null Beeld

MegastadShanghai

China trakteert reizigers in deze ‘special times’ nog altijd op een ijskoud welkom

Ze ligt aan mijn voeten, de stad die mij niet wil. Vanuit het raam van mijn kamer op de 15de verdieping kijk ik naar de lichtjes. Het is één van de twee attracties die dit hotel te bieden heeft. De ander is een ijskastje, een luxe die ik de vorige twee keer in quarantaine niet had. Het zit onder de roest en is verborgen achter een oubollig, smoezelig paneel. Inmiddels iets minder smoezelig, want ik heb na aankomst de hele kamer gepoetst met de schoonmaakdoekjes uit mijn koffer. Ik nam ook een handdoek mee, en koffie, roggebrood en couscous. Voedsel dat niet bederft in de twee weken dat ik op deze kamer zit.

Die koffie mag ik drinken uit een kartonnen bekertje, want alles wat deze kamer enigszins aantrekkelijk maakte, is eruit verdwenen – tot de wc-borstel aan toe. Wat achterbleef, is de sigarettenstank die diep in de vloerbedekking is getrokken, samen met stof van de bouwplaats hiernaast. Dat stof ligt overal en geeft de lobby, liften en gangen een post-apocalyptische uitstraling.

Niet dat iemand daar wakker van ligt. In een hoekje van de grote hal duwden medewerkers in maanpakken vanmiddag een stapel papier en een thermometer in mijn handen. Na in veelvoud te hebben beloofd dat ik op mijn kamer blijf, tweemaal daags mijn temperatuur doorgeef en geen verboden goederen meesmokkel, gaat het linea recta door naar boven.

In handen van de autoriteiten

Vanaf het moment dat ik aan boord stapte van de vlucht naar Shanghai, ben ik in handen van de autoriteiten. Nee, eigenlijk daarvoor al. De Chinese ambassade in Den Haag stuurt potentiële China-reizigers naar een speciale – dus dure – kliniek voor een coronatest. Met de uitslag vroeg ik zondagochtend permissie om te vliegen. Diezelfde middag kreeg ik de code waarmee ik me maandagochtend op Schiphol kon melden. Ik had geluk: andere reizigers kregen ‘m pas een uur voor vertrek.

Vliegen naar China mag alleen rechtstreeks en er gaan slechts drie vluchten per week. Het goedkoopst is China Eastern: een ticket kost ‘slechts’ een klein maandsalaris. Service is er niet tijdens deze special times, zoals de Chinezen de pandemie noemen: lunch, diner en ontbijt bestaan uit een paar zakjes chips, twee flesjes water en een mini-Kitkat. Geen koffie of thee, en ook geen koptelefoontje voor het entertainment. De bemanning laat zich niet zien. Een beetje beschaamd haalde ik halverwege de vlucht een maaltijdsalade uit mijn tas. Mijn minder goed voorbereide buren knabbelden gelaten op hun chips.

Geen warm welkom

Van een warm welkom na landing was geen sprake. Zwijgend wuifden de medewerkers me door, van het ene naar het andere checkpoint. Op naar de ‘martelstraat’ voor de meest intense en pijnlijke coronatest die ik ooit deed. Iedereen legt deze route af, of je nu Chinees of laowai, buitenlander bent. Maar die laatste categorie krimpt. Nieuwe visa worden zelden meer uitgedeeld, liefst alleen aan mensen waar het land direct iets aan heeft. Ik kom op mijn terugreis vooral technici tegen, vrijwel geen wetenschappers of ondernemers.

Vanachter het raam van mijn kamer zie ik op de parkeerplaats een stel mensen zwaaien naar een arm die ergens uit het raam steekt. Het quarantainehotel ligt in het hart van Shanghai en is daarom duurder dan het hotel van de vorige keer. Maar aan die centrale ligging heb ik niets. Net als de luchtvaartmaatschappij verdient het hotel dik aan mij. Er is geen ontbijt in de vergulde eetzaal, er zijn geen schone handdoeken, laat staan dat mijn bed wordt verschoond of de badkamer schoongemaakt. Als ik de receptie bel omdat de lamp in mijn kamer het niet doet, wordt de dag erna een gloeilamp voor mijn deur gelegd. Draai ‘m er zelf maar in.

Als ik deze hindernisbaan heb afgelegd, ben ik paria af en mag ik terug de maatschappij in. “Huanying Guanglin!” zullen de winkeliers weer roepen als ik binnenkom. “Welkom!” Maar zo welkom voelt het nu even niet.

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden