Antiracismeprotest

De beeldenstorm is van alle tijden: ‘Wilhelmina mag van mij van haar sokkel getrokken’

Beeld Brechtje Rood

Beeldenstormen zijn van alle tijden en richten zich doorgaans tegen de gevestigde maatschappelijke verhoudingen. ‘Zo’n beeld van Coen in Hoorn kan echt niet meer.’

Het valt Nederlanders die een rondreis maken door Indonesië soms op hoe weinig Nederlandse monumenten er zijn. In de koloniale tijd zijn er niet zo veel standbeelden neergezet, omdat Nederland op dat punt niet zo’n traditie heeft. Wat er wel aan monumenten was, is na de bezetting door de Japanners in 1941 in een beeldenstorm verwoest.

Zo is in een oud Japans propagandafilmpje, dat op YouTube staat, te zien hoe een beeld van Jan Pieterszoon Coen destijds in een ceremonie van zijn sokkel op het Waterlooplein in Jakarta werd getakeld. Het zwart-wit-clipje toont hoe Indonesiërs aan touwen sjorren om Coen omver te trekken. De vroegere gouverneur-generaal van de Vereenigde Oostindische Compagnie wordt ook wel de slachter van Banda genoemd, omdat hij duizenden bewoners van de Banda-eilanden liet vermoorden om een nootmuskaatmonopolie af te dwingen.

Ook elders in de archipel zijn beelden rigoureus verwijderd. Een Nederlander noteerde in zijn dagboek over zo’n spektakel in Bandung in 1942: “Het kost je moeite om je in toom te houden, als je die dingen met zoveel wellust kapot ziet slaan. Van de vernieling van een standbeeld van wijlen koningin Emma is een speciale anti-Nederlandse demonstratie gemaakt. Iedere passerende Indonesiër moest met een voorhamer een slag op de kop van het beeld geven.”

De campagne moest aan iedereen duidelijk maken dat het tijdperk van de Nederlandse overheersing voorgoed voorbij was. “Indonesische onafhankelijkheidsleiders als Soekarno wilden zo’n beeldenstorm vermoedelijk eerder al, maar dat kon niet door de Nederlandse militaire aanwezigheid”, zegt Gert Oostindie, hoogleraar koloniale en postkoloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden en auteur van het in 2018 verschenen boekje ‘Postkoloniale beeldenstormen’. “De Japanners hebben slim op die nationalistische gevoelens ingespeeld.”

Beeldenstormen, zoals de huidige die komt overwaaien uit Amerika, zijn van alle tijden en hebben zich in de loop der eeuwen op allerlei plekken in de wereld voorgedaan. Vaak hangen ze samen met revoluties, machtswisselingen of ideologische of religieuze strijd.

De bestormers hebben het doorgaans gemunt op het gedachtengoed of het machtssysteem dat de monumenten symboliseren. “Degenen die beelden omverwerpen, zeggen: dit is een orde die wij verwerpen”, zegt Oostindie.

Na de inval in Irak in 2003 werd in Bagdad een enorm beeld van de verdreven dictator Saddam Hussein omver getrokken door Amerikaanse militairen. Irakezen grepen hun kans voor een eigen stormloop op monumenten en portretten.Beeld Brechtje Rood

Vervloekte nagedachtenis

Soms overheersen politieke drijfveren. Dat was het geval in het oude Rome, waar sommige keizers standbeelden voor zichzelf lieten oprichten, die prompt weer werden neergehaald en verwoest nadat ze waren afgezet. De Romeinse senaat kon zelfs overgaan tot damnatio memoriae (‘vervloeking van de nagedachtenis’), zoals bij de gehate keizers Nero en Caligula. Hun standbeelden werden vernietigd, hun namen van openbare gebouwen gebeiteld en verwijzingen naar hen werden uit de archieven verwijderd. Alsof de wreedaards nooit hadden geleefd.

In het oude Rome lieten keizers beelden van zichzelf oprichten, die prompt weer werden verwoest nadat ze waren afgezet. Dat gebeurde ook met Caligula.

Tijdens de Russische Revolutie van 1917 tot 1923 verwoestten de communisten op grote schaal tsaristische en kerkelijke monumenten. En velen zullen zich de tv-beelden herinneren van het enorme beeld van Saddam Hussein dat na de Amerikaanse inval in Irak in 2003 omver werd getrokken in Bagdad. Die actie was georkestreerd door de Amerikanen, maar de sjiïtische meerderheid in Irak, die lang had gezucht onder het juk van Hussein, greep haar kans voor een eigen stormloop op monumenten en portretten – angstig gadegeslagen door de soennitische minderheid waartoe de dictator behoorde.

“Het gaat altijd om de legitimiteit van de bestaande maatschappelijke verhoudingen”, zegt Barbara Henkes, docent geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en gespecialiseerd in de constructie van nationale identiteiten. “Machthebbers willen hun macht soms uitdrukken in steen.”

Religieuze emoties

Een krachtige drijfveer zijn ook religieuze emoties. Dat was al zo in de Byzantijnse tijd, toen voor- en tegenstanders van het vereren van iconen elkaar bestreden. En het is nog steeds zo.

De Taliban in Afghanistan veroorzaakten in 2001 afschuw toen het twee vermaarde reusachtige Boeddhabeelden in Bamyan opblies.

In 2001 veroorzaakte het toenmalige Taliban-bewind in Afghanistan wereldwijd afschuw toen het twee enorme Boeddhabeelden in de provincie Bamyan opblies. En terreurbeweging Islamitische Staat verwoestte gedurende het korte bestaan van zijn kalifaat op grote schaal beelden en andere kunstschatten in onder meer het Iraakse Nemrud en in het Syrische Palmyra.

Aanhangers van Islamitische Staat verwoestten beelden en kunstschatten in onder meer het Syrische Palmyra.

Hoe ingrijpend de gevolgen kunnen zijn, bleek wel bij de grote Europese beeldenstorm die in 1566 de Nederlanden bereikte. Aangevuurd door hagepredikers bestormden calvinistische menigtes katholieke kerken en kloosters, sloegen beelden kort en klein en stalen bekers, schalen en andere kostbaarheden. Die rellen waren een opmaat naar de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spanjaarden en naar langdurige achterstelling van katholieken.

Ook de bloedige beeldenstorm die in 1789 op gang kwam door de Franse Revolutie had verstrekkende consequenties. Die was niet alleen een afrekening met het absolutistische regime van de Bourbons, het was ook een felle poging om de macht en corruptie van de katholieke kerk te breken. Kerken en kloosters werden geplunderd en ontmanteld, en veel bisschoppen, priesters gelovigen werden vermoord. Tegelijk was het de voorbode van nieuwe autocratische praktijken en een chronisch moeizame verhouding van Franse machthebbers met de kerk.

Tijdens de Franse Revolutie (1789 tot 1799) werden kerken en kloosters geplunderd. In de gravure zijn aanhangers van de revolutie te zien in een kerk in Straatsburg.

Wat het effect zal zijn van de de huidige anti-racistische beeldenstorm, die losbarstte na de dood van de zwarte Amerikaan George Floyd door hardhandig politie-optreden, is nog onzeker.

Tot nu toe zijn vooral in Amerika en Groot-Brittannië beelden van hun voetstuk gehaald. In Nederland bleef het vooralsnog beperkt tot het vandaliseren en bekladden van enkele monumenten van onder andere Piet Hein en Pim Fortuyn en demonstraties in Hoorn rond een beeld van Jan Pieterszoon Coen.

Nu Amerikaans antiracismeprotest overwaait naar Nederland, groeit hier de discussie over onder meer dit beeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn.

Verder verdween alleen de naam van de gevel van het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With, dat was vernoemd naar een zeevaarder uit de zeventiende eeuw. Witte de With is omstreden, omdat hij bloedige koloniale expedities leidde en onder meer tienduizenden kruidnagelbomen van arme Molukse boeren liet verbranden, omdat de boeren het gezag van de VOC niet accepteerden.

Koloniaal erfgoed

De beeldenstorm van nu voedt een al langer woedende discussie, ook onder historici, over de omgang met controversieel koloniaal erfgoed. “Zo’n beeld van Coen in Hoorn kan echt niet meer”, zegt Henkes van de Rijksuniversiteit Groningen. “Waar is die gemeente mee bezig?”

De geschiedenisdocente nam deel aan het grote anti-racismeprotest op 1 juni op de Dam in Amsterdam en vindt dat activisten ook sommige historische Oranjes op de korrel moeten nemen. “Het is niet echt chique wat het koningshuis in de koloniale verhoudingen heeft betekend. Koningin Wilhelmina mag van mij ook van haar sokkel worden getrokken.”

Andere historici zijn terughoudender. Zij beamen dat de maatschappelijke normen veranderen en daarmee de kijk op de geschiedenis, maar zijn bang dat de nuance overboord gaat. “De samenleving verandert en wordt diverser”, zegt Oostindie. “Daar moet je wat mee. Dit is een noodzakelijke correctie, onderdeel van een kritische herwaardering van onze geschiedenis.”

De zestiende-eeuwse Beeldenstorm was in de Lage Landen een opmaat naar de Tachtigjarige Oorlog en naar langdurige achterstelling van katholieken. Deze gravure verbeeldt de plundering van een Antwerpse kerk.

Maar de Leidse hoogleraar pleit voor nuance. “Kijk, mensen als Coen en Stuyvesant waren duidelijk verbonden met het kolonialisme, maar Michiel de Ruyter is al een heel ander verhaal. Hij heeft wel forten aan de West-Afrikaanse kust veroverd die later zijn gebruikt bij de slavenhandel, maar De Ruyter wordt vooral geëerd omdat hij ons heeft beschermd tegen de Engelsen. Als De Ruyter er niet was geweest, dan was Nederland er misschien niet geweest. Moeten we dat nu ook vergeten?”

Reden voor trots

Hierbij komt dat de beeldenstorm Nederland bereikt op een moment dat ons land verwikkeld is in een af en toe hoog oplopend debat over de nationale identiteit. De opkomst van nationalistische anti-immigratiepartijen heeft de verhoudingen extra op scherp gezet. Volgens een recente internationale opiniepeiling van het Britse bureau YouGov vindt de helft van de Nederlanders het koloniale verleden “iets om trots op te zijn”.

De kans bestaat dan ook dat de beeldenstorm een chauvinistische tegenreactie zal uitlokken en de polarisatie verder zal vergroten. In de VS doet president Donald Trump zijn best om van de bescherming van monumenten tegen ‘radicaal-linkse’ beeldenstormers een campagnekwestie te maken.

Hier in Nederland bevestigde de gemeente Urk onlangs officieel dat het straten in een nieuwe wijk zal vernoemen naar ‘zeehelden’ als Piet Heyn, Michiel de Ruyter en Witte de With. Volgens de verantwoordelijke wethouder voelt het vissersdorp “verbondenheid met iedereen die het ruime sop koos om zijn boterham te verdienen en het land te dienen”. En Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet legde laatst demonstratief bloemen bij het beeld van Coen in Hoorn. “We brengen eer aan #onzehelden”, twitterde hij. “We houden van #onsland.”

In hoeverre de tegenstelling in Nederland verder op de spits wordt gedreven, is afwachten. Premier Mark Rutte, zelf historicus, riep vorige maand op om geen beelden omver te trekken. Volgens de premier kunnen omstreden monumenten beter worden voorzien van meer context.

“Ach, we zijn een beschaafd land”, zegt Piet Emmer, emeritus hoogleraar koloniale geschiedenis en kenner van de trans-Atlantische slavenhandel. “Dat beeld van Coen in Hoorn zal uiteindelijk heus wel naar een museum gaan, net zoals Zwarte Piet op termijn zal verdwijnen.” De slavernij-expert wijt de opwinding van de laatste tijd voor een belangrijk deel aan beroerd geschiedenisonderwijs.

Normen en waarden

Emmer: “Velen gaan er vanuit dat onze huidige normen en waarden altijd hebben gegolden. Ja, als je de normen van nu projecteert op het verleden, dan wordt onze hele geschiedenis inderdaad onbegrijpelijk. Dan wordt het een bizarre aaneenschakeling van verkeerde besluiten, geweld en uitbuiting. Maar dat slaat nergens op.”

Emmer pleit er daarom voor, net als premier Rutte, om controversiële beelden in de meeste gevallen wel te behouden, maar van veel meer uitleg te voorzien, met een plaquette, zoals al bij het monument van Coen in Hoorn is gebeurd, of door er een ander beeld bij te zetten. “Als ik er dan met mijn kinderen langskom, kan ik ze vertellen wat er goed en fout was aan zo iemand, en waarom”, zegt hij. “We zullen iedereen moeten leren leven met het feit dat onze geschiedenis nou eenmaal zowel witte als zwarte bladzijden heeft.”

Het besmeurde beeld van Jean-Baptiste Colbert voor het Franse parlement in Parijs.Beeld EPA

Jean-Baptiste Colbert, de maker van slavenwetten

Bijna elk land heeft omstreden beelden, zo maakt de beeldenstorm wereldwijd duidelijk. Correspondenten van Trouw berichten deze weken over zulke beelden in hun land en hun debat erover. Vandaag: Jean-Baptiste Colbert, minister van zonnekoning Lodewijk XIV en grondlegger van de moderne staat.

Het is schoongemaakt. Maar als je goed kijkt, zijn op de sokkel van bijna drie meter hoog nog overal roze vegen te zien. Vorige week werd het beeld van Jean-Baptiste Colbert voor de Assemblée Nationale bekogeld met rode verf. Een lid van de ‘Brigade Anti-Négrophobie’ spoot razendsnel de tekst ‘Négrophobie d’État’ (zoiets als ‘de staat haat zwarten’) onder de voeten van de gewraakte staatsman. Hij kon nog net een verfbom gooien voordat twee bewakers van de Franse Tweede Kamer ingrepen.

Onder het boekwerk dat Colbert (1619-1683) op zijn schoot heeft, zitten nog een paar dikke rode klodders. Het document is waarschijnlijk een wettekst, want Colbert produceerde er in opdracht van Lodewijk XIV vele. De handel, de marine, de bossen, maten en gewichten, wegen, kanalen, politie, belastingen en ook de regelgeving zelf onderwierp hij aan voorschriften. Alles moest gecodificeerd. In Frankrijk, maar ook in de koloniën.

 Wie Colbert zegt, zegt ook: Code Noir

En om dat laatste gaat het. De naam Colbert is al een hele tijd niet meer alleen synoniem met een bekende protectionistische economische doctrine, het colbertisme. Wie Colbert zegt, zegt ook: Code Noir.

Die naam, het zwarte wetboek, kreeg het pas later. Officieel heette dit werkstuk ‘Koninklijk edict betreffende de orde en veiligheid in Frans Amerika’. De site van de Assemblée vermeldt dat de tekst weliswaar voorziet in zware straffen voor opstandige slaven, maar dat er ook een einde kwam aan de absolute macht van de planters op de suikerplantages op Franse Antillen.

Dat laatste klopt. In de koloniën heerste willekeur en daar moesten Lodewijk en Colbert niets van hebben. Ze wilden greep krijgen op de lokale gebruiken. Het streven naar minimale controle onderscheidde de Franse aanpak trouwens van die van de Britten en de Nederlanders.

De Franse slaven kregen juridisch gesproken de status van roerend goed, zoals meubels, maar tegelijk werden ze gedefinieerd als mensen met beperkte rechten. De planters waren verplicht hun bezit te voeden, te dopen en op zondag vrij te geven. Ze mochten met toestemming van hun eigenaar trouwen, maar de kinderen uit deze huwelijken waren ook slaven. Het was eigenaren onder bepaalde voorwaarden toegestaan om te trouwen met slaven of ze vrij te laten.

De straffen waren uiterst wreed. Wie bijvoorbeeld een eerste vluchtpoging ondernam, werd een oor afgehakt. De tweede keer werden de pezen in de knieholte doorgesneden en op een derde vluchtpoging stond de doodstraf.

Niet de mastermind van de Franse slavernij

Maar is Colbert de juiste man om uit te roepen tot het symbool van het Franse slavernijverleden? Kenners van de periode, zoals de Amerikaanse historicus Jacob Soll, vinden van niet. De Code Noir is niet te rechtvaardigen, maar Colbert was niet de mastermind van de Franse slavernij. Toen hij Lodewijks rechterhand werd, erfde hij een politiek die veel eerder was ingezet.

Colbert was ook niet de belangrijkste auteur van de Code. Pas in 1682, een jaar voor zijn dood, gaf hij de opdracht voor de slavenwetten die pas in 1685 werden afgekondigd door zijn zoon, markies Jean-Baptiste Colbert de Seignelay.

Voor alles moeten we Colbert zien als de grondlegger van de moderne, gecentraliseerde staat, meent ook Solls collega Jean Christian Petitfils. Hij was hard, maar dat gold evenzeer voor zijn tijd: ook boeren en dwangarbeiders waren niet vrij. Aan het feodalisme kwam een einde met de revolutie van 1789, de slavernij werd afgeschaft in 1848. ‘Wie het verleden door een hedendaagse bril bekijkt’, schrijft Petitfils, ‘En wie de herinnering aan Colbert wil uitwissen, zal nooit iets begrijpen van de tijd waarin hij leefde.’

Lees ook:

Polarisatie? Excuses voor de slavernij zorgen juist voor nuance in het racismedebat, denkt Kathleen Ferrier

Leiden excuses voor het slavernijverleden tot polarisatie? Prominenten in het slavernijdebat begrijpen niets van die redenering van premier Rutte.

Het slavernijverleden drukt nog altijd een stempel op de samenleving, zegt organisator herdenking

Het racismedebat in Nederland blijft ondanks de Black Lives Matter-beweging veel te oppervlakkig, vindt Urwin Vyent, organisator van de jaarlijkse slavernijherdenking in Amsterdam.

Tegen racisme strijden doen we met zijn drieën; ik, jij en wij samen

Vandaag exact een maand geleden is George Floyd op gruwelijke wijze door een politieagent in de VS vermoord, schrijft columnist Babah Tarawally. Terugblikkend op zijn dood vraagt Tarawally zichzelf af wat hij had gedaan als hij getuige was geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden