null Beeld

ColumnBas den Hond

De Republikeinen steunen Bidens economische oorlog, maar geven hem wel de schuld van de hoge benzineprijs

Bas den Hond

Joe Biden wond er geen doekjes om toen afgelopen dinsdag een journalist hem vroeg naar de benzineprijs. “Die gaat omhoog”, zei hij. “En daar kan ik niet veel aan doen, daar is Rusland verantwoordelijk voor.”

Dat laatste zeggen de Republikeinen in het Congres hem niet na. Ze waren het ermee eens dat Biden afgelopen week een importstop van Russische olie afkondigde. En sommigen van hen erkennen dat daardoor de benzineprijs verder kan stijgen. Maar de VS importeren maar 8 procent van hun olie uit Rusland, en als je de in eigen land gewonnen olie meerekent, is Russische olie maar 2 procent van de behoefte. Dus dat de benzine in de VS de psychologisch belangrijke grens van vier dollar per gallon heeft doorbroken (0,97 euro per liter) is volgens hen toch vooral Bidens schuld.

Weinig begrip van de vrije markt

“De benzineprijzen begonnen omhoog te gaan vanaf de dag dat president Biden aantrad – toen hij de Keystone-pijpleiding verbood en nieuwe olieboringen op federaal land stopzette”, zei de Republikeinse fractieleider in het Huis van Afgevaardigden, Kevin McCarthy, afgelopen woensdag.

Daaruit spreekt weinig begrip van de door de Republikeinen altijd zo geprezen vrije markt. Die twee beslissingen van Biden veranderden op dat moment niets aan vraag en aanbod op de markt voor geraffineerde olieproducten. En het boren naar olie op federaal land is inmiddels weer hervat, er wordt zelfs meer gewonnen dan onder president Donald Trump, legt Daniel Desrochers uit in een zeer complete analyse in de Kansas City Star.

Maar een stijgende benzineprijs is in de VS nu eenmaal een politieke molensteen om de nek van de partij die aan de macht is. De Republikeinen zullen zich dat wapen niet laten ontnemen. Vooral omdat ze voor dat probleem ook een oplossing zeggen te hebben: energie-onafhankelijkheid. De VS moeten gewoon alle energie, of het nu in de vorm van duurzame stroom is of verstookte fossiele brandstof, zelf produceren, vinden ze. Dan is het land geen speelbal meer van de rest van de wereld.

Grenzen sluiten

Als het om de beschikbaarheid van energie gaat, klopt dat verhaal. Russische olie kan nog wel gemist worden, maar als Saudi-Arabië en Mexico ook wegvallen, wordt het moeilijk. En meer dan de helft van de geïmporteerde olie is Canadees.

Maar voor de prijzen gaat energie-onafhankelijkheid niets doen. Als de olieprijs op de wereldmarkt stijgt, moeten in dat theoretisch zelfvoorzienende Amerika bedrijven en consumenten ook meer betalen, anders stroomt de in de VS gewonnen olie per schip of pijplijn naar andere landen.

De VS zouden natuurlijk de grenzen helemaal kunnen sluiten voor energieproducten. Maar dan worden de kosten van energie volledig bepaald door het binnenlandse loon- en prijspijl. En dat zou de benzine juist heel duur kunnen maken.

Afscheid van fossiel

De Democraten stellen daar een andere vergezicht tegenover: energie-onafhankelijkheid door zoveel mogelijk afscheid te nemen van fossiele brandstoffen. Wie elektrisch rijdt, doet dat op een mengsel van met wind, zon, gas, kolen en kernenergie opgewekte elektriciteit. Dat is allemaal binnenlands geproduceerd en op de prijs ervan heeft de internationale olie- en gasmarkt maar een beperkte invloed.

De kans is groot dat in een verkiezingsjaar die subtiliteiten weinig aandacht zullen krijgen. In november staan alle zetels van het Huis van Afgevaardigden op het spel, en een derde van alle Senaatszetels. De Republikeinen maken een goede kans in minstens een van beide huizen de meerderheid te veroveren.

“Sharice Davids en Joe Biden legden de Amerikaanse energieproductie aan banden”, zo luidde deze week een tv-advertentie waarin een Democratische afgevaardigde in haar district werd aangevallen. “En nu betaal jij de prijs.”

Verbod op Russische olie goed idee

Maar wat de Amerikanen betalen is de prijs van economisch herstel nu de coronapandemie op zijn retour is, waardoor de vraag naar olie toenam, en de Russische aanval op Oekraïne, die het aanbod onzeker maakte. En die oorlog laat de Amerikanen niet koud. In een peiling deze week zei 79 procent van van hen dat een verbod op Russische olie een goed idee was, ook al zou het de benzineprijs doen stijgen.

En nu Joe Biden een oorlogspresident is geworden – zij het dat de oorlog die hij tegen Rusland voert een economische is – komt aan de gestage daling van zijn populariteit een einde, zo lijkt het. In het gemiddelde van peilingen die de site Fivethirtyeight.com bijhoudt, bereikte het aantal mensen dat hem een goede president vindt op 27 februari een dieptepunt van 40,4, maar inmiddels staat dat op 42,7. Nog steeds niet om over naar huis te schrijven, maar het geeft de Democraten moed: misschien dat dit keer de benzineprijs niet het enige is waar de kiezer op let.

Trouw-correspondent Bas den Hond (standplaats Boston) schrijft wekelijks een column over de Amerikaanse politiek. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden