ReportageArmoedebestrijding

China trekt de allerarmsten uit de bergen en bossen, en uit de armoede

Yuan Hua Jian in haar winkel. Beeld Eefje Rammeloo
Yuan Hua Jian in haar winkel.Beeld Eefje Rammeloo

Van een hutje op de berg, naar een betonnen nieuwbouwwoning. Verhuizen is een van de meest succesvolle formules van het Chinese anti-armoedebeleid. ‘Natuurlijk mis ik mijn oude huis. Er is hier weinig grond om groenten te planten.’

Het land naast de weg naar het noorden is bespikkeld met witgepleisterde huisjes. Vakantieparken lijken het, netjes aangeharkt, ingeklemd tussen de weg en de bergen. Ieder dorpje zijn eigen poort. Het ziet er comfortabel uit. “Hai keyi”, antwoordt Yuan Hua Jian (50) schouderophalend op de vraag of ze hier graag woont: het kan ermee door. Sinds een jaar runt ze een van de winkels in het dorpje Jia Ba. “Dit huis is veel beter dan mijn oude huis. Dat moet ook wel, want daarvoor ben ik verhuisd”, redeneert ze.

Yuan staat achter de toonbank tussen koekjes, sigaretten en papieren bekertjes. Ze heeft zes kinderen, de jongste is twaalf en de oudste 27. Haar huis verderop in de bergen was te klein geworden. Het was een zegen toen de lokale overheid haar het predicaat ‘arm’ gaf. Zo kwam ze in aanmerking voor een verhuizing naar dit nieuwe dorp.

Subsidies en leningen 

Een eenmalige investering van tienduizend yuan (1282 euro) laat de inwoners van Jia Ba hier gratis wonen. Yuans broer, die in het oude dorp naast haar woonde, betaalde mee aan de verhuizing van haar gezin. Het winkeltje kostte nog eens vijftigduizend ­yuan (6410 euro). Het lukte dankzij subsidies en leningen.

Van alle manieren waarop China de afgelopen jaren armoede probeerde uit te roeien, is verhuizen misschien wel de meest succesvolle gebleken. Tot nu toe werden 9,6 miljoen mensen verhuisd naar een van de 35.000 nieuwe woongemeenschappen. De regering trok er de afgelopen vijf jaar 600 miljoen yuan (76,95 miljoen euro) voor uit.

“Verander van plaats en bereik de droom van xiaokang” staat in rood met gele karakters tegen de bergwand achter het dorpje waar Yuan nu woont. Xiaokang is het Chinese woord voor de ‘gematigd welvarende samenleving’ die Xi Jinping dit jaar bereikt wil hebben. Uitroeiing van extreme armoede is een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van dat doel. Het Chinese beleid bleek behoorlijk succesvol. Sinds Xi Jinping in 2013 zijn belofte deed, zijn honderden miljoenen mensen uit de extreme armoede gehaald – vorig jaar waren er nog 5,51 miljoen armen over.

In de stille, donkere bergen was het leven zwaar

De stille, donkere bergen waren tot voor kort het thuis van Yuan Hua Jian en haar dorpsgenoten. Het was er zwaar: ze konden eten van de groenten die ze op hun lapje grond verbouwden, en van het vlees van het varken dat ze eens per jaar slachtten. Als familieleden geld stuurden uit de grote stad waar ze in fabrieken werken, dan konden ze zich olie of rijst permitteren en schoolboeken voor de kinderen.

Het leven in Jia Ba is per definitie beter, zegt Hou Zhong (47), de voorzitter van de dorpsraad. Hij is naar het winkeltje van Yuan Hua Jian gesneld om te vertellen over de geneugten van het dorp. Hier heeft iedereen elektra, water, een huis en toegang tot de doorgaande weg, honderd meter verderop. Het allermooiste is de fabriek die verderop is neergezet. Die maakt elektronische apparaten en garandeert alle inwoners een baan. “Je kunt er tweeduizend yuan per maand verdienen. Als je snel werkt, kan dat oplopen tot 2600 yuan (334 euro, red.).”

Echte boeren zijn veel arme plattelandsbewoners allang niet meer. In de agrarische samenleving onder Mao waren ze de trotse pilaren van de Volksrepubliek. In 1950 woonde 89 procent van de Chinezen op het platteland. Maar de laatste decennia bracht hun oogst zo weinig op dat ze liever als fabrieksarbeider gingen werken. Ze zijn de radertjes die China vergat toen de economie vaart nam en de focus verschoof naar de productie voor export. Arm waren ze altijd al, maar nu werd de rest van het land rijk.

Verstedelijking speelt een ‘positieve rol’ in de oplossing van het armoedeprobleem, concludeerde het IMF in 2007. Zeker in China, waar armoede volgens het rapport een typisch plattelandsprobleem was, hielp het dat de steden maar bleven groeien. Inmiddels woont nog maar 39 procent van de Chinezen op het platteland. In steden is makkelijker aan werk te komen, er zijn meer kansen voor ondernemers en de lonen liggen er hoger dan op het platteland. Maar liefst 93 procent van de economische bedrijvigheid vond in 2018 in de steden plaats.

Eén miljard stedelingen

Van een overwegend ruraal land veranderde China in een land waarin de meeste mensen – 848 miljoen in 2019, 60 procent van de bevolking – in een stad wonen. “Dat plattelandsmensen de kans krijgen om naar de stad te verhuizen en te leven en werken in tevredenheid, helpt de kloof tussen stad en platteland te verkleinen”, zegt professor Hu Angang, hoofd China-studies aan Tsinghua Universiteit en adviseur van de regering, in een e-mail. Hij voorspelt dat in 2028 China’s stadsbevolking de miljard zal naderen, terwijl de bevolking op het platteland verder zal afnemen. “Dat kan de inkomenskloof verkleinen, vooral de kloof tussen de basisvoorzieningen.”

Toch lost verstedelijking niet per se het armoedeprobleem op. Het groeiende probleem van stedelijke armoede is de afgelopen jaren in menig internationaal onderzoek gesignaleerd. Ook in China geldt dat een migrant die zijn verdiende geld terugstuurt naar huis, zelf in een krot kan wonen – hij wordt er niet per se rijker op in de stad.

Xi Jinping heeft de aandacht voor verstedelijking verlegd naar de dorpen rondom de megasteden. Ondertussen wil hij de achtergebleven uithoeken van China ontwikkelen, om het verschil met de grote, rijke steden ietsje kleiner te maken. In een fabriek in Guangdong verdien je misschien duizend yuan meer, maar werk je in de lokale fabriek in Jia Ba, dan kun je tenminste bij je gezin wonen, zo is de gedachte. Zo duiken er in het verlaten platteland nieuwe nederzettinkjes op – soms vermomd als idyllische vakantieparken.

Voor Chinese ambtenaren is het simpel

Het is een stuk gemakkelijker om elektra, water, onderwijs en medische zorg te bieden aan mensen die dichter bij elkaar wonen. Vrijwel iedereen in China heeft – volgens de officiële statistieken – inmiddels beschikking over water, elektriciteit en internet. Professor Hu geeft toe dat ‘de norm laag ligt’: onderwijs en medische zorg op het platteland halen lang niet dezelfde standaard als die in een stad.

In de ogen van de Chinese ambtenaren is het simpel: hoe meer mensen verhuizen van krakkemikkige huisjes zonder elektriciteit of televisieaansluiting, in afgelegen bergdorpjes zonder bron van inkomsten, naar een betonnen nieuwbouwwoning aan een doorgaande weg – hoe sneller ze de armoede uitroeien.

“Verhuizing zorgt voor een nieuwe wereld, migratie zorgt voor een goed leven”, staat op de muur van een van de witte huisjes van Jia Ba. Alle woningen hebben drie verdiepingen met een dakterras. Het interieur is vaak kil, veel eigen meubels of tierlantijnen hebben de dorpelingen niet.

Moestuinen naast de weg

Belangrijker zijn de moestuintjes, die pal naast de weg liggen – lapjes grond die de dorpelingen met stenen hebben afgekaderd. Ieder huis heeft bovendien een voortuintje, dat zonder uitzondering vol staat met bonenranken, aubergineplanten en kool. Wu Xing Da (49) drentelt wat tussen de tuin­tjes. “Natuurlijk mis ik mijn oude huis. Er is hier weinig grond om groenten te planten.”

Wu Xing Da Beeld Eefje Rammeloo
Wu Xing DaBeeld Eefje Rammeloo

De lokale leiders besloten dat het houten huis waar Wu met zijn vrouw en zes kinderen woonde te gevaarlijk was. Bovendien was de dichtstbijzijnde weg vier kilometer verderop. Het huis werd afgebroken en Wu verhuisde met zijn kinderen en zijn ouders naar Jia Ba. Zijn vrouw stuurt nu geld uit Guangdong, waar ze in een fabriek werkt. “Ik geef de kinderen te eten wat ik plant. Mijn grootste inkomen is de uitkering die ik van de regering krijg”, zegt Wu terwijl hij een sigaret opsteekt en zijn T-shirt wat hoger optrekt om zijn buik te luchten. Het is warm als de zon doorbreekt.

“De neiging om mensen naar kunstmatige dorpen te verplaatsen wordt gepresenteerd als middel tegen alle armoede, maar het is erg ontregelend”, zegt Olivier De Schutter, armoede-rapporteur voor de VN. Het is wereldwijd een tamelijk populair middel, ziet hij. Met alle gevolgen van dien: het verplaatsen van huishoudens kan de levensstijl van etnische minderheden schaden, soms laten ouders hun kinderen achter om in de stad te kunnen werken of worden mensen gedwongen om de graven van hun voorouders achter te laten. “In plaats van menselijke ontwikkeling centraal te stellen, met inachtneming van de mensenrechten, gaat een overheid dan voor economische groei, met enorme kosten voor de mensen om wie het gaat.”

Tibetaanse nomaden 

In China zijn er soms alternatieven. Duizenden dorpjes verkopen collectief hun lokale honing of gevlochten rieten manden via webwinkels. Op andere plekken worden fabrieksarbeiders omgeschoold tot ict’er. Maar vaak is een verhuizing de makkelijkste optie. Dat geldt ook voor Tibetaanse nomaden die hun tenten in de besneeuwde bergen opgeven voor keurig uitgelijnde huizen op een laagvlakte. Op grote hoogte kunnen ze niet profiteren van publieke diensten en de overheid moet ze wel als ‘arm’ classificeren. Ook onder de noemer ‘armoedebestrijding’ worden Oeigoeren in kampen en speciale woonwijken bij elkaar gestopt en ‘heropgevoed’.

Wat goed voor ze is, bepaalt de lokale Communistische Partij. De regering dient de bevolking te leiden in ‘de gezonde, beschaafde levensfilosofie die past bij het moderne leven’, meent professor Wang Xiang­yang, gespecialiseerd in publieke zaken aan de Southwest Jiaotong Universiteit. Een verhuizing is een zware ingreep, geeft hij toe. Voor de mensen om wie het gaat, én voor de lokale autoriteiten. De probleemgezinnen worden nu uit de bergdorpjes gehaald en met al hun psychische, fysieke of financiële tekortkomingen bij elkaar in een nederzetting gestopt. Dat kan misgaan. “Maar we kunnen ze nu allemaal tegelijk helpen.”

Plattelandstoerisme

Bij het verhuizen wordt toch echt rekening gehouden met meer factoren dan alleen de economische, meent professor Hu Anbang. “Deze aanpak trekt alle wortels van armoede uit de grond, en ze herstelt de ecologische toestand van de leefomgeving.” Daar dient zich een nieuw verdienmodel aan. Als je armetierige dorpjes met de bijbehorende akkers, riviertjes en bossen teruggeeft aan de natuur, kunnen anderen daar weer van genieten. In 2019 werden er zes miljard toeristische reizen gemaakt in China, met een waarde van 5.700 miljard yuan (730 miljard euro). Daarvan gingen twee miljard reisjes naar een plattelandsgebied.

De Chinese buitengebieden krijgen een flinke upgrade door de aanleg van wegen, breedbandinternet en de toestroom van getalenteerde gidsen, meent Hu. “Veel arme gebieden ontwikkelen plattelandstoerisme om hun toeristische attracties te kunnen behouden, vooral in de bergen. Toeristen worden zo een belangrijke inkomstenbron.”

Het is niet voor iedereen weggelegd, zo’n verhuizing. De eenmalige investering van tienduizend yuan is voor velen onhaalbaar. “Iedereen is hier uit de armoede”, zegt dorpsleider Hou Zhong triomfantelijk. “Hier hebben we water, elektra, een huis en de weg”, wijst hij naar de vrachtwagens die over het beton denderen. “Zonder die dingen is het niet mogelijk om jezelf te ontwikkelen. Ik denk dat iedereen uit de armoede kan komen. Een paar misschien niet, maar dat is omdat ze lui zijn.”

Wei De Gui en Nong De Bang Beeld Eefje Rammeloo
Wei De Gui en Nong De BangBeeld Eefje Rammeloo

Tien minuten verder de berg in zit Nong De Bang (49) in een prieeltje met zijn vriend Wei De Gui (48). Allebei werken ze als dagloners, en ze verdienen bij lange na niet genoeg om rond te komen. Ze lenen geld van mensen die het wél hebben, en werken dan om die lening af te betalen. “We praten er niet over”, zegt hij op de vraag of hij zich schaamt voor zijn lage inkomen. 

Nongs broer werd als ‘arm’ aangemerkt, en heeft een huis gekregen. Natuurlijk wil hij zelf ook wel verhuisd worden, maar hij kan de investering niet opbrengen. Er is meer nodig dan de overheid biedt, weten de mannen. Nong heeft een project in zijn hoofd, maar dat lukt toch nooit. Na enig aandringen vertelt hij dat hij een koeienboerderij zou willen opzetten. “Maar als je een stal wil bouwen, moet je land kopen, en koeien. Daar heb ik het geld niet voor. Dat is wel mijn droom ja.”

Dit is het tweede deel van een tweeluik over armoede in China. Het eerste deel stond 30 november in de krant

Lees ook: Formeel heeft China de armoede nu in laatste provincie verslagen

Het is gelukt: China kent geen armoede meer. Dat is de conclusie van staatspersbureau Xinhua nadat de provincie Guizhou meldde dat ook de laatste negen regio’s niet ‘arm’ meer zijn. Het jaarinkomen van de inwoners is hoger dan de armoedegrens van 4000 yuan (510 euro) die Peking dit jaar vaststelde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden