Noord- en Zuid-Korea

De hereniging tussen Noord- en Zuid-Korea is verder weg dan ooit. Hoe kan dat?

De Noord-Koreaanse leider leader Kim Jong-un en de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in ontmoetten elkaar in april 2018.Beeld Photo News

De opdeling van Zuid- en Noord-Korea zou in de oorspronkelijke plannen slechts vijf jaar duren. Maar precies 75 jaar na dato is hereniging verder weg dan ooit. Hoe is dat zo gekomen?

Bevrijdingsdag is een vreemde feestdag op het Koreaanse schiereiland. De Zuid-Koreanen vieren de ‘dag dat het licht terugkeerde’ met feesten, fototentoonstellingen en een officiële ceremonie waarbij de president aanwezig is. De Zuid-Koreaanse vlag wordt uit alle gebouwen gehangen en er wordt stilgestaan bij de vrijheid en welvaart die het land nu geniet, maar ook bij de periode van brute Japanse kolonisatie (1910 – 1945) die aan de onafhankelijkheid voorafging. Mensen die afstammen van onafhankelijkheidsstrijders krijgen gratis toegang tot openbaar vervoer en musea. Er is een officieel lied dat gezongen wordt en bepaalde gevangenen krijgen gratie op de feestdag.

In het dictatoriale Noorden is het populair om te trouwen op de ‘Dag van de Bevrijding van het Vaderland’, maar er worden ook feestjes en nu en dan een militaire parade georganiseerd. Vaak zijn er massale groepsdansen in traditionele kledij en in het grootste park van Pyongyang vinden veel picknicks met zang en dans plaats. Maar behalve driekwart eeuw bevrijding van Japan is het zaterdag ook 75 jaar geleden dat Korea verdeeld werd in een noordelijk, socialistisch en een zuidelijk, kapitalistisch deel.

Het feit dat het de enige nationale feestdag is die beide Korea’s vieren, spreekt boekdelen over hoe de twee landen van elkaar vervreemd zijn geraakt. Dat terwijl de opdeling in een noordelijk en zuidelijk Korea maximaal vijf jaar had moeten duren. In beide landen wordt veel gesproken over toekomstige hereniging en Seoul kent sinds 1969 zelfs een heus ministerie van Eenwording en een commissie die nog steeds gouverneurs aanstelt voor Noord-Koreaanse provincies. Hoe kan het dat die hereniging in 75 jaar tijd nooit is gelukt?

Het Koreaanse schiereiland was vanaf 918 een millennium lang een onafhankelijke natie, dat in die tijd slechts twee dynastieën kende. Begin twintigste eeuw kwam een einde aan die zelfstandigheid, toen het land gekoloniseerd werd door Japan. De overheerser gebruikte Korea niet alleen als wingewest voor het eigen land, ook werd getracht de Koreaanse cultuur te zuiveren. De Koreaanse taal werd in de ban gedaan, steden en personen moesten Japanse namen aannemen, de intellectuele elite werd gezuiverd en Koreanen werd hoger onderwijs onthouden. Historici hebben dit proces ‘culturele genocide’ genoemd.

Het kwam deels door de Japanse kolonisatie dat Korea na de Tweede Wereldoorlog geen autonomie werd gegund. De geallieerden spraken al in 1943 af dat Korea onafhankelijk diende te worden na de capitulatie van Tokio. Maar omdat de Japanners de Koreaanse cultuur en elite zo hard onderdrukt hadden, werd het land nog niet klaar geacht zichzelf te besturen. De geallieerden spraken in 1945 af dat het land onder een ‘trusteeship’ kwam te staan, waarbij het noorden door de Sovjet-Unie bestuurd zou worden en het zuiden door de Verenigde Staten.

De jaren veertig en vijftig: een haastig geïmproviseerde grens

Waar de grens tussen beide zones moest komen, werd op 10 augustus overgelaten aan de jonge Amerikaanse officiers Dean Rusk en Charles Bonesteel. Geen van de twee was een Korea-expert en het kwam ook niet in ze op een deskundige om raad te vragen. Ze trokken zich terug in een kamer met een uit National Geographic geknipte plattegrond en kozen de 38ste breedtegraad, omdat die het land ruwweg in twee gelijke helften deelde.

De grens was arbitrair: alle industrie kwam in Noord-Korea te liggen, alle akkerland in het zuiden en tal van families raakten van elkaar gescheiden. De opdeling was echter tijdelijk bedoeld: binnen hooguit vijf jaar zouden verkiezingen op het hele schiereiland georganiseerd worden, waarna de Koreanen zelf een regering mocht kiezen. De Amerikaanse gezagvoerders van Rusk en Bonesteel gingen akkoord en – tot ieders verbazing – de Sovjet-top ook.

De verkiezingen die voor hereniging moesten zorgen, kwamen er nooit. De Sovjet-Unie weigerde Amerikanen toegang tot de eigen zone en bedacht steeds bezwaren tegen een stembusgang. In augustus 1948 werd in de zuidelijke zone de onafhankelijke Republiek Korea uitgeroepen. Dit gebaar maakte duidelijk dat hereniging er voorlopig niet in zat. Een geïrriteerd Pyongyang riep een paar weken later de Democratische Volksrepubliek Korea uit. 

Slechts eenmaal was een poging tot hereniging bijna succesvol. In juni 1950 viel de Noord-Koreaanse dictator Kim Il-sung Zuid-Korea binnen, in de hoop gewapenderhand het hele schiereiland onder zijn bewind te brengen. Hij veroverde bijna heel Zuid-Korea, tot een VN-commando Seoul te hulp schoot en Kims legers terug de 38ste breedtegraad over drong. Nu was het de beurt aan de westerse militairen Noord-Korea te veroveren, maar voor dit lukte greep communistisch China in. 

Beide landen hadden na een gesloten wapenstilstand niet de luxe om over hereniging na te denken, het hele schiereiland lag in puin. Noord-Korea was platgebombardeerd. Deze genadeloze luchtaanvallen zouden traumatisch zijn voor de Noord-Koreaanse bevolking en zorgden voor een intens wantrouwen jegens de Amerikanen.

Vanaf de jaren vijftig: aan weerszijden van de Koude Oorlog

De Koude Oorlog, waarvan de Koreaanse Oorlog het eerste ‘hete’ conflict was, ging na 1953 onverminderd voort. Beide Korea’s, die een millennium lang één land hadden gevormd, bevonden zich ineens aan weerszijden van een mondiale ideologische strijd. Hereniging was heel ver weg.

Een factor die de inter-Koreaanse vijandschap verder versterkte was de staatsgreep van majoor-generaal Park Chung-hee in Zuid-Korea in mei 1961. Hij stond bekend als een kundig militair én was al even rabiaat anticommunistisch als zijn voorganger Syngman Rhee.

Noord-Korea zag de coup d’état van een door de wol geverfde legerleider als Park met lede ogen aan. Pyongyang reageerde op de machtsovername met het afkondigen van ‘vier militaire lijnen’, die neerkwamen op de fortificatie van het land en militarisering van de hele bevolking. 

De jaren zestig: economisch omgekeerde ontwikkelingen

Het waren echter niet de militaire kwaliteiten waarmee Park de geschiedenisboeken inging. Onder zijn presidentschap (1961 – 1979) transformeerde Zuid-Korea van verpauperd derdewereldland tot een van de vier Asian Tigers, dat miljardenconcerns als LG, Samsung en Hyundai voortbracht. 

Terwijl de Zuid-Koreaanse economie steeds hogere pieken toonde, werd eind jaren tachtig ten noorden van de grens een omgekeerde ontwikkeling zichtbaar. Omdat Kim Il-sung zo veel geld stopte in defensie en propaganda en weigerde te tornen aan de centraal geleide planeconomie zag de gemiddelde Noord-Koreaan weinig economische ontwikkeling in zijn of haar leven. Noord-Korea werd in feite draaiende gehouden door hulp uit de Sovjet-Unie, China en andere socialistische bondgenoten. Toen dit wegviel werd pas goed duidelijk hoe zelfredzaam Noord-Korea eigenlijk was.

Met de val van de Berlijnse Muur (1989), de Sovjet-Unie (1991) en het communisme in Oost-Europa werd verwacht dat Korea spoedig zou volgen. Het archaïsch-stalinistische Kim-regime zou ten val komen, waarna het Noord-Koreaanse grondgebied zou worden ‘geabsorbeerd’ door Zuid-Korea – en de hereniging een feit was.

Beeld Louman & Friso

Na 1989: Noord-Korea graaft zich in met eigen kernwapens

De val van het communisme zorgde er juist voor dat het Kim-regime probeerde het eigen hachje te redden en Noord-Korea als staat ging versterken. Met het wegvallen van de Russische nucleaire paraplu werd direct meer geïnvesteerd in een eigen kernwapenprogramma – om zo zichzelf te kunnen verdedigen tegen een militaire interventie. De Sovjetsteun viel weg, maar nog enkele jaren was China bereid het gat op te vullen. 

Noord-Korea identificeerde zich inmiddels allang niet meer met de oude communistische bondgenoten. Het behield zaken die behulpzaam waren voor het strak in handen houden van de macht (dictatuur, propaganda, centraal geleide economie), maar de Kims begonnen zich te associëren met heersers als de Assads (Syrië), Saddam Hoessein (Irak) en Muammar Kadafi (Libië).

Het Kim-bewind behandelt Noord-Korea en de 25 miljoen burgers als hun persoonlijk bezit. Het wil vasthouden aan de eigen macht. Hereniging brengt dat alleen maar in gevaar.

Dat laatste bleek in 1994, toen Noord-Korea werd getroffen door een hongersnood die aan honderdduizenden mensen het leven kostte. Burgers moesten zichzelf zien te redden, meestal door te vluchten of tijdelijk te werken in China en terug te keren met eten en geld – wat formeel verboden was. 

De jaren negentig: toenadering tot de ‘vijand’

De redding kwam uit onverwachte hoek: de Verenigde Staten sloten in 1994 een deal waarbij Pyongyang het kernwapenbestand bevroor in ruil voor noodhulp en energieleveranties. Vier jaar later volgde de Zuid-Koreaanse regering met het ‘Zonneschijnbeleid’. Seoul wilde laten zien dat een open houding naar de wereld meer opleverde dan het vijandige isolement. Ook dachten beide partijen dat Noord-Korea toch op zijn laatste benen liep – en werd daarom niet te moeilijk gedaan over royale steun.

Zuid-Koreaanse toeristen mochten naar het noorden, er werd economische samenwerkingen aangegaan, Noord-Korea kreeg flinke bedragen overgemaakt en er vond in 2000 voor het eerst een top tussen beide Koreaanse staatshoofden plaats. De Zuid-Koreaanse president Kim Dae-jung kreeg er de Nobelprijs voor de Vrede voor. 

Tijdens de Zonneschijnjaren werden voor het eerst reünies georganiseerd tussen families die aan weerszijden van de grens waren beland. 

Vanaf 2000: steun gestoken in kernwapens

De twee gulle deals bereikten precies het tegenovergestelde van wat zij beoogd hadden. Na het stabiliseren van de humanitaire situatie stak Pyongyang het geld dat het verdiende met de toenadering in het in het geniep weer opstarten van het kernwapenprogramma.

In 2006 testte Noord-Korea voor het eerst een atoombom – waarmee het Zonneschijnbeleid snel ten einde kwam. Het land gebruikte de politiek die bedoeld was de landen te herenigen juist om de eigen staat te versterken en verder te isoleren.

Daarmee zijn sinds 2006 de vooruitzichten op hereniging verder weg dan ooit. De jaren hierop nam de internationale gemeenschap de militaire ontwikkelingen onvoldoende serieus om te voorkomen dat Pyongyang in 2017 zijn militaire doelen voltooide. Allereerst werd dat jaar een waterstofbom getest, vele malen krachtiger dan een atoombom. Nog belangrijker: in november werd met succes een ballistische raket gelanceerd die het hele Amerikaanse en Europese vasteland kan treffen. Het gevaar van een buitenlandse invasie was daarmee afgewend.

Sinds zijn aantreden in mei 2017 heeft de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in, wiens ouders tijdens de Koreaanse Oorlog van Noord- naar Zuid-Korea vluchtten, het een van zijn topprioriteiten gemaakt om Seoul en Pyongyang nader tot elkaar te brengen.

Dit heeft een paar mooie beelden opgeleverd van Kim en Moon die samen de grens overstappen – en later van Kim en Trump die elkaar de hand schudden. Het heeft Noord-Koreaanse nucleaire ontwapening echter geen stap dichterbij gebracht, laat staan hereniging.

Het heden. Hereniging: ook een praktisch ideaal

Het herenigingsdebat in Zuid-Korea is niet alleen utopische toekomstdromerij. Veel analisten gaan ervanuit dat het Kim-regime vroeger of later toch wel ten val komt: dan kan er maar beter vast wat geregeld zijn. “Hoe langer we wachten om serieus samen te werken en te investeren in de modernisering van Noord-Korea, hoe duurder de hereniging zal uitvallen”, zegt hoogleraar Kim Dong-yup van de Zuid-Koreaanse Kyungnam-universiteit . “We moeten onderling vertrouwen creëren, om van daaruit naar hereniging te werken”.

Bovendien zal de hereniging uiteindelijk juist geld opleveren, meent de onderzoeker. Geschat wordt dat een hereniging à la Duitsland Seoul aanvankelijk biljoenen euro’s kan kosten, maar op de langere termijn kan een herenigd Korea de derde economie ter wereld worden.

Een meerderheid van de Zuid-Koreanen steunt een vorm van hereniging met Noord-Korea, al blijkt die bij doorvragen soms ook simpelweg vreedzame co-existentie in te houden. De steun is het laagst onder tieners en twintigers, al willen zij vaak wél van de dienstplicht af die het gevolg is van de blijvende inter-Koreaanse vijandschap. Veel burgers klagen erover dat zij de miljoenen die gepompt worden in defensie liever besteed zouden zien aan het verbeteren van publieke voorzieningen.

Onder het huidige Noord-Koreaanse leiderschap blijft hereniging echter een illusie. Het land heeft alles geïnvesteerd in een wapenprogramma dat het Kim-regime beschermt tegen buitenlandse agressors. Geen enkel economisch profijtelijk vooruitzicht kan Pyongyang ertoe bewegen die wapens op te geven. Slechts een val van het bewind kan Koreaanse eenwording dichterbij brengen.

Casper van der Veen is auteur van het boek De Kim-dynastie. Geschiedenis van Noord-Korea (1945 - heden), dat in 2018 verscheen bij Uitgeverij Van Oorschot

Lees ook:
‘De Korea’s kun je niet zo snel herenigen als Oost- en West-Duitsland’

Dinsdag ontmoeten de Amerikaanse president en de leider van Noord-Korea elkaar in Singapore. Trouw blikt dagelijks met Koreanen op de top vooruit. Vandaag: Lee Yun-hu (24), studente economie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden