ReportageVerenigde Staten

Corona raakt de latinogemeenschap in Los Angeles ongekend hard

Gabriela Garcia koopt een elote, een speciaal bereide Mexicaanse maiskolf. Beeld Mari Meyer
Gabriela Garcia koopt een elote, een speciaal bereide Mexicaanse maiskolf.Beeld Mari Meyer

De latinogemeenschap in Los Angeles gaat zwaar gebukt onder het coronavirus. De duizelingwekkende toename van het aantal doden trof ook de familie van Gabriela Garcia uit de wijk Pacoima. ‘Mijn elektriciteitsrekening is opgelopen tot 2500 dollar en ik weet nog niet hoe ik dat ga betalen.’

Gabriela Garcia loopt over haar oprit richting de voordeur, langs de vier grote honden die tussen allerhande dozen en oud meubilair door de ommuurde tuin struinen. Naast de vuilcontainers dutten twee katten onverstoorbaar op een paar eetkamerstoelen. “Sorry voor de rommel”, verontschuldigt Garcia zich op weg naar binnen, door de smalle keuken waar op de grond een plastic tas met groenten – wortelen, bosui – staat. “Die moet ik nog in de koelkast leggen”, zucht ze. “Geen tijd voor gehad vandaag.”

Voor de deur van een van de slaapkamers, waaruit het geluid van een televisie schalt, staat een zuurstoffles. Daarbinnen ligt haar man aan te sterken. “Hij is net vier dagen van de zuurstof af.” Het hele gezin testte vijf weken geleden positief, zegt de 51-jarige Garcia, en hun hele leven kwam abrupt tot stilstand. Hij is bouwvakker en zij maakt huizen schoon, maar sinds die eerste positieve test zitten ze thuis.

Hij had het erger dan zij, zegt ze, terwijl ze ruimte maakt om te zitten op de bruine bank. “Ik was flink ziek en had koorts, maar hij lag een week lang in het ziekenhuis.” Pas als hij weer in beweging komt, kunnen ze inschatten wanneer hij weer aan het werk kan, zegt Garcia. “Hij ligt nu nog in bed. Ik probeer hem aan de wandel te krijgen.”

Inkomen bij elkaar sprokkelen

Zelf is ze alweer druk in de weer. “Zo ben ik nu eenmaal”, lacht ze; ze kan moeilijk stilzitten. Maar achter haar kordate houding schuilt bittere noodzaak, ze moet een inkomen bij elkaar zien te sprokkelen. Daarom doet ze meerdere dagen per week tuinverkoop: van vrijdag tot en met zondag staan voor haar huis uitklaptafels met tweedehands spullen. Ook verkoopt ze op straat sieraden en zelfgemaakte boeketten voor speciale gelegenheden als Moederdag. “Ik doe wat ik kan”, zegt ze, zo opgewekt mogelijk, terwijl ze de inhoud van haar plastic tasje met kettingen en oorbellen voorzichtig uitspreidt. “We hebben het geld heel hard nodig. Mijn elektriciteitsrekening is opgelopen tot 2500 dollar en ik weet nog niet hoe ik dat ga betalen.”

‘Zodra ik mijn green card heb, gaat mijn zus voor mij ook een baan regelen.’ Beeld Mari Meyer
‘Zodra ik mijn green card heb, gaat mijn zus voor mij ook een baan regelen.’Beeld Mari Meyer

Garcia en haar man delen hun huis met zes anderen: haar dochter, twee zoons, plus een nicht en haar kleuter. In wijken als Pacoima zijn huizen waarin meerdere generaties samenwonen niet ongebruikelijk. De reden is een mengeling van traditie en noodzaak: de families zijn hecht en iedereen zorgt voor elkaar. Daarnaast is Los Angeles een van de duurste steden in het land. Mensen die laaggeschoold werk doen en het minimumloon (of minder) verdienen, besparen door het delen van huizen op de huur.

Mede hierdoor greep het coronavirus in dit soort wijken genadeloos om zich heen. Bijna 70 procent van de inwoners van Garcia’s wijk is latino, tegenover grofweg de helft van de 10 miljoen mensen tellende regio. Dat kwam duidelijk terug in de coronastatistieken: in januari overleden per 100.000 inwoners per week 231 latino’s, tegenover 80 witte Angelenos. Pacoima had in februari het op een na hoogste besmettingscijfer van heel Los Angeles.

Een ecosysteem van risico's

Dan Flaming, directeur van Economic Roundtable, een lokale non-profit die op basis van eigen onderzoek beleidsadvies geeft, meent dat mensen als Garcia bijna niet aan het virus kunnen ontsnappen. Ze leven in een ‘ecosysteem van risico’s’, legt hij uit, waarin zij de laaggeschoolde dingen doen voor de rest van de (beter verdienende) bevolking, zoals werken in restaurantkeukens, het bezorgen van maaltijden en pakketjes, of schoonmaken.

Contact met andere mensen hoort meestal bij hun werk, of het nu tijdens arbeidsuren is of in het openbaar vervoer. Aan het einde van de dag komen ze thuis in een vol huis, waar het virus zich extra makkelijk verspreidt. “En als ze ziek worden, is er vaak geen vangnet. De mensen die al het minste hebben, lopen het meeste risico om nog meer te verliezen. De pandemie brengt de gigantische ongelijkheid in de stad aan het licht.”

Garcia kwam op haar zesde met haar familie vanuit Mexico naar de Verenigde Staten en heeft geen verblijfsvergunning. Dat maakt haar extra kwetsbaar; omdat ze illegaal in het land verblijft komt ze voor overheidshulp als gesubsidieerde voedselbonnen niet in aanmerking. Voordat ze ziek werd ging ze iedere maand naar een paar regionale voedselbanken, maar toen haar familie zich wekenlang moest afzonderen, kwam ze klem te zitten. Een lokale organisatie bood uitkomst, vertelt ze. “Ze brachten eten en desinfectiemiddelen en zelfs hondenbrokken.”

Dozen met voedsel

Van Mend, de non-profit in kwestie, krijgt Garcia naast voedsel ook kleding. En toen ze laatst een nieuwe bril nodig had, regelde Mend er een voor maar 20 dollar, vertelt ze opgelucht.

“We bezorgen iedere week een doos met essentiële spullen thuis bij twintig families in quarantaine”, zegt Laura Hidalgo, die het Covid-19- outreach-team van Mend aanstuurt. Na een telefonische aanmelding volgt een intakegesprek, waarin mensen vertellen over hun omstandigheden en waar ze behoefte aan hebben. “In een doorsnee doos zit 9 tot 13 kilo voedsel, afhankelijk van de gezinsgrootte, maar ook wasmiddel, schoonmaakmiddelen, desinfecterende handgel, mondkapjes en eventueel luiers. Via een partnerorganisatie verspreiden we sinds kort ook thermometers, thee, en honing”, somt ze op.

‘Ik verloor mijn lievelingsbroer in december vorig jaar. En onze buurvrouw is er ook aan overleden.’ Beeld Mari Meyer
‘Ik verloor mijn lievelingsbroer in december vorig jaar. En onze buurvrouw is er ook aan overleden.’Beeld Mari Meyer

Mend is vijftig jaar actief in Pacoima in de omringende arbeiderswijken en heeft het vertrouwen van de lokale bevolking, die de overheid juist vaak wantrouwt. Omdat ze hier illegaal verblijven en niet het risico willen lopen om uitgezet te worden, of omdat politici veel beloven maar weinig klaarspelen voor dit deel van de bevolking. “We geven voorlichting bij buurtcentra en supermarkten en delen pakjes uit met mondkapjes en handgel. We hebben 10.000 van dit soort kits weggegeven”, aldus Hidalgo.

‘Covid-19 is zo gevaarlijk’

In eerste instantie richtte de voorlichting van Mend zich op het virus zelf, nu komt daar ook het vaccinatieprogramma bij. Mend neemt informatie van de gemeente over, vertaalt die al dan niet in het Spaans omdat niet iedereen in Pacoima het Engels machtig is, en deelt flyers uit. “Wantrouwen jegens de overheid is niet ideaal als je zeer kwetsbare mensen wilt vaccineren”, zegt Hidalgo. “Maar hoe meer er geprikt wordt, hoe meer mensen aan elkaar zullen vertellen dat het vaccin veilig is en dat ze zich zonder risico kunnen laten inenten.”

Garcia neemt het vaccin zodra het beschikbaar is, zegt ze zonder een spoor van twijfel in haar stem. “Covid-19 is zo gevaarlijk. Ik verloor mijn lievelingsbroer in december vorig jaar. En onze buurvrouw is er ook aan overleden.”

Haar dochter staat op de oprit en Garcia loopt snel door de krappe keuken, weer naar buiten. Hoewel ze inmiddels al tien jaar in dit huis woont en de huisbaas gelukkig flexibel is tijdens de crisis, wil ze graag de stad uit. Ze heeft sinds kort eindelijk zicht op een verblijfsvergunning, nu het onder de nieuwe president Biden weer is toegestaan om deze via Amerikaanse familieleden aan te vragen. Haar zes kinderen zijn allemaal in de VS geboren, en dus staatsburger. Garcia’s zus woont in Palmdale, 45 minuten ten noordoosten van Pacoima. “Ze werkt in de ouderenzorg. Zodra ik mijn green card heb, gaat ze voor mij ook een baan regelen. Het betaalt 14 dollar per uur, maar het is een vast inkomen.”

De buurvrouw liet dertien katten achter

Dan wuift haar dochter enthousiast naar de overkant van de straat. Ze heeft de elotes-verkoper gespot, een tengere man met een petje, die maiskolven op een stokje verkoopt met toppings als limoensap, zout, chilipoeder en cotija, een milde Mexicaanse strooikaas. Garcia’s dochter en haar twee zoons drommen om het karretje heen om kloeke maïskolven en feloranje vruchtensap te bestellen.

Een van de honden blaft richting het eten, terwijl Garcia een blikje kattenvoer opentrekt. Prompt schiet een aantal magere beesten tevoorschijn. De buurvrouw liet bij haar overlijden dertien katten achter. Ook die moeten iedere dag gevoerd worden, zucht Garcia. Als straks iedereen gegeten heeft, gaat ze zich voorbereiden op haar tuinverkoop van morgenochtend. “Ik sta er vanaf half acht. Tenzij het te winderig is, dan waait alles van de tafels.” Ze kijkt omhoog naar de paarsblauwe namiddaglucht, de zon is weggezakt achter de huizen. “Ik hoop dat ik een beetje goed verdien. We zullen zien.”

Lees ook:

Tijdens de coronacrisis groeide het aantal armen, maar de allerrijksten werden alleen maar rijker

Taxichauffeurs, hotelmedewerkers, schoonmakers. Miljarden mensen zijn door de coronapandemie in de financiële problemen geraakt. Tegelijkertijd zijn de rijksten ter wereld alleen maar rijker geworden, meldt hulporganisatie Oxfam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden