De puinhopen van de Syrische stad Aleppo in 2017.

Oorlogsmisdrijven

De oorlogsonderzoekers in Syrië liggen nu zelf onder de loep

De puinhopen van de Syrische stad Aleppo in 2017.Beeld AFP

Europese fraudebestrijders constateren grootscheeps financieel gesjoemel bij onderzoek naar oorlogsmisdrijven in Syrië. ‘Ik hoop niet dat dit de vervolging van oorlogsmisdadigers in gevaar brengt.’

Diplomaten en internationale juristen zijn vaak ­lyrisch over de Commission for International Justice and AccountabilIty. ­Deze Haagse stichting doet dan ook baanbrekend werk. Met hulp van dappere medewerkers in Syrië verzamelt CIJA ­bewijs van oorlogsmisdrijven en misdaden ­tegen de menselijkheid door het bewind van de Syrische dictator Bashar al-Assad en terreurgroep Islamitische Staat. ‘Hoe de juridische jacht op Bashar al-Assad al is begonnen’ kopte Trouw in 2017 boven een stuk over CIJA.

En CIJA boekte ook inderdaad successen. Zo begon vorig maand in de Duitse stad Koblenz mede op grond van CIJA-informatie een proces tegen twee vermoede Syrische inlichtingenfunctionarissen die ervan worden beschuldigd dat ze op grote schaal hebben gemarteld.

Maar intussen blijkt het project de afgelopen jaren zelf het onderwerp te zijn geworden van een onderzoek door Olaf, de fraudebestrijdingsdienst van de Europese Unie. Financiële rechercheurs deden jarenlang onderzoek en stelden wijdverbreide onregelmatigheden vast. “Terwijl de projectpartners claimden dat ze de rechtsstaat steunden, schonden ze in werkelijkheid op grote schaal regels, met valse documenten, onregelmatige facturen en zelfverrijking”, meldde Olaf in een recent persbericht.

Onnodig door het slijk

De Europese fraudebestrijders droegen hun rapport onlangs over aan justitie in Nederland, België en Groot-Brittannië. In Den Haag ­bevestigt het Openbaar Ministerie dat het Olaf-rapport wordt bestudeerd om te kijken of er aanknopingspunten zijn voor vervolging of andere gerechtelijke stappen.

Maar Nerma Jelalic, een van de directeuren van CIJA, verzekert dat de stichting en haar medewerkers niets hebben misdaan. Zij is woedend over het onderzoek, omdat volgens haar een nobel initiatief onnodig door het slijk wordt gehaald. “Zelfs een verdachte van oorlogsmisdaden wordt beter behandeld dan hoe wij zijn bejegend door Olaf”, zegt Jelalic.

Het opmerkelijke verhaal begint in 2011, als Syrië afdaalt in een bloedige spiraal van ­geweld. De Canadese oorlogmisdrijvenexpert Bill Wiley geeft in die tijd met zijn bedrijfje Tsamota, gevestigd in Londen, training aan ­Syrische mensenrechtenactivisten. De oud-­legerofficier vindt daarbij de Britse ex-diplomaat Alistair Harris en diens bedrijfje ARK, dat opereert vanuit Dubai, aan zijn zijde.

Het idee ontstaat om een particuliere organisatie op te zetten om strafdossiers op te bouwen over de gruwelen in Syrië. Het plan komt voort uit frustratie over de onmacht van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Berechting door het Strafhof is uitgesloten, omdat ­Syrië daar geen lid van is. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zou wel naar het Hof kunnen verwijzen, maar dat gebeurt niet, ­omdat Assads bondgenoot Rusland daar een veto over zou uitspreken.

Wiley, die zich opwerpt als drijvende kracht achter het initiatief, hoopt dat Assads regime wordt verdreven en dat de dictator en diens handlangers daarna in eigen land kunnen ­worden berecht. Als dat niet lukt, zou een ­internationaal tribunaal hun kunnen berechten, of zouden aanklagers in andere landen wellicht vervolging kunnen instellen. Samen met ­anderen zet Wiley in Den Haag de Syrian Commission for Justice and Accountabily op, die later wordt omgedoopt tot ­Commission for International Justice and ­Accountability (CIJA).

Bewondering en discussie

Het is een gewaagde operatie. Medewerkers in Syrië interviewen te midden van het oorlogsgeweld, getuigen maken foto’s en video’s en smokkelen honderdduizenden overheidsdocumenten het land uit. Om repercussies van kwaadwillenden te voorkomen, verzoekt ­Wiley journalisten die hem interviewen niet te onthullen waar zijn kantoor zich bevindt. “Wij doen in feite alles wat normaal gesproken door een aanklager wordt gedaan”, vertelt hij in 2017 aan Trouw.

Het project roept onder internationale strafrechtjuristen meteen, naast bewondering, ook discussie op. Want het werk in Syrië is levensgevaarlijk. Meerdere Syrische medewerkers van de stichting raken gewond en twee komen om. Ook vragen sommige experts zich af of het wel wijs is om een particuliere organisatie strafdossiers te laten opbouwen. Rechters zouden zo het zicht kunnen verliezen op de werkwijze en ethiek.

En dan is er nog de persoonlijkheid van ­Wiley. Want de Canadese oud-legerofficier is niet alleen een door de wol geverfde oorlogsmisdrijvenonderzoeker, die onder meer bij het Joegoslavië-tribunaal, het Rwanda-tribunaal en het Internationaal Strafhof heeft gewerkt, en die weet hoe je een gedegen strafdossier ­opbouwt. Hij is ook een zelfverklaard libertariër, die grossiert in krachttermen en die een afkeer heeft van overheden, bureaucratie en belastingen. “Openbare instellingen zijn volledig gevuld met dood hout”, foetert hij tijdens een lezing in Florence.

Bill Wiley, libertariër en door de wol geverfd oorlogsmisdrijvenonderzoeker.Beeld Sander de Wilde

Maar de afkeer van de wandaden in Syrië is groot en het enthousiasme overheerst. Het project krijgt financiële steun van westerse landen en van de EU, en het budget van de stichting loopt op tot rond 6 miljoen euro per jaar. Ook Nederland gaat het project later steunen met een subsidie van 2,8 miljoen over de periode van 2017 tot 2021.

“Ik kende Bill sinds 2001, toen we collega’s waren bij het Rwanda-tribunaal”, vertelt de Amerikaanse oud-diplomaat Stephen Rapp, die betrokken was bij het begin van het project en die hielp om er Amerikaans geld voor los te peuteren. “Ik wist dat Bill een heel effectieve onderzoeker is.”

Intussen blijven Tsamota, het eigen bedrijfje van Wiley, en ARK, de firma van ex-diplomaat Harris, in de opstartfase nauw betrokken bij het project. Zo komt donorgeld een tijd lang binnen via ARK. Tsamota geeft trainingen aan activisten die op onderzoek gaan in Syrië. En volgens Wiley schiet zijn bedrijfje ook geld voor, omdat donorsteun op zich laat wachten.

Volgens een ‘Briefing Note’ waarin de stichting in 2013 uitlegt wat zij doet, ondersteunen de twee firma’s het project op ‘non-profit-­basis’. De bedrijfjes zorgen er volgens de notitie voor dat het donorgeld goed terechtkomt en dat een fatsoenlijke boekhouding wordt bijgehouden.

Inspectie door Olaf-rechercheurs

Hoe dit in de praktijk precies uitpakt, is voor buitenstaanders lastig te achterhalen. En waarom de fraudebestrijders later het project onder de loep nemen, is ook onduidelijk. Maar helder is wel dat Olaf-rechercheurs in het voorjaar van 2015 overgaan tot een inspectie op het hoofdkantoor van CIJA. Ze eisen inzage in documenten.

“We moesten allemaal naar een vergaderzaal”, vertelt een ex-medewerker die erbij was. “We dachten dat er misschien een veiligheids­incident was, of een oefening of zo. Maar het was een bezoek van Olaf. Na een paar uur kwam Bill naar ons toe. Hij was woedend en zei dat het allemaal met eerdere activiteiten in Irak te maken had, en niks met CIJA. We hoefden ons geen zorgen te maken, ze zouden niks vinden. Hij noemde de Olaf-onderzoekers een stel idioten.”

Volgens Wiley’s mededirecteur Jelalic volgt later dat jaar een tweede gespannen ontmoeting met een Olaf-delegatie. Aanleiding is volgens Jelalic dat de rechercheurs in het kader van hun onderzoek de namen van een aantal CIJA-medewerkers in Syrië aan een geldschieter hebben gemaild. CIJA maakt daar bezwaar tegen, omdat het de levens van de Syriërs in gevaar zou brengen, maar de stichting krijgt nul op het rekest.

De strijdlustige Wiley stuit in de perikelen met de Europese fraudewaakhond op de ervaren Olaf-onderzoeker Daniel Iarossi. Deze Italiaan werkt al jaren bij de dienst en is gespecialiseerd in gesjoemel met hulpgeld. Zo heeft hij eerder met succes een groot onderzoek afgerond naar een miljoenenfraude bij een werklozenproject op Sicilië.

Een indrukwekkende lijst met onregelmatigheden

Dat Iarossi en zijn collega’s bijtertjes zijn, zal Wiley in de jaren daarna merken. Want zijn persoonlijke bedrijfje Tsamota rondt tegen het einde van 2015 in Syrië’s buurland Irak, los van CIJA, een project af ter verbetering van rechtenopleidingen aan Iraakse universiteiten, een klus die is gefinancierd door de Europese Commissie. Tsamota heeft daarvoor dan al ruim een miljoen euro ontvangen van de Commissie, maar de laatste betaling van 254.000 euro blijft uit. Als Tsamota bij een rechtbank in Brussel een proces begint om het geld op te ­eisen, blijkt dat de Commissie weigert uit te keren omdat Tsamota wordt verdacht van malversaties. De Commissie wil onderzoeksconclusies van Olaf afwachten.

Het draait uit op een jarenlang juridisch ­gevecht, dat lang uit de publiciteit blijft. De rechtbank doet op 17 januari 2020 uitspraak en stelt bij het Irak-project geen fraude vast. Volgens het gerecht is de lijst door Olaf vastgestelde onregelmatigheden wel ‘indrukwekkend’ en blijft er een suggestie van fraude, maar krijgt Tsamota het voordeel van de twijfel. Tegelijk bepaalt de rechter dat de EU vanwege alle onregelmatigheden de resterende 254.000 euro niet hoeft uit te keren en dat Tsamota 379.000 euro moet terugbetalen, omdat dit geld ten onrechte in rekening is ­gebracht.

Als Wiley door Trouw wordt geconfronteerd met vragen over de verwikkelingen met Olaf, wil hij alleen per e-mail communiceren en wil hij alleen vragen beantwoorden over de rechtszaak tussen zijn eigen bedrijfje en de EU. Hij benadrukt dat het Irak-project los stond van CIJA. Hij meldt bovendien dat zijn bedrijfje het vonnis betwist en in beroep is gegaan. De woordvoering over CIJA laat hij over aan zijn medebestuurder Jelalic.

Die ontkent telefonisch dat iemand van ­CIJA iets onoorbaars heeft gedaan en beklaagt zich er over dat het Olaf-onderzoek jaren heeft geduurd. De rechercheurs zijn volgens haar een stel klunzen. “Ik heb met ze te maken ­gekregen en hun aanpak kan alleen maar worden omschreven als de Laurel en Hardy-show.”

Tot woede van Jelalic en Wiley publiceert Olaf op 24 maart 2020 een persbericht over zijn onderzoeksconclusies. De dienst adviseert justitie in Nederland, België en Groot-Brittannië om te kijken of vervolgd kan worden voor mogelijke fraude en valsheid in geschrifte. Ook dringt Olaf er bij de Europese Commissie op aan om bijna 2 miljoen euro terug te vorderen die aan subsidie is verstrekt voor het Syrië-project.

Fundamentele eerlijkheid

Hoewel Olaf geen namen noemt en onduidelijk blijft hoe de zaak precies in elkaar steekt, brengt de verklaring de tongen in ­beweging in de Haagse wereld van het internationale recht. Als de Belgische krant La Libre vervolgens op 5 mei ook nog eens bericht over het vonnis tegen Wiley’s bedrijfje, en het Olaf-speurwerk dat daaraan ten grondslag ligt, groeit de ongerustheid in de kring van diplomaten en juristen rond CIJA.

“Wij zijn op de hoogte van het Olaf-rapport”, zegt een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken. “We wachten af wat het OM ermee doet.”

Direct na de persverklaring van Olaf vraagt voormalig topdiplomaat Stephen Rapp, die voorzitter is van de beleidsadviesraad van ­CIJA, de stichting om opheldering. Volgens de Amerikaan krijgt hij daarop van Wiley een vertrouwelijk memo. Rapp zegt daaruit op te ­maken dat de beschuldigingen waarschijnlijk vooral de opstartfase van het initiatief betreffen en zich hoofdzakelijk richten op ARK, het Dubaise bedrijfje van oud-diplomaat Harris. “Het memo was ‘for your eyes only’. Ik heb ­alleen een samenvatting gedeeld met de andere leden van de raad.”

Rapp zegt nog steeds te geloven in de ‘fundamentele eerlijkheid’ van het project, al maakt hij zich wel ‘ernstige zorgen’ over de mogelijke gevolgen van het Olaf-onderzoek. Hij wijst er op dat CIJA geregeld informatie geeft aan opsporingsdiensten in westerse landen. Rapp: “Ik hoop niet dat dit de vervolging van oorlogsmisdadigers in gevaar brengt.”

De naam van de anonieme ex-medewerker van CIJA is bekend bij de hoofdredactie.

Lees ook:

In Koblenz wordt vandaag de eerste stap gezet naar gerechtigheid voor de slachtoffers van Assad

Donderdag begint in de Duitse stad Koblenz de eerste rechtszaak tegen twee folteraars van het Assad-regime. ‘Dit geeft ons hoop dat we de juiste richting op gaan.’

Hoe de juridische jacht op Bashar al-Assad al is begonnen

Terwijl de oorlog in Syrië nog volop woedt, verzamelen activisten alvast bewijzen voor vervolging van president Assad. ‘Wij doen alles wat normaal gesproken door een aanklager wordt gedaan.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden