Een lid van de Revolutionaire Garde (l) samen met een geestelijke (r) in Sarpol-e Zahab, Iran, in 1980, tijdens de Irak-Iranoorlog.

Iran

De lange tentakels van de Revolutionaire Garde wekken de toorn van de demonstranten

Een lid van de Revolutionaire Garde (l) samen met een geestelijke (r) in Sarpol-e Zahab, Iran, in 1980, tijdens de Irak-Iranoorlog.Beeld Kaveh Kazemi/Getty Images

De demonstranten die in Iran de straat opgaan willen een einde aan het regime. Maar dat regime wordt beschermd door een speciale strijdmacht: de Revolutionaire Garde. Wie zijn zij?

Isabel Bolle

Na bijna drie maanden van protesten gaan er in Iran nog dagelijks demonstranten de straat op, met gevaar voor eigen leven. Dat de demonstraties nog altijd niet afnemen getuigt van een woede die diep zit. De woede van de demonstranten richt zich niet alleen op de hoogste leider van het land, ayatollah Ali Khamenei, maar ook op de Revolutionaire Garde. Die is voor de demonstranten net zo representatief voor het onderdrukkende systeem waarvan ze zich willen verlossen. Al sinds de oprichting van de Islamitische Republiek zijn de geestelijke orde en de Revolutionaire Garde onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Door heel Iran worden de strijdkrachten van de Garde ingezet om demonstraties uit elkaar te slaan, meestal met dodelijke gevolgen. In de leuzen die de demonstranten schreeuwen komt de woede over de Garde regelmatig naar voren. ‘Jullie zijn erger dan Islamitische Staat’, is een van de populaire slogans die in steden door heel het land worden gebruikt, zo blijkt uit beelden op sociale media.

Bij de demonstraties zijn al honderden mensen gedood. De Revolutionaire Garde is door heel Iran betrokken bij het neerslaan van de protesten.  Beeld AFP
Bij de demonstraties zijn al honderden mensen gedood. De Revolutionaire Garde is door heel Iran betrokken bij het neerslaan van de protesten.Beeld AFP

Dat de Garde actief is in het neerslaan van protesten, naast de reguliere veiligheidsdiensten, is mogelijk door de enorme groei en professionalisering die ze heeft doorgemaakt sinds de oprichting meer dan veertig jaar geleden. Inmiddels telt de Garde, zo schat het Internationale Instituut voor Strategische Studies, ruim 125.000 manschappen, onderverdeeld in grondtroepen, een marine en een luchtmacht. De Garde opereert parallel aan het Iraanse leger, dat zo’n 350.000 manschappen telt. Er zijn afspraken tussen beide strijdkrachten over wie waar opereert; zo vaart de marine van de Revolutionaire Garde vooral rond in de Perzische Golf, de reguliere marine in de Kaspische Zee.

De strijdmacht werd opgericht in de nasleep van de revolutie die in 1979 een einde maakte aan de heerschappij van sjah Mohammad Reza Pahlavi. Het bewind van de sjah sneuvelde door een gemêleerd verzet – islamisten, socialisten, communisten en nationalisten gingen meer dan een jaar lang de straat op uit protest – en werd vervangen door een nieuwe autoriteit die slechts een van de groepen vertegenwoordigde: ayatollah Ruhollah Khomeini. Al snel werden de linkse en nationalistische oppositie, die voorheen samen met de islamisten de straat opgingen, gevangen gezet of verjaagd.

Ayatollah Ruhollah Khomeini keerde op 1 februari 1979 terug na zijn ballingschap in Irak en Frankrijk. Hier wordt hij begroet door een groep volgelingen in Teheran.  Beeld AP
Ayatollah Ruhollah Khomeini keerde op 1 februari 1979 terug na zijn ballingschap in Irak en Frankrijk. Hier wordt hij begroet door een groep volgelingen in Teheran.Beeld AP

Iran was niet langer een monarchie maar een theocratie, en een die haar eigen beschermers nodig had, vond Khomeini. Het regeringsleger kon niet vertrouwd worden met de bescherming van de nieuwe geestelijke orde. Hoewel de reguliere militairen hadden aangegeven een neutrale macht te blijven, waren de geestelijken niet overtuigd van hun loyaliteit.

Een revolutie of staatsgreep, zo liet de recente Iraanse geschiedenis zien, kon immers zo om de hoek liggen, en wat zou het leger dan beletten om Khomeini en de zijnen af te zetten? Het was tenslotte eerder gebeurd: in 1953 was het leger – samen met de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk – betrokken bij het afzetten van premier Mohammad Mosaddegh om zo het bewind van de sjah te versterken.

Rol verankerd in de grondwet

Dus moest er een alternatieve legermacht komen die zich compleet zou wijden aan het beschermen van het nieuwe regime. In april 1979, kort na een referendum dat vaststelde dat Iran een Islamitische Republiek zou worden, werd de Revolutionaire Garde door Khomeini per decreet opgericht. Een jaar later werd hun rol verankerd in een nieuwe grondwet.

Anderhalf jaar na het uitroepen van de Islamitische Republiek begon de oorlog met Irak en werden de gardisten, net als het leger, ingezet in de strijd. De oorlog, die maar liefst acht jaar lang zou duren, leidde aan zowel Iraanse als Iraakse zijde tot een gigantisch aantal slachtoffers – schattingen gaan uit van een half miljoen tot meer dan een miljoen doden – en liet diepe littekens achter in beide landen. Ondanks de grote verliezen die ook de Revolutionaire Garde leed, was de oorlog een cruciaal moment in de ontwikkeling van het korps; wat eerst een verzameling van bijeengeraapte milities was, werd met de jaren aan de frontlinie omgevormd tot een gestroomlijnde strijdmacht.

De achtjarige oorlog tussen Irak en Iran was een van de dodelijkste oorlogen van de twintigste eeuw.  Beeld AFP
De achtjarige oorlog tussen Irak en Iran was een van de dodelijkste oorlogen van de twintigste eeuw.Beeld AFP

Met veel slachtoffers als gevolg: de veelal jonge soldaten van de Garde werden door de autoriteiten aangespoord om te strijden voor een ‘goddelijke zaak’ – met name de leden van de Basij, de paramilitaire vrijwilligerstak van de Revolutionaire Garde, gaven graag gehoor aan deze oproep om de revolutie te ‘beschermen’. Vaak waren er ook geestelijken aanwezig in de loopgraven om de jongeren moed in te praten.

Hoge overlevingskansen waren er niet; een van de tactieken die de Revolutionaire Garde herhaaldelijk inzette was de charge van duizenden – vaak slecht bewapende – soldaten op Iraakse posities. De meeste soldaten in deze ‘menselijke golven’ kwamen niet ver. Ze werden neergemaaid door machinegeweervuur van de vijand of sneuvelden door mijnen die verspreid lagen in het niemandsland tussen de loopgraven.

Geen enkele kans

In zijn boek Vanguard of the Imam citeert Afshon Ostovar, een historicus gespecialiseerd in de Revolutionaire Garde, een Iraakse officier die beschrijft hoe veel van de Iraanse jongeren – onder wie nog tieners – geen enkele kans hadden. “Ze kwamen op ons af als een menigte die op een vrijdag uit een moskee komt. Na niet al te lang vuurden we slechts nog op dode mannen. Sommigen lagen over het prikkeldraad heen gedrapeerd, anderen in stapels op de grond nadat ze op mijnen waren gestapt”, vertelt hij.

Door de enorme omvang van de aanvallen lukte het ondanks de gigantische verliezen in het begin van de oorlog sommige Iraakse posities te overrompelen, wat ervoor zorgde dat de tactiek de rest van de oorlog ingezet bleef worden, met enorme dodenaantallen aan Iraanse zijde als gevolg.

In 1988 kwam er, nadat de frontlinies van beide legers jarenlang amper waren opgeschoven, een einde aan de oorlog. De leden van het korps die het overleefd hadden, waren omgevormd tot een gehard en ervaren gevechtsapparaat. Ook zorgde de oorlog ervoor dat het beeld dat Khomeini in 1979 van de Revolutionaire Garde had neergezet – als verdediger van Iran en van de revolutie – verstevigd werd.

Volgens Ali Ansari, hoofd van het Instituut van Iraanse Studies aan de Schotse universiteit van St. Andrews, had de oorlog een ‘enorme’ invloed op de status van de Revolutionaire Garde. “Ze hebben de oorlog heel effectief ingezet om hun positie in de Iraanse politiek en maatschappij te versterken en uit te breiden”, vertelt hij. Iets dat in de laatste decennia niet door iedereen even enthousiast werd ontvangen, meent Ansari. “De Revolutionaire Garde presenteert zichzelf graag als de sleutel tot bepaalde successen op het strijdveld, iets dat serieus wordt betwist door het reguliere leger”.

Verdienen aan de auto- en ooglaserindustrie

Na de oorlog verankerde de Revolutionaire Garde zich steeds dieper in de Iraanse maatschappij, met name door de steeds grotere rol die de Garde speelde in de economie van het land. Met de aanmoediging van toenmalig president Ali Akbar Hashemi Rafsanjani kreeg de organisatie een grote rol in de heropbouw van het land. Het korps kreeg de controle over enkele fabrieken en richtte verschillende bedrijven op die zich richtten op infrastructuur, transport, mijnbouw en landbouw.

Opdrachten vanuit de overheid werden regelmatig aan deze bedrijven toevertrouwd zonder dat er enige aanbestedingsprocedure plaatsvond, en zo kon de Revolutionaire Garde zijn economische positie in rap tempo uitbreiden. Inmiddels oefent het korps invloed uit in – en verdient rijkelijk aan – bijna elke sector van de Iraanse markt, waaronder de vastgoed-, ooglaser-, en auto-industrie.

Leden van de Revolutionaire Garde nemen jaarlijks deel aan een militaire parade ter herinnering aan de Irak-Iranoorlog. Deze parade vond plaats in 2019, oud-president Hassan Rohani kijkt toe.  Beeld AFP
Leden van de Revolutionaire Garde nemen jaarlijks deel aan een militaire parade ter herinnering aan de Irak-Iranoorlog. Deze parade vond plaats in 2019, oud-president Hassan Rohani kijkt toe.Beeld AFP

Volgens sommige schattingen, exacte cijfers zijn niet bekend, heeft het economische imperium van de Revolutionaire Garde mogelijk een waarde van meer dan de helft van de hele Iraanse economie. De invloed van de Revolutionaire Garde in de politiek is ook merkbaar: veel burgemeesters- en ministersposten en parlementszetels worden door veteranen bezet.

Bemoeienis in het buitenland

Naast de invloed die het korps in eigen land uitoefent is een deel van de organisatie ook gericht op het beïnvloeden van wat er in het buitenland gebeurt. Een van de belangrijkste takken van de Revolutionaire Garde is de Quds-eenheid, die naar schatting tussen de vijf- en twintigduizend leden telt, en zich richt op geheime en militaire operaties buiten Iran. De eenheid onderhoudt nauwe banden en levert wapens aan onder andere Hezbollah in Libanon en de Houthi’s in Jemen, en is ook actief in Syrië, waar er wordt meegestreden aan de zijde van president Bashar al-Assad.

De oud-leider van de Quds-eenheid, Qassem Soleimani, werd door sommige politieke analisten na Khamenei als machtigste man van Iran gezien. Hij werd in 2020 gedood door een Amerikaanse drone-aanval.

De voormalige leider van de Quds-eenheid, Qassem Soleimani, werd in 2021 gedood in een Amerikaanse drone-aanval.  Beeld via Reuters
De voormalige leider van de Quds-eenheid, Qassem Soleimani, werd in 2021 gedood in een Amerikaanse drone-aanval.Beeld via Reuters

Na een geschiedenis van meer dan veertig jaar is de positie van de Revolutionaire Garde momenteel nog altijd ‘erg sterk’, concludeert deskundige Ansari: “Als ideologische hoeders van de revolutie hebben ze het oor van Khamenei”.

De geestelijken en hun beschermers zijn volgens hem ‘steeds meer’ van elkaar afhankelijk – beiden houden stand bij de gratie van de ander. Tijdens eerdere protestgolven in 2009 en 2019 was het de Revolutionaire Garde, waaronder vooral de Basij, die met veel geweld de demonstraties neersloeg en zo de grip van geestelijke orde op het land veiligstelde.

Het is een tactiek die nu opnieuw wordt toegepast, met inmiddels meer dan vierhonderd dodelijke slachtoffers als gevolg, zo melden Iraanse mensenrechtenorganisaties. Naar verwachting zal dat dodental verder oplopen. De demonstranten zijn nog lang niet bereid de strijd te staken, een strijd die zich dus niet alleen richt tegen het bewind van Khamenei, maar ook tegen de Revolutionaire Garde. Want als de demonstranten de val van het regime willen, zal dat ook de val van de Garde moeten betekenen, die nog altijd tussenbeide staat.

Officiële naam

Hoewel de officiële naam van de Revolutionaire Garde in het Perzisch ‘Korps van de Wachters van de Islamitische Revolutie’ (sepah-e pasdaran-e enghelab-e islami) is, wordt de elite-eenheid in internationale media vaak aangeduid als het Korps van de Iraanse óf Islamitische Revolutionaire Garde, dat vervolgens weer wordt verkort tot IRGC. In Iran zelf wordt ook vaak de verkorte versie Sepah of Pasdaran gebruikt.

Lees ook:

Het Iraanse regime heeft er een dagtaak aan: protestkunst verwijderen

De protesten in Iran zijn al meer dan twee maanden bezig en lijken niet af te nemen. Demonstranten verzetten zich op allerlei manieren fel tegen het regime. Ook door straatkunst.

Is de moraalpolitie in Iran nu afgeschaft, of toch niet?

De moraalpolitie is ‘gesloten’, meldde de Iraanse procureur-generaal. Wat dit betekent, is voer voor speculaties.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden