Brandweermensen proberen een huis in Bundanoon, New South Wales, te redden.

ReportageBosbranden

De Australische brandweermensen zijn aan het einde van hun latijn

Brandweermensen proberen een huis in Bundanoon, New South Wales, te redden.Beeld AP

Regen bracht deze week even een adempauze voor de leden van de vrijwillige brandweer in Australië. Maar tijdens de rust blijkt hoe groot de schade is, ook emotioneel.

Op de grote landkaarten achter de schouders van brandweerman David Stimson is het grootste gedeelte zwart gekleurd. Daar brandt het vuur in wat ooit een enorm bos was. Elke dag wordt de kaart bijgewerkt, zodat Stimson precies kan zien naar welke brandhaard de eenheden van de Rural Fire Service, de vrijwillige brandweer van New South Wales, onderweg zijn. 

De Australische bosbranden legden al een gebied groter dan Nederland in de as. Meer dan 2500 gebouwen zijn verwoest en 29 mensen kwamen om het leven. Al maandenlang is Stimson betrokken bij de vuurbestrijding. “Er is zoveel land verwoest. Grote stukken bos zijn voor altijd vernietigd. Er is niemand die ooit een vuurseizoen als dit heeft gezien, dit is groter dan ooit tevoren.”

De stugge, maar vriendelijke Stimson werkt al veertig jaar bij de Rural Fire Service, het brandweerkorps uit de staat New South Wales dat uit zo’n zeventigduizend vrijwilligers bestaat. Stimson is een uitzondering: hij is een van de paar honderd betaalde krachten. Hij was veertien jaar lang kapitein op een bluswagen en kent de kracht van de bosbranden. Twee weken geleden verdedigde hij zijn huis met een tuinslang tegen de vlammen. “Samen met mijn vrouw en mijn zoon stond ik in de tuin. We overwogen geen moment om weg te gaan.”

Brandweerman David Stimson in zijn werkkamer: “Er is niemand die ooit een vuurseizoen als dit heeft gezien, dit is groter dan ooit tevoren.”Beeld Maarten van Dun

In het Noorden is er de vlammenzee

Zijn kantoortje is krap, maar het is het zenuwcentrum van het brandweerkorps van Picton, een dorp in het boerengebied rond Sydney. Picton ligt aan twee bosbrandgebieden. In het noorden is er de vlammenzee die 80 procent van het werelderfgoed van natuurgebied The Blue Mountains in de as legde. Vanuit het zuiden dreigt het vuur dat grootschalige evacuaties van vakantiegangers veroorzaakte. Door de regen is er even wat rust voor de vrijwilligers, maar dat duurt waarschijnlijk niet lang: de komende dagen worden er weer temperaturen verwacht boven de 40 graden.

De afgelopen maanden had Stimson twee grote frustraties, vertelt hij. Eén: de gemakzucht van mensen die zich niet goed genoeg wilden voorbereiden op de branden, ondanks de waarschuwingen. “Het dorpscentrum was slechts half gevuld toen we maanden geleden informatiebijeenkomsten organiseerden over hoe je je moet voorbereiden op een bosbrand. Maar toen het vuur dichter bij kwam, zat de zaal stampvol. Dat mensen zo lang hun kop in het zand blijven steken, vind ik echt onvoorstelbaar.”

Zijn tweede grief doet Stimson ongemakkelijk op zijn stoel schuiven. Hij wil zich met blussen bezighouden, niet met politiek. Het draait om iets wat de afgelopen maanden een gevoelig thema is geworden in Australië: het preventief wegbranden van bos, waarmee bosbranden kunnen worden voorkomen.

Totale kolder

Stimson: “Er is zoveel misinformatie verspreid. In de kranten en op internet lees je dat wij, de brandweer, zijn belemmerd bij het preventief wegbranden van bos. Strenge milieuregels zouden ons dat verbieden en de conservatieve media geven daarvan de milieupartij The Australian Greens de schuld. Maar met de hand op mijn hart zeg ik: dat is totale kolder.”

De belangrijkste reden dat het preventief wegbranden moeilijker is geworden, zegt Stimson, is dat het te droog is om preventief te branden. “Het vuur is dan niet meer in de hand te houden.”

Stimson grinnikt. “Ik heb geleerd dat je over politiek en religie niet moet praten, daar komt ruzie van. Daar moeten we nu de onderwerpen preventief branden en klimaatverandering aan toevoegen. Er zijn zoveel ongefundeerde meningen. De discussie gaat door tot je er misselijk van wordt.”

Vanuit de hoek van Stimsons kantoor luistert Elizabeth Ellis mee, een kordate vrouw van in de vijftig. Ze is Stimsons rechterhand. Ze pakt de telefoon om met een brandweerploeg te overleggen over een ingestort huis met asbest. Tussendoor valt ze Stimson bij. Vooral de geestelijke gesteldheid van de brandweerlieden gaat haar aan het hart. “Ik zie hoe ze aan het eind van hun latijn zijn. Ze zijn nu hyper-alert, maar dat houden ze niet lang meer vol. Als straks het ergste voorbij is, storten ze in.”

Geschreeuw van koala’s

Niet alleen de gevaarlijke omstandigheden eisen hun tol. Ook de constante confrontatie met de verwoesting is slopend. Stimson: “De ecologische vernietiging is verschrikkelijk. Dag na dag rijden de brandweermensen door vernietigde natuur. Laatst vertelde een ploeg hoe ze slechts konden toekijken hoe een stuk bos ten prooi viel aan de vlammen. Ze hoorden het geschreeuw van de koala’s.”

Stimson valt stil. “Het emotioneert me zeer.”

Ellis vult aan: “Dit is emotioneel op persoonlijk vlak, maar ook voor ons als natie. Deze bosbranden confronteren ons met hoe de wereld ons ziet. Het raakt aan onze nationale psyche, waarin de natuur zo belangrijk is. Deze bosbranden beïnvloeden ook onze economische toekomst. Het betekent zoveel voor hoe we het land achterlaten voor onze kinderen.”

Blusvliegtuig met Amerikanen stort neer

Een blusvliegtuig met drie Amerikaanse brandweerbestrijders aan boord is gisteren neergestort in de Australische Snowy Mountains.

Australië krijgt steun uit de VS, maar de ongekende vuurzee wordt toch vooral door vrijwilligers bestreden. Ongeveer 1 procent van de Australiërs is brandweervrijwilliger, zo’n 200.000 mensen. Op het platteland zijn de brigades onderdeel van het sociale leven. De vele zeer uitgestrekte gebieden in Australië zijn zo dunbevolkt dat een professioneel brandweerkorps niet betaalbaar en effectief zou zijn.

Onder politieke druk gaf premier Scott Morrison de brandweerlieden wel een extra toelage. Maar experts in Australië vragen zich af of vrijwilligers de hevige brandseizoenen nog wel aankunnen. Hoogleraar rampenbestrijding Dale Dominey-Howse riep de regering in een opiniestuk op tot professionalisering: “Nu de vuurseizoenen eerder beginnen en later ophouden, is er werk genoeg voor professionele brandweerbestrijders”.

Lees ook:

Op bezoek in het afgebrande Australische dorpje Wingello. ‘Dit zijn geen bosbranden meer, dit zijn vuurstormen’

Een vuurzee trok door de straten van het Australische dorpje Wingello. ‘Hier was niets tegen te doen. Dit zijn geen bosbranden meer, dit zijn vuurstormen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden