Migranten EU

De banden tussen Frontex en de Libische kustwacht zijn hecht

Een migrant wordt ondervraagd door leden van Frontex in de haven van Arguineguin op het Spaanse eiland Gran Canaria, 
 eind vorig jaar. Beeld Reuters
Een migrant wordt ondervraagd door leden van Frontex in de haven van Arguineguin op het Spaanse eiland Gran Canaria, eind vorig jaar.Beeld Reuters

De EU gebruikt de Libische kustwacht om te doen wat ze zelf niet mag zonder internationale wetten te schenden: migranten op weg naar Europa onderscheppen en terugbrengen naar Libië, waar mensen moeten vrezen voor hun leven.

Het is tussen 9 en 10 uur in de ochtend van 25 juni 2020 als een wit propellervliegtuig boven de Middellandse Zee surveilleert. Onder het toestel, dat observeert voor het Europese grensbewakingsagentschap Frontex, navigeert een witte rubberboot met zo’n zeventig asielzoekers aan boord. Zij zijn de avond daarvoor vertrokken uit de buurt van Garabuli, een stad in het land dat ze boven alles achter zich willen laten: Libië. Geen van de inzittenden heeft een reddingsvest aan en de boot is niet zeewaardig. De meeste opvarenden komen uit Soedan. Hoewel ze bijna de wateren van Malta bereikt hebben, zullen niet alle opvarenden de dag overleven.

Normaal gesproken zou er een waarschuwing uit moeten gaan van Frontex naar een van de Reddings Coördinatie Centra (RCC) rondom de Middellandse Zee, om een reddingsactie op touw te zetten. Zo’n RCC gaat op zoek naar het dichtstbijzijnde vaartuig dat geschikt is om de mensen te redden, en dirigeert het, nadat de mensen zijn opgepikt, naar een veilige haven. Uit online traceergegevens blijkt nergens dat schepen in de buurt van de witte rubberboot een waarschuwing krijgen. De dichtstbijzijnde schepen vervolgen allemaal hun koers.

Pas aan het einde van de middag, tien minuten over vijf, blijkt er toch een schip te zijn gewaarschuwd. Een van de Soedanese mannen in de rubberboot, Musa, die anoniem wenst te blijven, ziet tot zijn schrik de Ras Al Jadar van de Libische kustwacht aan de horizon verschijnen. Niet lang daarvoor had hij het vliegtuig van Frontex nogmaals gezien. “We probeerden nog te ontsnappen en zo hard mogelijk weg te varen van de Libiërs”, vertelt hij kort na het incident aan de hulporganisatie Alarm Phone. Hij bevestigt zijn verhaal maanden later aan Trouw.

Musa en de anderen redden het niet. De rubberboot wordt geramd door het oorlogsschip. Vier mannen vallen in het water. Foto’s genomen vanuit een vliegtuig van een hulporganisatie tonen mensen in het water die vechten voor hun leven. Slechts twee van de vier kunnen later uit het water worden gehaald, de anderen verdrinken.

Proxy-macht

Sinds 2019 heeft de EU al haar reddingsoperaties in de Middellandse Zee stopgezet en surveilleert ze alleen nog vanuit de lucht. Afgelopen woensdag nog raakten twee afgeladen boten in nood voor de kust van Libië. Terwijl Frontex-vliegtuigen in de directe omgeving vlogen werd slechts één boot gered door de Libiërs – voor de andere had Libië geen schip meer operationeel: 130 mensen verdronken.

Deze incidenten staan niet op zichzelf. De EU gebruikt de Libische kustwacht als proxy-macht om te doen wat ze zelf niet mag zonder internationale wetten te schenden: migranten op weg naar Europa onderscheppen en terugbrengen naar Libië, waar mensen moeten vrezen voor hun leven. Volgens een intern EU-document werden alleen al in 2020 11.891 mensen onderschept.

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

De EU zorgt ervoor dat ze de Libische kustwacht net voldoende ondersteunt met geld, training en materiaal om de zaak operationeel te houden, maar ontkent dat ze de onderscheppingsoperaties aanstuurt. Uit onderzoek van Lighthouse Reports in samenwerking met Trouw, Der Spiegel, Libération en ARD, blijkt dat Europa en Frontex dit wel degelijk doen. Dat zou een schending van het non-refoulement-principe kunnen zijn. Dat is een internationaal basisrecht dat verbiedt om mensen die vluchten of asiel aanvragen terug te sturen naar een onveilig land, ook als dit indirect gebeurt, zo bepaalde een Italiaanse rechter in 2012.

“Wanneer Europese autoriteiten Libische troepen aansturen om asielzoekers in de Middellandse Zee te onderscheppen, terwijl ze weten dat zij misbruikt zullen worden op Libisch grondgebied, nemen zij de verantwoordelijkheid op zich voor hun misbruik”, stelt advocaat en specialist in internationaal- en maritiem recht, Itamar Mann.

Europa is zeer goed op de hoogte van de situatie in Libië, een land dat verscheurd is door burgeroorlog en waar migranten worden opgesloten in martelgevangenissen. Europa’s eigen diplomatieke dienst EEAS schrijft in februari in haar rapport dat ‘seksueel geweld, afpersing voor losgeld, gedwongen arbeid en moord nog steeds wijdverbreid zijn’. De daders zijn ‘overheidsdienaren, leden van gewapende groepen, smokkelaars, mensenhandelaren en leden van criminele groeperingen’.

94 incidenten onderzocht

Voor dit onderzoek spraken we met bijna een dozijn werknemers en oud-medewerkers van Frontex en leden van de Libische kustwacht, meer dan een dozijn overlevenden van intercepties; baseren we ons op gelekte documenten en afbeeldingen, en voeren we mee met de Libische kustwacht. Met behulp van coördinaten die asielzoekers deelden met hulporganisaties, en data van vliegtuig- en scheepsroutes, onderzochten we 94 incidenten tussen januari vorig jaar en maart dit jaar.

Uit dit data-onderzoek blijkt dat de Libische kustwacht 56 keer asielzoekers onderschepte, waarbij bij 20 incidenten een Frontex-vliegtuig in de directe omgeving vloog. In twaalf gevallen nam Frontex de asielzoekers naar alle waarschijnlijkheid als eerste waar. Ondanks dat commerciële schepen en soms zelfs reddingsboten van hulporganisaties op soms maar een uur varen zijn, is het toch de Libische kustwacht die ze onderschept. Onder het wakend oog van Frontex zijn ten minste 91 mensen verdronken of zoekgeraakt, waarschijnlijk voor een deel te wijten aan vertraagde reddingsoperaties.

Zwarte rookpluim

De zee is kalm op de ochtend van 28 maart 2021, na een week van hoge golven. De ms Fezzan van de Libische kustwacht, een schip dat in 2018 door de Italianen is gedoneerd, tuft op halve kracht. De Fezzan is, op een reserveschip in Tripoli na, de enige boot die operationeel is. Drie andere liggen al maanden voor onderhoud in Italië.

De kapitein krabbelt met potlood een paar details van de onderschepping op een al beschreven blaadje. Bij gebrek aan wit papier en digitale middelen, is dit zijn logboek. Achter de Fezzan stijgt een zwarte rookpluim op van een van de boten die ze die ochtend hebben onderschept, en in brand gestoken met de brandstof van de buitenboordmotor.

Zo’n 200 opvarenden zitten opeengepakt op het voordek. De angst straalt uit hun ogen. Een van hen is de 16-jarige Sheik Omar uit Gambia, die vertrok nadat zijn vader was overleden. Drie keer eerder probeerde hij Libië te ontvluchten, nu zit hij gehurkt op het voordek, doorweekt door het opspattende water. “Ik wil niet terug, ik ben bang,” zegt hij. “Ze zullen ons opsluiten en martelen.” Hij is niet de enige die zich zo voelt. De Libiërs schreeuwen naar ze: “Blijf zitten!”

Aan de horizon verschijnt de volgende houten blauwe boot met meer dan 200 asielzoekers. Het zijn er te veel om aan boord te kunnen nemen van de Fezzan en de Libiërs laten het, mét de opvarenden, zonder werkende motor achter. Het zal nog twee dagen duren voor zij worden opgepikt.

Officieel worden de reddingsoperaties van de ms Fezzan en andere schepen van de kustwacht gecoördineerd door het Gezamenlijke Reddingscoördinatie Centrum (JRCC) in Tripoli. De EU reserveerde miljoenen euro’s om het op te zetten, maar de Europese Commissie geeft aan dat de bouw vertraging heeft opgelopen door de oorlog in Libië en de coronacrisis, en dat ze snel een container wil neerzetten die als JRCC dienst moet doen.

Libische kustwacht wacht al drie jaar op juiste apparatuur

De Libische kustwacht laat weten dat zij al drie jaar wacht op de juiste apparatuur. Wel is duidelijk dat dankzij EU-ondersteuning Libië in 2018 een eigen opsporings- en reddingszone kreeg – waar het JRCC officieel verantwoordelijkheid voor draagt, en het legaal als niet-Europees land asielzoekers kon laten terughalen.

Op papier houdt het JRCC kantoor op het gebombardeerde vliegveld van Tripoli. De werkelijke locatie is een eenvoudige kamer met twee laptops op de militaire basis Abu­sitta in Tripoli die bij toerbeurt wordt bemand door leden van de Libische kustwacht. “Het JRCC en de kustwacht zijn precies hetzelfde, er is geen verschil,” zegt Massoud Abdalsamad, hoofd van het JRCC en kolonel van de kustwacht.

En dat terwijl het JRCC er is om er ‘neutraal’ op toe te zien welk schip het meest in aanmerking komt om een operatie uit te voeren. In de praktijk loopt het vaak anders, blijkt op 28 maart. In de loop van de dag meldt zich via radiokanaal 16 een vliegtuig dat zich weigert te identificeren. De ms Fezzan krijgt de opdracht om naar coördinaten buiten de Libische opsporings- en reddingszone te gaan, in de zone van Malta, om daar elf migranten in een rubberboot te onderscheppen. Niet lang daarna vliegt Frontex in hetzelfde gebied, laten data zien, al is niet met zekerheid vast te stellen dat zij contact zochten met de Fezzan.

De asielzoekers blijken te schuilen in de luwte van de tanker Saint George. Die heeft van het Maltese coördinatiecentrum opdracht gekregen om op de Libische kustwacht te wachten, zo is via het radiokanaal te horen. Om kwart over negen in de avond worden ook zij ingerekend en teruggebracht naar Tripoli.

Doorverkocht

Wat hun mogelijk te wachten staat bij terugkeer weet Mohammed uit Somalië. Hij probeert samen met zo’n negentig anderen uit Libië te ontsnappen op 17 juni 2020, wanneer een Frontex-vliegtuig in de vroege ochtenduren boven hun hoofden vliegt.

De dichtstbijzijnde schepen varen volgens data op de druk bevaren route op korte afstand maar veranderen wederom hun koers niet. Zeven uur later wordt de boot onderschept door de Libische kustwacht.

Aan de wal wordt Mohammed drie dagen lang gevangen gehouden in een oude tabaksfabriek die wordt beheerd door een gewapende bende die meer teruggehaalde asielzoekers bewaakt. Mohammed wordt doorverkocht aan een criminele bende die het beruchte detentiecentrum Abu Issa onder zijn hoede heeft. “Ik zag eruit als een vampier. Er was nauwelijks eten.” Hij vertelt ook dat de bewakers als vertier vrouwen dwongen zich uit te kleden en naakt rond te laten springen als kikkers. Mohammed weet zich na bijna een maand voor 1200 dollar vrij te kopen via familie.

Beelden live uitgezonden naar Frontex-hoofdkwartier in Warschau

De Frontex-vliegtuigen zijn volgestopt met techniek die het mogelijk maakt dat ze camerabeelden van de Middellandse Zee live uitzenden in het Frontex-hoofdkwartier in de Poolse hoofdstad Warschau. De beelden worden beoordeeld door een team van specialisten in de crisiskamer. Wanneer zij een boot in nood waarnemen, waarschuwen zij het verantwoordelijke coördinatiecentrum door ieder half uur een update met een foto van de situatie te sturen. Daarna is het de verantwoordelijkheid van het toegewezen centrum, geeft Frontex aan om te bepalen hoe een reddingsoperatie uitgevoerd moet worden. Het redden van levens betekent ook mensen terugsturen naar de hel van Libië, weten medewerkers van het Frontex-crisiscentrum. Dat valt ze zwaar. Ze redden zeker levens op de Middellandse Zee, maar zien ook mensen verdrinken, terwijl ze het gevoel hebben niets te kunnen doen.

Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat Frontex samenwerkt met de Libische kustwacht. “We hebben nog nooit direct samengewerkt met de Libische kustwacht”, stelde het hoofd van Frontex, Fabrice Leggeri, tegen het Europees Parlement in maart. De Libiërs zouden alle verantwoordelijkheid dragen voor de intercepties en schendingen.

Dat klopt niet. Drie hoge officieren van de Libische kustwacht zeggen dat er whats­app-berichten en mails worden verstuurd vanuit Frontex naar de kustwacht. Daarnaast heeft Trouw foto’s in handen met daarop een rubberboot met vluchtelingen, datum en coördinaten, die volgens een lid van de kustwacht direct naar zijn mobiel zijn gestuurd. Trouw heeft kunnen bevestigen dat deze beelden door een Frontex-vliegtuig zijn gemaakt. Dat er regelmatig directe communicatie is tussen Frontex en de kustwacht lijkt ook een screenshot te bevestigen. Om bronnen te beschermen kunnen hiervan de details, die bekend zijn bij deze krant, niet worden prijsgegeven.

In een reactie laat Frontex weten dat zij alleen in geval van absolute nood direct contact opneemt met alle schepen in de buurt van een noodsituatie. Het zou niet gaan om formele contacten. Het agentschap ontkent reddingsoperaties aan te sturen, maar wil geen antwoord geven op specifieke vragen.

Schending van wetgeving

Advocaten denken dat Frontex een grens overgaat met de operaties. “Frontex-werknemers weten dat de Libische kustwacht vluchtelingen naar plekken sleept waar ze gemarteld kunnen worden of erger. Iedere vorm van samenwerking met de Libische autoriteiten met dit doel is een schending van Europese wetgeving,” zegt de Duitse expert in internationaal recht Nora Markard. “Coördinaten naar het JRCC sturen is in mijn ogen al onwettig, direct contact met de Libische kustwacht is een nog duidelijkere schending.” Zij merkt op dat Europa en Frontex alleen schepen en Europese Reddings Coördinatie Centra moeten waarschuwen en ervoor zorgen dat mensen naar een veilige haven worden gebracht.

Musa, de Soedanese man die op 25 juni probeerde te ontsnappen aan het Libische geweld, wordt teruggebracht met 250 anderen die dezelfde dag zijn onderschept. Aan de wal scheidden de Libiërs de mannen van de vrouwen, herinnert Musa zich. Hij wordt met landgenoten geboeid in bussen gedwongen en naar een detentiekamp gebracht. Wanneer de bus even stopt, ziet hij zijn kans schoon en ontsnapt.

Lees ook:

Het ene na het andere schandaal: wie controleert EU-grensbewaker Frontex?

Het ene schandaal na het andere stapelt zich op rondom Frontex, de grens- en kustwacht van de Europese Unie. Het agentschap is in korte tijd flink uitgebreid. En met de groei neemt ook de kritiek op Frontex toe. Portret van de eerste EU-organisatie in uniform.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden