Iedere eerste zondag van de maand demonstreert Dolores Pimienta (links) in Barcelona met lotgenoten voor opheldering van de ‘roofbaby’-zaken.

Adoptie

De raadsels rond Spanje’s gestolen baby’s

Iedere eerste zondag van de maand demonstreert Dolores Pimienta (links) in Barcelona met lotgenoten voor opheldering van de ‘roofbaby’-zaken. Beeld Xavier Torres-Bacchetta

Tienduizenden Spanjaarden zoeken hun kind, of hun ouders. Ze werden uit elkaar gehaald, volgens hardnekkige geruchten om politieke redenen. Of was het keiharde babyhandel? Die onzekerheid vreet aan de zoekenden.

Moeder (94) zoekt zoon

Felix had rode haartjes. Net als zijn opa, herinnert de 94-jarige Dolores Pimienta zich met een glimlach, in haar flatje even buiten Barcelona, “Hij was kerngezond. Gezonder kon bijna niet!”

Lang waren moeder en haar baby niet samen. Een non haalde Felix vlak na zijn geboorte op 29 mei 1960 in het ziekenhuis Hospital Clinic te Barcelona bij haar weg. Een standaardcontrole, dacht Pimienta. Maar even later kreeg zij tot haar ontsteltenis te horen dat haar kind was overleden. Felix zou iets van de placenta hebben binnengekregen, een probleem met zijn ademhaling. Hem zien kon echt niet meer, kreeg zij te horen. Want Felix zou direct begraven worden. Ze hoefde zich nergens zorgen om te maken, de nonnen zouden overal voor zorgen, zo werd haar op het hart gedrukt.

“Praatjes, praatjes, praatjes”, zegt Pimienta opgewonden met een hoge schrapende stem, “De non, de priester, de zusters... Ze hebben allemaal tegen mij gelogen. Ze hebben hem gestolen en verkocht. Een kindje binnen een uur begraven? Dat kan toch helemaal niet.” Pimienta’s echtgenoot Teodoro kwam direct na zijn werk naar het ziekenhuis gesneld. Maar ook hij kreeg nul op het rekest.

Stennis schoppen deed je niet in die tijd. Het was de tijd van de dictatuur in Spanje. Je ging niet zomaar in tegen de autoriteiten. Pimienta: “We konden niets doen, dokters of de kerk waren toen onaanraakbaar. Wij gingen maar terug naar onze etage en het leven ging door. Maar ik ben hem nooit vergeten.”

Toen haar oudste zoon Manuel een paar jaar geleden op het nieuws hoorde over ouders die meenden dat hun baby bij de geboorte ten onrechte doodverklaard was en was opgegeven voor adoptie, krabde hij zich achter de oren. Het zou toch niet zo zijn dat zijn moeder ook slachtoffer was geworden van de ‘babyroof’ waar men het steeds vaker over had? “Toen ik dat hoorde, kreeg ik nieuwe hoop”, vertelt Pimienta. “Ik was gaan geloven dat hij dood was, maar toch nooit helemaal.”

Manuel begon na zijn pensionering in 2010 samen met zijn hoogbejaarde moeder aan een zoektocht naar haar zoon en zijn broertje. Bezoeken aan de burgerlijke stand, het ziekenhuis en begraafplaatsen leverden niet veel op. In Pimienta’s medisch dossier van de bevalling zijn zaken doorgekrast. En ook al zou Felix overleden zijn, waarom stond hij dan niet eens op de lijst van geboortes op die bewuste dag in het ziekenhuis?

Beeld Xavier Torres-Bacchetta

Maar degenen die meer zouden kunnen weten gaven niet thuis: de dienstdoende gynaecoloog destijds was nu seniel. Een zuster vertelde wel dat zij vreemde zaken had gezien: hammen en aanzienlijke sommen geld waren in het ziekenhuis aan artsen overhandigd. Het zouden volgens Pimienta en haar zoon tekenen kunnen zijn van verdachte betalingen. Maar de zuster wilde uiteindelijk niet verder graven in haar geheugen. De vroedvrouwen en nonnen konden zich niets meer herinneren.

Pimienta had begrepen dat de baby’s vooral bij alleenstaande vrouwen werden weggehaald. Dat het juist haar zou zijn overkomen, begrijpt ze nog steeds niet. “We lagen met z’n vieren op een zaal. Misschien hebben ze mij er gewoon uitgepikt en had ik pech.” Niet dat zij zich er daarom bij neerlegt. Want ook nu Pimienta het einde van haar leven nadert, kan zij het raadsel rond de dood van Felix nog niet loslaten.

“Ik zou hem zo herkennen met zijn rode haar”, zegt ze. “Ik hoop dat ik hem nog zie voordat ik sterf. Misschien dat hij geen liefde voor mij voelt. Dat zou ik best begrijpen. Zijn adoptieouders hebben hem hun leven gegeven. Het waren vast mensen met geld, want ze hebben hem per slot van rekening gekocht. Zij zijn het die hem hebben opgevoed en liefde hebben gegeven.”

Al jarenlang demonstreert Pimienta iedere eerste zondag van de maand met lotgenoten in Barcelona voor opheldering van de ‘roofbaby’-zaken. Er staat vaak maar een handjevol demonstranten. De laatste tijd steeds minder, valt Pimienta op. Waarschijnlijk haalt het ook niet veel uit. “In ieder geval minder dan als ik een dure advocaat kon betalen”, zegt ze.

Dochter (51) zoekt ouders

In de vroege ochtend werd de drie dagen oude Montse Alujas in doeken gewikkeld in een café in Barcelona aan haar adoptieouders overhandigd. Met die overdracht, op 30 augustus 1968, waren 60.000 peseta’s (nu 360 euro) gemoeid, vertelden haar adoptieouders later.

“Als je als kind zo wordt weggegeven voor geld, weet je dat er iets niet in de haak is”, vertelt de nu 51-jarige Alujas op een terrasje nabij Barcelona, waar families met kinderen richting het strand slenteren.

Met 2,5 kilo was Alujas aan de kleine kant. Prematuur misschien? Haar adoptieouders kregen weinig aanvullende informatie van de tussenpersoon die hen het kind toevertrouwde. Wel kregen zij te horen dat haar biologische moeder alleenstaand was en vrijwillig afstand van haar had gedaan. Haar adoptiefamilie, die de kost verdiende met de verkoop van kip op de markt, had het niet breed, maar gaf haar een liefdevolle opvoeding, herinnert Alujas zich.

Als kind hoorde ze al dat zij geadopteerd was. Maar toen Alujas in de jaren negentig een televisieprogramma zag waar schimmige adoptiezaken aan bod kwamen, wilde ook zij haar biologische ouders vinden om te weten hoe het in haar geval was gegaan.

“Politici zeggen weleens dat een volk dat vooruit wil komen de eigen geschiedenis goed moet kennen. Ik denk dat dit voor personen ook zo is”, vertelt Alujas, “Want ik ben er toch heel onzeker door geworden. Maar ook onafhankelijk. Ik trouwde niet zoals andere meisjes al op mijn 19de, en ben jaren alleen geweest. Ik voelde het gemis van mijn biologische moeder wel sterk toen ik zelf zwanger was. Mijn adoptiemoeder kon ik niet om raad vragen, zij was zelf nooit zwanger geweest.”

Tijdens de zoektocht naar haar afkomst kwam Alujas lotgenoten tegen die ook in de San Cosme y San Damián-kliniek in Barcelona waren geboren. Ook zij liepen bij hun zoektocht tegen veel dichte deuren aan. “Toch voelde het ontzettend goed om hier niet alleen in te staan”, vertelt Alujas, die door haar naspeuringen ook in allerlei ongemakkelijke situaties terechtkwam, toen media de ‘roofbaby’-zaken breed begonnen uit te meten. Alujas: “Een tv-programma met de titel ‘Bedankt dat jullie mij adopteerden’, wilde dat ik zou langskomen met mijn vader, alsof ik een hond was die blij was met zijn baasje.”

Montse Alujas is op zoek naar haar biologische ouders. Beeld Xavier Torres-Bacchetta

DNA-sporen leidden Alujas uiteindelijk naar Galicië, Portugal en Noord-Europa waar zij verre neven en nichten vond. Dat verbaasde haar niet: “Mijn eigen kinderen zijn witter dan melk en hebben blauwen ogen!”, Alujas (nu moeder van vier), die in het rurale achterland van Tarragona woont en in een bejaarden­tehuis werkt, vindt het nog steeds moeilijk dat ze haar directe familie nooit heeft gevonden. “Ik wil alleen maar weten waar ik vandaan kom. Als ze niets van me willen weten, respecteer ik dat ook. Mijn kinderen steunen mij in mijn zoektocht, ook al beleven ze het niet zoals ik, want zij weten wel wie hun ouders zijn.”

Ondertussen maakt Alujas zich al jaren voorstellingen in haar hoofd van haar biologische ouders, vooral van haar vader. “Het maakt mij niet uit of hij overeenkomt met dit beeld maar ik zou hem zo graag eens willen zien. Als ik broers of zussen zou hebben, zou dat helemaal te gek zijn.”

Op haar profielfoto op Facebook staat zij afgebeeld als meisje en volwassen vrouw. ‘Montse Alujas. Zoekt haar familie. 27-08-68. San Cosme y San Damián. Barcelona. Ik heb DNA’, staat erbij. Naar de protestbijeenkomsten in Barcelona gaat zij niet. “De moeders hebben een ander perspectief.” Omdat hun kinderen te boek staan als overleden, hebben ze juridisch eigenlijk geen poot om op te staan. “Wij wel, ook al krijgen we nauwelijks een kans”, zegt zij.

Want Alujas is ervan overtuigd dat de Spaanse politiek niet meewerkt om de onopgehelderde zaken op te lossen, omdat uitsluitsel tot een stortvloed aan rechtszaken zou leiden. De DNA-banken in Spanje bieden volgens Alujas geen goede kwaliteit. Daarom gaat zij binnenkort een veel duurdere Amerikaanse verwantschapstest doen. Alujas weet niet of ze een ‘geroofde baby’ is, mogelijk is ze eerder een slachtoffer van een zeer ondeugdelijk adoptiesysteem waar iedereen een graantje van probeerde mee te pikken. “Misschien waren de bedoelingen aanvankelijk niet slecht”, zegt Alujas. “Maar dat er iets goed fout zat, dat is zeker.”

Eerste rechtszaak: toch geen roofbaby

Belangenverenigingen van slachtoffers schatten dat er tussen eind jaren 30 en 1990 tot 300.000 baby’s ‘geroofd’ zijn in Spanje. Moeders werd verteld dat hun pasgeborenen overleden waren, terwijl zij in werkelijkheid ter adoptie werden afgegeven aan kinderloze ouders, vaak met hulp van de katholieke kerk.

Onder het nationaal-katholicisme van dictator Franco zou dit aanvankelijk politiek gemotiveerd zijn geweest. Kinderen werden weggehaald bij republikeinen of alleenstaande moeders zodat zij een regime-gerichte opvoeding kregen. Later zou de babyroof zijn uitgemond in regelrechte handel. Vooralsnog is niet aangetoond dat er sprake was van georganiseerde babyroof.

Vorig jaar diende de eerste rechtszaak. Arts Eduardo Vela (85), die inmiddels is overleden, zat in het beklaagdenbankje omdat hij Inés Madrigal, boegbeeld van de babyroofbeweging, onrechtmatig bij haar moeder zou hebben weggehaald. Haar adoptiemoeder had vlak voordat zij stierf verteld dat zij Inés van Vela als een ‘cadeau’ had gekregen. Op het geboortecertificaat stond zij bovendien aangeduid als de biologische moeder. Vela werd schuldig bevonden aan wanpraktijken, maar niet vervolgd omdat de zaak was verjaard.

Hoewel Madrigal in beroep ging kreeg de zaak in juli plotseling een verrassende wending. Na zeven DNA-testen bleek uiteindelijk uit Amerikaans onderzoek wie haar biologische moeder was. De vrouw die in 2013 was overleden, had als alleenstaande vrouw haar dochter vrijwillig afgestaan, waarmee duidelijk werd dat Madrigal niet ‘geroofd’ was.

De zaak van Madrigal zaait twijfel bij experts of er niet eerder sprake was van ernstig falende adoptiepraktijken in plaats van een kundig toegedekt babyroofnetwerk. Madrigal liet nadien weten er nooit van overtuigd te zijn geweest dat zij geroofd was, maar zag er geen heil in dit beeld van haar te ontkrachten na de overweldigende media-aandacht voor haar als ‘roofbaby’. Madrigal pleit nu voor een deugdelijke gratis toegankelijke DNA-bank in Spanje voor mogelijke slachtoffers.

Lees ook:

Praalgraf dictator Franco ‘past niet langer in een volwassen Europese democratie’

Na jarenlang politiek en juridisch getouwtrek wordt de Spaanse dictator Franco vandaag herbegraven. Het lege mausoleum wordt wellicht een museum.  Veel franquistas namen de afgelopen tijd nog een laatste selfie met de fascistengroet bij zijn praalgraf.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden