Paralympische curlingatleet Chen Jianxin en de Chinese vicepremier Sun Chunlan bij een ceremonie in de aanloop naar de Paralympische Winterspelen.

ChinaParalympische Spelen

China wordt langzaam steeds inclusiever, en daar spelen atleten een belangrijke rol in

Paralympische curlingatleet Chen Jianxin en de Chinese vicepremier Sun Chunlan bij een ceremonie in de aanloop naar de Paralympische Winterspelen.Beeld REUTERS

Mensen met een beperking hebben de hulpmiddelen die ze nodig hebben, maar het ontbreekt aan gelijke rechten. Tijdens de Paralympische Spelen die vrijdag in Peking beginnen zien ze rolmodellen die niet zielig zijn en wél meetellen.

Eva Rammeloo

Jiang Honghai heeft er heel wat kilometers op zitten. Dan weer met uitzicht op de wijk, naast de kleerkast in het zijkamertje, de andere keer kijkt hij al trappend op zijn hometrainer een spannende televisieserie. Het zweet loopt in de roze handdoek om zijn nek, zijn ijzeren linkerbeen passeert geruisloos zijn rechter. Voor je het weet is het weer voorjaar en dan kan het achterwiel op de fiets. Jiang stapt af, trekt een lade open en haalt er een rinkelende bos medailles uit. “Het verst dat ik ooit heb gefietst was rondom het Taihu-meer. Op één dag 250 kilometer.”

Jiang doet niet onder voor zijn fietsvrienden die wél nog beide benen hebben. Dat kunstbeen heeft hij al 28 jaar, en hij is niet anders meer gewend. Ironman, noemt zijn dochter hem. “Natuurlijk ga ik de Paralympische Spelen kijken! Al zit er jammer genoeg geen fietsgerelateerde sport bij.” In zijn gewatteerde jas gaat hij op de bank zitten. In Jinhua, een paar uur ten zuiden van Shanghai is het – zoals gebruikelijk in het zuiden van het land, waar gebouwen geen centrale verwarming hebben – binnen net zo koud als buiten.

Aangeduid als ‘afvalmensen’

Jiang is een van de 85 miljoen Chinezen met een handicap. Die 85 miljoen is het officiële aantal en daar vallen ook nog eens álle beperkingen onder – maar statistisch gezien zou het zeker het dubbele moeten zijn.

Allemaal hebben ze recht op hulpmiddelen – of dat nou een prothese is, een rolstoel of een gehoorapparaat. Maar die fysieke hulpmiddelen zijn pas het begin, want gehandicapten in China moeten van ver komen. Tot niet zo lang geleden werden ze aangeduid met de term can fei – afvalmensen. Tegenwoordig is dat een scheldwoord en is can ji in zwang – wat zoveel betekent als gehandicapt door ziekte. Beter nog is can zhang – gehandicapt door een beperking.

De eerste slag in die emancipatie werd geleverd in de jaren tachtig, en niet door de minste. Deng Pufang richtte in 1988 de Chinese gehandicaptenfederatie op, en speelde een belangrijke rol in de organisatie van de Paralympische Zomerspelen van 2008, in Peking.

Deng Pufang met voormalig gouverneur van Californië Arnold Schwarzenegger bij een ceremonie in Peking in 2005. Beeld Getty Images
Deng Pufang met voormalig gouverneur van Californië Arnold Schwarzenegger bij een ceremonie in Peking in 2005.Beeld Getty Images

Deng is half verlamd, en belangrijker nog: hij is de zoon van Deng Xiaoping, de hoogste leider van de Volksrepubliek in de jaren tachtig. Dat maakt Deng Pufang lid van de rode elite – de club van kinderen en kleinkinderen van de grondleggers van de Communistische Partij. Voor zijn werk voor de rechten van gehandicapten kreeg Deng in 2003 een prijs van de Verenigde Naties.

Ook op de arbeidsmarkt nog altijd geen gelijke kansen

Advocaat Zhou Haibin geeft hoog op over het werk dat Deng heeft verricht, maar hij moet erbij zeggen dat de Chinese gehandicaptenfederatie inmiddels een beetje ingedut is. “Het is gewoon het zoveelste Partij-orgaan. Ze kunnen niet zoveel meer doen.” Bij een kop koffie in een winkelcentrum in Peking vertelt Zhou over zijn werk. Hij helpt bedrijven om mensen met een beperking aan te nemen. Officieel krijgen werkgevers een boete als hun werknemersbestand niet voor 1,5 procent uit gehandicapten bestaat. “In werkelijkheid zie je dat de meeste bedrijven liever de boete betalen”, zegt Zhou. “Werkgevers die mij om hulp vragen, nemen liefst een werknemer in een rolstoel aan. Zo iemand is net als wij, en heeft maar een paar aanpassingen nodig, denken ze dan.”

Voor mensen met een handicap zijn er op de arbeidsmarkt nog altijd geen gelijke kansen. Op de bruinleren bank in Jinhua stroopt Jiang zijn broekspijp op. Hij laat een klepje zien, bovenaan de prothese. “Hiermee zuigt de prothese zich aan mijn dijbeen vast. Zo heb ik geen riem meer nodig.” Hij gaat staan en zet met zijn kunstbeen een paar stappen in de lucht. “Ik stuur ‘m aan met een beweging van mijn dijspier.”

Als hij loopt, trekt hij een beetje met zijn linkerbeen, maar dat is alles. Jiang werkt als chauffeur en heeft wat andere baantjes. “Ik kan mijn eigen uren indelen, dat is fijn.” Getrouwd, met een eigen huis en genoeg werk om in zijn levensonderhoud te voorzien – dat is niet wat zijn ouders voor ogen hadden toen ze hun 19-jarige zoon in het ziekenhuisbed zagen liggen. Op de fiets was hij een spoorweg overgestoken en door een trein gegrepen. Een half jaar lang zaten zijn ouders aan zijn bed, radeloos over het tragische lot van hun zoon – verdoemd tot een armzalig leven als bedelaar.

Maar na die zes maanden bleek ras-optimist Jiang met zijn kunstbeen prima rond te kunnen scharrelen. Het is al zoveel beter dan vroeger, vindt hij. “Vroeger waren protheses minder goed ontwikkeld. Op het platteland moest je fysiek zwaar werk doen en dat was toen lastig. Maar met de protheses van nu kun je dat werk ook doen. Tuurlijk, je hebt goedkope en dure protheses. Het is net als met een auto: je kunt er een van een miljoen of een van honderdduizend yuan kopen – ze rijden allebei.”

Atleten als rolmodellen

In een werkplaats in een buitenwijk van Peking piepen gehaaste voetstappen over het zeil. Tussen de werkbanken vol schroefjes, moertjes, draaibanken en naaimachines ijveren negen jonge technici. Lü Hong Chan trekt plastic over een mal in de vorm van een drinkbeker, en zet dan een brommende vacuümpomp aan die het geheel van plastic en textiel strak trekt. “Nog vijftien minuten!”, roept de baas grijnzend. Het is een lollige oefening in creativiteit die de technici in de olympische bubbel hard nodig hebben. Ze gaan er de werkplaats van prothese- en rolstoelbouwer Ottobock bemannen. “Wie weet welke problemen ze dan tegenkomen”, zegt manager Tracy Wang die geamuseerd vanuit de deuropening toekijkt hoe Lü en zijn collega druk overleggen hoe ze een oor aan de beker zullen vastklinken.

Wang werkt al meer dan twintig jaar bij Ottobock en zag hoe de kwaliteit van de protheses veranderde. “Er is een enorme ontwikkeling geweest, de afgelopen jaren. Met een prothese kun je iets bijdragen aan de samenleving én genieten van het leven. De Paralympische Spelers gaan nog verder. De atleten doen dingen die ik niet kan – want ik kan niet skiën bijvoorbeeld. Dat maakt ze rolmodellen voor iedereen.”

In het verleden hadden kunstarmen en -benen alleen basisfuncties, maar tegenwoordig kun je er veel meer mee. Maar je moet geluk hebben met de regio waar je vandaan komt. Hoe ruim de lokale verzekering in haar financiële jasje zit, bepaalt voor veel mensen de kwaliteit van de prothese, de rolstoel of het gehoorapparaat dat ze krijgen. En dan zijn er ook nog de rijkere Chinezen. “Die leggen rustig 400 duizend yuan neer voor een bionisch kunstbeen,” zegt Wang.

Boos over afhankelijkheid

De generatie twintigers van nu, denkt verder dan fysieke hulpmiddelen. De prothese is er – nu de rest nog. Da Chengzi, een 29-jarige productmanager bij een techbedrijf die wegens een vorm van polio afhankelijk is van een rolstoel, doet op haar blog verslag van de identiteitscrisis die ze doormaakte. Tijdens haar studie had ze een aangepaste slaapplek, apart van de andere studenten op de campus. Zonder de ingehuurde hulp kon ze nergens heen. Ze was boos over de afhankelijkheid. “Maar toen ik erover klaagde bij mijn vader, zei die dat ik dankbaar moest zijn.”

Op het blog prijkt een foto van het litteken dat van haar nek tot haar middel over haar rug loopt – haar ruggengraat is vastgespijkerd tegen scoliose. De lijdensweg is onderdeel van haar identiteit, realiseerde ze zich. En ze is dankbaar voor de kansen die ze kreeg, omdat ze weet dat lang niet elke leeftijdsgenoot die krijgt. “Iedereen zou een leven moeten hebben zoals ik.” Op sociale media plaatst Da Chengzi ook foto’s van haar eigen woonkamer, van haar vrienden op een terras en van haar uitzicht over het strand – vanuit haar rolstoel.

Xie Ren, een 20-jarige rechtenstudent, laat zich nog luider horen. Haar metalen kunstbeen steekt onder haar korte rokje uit. De camouflagekous haalde ze er een tijdje geleden vanaf, vertelt ze in een interview met de website SixthTone. “Ik wilde zó graag ook eens een rokje aan.”

Ze wil dat iedereen toegang heeft tot regulier onderwijs, net zoals zij dat had. Officieel hebben can ji dat recht, maar scholen vinden altijd wel een reden om hen te weigeren. Dat maakt jongeren met een beperking afhankelijk van dure privéscholen of van speciaal onderwijs. “Er blijven erg weinig toekomstkeuzes over”, vertelt Xie. In het kader van haar studie ging ze op bezoek bij speciale scholen en schrok van wat ze zag. “Scholieren met een visuele beperking krijgen bijvoorbeeld een opleiding tot masseur. Maar als ze het toelatingsexamen hadden kunnen doen voor de universiteit, dan hadden ze zelf een vak kunnen kiezen.”

De inclusieve initiatieven komen vooral van private ondernemers

Er is hoop. Grote techbedrijven als Alibaba en Huawei doen hun best om inclusief te zijn. Sociale werkplaatsen waar gehandicapten vroeger te werk werden gesteld, zijn geprivatiseerd en zijn uitgegroeid tot volwaardige bedrijven. Advocaat Zhou noemt ook de keten van autowasserijen in Shenzhen, opgericht door een vader die zo werk creëerde voor zijn autistische zoon. In Shanghai is er een aantal koffiewinkels waar dove werknemers de koffie door een loketje uitserveren. Er is steeds meer begrip voor wat mensen wél kunnen, en dat zorgt voor zelfvertrouwen.

Toch komen dit soort initiatieven vrijwel altijd van private ondernemers. In grote steden jaagt de lokale overheid nog altijd gehandicapte bedelaars terug naar de stad of het dorp waar ze geregistreerd zijn. Dat is de plek waar ze een beroep kunnen doen op hulpmiddelen en een uitkering – want de regering beschouwt de positie van gehandicapten als onderdeel van China’s strijd tegen armoede.

In Jinhua schuift Jiangs vrouw gemarineerde eendentongen in de wok. Sissend kleuren ze donkerrood. “Mensen zeiden tegen me dat ik er niet aan moest beginnen. Het leven met een gehandicapte man zou zo zwaar zijn. Maar ik was geraakt door zijn motivatie. Hij heeft een goed hart en is optimistisch. Hij verdoet geen tijd aan gokken en dat soort zaken.” De eendentongen gaan in een schaal, en Jiang zet ‘m op de eettafel tussen de geraspte aardappel en ingemaakte eieren. Of ze trots op hem is? Ze lacht en laat de spatel even zakken. “Natuurlijk! Ik zou niet trotser kunnen zijn. Er is niets dat wij samen niet aankunnen.”

De strijd tegen de armoede mag gewonnen zijn, de schrijnende ongelijkheid is de volgende uitdaging. Mensen met een beperking laten zelfverzekerd hun kunstbeen zien, maar samen optrekken voor gelijke rechten, is een ander verhaal. “In sommige landen hebben mensen met een beperking stemrecht, maar als ze geen kiezers zijn, is het makkelijk om ze niet mee te laten tellen”, zegt advocaat Zhou Haibin. In China ligt iedere vorm van vereniging die niet door de Communistische Partij geleid wordt, gevoelig. Maar Zhou relativeert. “Aan de andere kant is dit van alle mensenrechten de minst gevoelige.”

Rechtenstudente Xie Ren maakt zich geen illusies. In reacties op haar foto’s krijgt ze soms de vraag wat ze zo nodig wil bewijzen, waarom ze niet gewoon een stabiel, vredig leven leidt. “Maar als we onszelf niet laten horen, als we ons verstoppen geeft niemand ons de kans op een ‘stabiel, vredige leven’ – dat is een luxe voor ons. Mensen zonder beperking spreken vaak zonder na te denken, en ik denk dat dit het grootste probleem is.”

Lees ook:

‘Sorry ik zit in een rolstoel.’ In gastland Japan staan gehandicapten aan de zijlijn

Dinsdag beginnen de Paralympische Spelen in Japan, waar mensen met een beperking vaak ‘onzichtbaar’ zijn. De hoop is dat de Spelen daar voor een structurele verbetering zorgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden