ReportageMoria

De parkeerplaats van de Lidl is de nieuwe opvangplek voor vluchtelingen op Lesbos

De familie van de 12-jarige Samir (in rood T-shirt) is bijna alles kwijtgeraakt tijdens de brand. Ook van hun tent is niets overgebleven.Beeld Joris Van Gennip

Op Lesbos verzamelen vluchtelingen zich na de verwoestende brand in kamp Moria op een parkeerplaats van de Lidl. ‘Wat gaan ze met ons doen?’

Er dwalen alleen nog honden en katten rond in kamp Moria, tussen een spoor van kleren, groene lego-blokjes, kant-en-klaar pasta en Afghaans brood. Skeletten van ingezakte bedden staan verlaten onder resten van karton. Het ruikt naar in het vuur gepofte aardappelen. 

Een jongen zit met zijn rug naar het kamp. Hij en zijn familie – drie jonge broertjes, een zus en zijn ouders – zijn bijna alles kwijtgeraakt, inclusief hun tent in zone 8 in de olijfgaard. “Alleen de politie en de hemel zijn over”, zegt de 12-jarige Samir Rahimi. En hijzelf ook, want met zijn familie heeft hij het verbrande kamp niet verlaten uit vrees dat iemand hun weinige bezittingen – kussens, dekens, wat kleren – steelt. Sinds twee nachten slaapt hij op een van die dekens, een stukje verderop. Samir heeft vandaag nog niets gegeten. Hij neemt een pakje sesamstokjes gretig aan, maar maakt het niet open. 

Het rumoer van de straat tussen het oorspronkelijke kamp en het kamp dat later ontstond in de nabijgelegen olijfgaard is een vage herinnering. Tenten en containers zijn verbrand, maar een rij toiletten en douches staat nog overeind. Nu is het eindelijk mogelijk om er rustig naartoe te lopen, zonder vrees om verkracht of met een mes gestoken te worden – zoals het was toen het kamp nog overeind stond en onderdak bood aan 13.000 mensen.

Tenten van de Grieken

Ook op de weg tussen Moria en het kamp Kara Tepe zitten groepjes mensen te wachten. In de velden steekt er af en toe een tentzeil uit, van een van de drieduizend tenten die de Griekse autoriteiten hebben uitgedeeld aan de ex-bewoners van Moria. De meesten slapen nu op de grond, op een parkeerplaats van de Lidl, bij de weg tussen Kara Tepe en de hoofdstad van Lesbos, Mytilene. De supermarkt is sinds woensdag dicht. 

Onder de geïmproviseerde zeildoeken speelt een groepje mannen kaart, een paar kinderen hinkelen. Het is negen uur en de zon begint al te branden. “My friend, geen water, geen eten!”, klinkt het uit een van de groepjes. Sommigen hebben twee dagen niets gegeten. De weinige hulporganisaties die op het eiland zijn gebleven kunnen het niet bijbenen en kunnen mensen bovendien moeilijk bereiken door de politieblokkades. Het leger zou vandaag beginnen met een georganiseerde distributie maar dat ging niet door. Op donderdag brachten de militairen drieduizend maaltijden mee, maar volgens de gestrande mannen onder andere met eieren die niet goed meer waren. Mensen zijn er ziek van geworden.

Geen arts te bekennen

Opvang voor zieken of zorgbehoevenden is er niet, er is geen arts te bespeuren. Zodra iemand op het parkeerterrein verschijnt die eruit ziet als een hulpverlener (ook al is het een journalist) stromen de mensen toe. Een vrouw zwaait met een blisterverpakking met nog maar één tablet over.  Een man laat zijn insuline-injectoren zien: leeg. Echofoto’s verschijnen in de lucht: van drie maanden, zes maanden, acht maanden, negen maanden – de zwangere vrouw stapt voorzichtig in de richting van de kring met mensen die hun papieren al klaar hebben. Haar ogen glanzen maar ze blijven droog.

Mensen met allerlei aandoeningen verdringen zich, zwaaiend met hun persoonsbewijzen – de voorlopige documenten die niet door de brand zijn verwoest. Bij elke naam hoort een ander probleem. Elk probleem heeft een andere naam: hoge bloeddruk, overgevoeligheid voor externe geluiden, wonden die niet genezen, pijn in de borstkas. 

Weghalen

De avond tevoren is er ook al bezorgdheid en verslagenheid te horen bij groepjes mannen die zich in de buurt van de Lidl ophouden. “Wat gaan ze met ons doen? Gaan ze ons hier achterlaten?”, vraagt Ali Jaffari zich af, een Afghaan die gelaten tegen een auto leunt. Iedereen om hem heen weet dat de meerderheid van niet-begeleide minderjarigen naar het Griekse vasteland is vertrokken. Maar wat gaat er met andere kwetsbare mensen gebeuren? “Duizend mensen naar Duitsland? En honderd naar Nederland?” lacht de Afghaanse Samira Niazi gegeneerd. Wat gebeurt er met de rest?

De 12-jarige Samir Rahimi weet wat hij het liefste wil: “Ze moeten ons hier weghalen!” Hij heeft vijftien maanden in Moria doorgebracht. Zijn beetje Engels heeft hij in Kaboel geleerd; in Griekenland is hij geen enkele dag naar school geweest. Voorlopig blijft hij in zone zes van het voormalige kamp – voor hoelang?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden