Franse soldaten strijken de vlag voor het vertrek van de laatste soldaten uit Mali, in augustus.

VN-vredesmissie

De blauwhelmen in Mali zitten klem: ‘Dit probleem gaat de hele wereld aan’

Franse soldaten strijken de vlag voor het vertrek van de laatste soldaten uit Mali, in augustus.Beeld AFP

2022 is hard op weg het ‘dodelijkste jaar’ voor Mali te worden. Maar het kolonelsbewind wil niet meer samenwerken met internationale partners. Wat kunnen de VN nog, nu het land steeds meer geïsoleerd raakt?

Joris Belgers

‘Na tien jaar conflict lijkt Mali meer dan ooit meegezogen in een spiraal van geweld waarvoor de burgerbevolking een hoge prijs betaalt.’ Mensenrechtenorganisatie FHID verwoordt het scherp, in een een recent verschenen rapport over de mensenrechten in het West-Afrikaanse land.

De onderzoekers spreken over het ‘dodelijkste jaar’ voor Mali in decennia. “Terwijl de straffeloosheid in Mali voortduurt, groeit het idee dat geweld de enige mogelijke vorm van gerechtigheid is.”

De oorlog brak uit toen het noorden van het land, dat grotendeels uit woestijn bestaat, begin 2012 werd binnengevallen door jihadistische groeperingen. Zowel Frankrijk – de voormalige koloniale macht – als de Verenigde Naties schoten op uitnodiging van de toenmalige Malinese overheid te hulp. Maar na aanvankelijke successen hebben de buitenlandse interventies niet kunnen voorkomen dat Mali is weggezakt in een onoverzichtelijk moeras van wetteloosheid.

‘Het is echt een soort Afghanistan aan het worden’

Het huidige conflict reduceren tot overheid versus jihadistische opstandelingen is eigenlijk veel te simpel, zegt de aan Universiteit Leiden verbonden antropologe Mirjam de Bruijn, die zelf in Mali woonde en het land goed kent. “Alleen al omdat veel rebellerende warlords niet zozeer religieuze, maar etnische redenen hebben om de wapens op te nemen.

Mali bestaat inmiddels uit een amalgaam van groepen die elkaar bevechten en die daar allemaal hun eigen reden voor hebben. Ik maak me grote zorgen. Het is echt een soort Afghanistan aan het worden.”

Vooral ook omdat het land de afgelopen maanden steeds meer geïsoleerd is geraakt – en dat heeft het huidige bewind aan zichzelf te danken. De junta, onder leiding van kolonel Assimi Goïta, verstevigde na een eerste staatsgreep in 2020 zijn macht met een tweede coup in 2021. Het kolonelsbewind noemt zichzelf een overgangsregering, verkiezingen staan voor 2024 gepland; maar die zijn vooral beloofd onder druk van omringende landen.

Gevaar voor anarchie dreigt in Mali

In een in november verschenen rapport over Mali wordt gesproken van het dodelijkste jaar tot nu toe. De onderzoekers schrijven dat alle actoren zich ‘straffeloos schuldig maken aan seksueel geweld en andere ernstige mensenrechtenschendingen’, blijkt uit de analyse van de Internationale Federatie voor Mensenrechten (FIDH), op basis van zo’n honderd interviews met slachtoffers.

Er is sprake in het land van ‘standrechtelijke executies, ontvoeringen, marteling, verkrachting, verminking en gedwongen rekrutering van jonge mannen’, schrijven de onderzoekers, die waarschuwen voor een spiraal van geweld: ‘Terwijl de straffeloosheid in Mali voortduurt, groeit het idee dat geweld de enige mogelijke vorm van gerechtigheid is, wat het wantrouwen van de bevolking tegenover de staat aanwakkert met een versnippering van de gemeenschap en militarisering van de bevolking tot gevolg.”

null Beeld

Ruzie met de kolonels

Frankrijk marcheerde na tien jaar aanwezigheid in augustus al zijn troepen de grens over, en zette uit protest tegen de regering in november alle ontwikkelingshulp stop – waarna de Malinese overheid liet weten die hulp ook niet meer te willen.

Eerder dit jaar was er een diplomatieke rel met Ivoorkust, toen de junta 46 soldaten uit dat land vastzette: volgens Mali hadden die er niks te zoeken, volgens Ivoorkust waren die gelieerd aan de VN-missie. Ivoorkust liet hierna in november weten zich terug te trekken uit de VN-missie, en ook de Denen, Britten en Duitsers halen hun contingent terug na strubbelingen met de ‘overgangsregering’.

Maar hoe meer Mali geïsoleerd raakt, hoe meer de vredesmissie Minusma onder druk komt te staan. Minusma, waar ook Nederland tot 2019 aan bijdroeg, is met ruim 15.000 mannen en vrouwen een van de grootste VN-missies. En de meest dodelijke: er kwamen tot nu toe 281 blauwhelmen in Mali om het leven. Wat kunnen de VN nog, nu steeds meer landen hun vingers niet meer aan het steeds wettelozer wordende land willen branden?

Een Duitse VN-militair patrouilleert op de weg tussen Gao en Gossi in Mali. Beeld AFP
Een Duitse VN-militair patrouilleert op de weg tussen Gao en Gossi in Mali.Beeld AFP

“Die mogen niks meer”, zegt hoogleraar Mirjam de Bruijn. “Sinds de Fransen vertrokken zijn, zitten de VN-troepen opgehokt in hun kamp, grof gezegd. Voor alles wat ze willen doen hebben ze toestemming nodig, maar dat krijgen ze niet van de regering. In maart werd er een bloedbad aangericht in Moura, waarbij honderden burgers omkwamen. De VN werd het door de junta onmogelijk gemaakt om er onderzoek te doen. Dan zou de Malinese overheid dus zijn eigen misdaden moeten onderzoeken?”

Bij dat bloedbad waren ook huurlingen van de Russische Wagner Groep betrokken, die momenteel ook in Syrië, de Centraal Afrikaanse Republiek én door Rusland zelf in Oekraïne worden ingezet. Dat de junta een jaar terug deze huurlingen inschakelde, was een belangrijke reden voor het uiteindelijke vertrek van de Fransen.

Strategische draai

De positie van de VN-missie is na dat vertrek in een ander licht komen te staan, zegt ook de Franse conflictonderzoeker Ornella Moderan, verbonden aan het Clingendael Instituut: “Alleen al omdat de Fransen de VN logistiek ondersteunden.” Daarbij zal ook de terugtrekking van het Duitse contingent hard aankomen, denkt Moderan. De troepen zelf kun je vervangen, maar met name het Duitse materieel zal gemist gaan worden.

“De crisis in het land is steeds erger geworden, en daar heeft de junta Frankrijk en de VN de schuld van gegeven. Ondertussen zijn ze van strategische partner gewisseld in hun strijd tegen de rebellen, naar eentje die wat meer gelijkgestemd is: het Russische huurlingenleger, die het zoals bekend niet zo nauw neemt met democratische grondrechten.”

Minusma zit eigenlijk klem, zegt Moderan. “Het laatste woord over veel wat de VN wel en niet mag in een land is aan het gastland. En de huidige regering van Mali beperkt inderdaad steeds meer de bewegingsvrijheid van de blauwhelmen.”

Overigens wordt de houding van kolonel Goïta richting Frankrijk en de VN in West-Afrika gigantisch toegejuicht: velen lopen blind achter Goïta aan, zien hem als een nieuwe bevrijder van het koloniale juk en vieren die bevrijding daadwerkelijk. “Maar een ander deel wordt het zwijgen opgelegd”, benadrukt De Bruijn.

Hoewel het overduidelijk is dat Goïta de blauwhelmen liever kwijt is, zal hij dat zelf niet snel zeggen. “De junta bleek er de afgelopen jaren erg goed in te zijn de schuld bij anderen te leggen. Zij willen niet verantwoordelijk gehouden worden voor een eventuele terugtrekking van de gehele vredesmissie. Maar ze duwen de VN wel degelijk zachtjes richting de uitgang.”

Het wordt daarmee steeds meer een principezaak: de VN willen zich liever niet zelf terugtrekken uit een land waar op zo’n manier mensenrechten worden geschonden.

Glasharde ontkenning

Ergens heeft Goïta Minusma nog wel nodig tegen de rebellerende facties in zijn land. Moderan: “Want Mali zégt wel dat ze het in hun eentje afkunnen, maar dat zien we helemaal niet.” Dat zegt ook De Bruijn: “De jihad lijkt niet te stoppen. Misschien is de helft van het land inmiddels wel in handen van deze groepen. Wat glashard wordt ontkend door de zittende regering. Die claimen overwinningen, maar dat matcht niet met de feiten die ik onder ogen krijg.”

Heeft Mali dan nog wat aan deze missie? “De gemankeerde interventies hebben niet tot meer stabiliteit geleid. Maar de VN zitten er nu zo lang, dat ze wel een belangrijke factor zijn geworden. Als ze weggaan, wandelen de jihadisten zo Gao of Timboektoe binnen. Want het Malinese leger is niet in staat dit zelf te regelen. En Wagner zit er maar met duizend huurlingen, dat is niet veel.

“Nee. De VN moeten blijven. Ze moeten onderhandelen met de Malinese overheid en niet, zoals ze hebben gedaan, ervoor terugdeinzen te gaan praten met de gematigde warlords in het noorden die heus niet allemaal even extremistisch en jihadistisch zijn”, vindt de hoogleraar.

Gebeurt dat niet, dan is het risico aanzienlijk dat de chaos zal overslaan naar omringende landen – wat in het geval van Burkina Faso al gebeurt. “Het is dus niet alleen een Mali-probleem, of een Afrika-probleem. Het gaat de hele wereld aan.”

Vijf Nederlandse slachtoffers onder Minusma

Tot april 2014 en mei 2019 leverde Nederland een bijdrage aan de VN-vredesmissie in Mali. Het voerde vanuit Gao met een contingent tot 450 militairen sterk honderden patrouilles en verkenningsmissies uit, en was ook civiel betrokken bij politietrainingen in het land.

Vijf militairen kwamen om tijdens de missie: een na een hartaanval, twee bij een helikopercrash en twee bij een ongeluk met een gebrekkige mortier. Om dit dodelijke ongeluk trad verantwoordelijk defensieminister Jeannine Hennis-Plasschaert in 2017 af. In 2019 ondersteunde Defensie nog kortstondig de missie in Mali met een Hercules C130-vrachtvliegtuig.

Lees ook:

Mali is vanaf nu helemaal in de Russische invloedssfeer

De laatste Franse troepen zijn deze week vertrokken uit Mali. In hun plaats arriveren Russische huurlingen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden