ReportageEconomische voorspoed

De film- en tv-industrie is de motor achter de Noord-Ierse economie, met dank aan ‘Game of Thrones’

Bezoekers in het Game of Thrones-museum in Banbridge Beeld ANP / AFP
Bezoekers in het Game of Thrones-museum in BanbridgeBeeld ANP / AFP

Sinds de populaire serie Game of Thrones er grotendeels werd opgenomen, kent het succes van de Noord-Ierse film- en tv-industrie geen grenzen. Zo’n economische injectie kon het relatief arme en lang politiek instabiele Noord-Ierland goed gebruiken.

Niels Posthumus

Er klinkt een onderdrukt gilletje als een fan van Game of Thrones de laatste zaal van de Linen Mill Studios in het Noord-Ierse Banbridge binnenloopt. Want daar staat hij, in vol ornaat, op de echte set: de troon waar het allemaal om draaide in een van de populairste dramaseries ooit. De zaal vormt de climax van een rondleiding door het studiocomplex, een van de 26 locaties in Noord-Ierland waar Game of Thrones werd opgenomen. “Vooral de koude, ellendige scènes”, zal economisch historicus Graham Brownlow later met gevoel voor humor zeggen. “Alle zonnige delen van de serie zijn opgenomen in Kroatië.”

Eind vorig jaar lieten investeerders de Linen Mill Studios voor miljoenen euro’s ombouwen tot een heus Game of Thrones-museum. Het ruikt er nog naar verf. Een beveiliger biedt bezoekers aan een foto te maken met de beroemde troon op de achtergrond, fantastisch uitgelicht vanuit het plafond, waardoor de filmset zijn magische karakter uit de fantasieserie behoudt.

Een half miljard euro aan toerisme-inkomsten

Volgens Guinness World Records was Game of Thrones in 2015 verantwoordelijk voor de ‘grootste-tv-drama-uitzending’ ooit: de eerste aflevering van seizoen 5 verscheen in 173 landen tegelijk. Geen wonder dat Noord-Ierland, traditioneel een van de minst welvarende regio’s in het Verenigd Koninrijk, blijvend een slaatje wil slaan uit dat succes. Al stopte de dramaserie in 2018 na acht seizoenen, het museum hoopt jaarlijks alsnog 600.000 mensen naar Noord-Ierland te lokken. De verwachting is dat dit de komende tien jaar bijna een half miljard euro aan toerisme-inkomsten zal opleveren.

Niet slecht voor een plek die de buitenwereld decennialang voornamelijk met politiek geweld associeerde: met de Troubles. Alleen al op 21 juli 1972 explodeerden er ruim twintig bommen in Belfast. Tussen eind jaren zestig en het einde van de twintigste eeuw kwamen zo’n 3.500 mensen om het leven. Zeker 47.500 anderen raakten gewond. Dat gewelddadige imago zat Noord-Ierland als toeristische bestemming lang in de weg. Ook jaren na de vrede in 1998 die het Goede Vrijdagakkoord bracht.

De keuze van de Game of Thrones-producenten om Noord-Ierland tot belangrijke filmlocatie te maken, vormde in dat opzicht een sleutelmoment. Maar niet alleen voor het toerisme. Ook voor de film- en tv-industrie in Noord-Ierland zelf betekende het een enorme doorbraak, hoewel de sector al wat langer voorzichtig aan het groeien was. “Maar Game of Thrones vormde het definitieve keerpunt”, geeft Richard Williams toe. Hij is directeur van Northern Ireland Screen, de nationale koepelorganisatie ter bevordering van de Noord-Ierse film-, animatie en tv-industrie.

Want in de acht seizoenen die Game of Thrones in het land opnam, injecteerde de productie zo’n 300 miljoen euro in de Noord-Ierse economie. De komst van de serie stelde de hele toeleveringsketen in staat uit te breiden. De ambities groeiden. Denk aan bedrijven die zich specialiseren in kostuumontwerp, in de bouw van filmsets en in special effects, maar ook aan catering en accommodatie.

Bezoekers in een van de Game of Thrones-zalen in de Linen Mill Studios. Beeld ANP / AFP
Bezoekers in een van de Game of Thrones-zalen in de Linen Mill Studios.Beeld ANP / AFP

De opnames van Game of Thrones vormden volgens Williams zelfs de stuwende kracht achter de bouw van de Belfast Harbour Studios. “Omdat het zo’n langdurige serie betrof, wekte het extra veel vertrouwen. Het overtuigde mensen dat de groei van de Noord-Ierse film- en tv-industrie geen tijdelijke oprisping was. Het bracht geloofwaardigheid. Mensen begonnen langdurig te investeren.”

Veel lagere productiekosten dan in Londen of Hollywood

Noord-Ierland realiseerde zich gaandeweg steeds beter dat zijn ruige kustlijn en zijn vaak even gure als onheilspellende landschappen zich bij uitstek lenen voor fantasieverhalen. Vooral binnen dat genre bouwde zij een internationaal gewaardeerde expertise op. Tel daarbij de Britse belastingvoordelen op, de korte afstanden tussen studio’s en buitenfilmlocaties en de veel lagere productiekosten dan in Londen of Hollywood, en kijk aan: een groeimarkt was geboren.

Scène uit ‘The Northman’, opgenomen in Noord-Ierland. Beeld
Scène uit ‘The Northman’, opgenomen in Noord-Ierland.Beeld

De Noord-Ierse film- en tv-industrie draait inmiddels op volle toeren. De twee grootste filmstudio’s, Belfast Harbour en Titanic, zijn permanent verhuurd. Zo werd Vikingdrama The Northman – nu in de bioscoop – grotendeels in Belfast Harbour geschoten. Paramount Pictures gebruikte Titanic Studios om de gegarandeerde blockbuster Dungeons & Dragons: Honor Among Thieves op te nemen. De directeur van Belfast Harbour Studios kondigde in maart het voornemen aan om de omvang van de filmstudio te verviervoudigen. Niet zo gek, want onder meer Netflix is er kind aan huis.

Harde klappen tijdens de Grote Depressie

Toch is tijdens de rit van Belfast naar de Linen Mill Studios in Banbridge, vanuit het raam van de bus, duidelijk te zien dat de Noord-Ierse economie als geheel nog een lange weg te gaan heeft. Het zijn bepaald geen hypermoderne dorpen waar de buschauffeur om de haverklap stopt. Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking in Noord-Ierland bedraagt maar 29.000 euro per jaar. Dat is weliswaar bijna een verdubbeling van het bedrag in 1998, maar het blijft veel lager dan de 38.000 euro in het VK als geheel. En Nederlanders zijn met 49.000 euro per capita al helemaal een stuk rijker.

Het belangrijkste probleem van Noord-Ierland is de lage arbeidsproductiviteit, legt economisch historicus Brownlow uit. Dat stamt al van lang geleden. Na de industriële revolutie richtte de Noord-Ierse economie zich nadrukkelijk op de productie van linnen en de scheepsbouw. Beide sectoren kregen harde klappen tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig van de vorige eeuw. Maar doordat de industriële leiders nauwe banden onderhielden met de politieke macht wisten zij hun verlieslijdende sectoren toch te laten voortbestaan. Daardoor ontstond er geen kans voor het economische proces van creatieve destructie. Dat is de ontwikkeling waarbij oude, onrendabele industrieën geleidelijk uitsterven, waardoor nieuwe, gemoderniseerde bedrijfstakken de ruimte krijgen tot bloei te komen.

Inefficiëntie sleep zich diep in de Noord-Ierse economie in. Eind jaren zestig kwamen daar de botsingen tussen pro-Britse en pro-Ierse bevolkingsgroepen bij, de Troubles. Ook die hadden invloed op de economie. Mensen gingen minder uit, bang voor bomaanslagen in de pubs. En de huizenprijzen in wijken die als relatief veilig te boek stonden stegen veel sneller dan die in gevaarlijker buurten. Zo ontstond er naast de al bestaande religieuze segregatie tussen katholieken en protestanten ook een steeds grotere kloof tussen arme en welvarende wijken.

Kosten van de Troubles: 14 miljard pond

Uiteraard waren er ook de kosten van het geweld zelf. Een wetenschappelijke schatting stelt dat de economische prijs van de Troubles 14 miljard pond bedroeg (zo’n 16 miljard euro op basis van de koers van vandaag). Daarbij ging het om de kosten van de gezondheidszorg voor de gewonden, de schade aan eigendommen en de kosten van het veiligheidsapparaat. Andere onderzoeken, die ook naar de teruglopende investeringen keken, schatten dat de afname van de economische groei tussen de 10 en 20 procent betrof in vergelijking met een fictief Noord-Ierland dat de Troubles nooit had gekend.

De arbeidsmarkt raakte eveneens verstoord. Het groeiende politiebestel bood steeds meer mensen werk. En ook de rest van de publieke sector dijde uit, door pogingen van de overheid om de onderliggende problemen van het toenemende geweld – achterstallige investeringen in onderwijs en gezondheidszorg bijvoorbeeld – zoveel mogelijk weg te nemen. De Noord-Ierse arbeidsmarkt begon te leunen op de overheid. Die historische onbalans bleek na 1998 niet gemakkelijk meer te corrigeren. Zelfs in 2021 was de private sector nog altijd goed voor slechts 73 procent van alle werkgelegenheid in Noord-Ierland, tegen 83 procent in de rest van het VK.

Dat de film-, animatie- en tv-industrie nu een belangrijke private motor vormt achter de Noord-Ierse economie, is dus om meerdere redenen positief. Bovendien kan de hippe filmindustrie Noord-Ierland op termijn een aantrekkelijker plek maken om te wonen. “Al heel lang moeten wij toezien hoe enorme aantallen getalenteerde mensen Noord-Ierland verlaten”, zegt Williams. Ze vertrekken naar Londen, Dublin of de Verenigde Staten, in de verwachting dat daar betere carrièrekansen liggen. Zelfs in 2019 had twee derde van alle Noord-Ieren die op dat moment in Groot-Brittannië studeerde besloten niet meer naar Belfast en omgeving terug te keren, schreef de krant The Irish Times vorig jaar.

Verschil in onderwijskwaliteit per school is enorm

Ook Brownlow prijst de mate waarin de film- en tv-industrie extra banen voor hoogopgeleide Noord-Ieren weet te creëren. Maar hij waarschuwt dat de sector de kar nooit alleen kan trekken. Daarvoor is de filmindustrie te cyclisch en zwerft zij te veel van de ene plek naar de andere. Hij geeft Canada als voorbeeld. Dat kende in de jaren negentig eveneens een enorme groei van zijn film- en tv-industrie, onder meer door het succes van de daar opgenomen tv-serie The X-Files. Maar als gevolg van die groei stegen de lonen, raakte de sector oververhit en werd zij uiteindelijk te duur.

De Noord-Ierse economie heeft volgens Brownlow vooral meer variatie nodig. Consultancy, fintech, cybersecurity, ook in zulke hoogproductieve sectoren moet het land extra banen creëren. Cruciaal is verder dat het schoolsysteem verandert. Het verschil in onderwijskwaliteit per school is nu nog enorm. Zelfs in een moderniserende Noord-Ierse economie zal daardoor veel te veel afhangen van waar je als kind naar school hebt kunnen gaan. “Het is zo erg dat huizenprijzen in Belfast beduidend hoger zijn in straten dicht bij de beste scholen. En je weet zeker dat je als land een structureel ongelijkheidsprobleem hebt wanneer de huizenprijzen en schoolkwaliteit aan elkaar zijn gelieerd.”

De groeiende welvaart dient zich volgens hem ook meer te spreiden over het land. Die mag niet beperkt blijven tot hoofdstad Belfast. “De lonen daarbuiten zijn nog veel lager”, zegt Brownlow. Ook dat zorgt voor een onwenselijke tweedeling.

Het Game of Thrones-museum geeft, met zijn locatie op het natte, felgroene platteland van Banbridge, het goede voorbeeld. Al betekent dit wel een ommelandse busreis vanuit Belfast van ruim anderhalf uur, inclusief overstappen op twee nogal tochtige busstations.

‘Belfast’: de succesvolle Noord-Ierse film die juist weer niet in Belfast werd opgenomen

Misschien wel de meest succesvolle Noord-Ierse film van de laatste tijd, Belfast, werd ironisch genoeg juist weer niet in die stad opgenomen. Regisseur en schrijver Kenneth Branagh baseerde het verhaal, dat zich afspeelt tijdens de Troubles, op zijn eigen jeugd. Maar hij besefte dat het Belfast van nu nauwelijks nog lijkt op het Belfast van toen. Dus besloot hij de film op te nemen op verschillende plekken in Groot-Brittannië, die meer gelijkenissen met zijn herinneringen vertoonden.

Toch vindt Richard Williams van Northern Ireland Screen het belang van de film niet te onderschatten. Na Game of Thrones vormt Belfast opnieuw een reusachtige impuls voor de Noord-Ierse film- en tv-industrie, verzekert hij. “Want het gaat nog steeds om een Noord-Iers verhaal, van een Noord-Ierse regisseur, met veel Noord-Ierse acteurs.” De film komt recht uit het hart van de samenleving. “Dat juist deze film dit jaar een Oscar won (Beste originele script, red.), is heel waardevol.”

Lees ook:

The Spectacular’ haalt het verhaal van de IRA-terreur in het zuiden van Nederland weer boven water

Een Britse militair moet een gezellig avondje in de kroeg in Roermond bekopen met de dood. De moordpartij is het werk van IRA, het Ierse Republikeinse Leger dat erop gebrand was de Engelsen uit Noord-Ierland weg te krijgen. IRA-leden schrokken er niet voor terug ook aanslagen te plegen op Britse militairen op het Europese vasteland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden