AnalyseZelfisolatie

China gooit de deur weer dicht, en dat kan wel eens heel onverstandig zijn

null Beeld Reuters
Beeld Reuters

Openheid bracht China welvaart, maar nu sluit Peking de poorten weer. Expats staan voor een moeilijke keuze: vertrekken of gevangen in een Chinese bubbel. ‘Ik heb mijn zoon al twee jaar niet gezien. Hoe lang kan ik dit nog volhouden?’

Eva Rammeloo

De Hongaarse adviseur Gabor Holch verdient al jaren een aardige boterham als intercultureel leiderschapscoach. Maar van de opdracht die hij nu doet had hij nauwelijks kunnen dromen. Een strategisch adviesbureau uit de wereldtop benaderde hem voor een klus die in andere tijden een maatje te groot zou zijn. “Normaal vlogen ze er een trainer van Harvard voor in, dus als ik in hun schoenen stond, zou dit een flinke stap omlaag zijn. Gelukkig zijn ze tot nu toe tevreden met mijn werk”, vertelt hij tijdens een etentje in Shanghai.

Het aantal buitenlanders dat naar China reist is nog maar een fractie van het aantal in het pre-covidtijdperk. Precieze aantallen zijn er niet, maar alleen al het aantal vluchten is een indicatie. Waar het internationale vliegverkeer zich weer wat begint te herstellen, zit China pas op 2,2 procent van het aantal buitenlandse vluchten in 2019. En nog dagelijks worden geplande vluchten gecanceld.

Buitenlandse bedrijven passen zich aan de nieuwe situatie aan. Op korte termijn biedt dat kansen voor mensen zoals Holch, maar op de lange termijn moeten er keuzes gemaakt worden. “Iemand van Harvard biedt meer prestige. Zoiets kunnen deelnemers aan de training op hun cv zetten. Dus over een tijdje gaat zo’n bedrijf toch eens nadenken over zijn China-strategie.”

Poort voor onbepaalde tijd dicht

Op 28 maart 2020 cancelde Peking alle visa uit angst dat het virus dat in Wuhan net onder controle was, vanuit het buitenland terug het land in zou komen. De poort werd voor onbepaalde tijd gesloten. Inmiddels mogen mensen met een bestaand visum het land weer in, maar zakelijke visa worden nauwelijks, en toeristenvisa helemaal niet verstrekt.

China isoleert zichzelf van de rest van de wereld, en dat is bijzonder voor een land dat zoveel aan openheid te danken heeft. Het is twintig jaar geleden dat het land toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO), een historisch moment volgens de geschiedenisboekjes, en toch werd de verjaardag niet gevierd. Het was dankzij die toetreding dat de Chinese economie zo’n explosieve groei kon doormaken – eind 2020 was de economie twaalf keer zo groot als twintig jaar eerder – maar een verjaardag vieren betekent ook terugkijken en evalueren, en dat doet Peking liever niet. De wereld wacht anno 2021 namelijk nog steeds op een flink aantal voorwaarden waar het land óók voor tekende.

De Communistische Partij liet buitenlandse bedrijven binnen, liet ze joint ventures aangaan met Chinese bedrijven en zag erop toe dat de balans telkens doorsloeg in het voordeel van de eigen economie. “Als China niet was toegetreden tot de WTO, had het niet zo kunnen groeien. Maar er zijn nog steeds terreinen waar Peking het echt beter moet doen”, zegt Bettina Schön-Behanzin, vice-president van de Europese Kamer van Koophandel in China.

Natuurlijk, er kwamen betere procedures en scherpere wetten ter bescherming van intellectueel eigendom. Toch gaat het met de invoering van die wetten nog altijd niet goed, meldt de helft van de Europese bedrijven in een jaarlijkse enquête. Hetzelfde geldt voor staatssteun. Peking maakt er nauwelijks een geheim van dat het staatsbedrijven met subsidies een ferme steun in de rug geeft.

Introductie van een puntensysteem

Maar WTO-toetreding ging om méér dan economische vooruitgang. In de jaren van onderhandeling die aan de toetreding voorafgingen, was de Amerikaanse president George H. Bush zeker van zijn zaak. Als een soort geketende Assepoester zou China, dictatuur met een staatsgestuurde economie, veranderen in een liberale democratie – allemaal dankzij het louterende effect van marktwerking. “Er is geen natie op aarde die een manier heeft ontdekt om spullen en diensten te importeren uit de rest van de wereld, terwijl het buitenlandse ideeën aan de grens tegenhield”, zei Bush. Famous last words. China was de eerste natie die dat wél lukte.

De eerste tien jaar van China’s WTO-lidmaatschap was een visum relatief eenvoudig te krijgen. Er was een redelijke vrijheid om bedrijfjes op te zetten, bij te klussen als docent, Chinees te studeren en rond te reizen. Maar al vóór de corona-epidemie begon, werd het voor buitenlanders lastiger om het land binnen te komen.

In 2017 introduceerde Peking een puntensysteem. Op basis van opleidingsniveau, kennis van het Mandarijn, werkervaring en leeftijd worden aanvragers van een verblijfsvergunning ingedeeld in categorie A, B of C. De categorie bepaalt hoe lastig het wordt om een vergunning te krijgen. Extra punten zijn er trouwens voor mensen die een patent meenemen of voor werknemers van een Fortune 500-bedrijf.

Rond diezelfde tijd kregen ondernemers uit Afrikaanse landen het moeilijker. In de zuidelijke provincie Guangdong, met de Kantonbeurs hét handelscentrum van China, moesten ze concurreren met nieuwe e-commerce-platforms zoals Alibaba, of met Chinezen die ook spullen van en naar het Afrikaanse continent sturen. Volgens de autoriteiten waren er bovendien duizenden Afrikanen met verlopen visa. Wat volgde waren massale controles en een exodus.

Toen waren de avonturiers aan de beurt. Jonge westerlingen die hun reisjes naar de Chinese Muur financierden met bijlessen Engels of een paar maanden lesgeven op een kleuterschool. Tot grote ergernis van de autoriteiten deelden ze soms meegesmokkelde pilletjes en plantjes met Chinese vrienden. In een overheidscampagne kwamen scholen die jarenlang de regels hadden opgerekt, onder vuur te liggen, en ‘docenten’ zonder de juiste diploma’s konden hun visum wel vergeten.

In Shaoxing, in de provincie Zhejiang, wordt gewerkt aan de bouw van quarantainewoningen, afgelopen december.  Beeld Via Reuters
In Shaoxing, in de provincie Zhejiang, wordt gewerkt aan de bouw van quarantainewoningen, afgelopen december.Beeld Via Reuters

Wie niet hoogwaardig is, komt er niet in

Al jaren laat Peking eigenlijk alleen nog mensen toe die ze kan gebruiken. In een rapport uit 2019 signaleerde onderzoeksbureau Merics dat het Chinese immigratiebeleid vooral ‘gebaseerd blijft op de behoefte aan hoogwaardige professionals, onderzoekers, ondernemers en investeerders’ terwijl een ‘levendige en duurzame economie’ juist een gevarieerde beroepsbevolking nodig heeft.

Uit de census van afgelopen jaar bleek dat er 842.000 buitenlanders in China wonen: 0,06 procent van de bevolking. (In de Verenigde Staten is dat 13,7 procent.) Een historisch dieptepunt, maar wat Peking betreft kan het nog wel wat minder. Wie niet ‘hoogwaardig’ is – dus kan bijdragen aan de Chinese economie, met kennis of geld – komt er niet in.

De pandemie lijkt een mooi moment om buitenlanders met China-aspiraties verder te ontmoedigen. Aan het visumbeleid van het ministerie van buitenlandse zaken is de laatste twee jaar niet veel veranderd, maar het gezondheidsministerie heeft het op dit moment voor het zeggen en daar heeft ‘viruspreventie’ prioriteit. Op last van dat ministerie sloot China de grenzen volledig toen de wereld de winteruitbraak van een jaar geleden niet onder controle kreeg. Sindsdien is het onduidelijk hoeveel invloed het ministerie nog heeft op de verstrekking van visa. Zeker is dat buitenlanders die niet per se het land in hoeven – zoals toeristen of zakenreizigers – erg moeilijk een visum krijgen.

Yogamatje, weegschaal en massagemat

Sowieso is je vestigen in China nu iets dat je als buitenlander wel héél graag moet willen. Op velden bij de stad Guangzhou staan tientallen barakken als witgrijze legoblokjes uitgelijnd. Vijfduizend kamers voor reizigers die op vliegveld Baiyun aankomen, en er volgen er nog eens duizenden. Voor comfort is gezorgd: een yogamatje ligt klaar, met weegschaal en massagemat. Een robot brengt de maaltijden en houdt de gezondheid van de quarantaineklant in de gaten. In oktober riep de overheid alle Chinese steden op tot de bouw van dit soort permanente faciliteiten. De quarantaineverplichting voor reizigers blijft dus nog wel even.

De drempel aan de Chinese grens is torenhoog. Maar de paar duizend die het lukt een visum of een verblijfsvergunning te krijgen, zijn ook na de verplichte quarantaine niet vrij om rond te reizen. Lokale besmettingshaarden gooien om de haverklap de boel overhoop en eisen extra testen, groene codes en quarantaine. Vaak is het niet de overheid die dit eist, maar zijn het scholen, bedrijven en vakantieparken die geen risico willen lopen.

Peking heeft de bubbel overigens ook aan de andere kant afgesloten: eigen burgers mogen sinds dit jaar hun paspoort alleen nog verlengen met speciale toestemming. Maar de meesten willen helemaal niet naar het buitenland, want daar waart het levensgevaarlijke virus – zo waarschuwen de staatsmedia.

Het kan nog wel een jaar of twee duren voor de poorten van China weer op een kier gaan. Epidemioloog des vaderlands Zhong Nanshan meent dat de mortaliteit van het virus wereldwijd eerst een acceptabel niveau moet bereiken, namelijk 0,1 procent, net als bij een gewoon griepvirus. Nu is dat nog 2 procent, en begin dit jaar was het 2,2 procent.

Voorvechter van vrije handel en globalisering

Keert China zich af van de buitenwereld? De Communistische Partij is betrokken in tal van internationale organisaties zoals de WHO en de VN. China stuurde vijftigduizend militairen naar bijna dertig VN-vredesmissies. En dan is er nog de Nieuwe Zijderoute, het Belt and Road Initiative. Projecten ter waarde van 900 miljard dollar in 140 landen vormen een soort skelet voor China’s verankering in de wereldeconomie. Na de verkiezing van Trump in de VS, met zijn America First-retoriek, riep Xi Jinping zichzelf in Davos in 2017 opeens uit als voorvechter van vrije handel en globalisering. In het recente telefoontje met Biden benadrukte Xi nog eens de ‘internationale verantwoordelijkheden’.

Een hotel in Shanghai voor buitenlanders die in quarantaine zijn geplaatst, wordt gedesinfecteerd. Beeld AP
Een hotel in Shanghai voor buitenlanders die in quarantaine zijn geplaatst, wordt gedesinfecteerd.Beeld AP

China keert zich niet af van de buitenwereld omdat ze haar grenzen sluit. Maar Peking beperkt de interactie tot wat ze nodig heeft voor haar eigen belangen: groei en innovatie van de economie.

Kan het een zonder het ander? Kan China internationaal een speler van betekenis zijn, als ze de stroom aan culturele invloeden, mensen en kapitaal tegenhoudt? Nee, denkt Schön-Behanzin als woordvoerder van het Europese bedrijfsleven. “Er is diversiteit nodig, een uitwisseling van mensen. Het is belangrijk om te voorkomen dat Chinezen en buitenlanders in gescheiden silo’s komen te zitten. Mensen moeten hier komen voelen wat er gebeurt.” Zulke uitwisseling brengt inspiratie die nodig is om te innoveren. En Peking wíl innoveren: de economie hoogwaardiger en zelfvoorzienend maken. Chinezen moeten meer geld uitgeven, en dan het liefst aan producten en diensten van eigen bodem.

Hoe minder buitenlanders nodig zijn, hoe beter. Het ziekenhuis waar orthopeed Derk Rietveld werkt, kwam afgelopen jaar volledig in Chinese handen. Het veranderde de manier van werken, en maakt de sfeer ‘anders’, maar zijn positie is niet in gevaar, vertelt de Nederlander. “Ze willen toch nog wel wat buitenlandse dokters houden, en nieuwe artsen uit het buitenland halen, is lastig.”

Chinese muur aan de buitengrens

Voor een groot deel kan die strategie lukken, maar in de dienstensector heeft China nog een eind te gaan. Adviesbureaus op het gebied van internationaal recht, projectmanagement of personeelszaken hebben nog nauwelijks Chinese concurrentie, ziet coach en consultant Gabor Holch. “Multinationals huren hun management tegenwoordig lokaal in, maar als ze speciale vaardigheden nodig hebben of advies op een specialistisch terrein zoals farmacie of rechten, dan halen ze iemand van buiten.”

De muur die China aan de grens heeft opgebouwd, maakt het moeilijk om zulke specialisten binnen te halen. Dat ligt niet eens meer alleen aan de Chinese regering. Buitenlanders willen zelf ook niet meer naar China. Er is een hele periferie aan mensen nodig om het voor de expats die Peking nog wél wil, aantrekkelijk te maken. Zoals Holch zegt: “Expats leven graag in de buurt van andere expats.”

Internationale scholen met docenten uit het eigen land, gewiekste handelaren die kaas, wijn en olijven importeren, avonturiers die een bakkerij beginnen met brood net als thuis. Ze halen niet de punten die nodig zijn om soepeltjes een visum te krijgen. Er hangt bovendien een nieuw belastingsysteem in de lucht dat het leven voor expats een stuk duurder dreigt te maken.

Peking kan nog zo graag talenten in quantum computing of chip fabricage in huis halen: die slimme koppen willen graag een snel, vrij internet en een inspirerende omgeving. Ze willen ook naar conferenties in Singapore of een weekendje Japan. Dat kan allemaal niet meer.

De buitenlanders die er nog zijn, krijgen het zo benauwd dat ze overwegen te vertrekken. Rietvelds vrouw is haar koffers al aan het pakken, en het gezin beraadt zich op de toekomst. “Onze ouders zijn al over de tachtig, en ik heb onze oudste zoon al twee jaar niet gezien. Als we iedere zes maanden heen en weer konden blijven reizen, was het niet zo’n probleem. Nu vragen we ons af hoe lang we dit nog volhouden.”

Lees ook:

Aandacht voor vrouwenrechten is link in China, toch wordt #MeToo er onder de radar steeds sterker

Zo op het eerste gezicht lijkt het alsof de #MeToo-beweging in China niet bestaat. Niets is minder waar. Onder de radar spreken vrouwen zich wel degelijk uit tegen seksueel geweld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden