25 jaar Srebrenica

De erfenis van Srebrenica, het schrijnende trauma

Soldaten van een Nederlands konvooi in 1994, in overleg met Bosnische moslimstrijders in Vares. Beeld EPA

Wat is de erfenis van Srebrenica, het ergste naoorlogse bloedbad in de Europese geschiedenis? Zaterdag wordt de massamoord op duizenden Bosnische moslimmannen en jongens herdacht. 

Zou er een debat mogelijk zijn over de inzet van Nederlandse militairen, zonder dat de gedachten teruggaan naar die hete julidagen in de vallei van het riviertje de Guber, naar het drama dat zich afspeelde tussen de bergen van Bosnië en Herzegovina? De val van Srebrenica en de massamoord op duizenden moslimmannen en -jongens is een scheidslijn. Er is een voor, en een ná Srebrenica. Dat geldt niet alleen voor het debat over militaire missies. Ook in het internationaal recht is Srebrenica een mijlpaal, de aanleiding voor een reeks rechtszaken zoals de wereld die sinds de processen van Neurenberg na de Tweede Wereldoorlog niet meer gezien had. Het fiasco van de VN-missie heeft bovenal de manier beïnvloed hoe Nederland zich positioneert in de wereld, hoe wij onszelf zien. Niet voor niets is Srebrenica één van de vijftig vensters in de Canon van Nederland. De geschiedenis van Srebrenica is niet af. Een open wond, heet het in de Canon. Daarmee is de erfenis van Srebrenica geen vaststaand gegeven. Dat is iets om in het achterhoofd te houden, bij een poging om deze invloed bij de herdenking van 25 jaar Srebrenica in beeld te brengen. Zo stapte een groep nabestaanden van Srebrenica dit jaar nog naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, om de hoogte van hun schadeloosstelling aan te vechten.

Het einde van een naïef wereldbeeld

“Als wij niet eerlijk naar ons eigen verleden kunnen kijken, is het ook onmogelijk om geloofwaardig de wereld tegemoet te treden.” Het is november 2019 en de Tweede Kamer bespreekt de begroting van het ministerie van buitenlandse zaken. Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) maakt zich zorgen over de veiligheid in de wereld en pleit voor een herbezinning op het buitenlandbeleid. De Franse president noemt de Navo in die dagen ‘hersendood’. Het is code rood met de brexit en afbrokkelende rechtsstaten in het oosten van Europa. En dan is daar ineens het voorbeeld van bijna een kwart eeuw geleden: Srebrenica. “Als we echt eerlijk willen zijn, moeten we natuurlijk ook de zwarte pagina’s van ons eigen verleden tot ons durven nemen. We moeten die durven openslaan en we moeten verantwoording durven afleggen over de fouten die wij hebben gemaakt”, zegt Sjoerdsma.

Nog altijd valt de naam Srebrenica in Kamerdebatten ieder jaar wel een paar keer. Bij de herdenking van Wim Kok, die premier was tijdens de uitzending van Dutchbat en die overleed in 2017, noemde de Kamervoorzitter Srebrenica “de diepste groef, op zijn gelaat en ook in zijn hart”. Het trauma rond de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie markeert volgens buitenlandexpert Han ten Broeke (VVD-Kamerlid van 2006 tot 2018) het “einde van een naïef wereldbeeld, dat zich het best laat samenvatten door ‘We moeten wat doen!’.

In 2002 leidde het onderzoek van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie naar Srebrenica tot de val van het tweede kabinet Kok, terwijl de conclusies van het Niod-rapport volgens critici nog voorzichtig waren geformuleerd. Het Nederlandse VN-bataljon Dutchbat was op missie gestuurd met een zeer onhelder mandaat, zonder adequate voorbereiding, bewapening of exit-strategie, verstoken van goede inlichtingen en voldoende steun van VN-bondgenoten. Eenmaal daar had de internationale interventiemacht te lang ‘voortgemodderd’. “Om de vrede te handhaven waar geen vrede was”, aldus het Niod. Met verschrikkelijke gevolgen.

Na het Niod-rapport volgde er nog een parlementaire enquête, maar al in 1995 had Srebrenica geleid tot aanpassing van de toetsing bij deelname aan internationale missies. Voortaan mocht bijvoorbeeld geen Nederlandse militair meer de grens over zonder dat voorzien was in voldoende luchtsteun, liefst van Nederlandse F-16’s. De manier waarop de politiek besluiten neemt over uitzending van de krijgsmacht ging grondig op de schop. Dat werd in 2000 in de Grondwet vastgelegd. Want ook over de rol van het parlement had het Niod scherp geoordeeld: dat had zich te veel laten binden door het kabinet en daarmee haar controlerende rol ondergraven.

Sindsdien zijn de ambities van Nederland in de wereld misschien niet kleiner geworden, maar de bemoeienis van de politiek met missies des te groter. Volgens Ten Broeke leidde dit soms tot verbetering, zoals de Chinook-helikopters die de Kamer toevoegde aan de missie in Mali. Een andere keer stonden de door de Kamer geëiste extra Apaches “zand te happen”, aldus Ten Broeke, zoals in 2001 bij de VN-missie in Ethiopië/Eritrea. Soms bezweek een missie al bij voorbaat onder alle papieren voorwaarden.

De beroemd geworden foto waarop de Bosnisch-Servische commandant Ratko Mladic een glas drinkt met de dutchbat-commandant Tom Karremans in Potocari, 12 juli 1995. Beeld AP

Het beroemdste voorbeeld is de Kunduz-missie naar Afghanistan in 2011. Ondanks alle geruzie over de vorige missie in het Afghaanse Uruzgan wilde het kabinet van VVD en CDA destijds per se opnieuw naar Afghanistan. Gedoogpartner PVV wilde niet. Het kabinet moest daarom steun zoeken bij oppositiepartijen GroenLinks en ChristenUnie. Die wilden dit keer geen gevechtsmissie, maar een trainings- of opbouwmissie. Kamer en kabinet debatteerden vervolgens eindeloos over de kleinste details als ‘hoe noemen we deze missie, hoeveel agenten leiden we op, mogen die terugvechten als ze worden aangevallen, hoeveel weken blijven we en waar, en komt er nog een verlenging?’. Begin dit jaar oordeelde een onafhankelijke evaluatiedienst dat er veel niet goed was gegaan in Kunduz. Alle voorwaarden om draagvlak te creëren in eigen land hadden er toe geleid dat de missie lastig uitvoerbaar werd, en dat men ter plaatse eerder ‘gewenste’ dan werkelijke resultaten rapporteerde.

Ten Broeke stelt dat politiek en defensie bij missies nog steeds bezig zijn de lessen van Srebrenica te leren en in praktijk te brengen. Die komen wat hem betreft neer op “realistische eisen stellen, zo laag mogelijk om teleurstellingen te voorkomen”, en “geen einddatum, maar een eindstatus willen bereiken”. Het blijkt iedere keer nog moeilijker dan gedacht.

Het proces van gerechtigheid

Een doekje voor het bloeden, zo werd het Joegoslaviëtribunaal bij de oprichting in 1993 door critici genoemd. De oorlog woedde nog volop, en hoe zou de internationale gemeenschap gerechtigheid moeten borgen, als het niet eens een oorlog op Europese bodem had kunnen voorkomen? Toch verwierf het tribunaal in Den Haag, opgericht door de VN-Veiligheidsraad, al snel naam. Uiteindelijk wist het zo’n tachtig plegers van oorlogsmisdaden te berechten, met als grote vissen generaal Mladic en de Bosnisch-Servische leider Karadzic, beide onder meer veroordeeld als hoofdverantwoordelijken voor de genocide in Srebrenica. Het proces tegen de voormalige Servische president Milosevic eindigde met de dood van de verdachte in zijn Scheveningse cel.

Dankzij het tribunaal maakte het internationaal recht een grote ontwikkeling door, aldus hoogleraar internationaal recht Goran Sluiter in Trouw in 2017, toen het tribunaal haar werkzaamheden afsloot. Sinds de processen in Neurenberg tegen hoge nazi’s was er weinig op dit vlak gebeurd. Voor het eerst veroordeelde het tribunaal seksuele misdrijven als oorlogsmisdaad, en werden individuen gestraft voor genocide. Van deze baanbrekende uitspraken maakt bijvoorbeeld het Internationaal Strafhof gebruik, maar ook nationale rechtbanken. In sommige landen kwam hierdoor meer aandacht voor oorlogsmisdaden. Sluiter noemt dat wakker schudden van nationale rechtbanken “misschien wel de belangrijkste erfenis” van het tribunaal.

Voor de slachtoffers betekende de berechting van de daders een begin van gerechtigheid en erkenning. Een mogelijkheid om het verleden af te sluiten, of in ieder geval dat te proberen. Een mogelijkheid ook om minder ruimte te laten voor alternatieve versies van de geschiedenis, van wat er in die hete julidagen in 1995 had plaatsgevonden. Dat proces vestigde ook de aandacht op een voor Nederland veel pijnlijker aspect: in hoeverre was de Nederlandse regering, via de onmachtige handen van haar uitgezonden militairen, zelf verantwoordelijk te houden voor de dood van al die mannen en jongens? In het internationaal recht genieten de Verenigde Naties, die de enclave Srebrenica in 1993 had uitgeroepen tot veilig gebied, immuniteit voor strafvervolging.

De aanklacht van de nabestaanden tegen de Nederlandse staat leidde na een lange procesgang uiteindelijk tot een unieke veroordeling. Alleen België was vanwege Rwanda eerder door een lagere rechter als staat verantwoordelijk gehouden voor de acties van zijn VN-militairen. De Hoge Raad bevestigde vorig jaar dat de Nederlandse staat medeverantwoordelijk is voor de dood van 350 mannen die door Dutchbat van de compound werden gestuurd.

Dit is het deel van de nalatenschap van Srebrenica dat nog het meest schrijnt. Over de hoogte van de schadevergoeding procedeert een groep nabestaanden nu bij het Europese Hof, een ruimhartig, groots gebaar is altijd uitgebleven. Van de idee ‘wij konden niets doen om de massamoord te voorkomen’, zoals het in de eerste Canon van de Nederlandse geschiedenis was verwoord, blijkt het lastig afscheid nemen. Zelfs toen de eigen rechters onomstotelijk het tegendeel vaststelden.

De grenzen van wat een klein land kan doen

Over het opnemen van Srebrenica in de herziene Canon van Nederland is enige discussie geweest, vertelt historicus James Kennedy. “Destijds was Srebrenica een enorme schok, een emotionele kentering. We stelden ons de vraag: is dit bijna een kwart eeuw later nog steeds zo?

Uiteindelijk was iedereen in de commissie het grondig eens: Srebrenica blijft een punt van morele reflectie.” Het “ergste bloedbad van de naoorlogse Europese geschiedenis” is daarom net als in 2006 weer een van de vijftig vensters van de Canon. Wel verschoof het accent volgens de Amerikaanse-Nederlandse hoogleraar van de loop van de gebeurtenissen naar de betekenis van het drama voor vredesmissies, en de gevolgen voor internationale rechtspraak.

Zegt Srebrenica en haar plek in de geschiedenis ook iets over de Nederlandse identiteit? Kennedy moet even nadenken over zijn woorden. “Misschien heeft het te maken met het mandaat dat de Nederlandse militairen meekregen, dat tot mislukking uitnodigde. Het element van zelfoverschatting, van een klein land dat tegen de grenzen aanloopt van wat het kan doen. Terwijl wij dachten het goede te doen.”

Is dat iets dat vaker terugkeert in de geschiedenis? Kennedy wil benadrukken dat ieder venster in de Canon op zichzelf staat, maar toch zijn er parallellen met andere zwarte bladzijden. Zoals de ‘politionele acties’ in Indonesië, waar Nederland ook dacht de wereld te kunnen veranderen. Met het belangrijke verschil dat er in Indonesië sprake was van actief en excessief geweld door Nederlandse troepen, en als overeenkomst het moeizame proces van wat er werkelijk is gebeurd en erkenning richting de slachtoffers tot vandaag aan toe.

“Veel van wat Nederland wel of niet kan bereiken, hangt af van andere machten, van bondgenoten of van de andere partij.” Kennedy ziet dat besef in meerdere gebeurtenissen van de Canon terugkeren. “Het is een typisch Nederlandse gespletenheid. Een klein land dat weet dat het bondgenoten nodig heeft, en dat daarom vaak gericht is op vrede en bemiddeling. En dan is er het morele besef, superioriteit soms, de idee ‘als we het doen, doen we het goed’. Dan willen we juist als klein land meetellen en krijgen we een bepaalde geldingsdrang.”

Daarmee is de belangrijkste les van Srebrenica volgens Kennedy ook deze: “Je kunt niet overal vrede brengen, ook al is je intentie goed. Er was een grote morele drang iets te willen doen in de verschrikkelijke oorlog. Er volgde een keiharde realitycheck.”

Lees ook: 

Mladić’ schuld wist de onze niet uit

Een veroordeling van generaal Mladić wegens genocide biedt ook Nederland kans ‘Srebrenica’ af te sluiten. Maar dat kan alleen als we ons rekenschap durven geven van alle feiten, schrijft oud-correspondent op de Balkan Joost van Egmond in dit essay.

Aanstaande zaterdag 11 juli is de Verdieping van Trouw geheel gewijd aan Srebrenica.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden