet bekend dat er zo veel explosief materiaal in de bommenfabriek lag, schrijft minister Bijleveld (Defensie) aan de Kamer.

Het is de nachtmerrie van de planners van luchtaanvallen op vijandige doelen in bijvoorbeeld Irak. Zij zetten alles op alles om zo veel mogelijk betrouwbare informatie te verzamelen over een te bombarderen doel, maar soms blijkt achteraf dat er een verkeerde inschatting is gemaakt omdat cruciale informatie ontbrak.

Dat gebeurde in juni 2015 in het Iraakse Hawija, toen een bolwerk van Islamitische Staat (IS) op zo’n 300 kilometer ten noorden van Bagdad werd gebombardeerd. In Hawija had IS een bommenfabriek die de anti-IS-coalitie wilde uitschakelen. Vooraf was via drones, verkenningsvliegtuigen en informanten op de grond informatie verzameld, zei defensieminister Bijleveld in een interview met NRC. Om de fabriek, die op een industrieterrein lag, was een cirkel getekend waarbinnen nevenschade te verwachten was. Een naburige woonwijk zou niet geraakt worden, was de inschatting.

De fabriek werd vernietigd door een bom uit een Nederlandse F-16. Maar de woonwijk ook, omdat er veel meer explosief materiaal in de bommenfabriek lag opgeslagen dan was aangenomen. Door ‘meer en grotere secundaire explosies’ werd het schadegebied groter, schrijft Bijleveld in een brief aan de Tweede Kamer. Tegen NRC zei ze dat er ‘misschien wel honderden vrachtwagens’ stonden met TNT.

De RCH kan de missie afblazen

Het plannen van luchtbombardementen door F-16’s in Irak verliep zo zorgvuldig mogelijk, stelt Bijleveld in haar brief. Wapens worden ingezet bij twee types luchtoperaties: close air support, waarbij grondtroepen die tegen IS vechten worden bijgestaan door luchtsteun, en air interdiction, waarbij eerder bepaalde vijandige doelen worden uitgeschakeld.

In beide gevallen speelt de zogeheten red card holder (RCH) een belangrijke rol, zowel bij de planning als de uitvoering. De RCH is in dit geval een Nederlandse senior militair op het hoofdkwartier in Qatar. De officier toetst of opdrachten van het Amerikaanse commando van de anti-IS-coalitie sporen met het Nederlandse mandaat en het humanitair oorlogsrecht, bijgestaan door een jurist van Defensie. 

De RCH kan aangeven dat een bepaalde missie niet strookt met de Nederlandse eisen. Dat is in ‘meerdere gevallen’ gebeurd, schrijft Bijleveld, waarna Nederland dit doel niet toebedeeld heeft gekregen. Voor een aanval moest volgens haar ook toestemming worden gegeven door de Iraakse autoriteiten.

Het laatste woord over een operatie ligt ook bij de red card holder. Die kan een ‘rode kaart’ uitdelen en de operatie afblazen. Dit kan zelfs tot op het laatste moment, want de officier kijkt tijdens de missie ‘live’ mee met de F-16-piloot via een beeldverbinding. Na een aanval voeren F-16’s een zogenoemde battle damage assessment (BDA) uit. In Hawija bleek daarbij volgens Bijleveld ‘direct dat er sprake was van onbedoelde nevenschade’.

Lees ook:

Defensie bevestigt doden F-16-aanval Irak, Kamer onjuist ingelicht

Het kabinet geeft toe dat bij een luchtaanval door F-16’s in Irak in 2015 tientallen burgerdoden zijn gevallen. Het ministerie van defensie wist hiervan, maar heeft dit destijds na vragen van Kamerleden ontkend.

Dit is wat we weten over de Nederlandse aanval op Hawija

NRC en de NOS berichtten half oktober dat door een bom uit een Nederlandse F-16 in 2015 bij de Iraakse stad Hawija 70 doden en ongeveer honderd gewonden zijn gevallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden