Reportage Protestkunst

Censuur houdt Venezolaanse protestkunstenaars niet tegen

Werk van kunstenaar Francisco Bassim: een voedselpakket van de overheid waar een huilende, zwaar ondervoede baby uit plopt, op de achtergrond een vuilnisbelt. Beeld Francisco Bassim

Een groeiend aantal Venezolaanse kunstenaars zet zijn talenten in voor politiek protest. Hun werk wordt gecensureerd. Ze bewegen zich op sociale media of wijken uit naar het buitenland.

Tot een paar jaar geleden had Eduardo Chumaceiro nooit iets met politiek gedaan in zijn werk. De succesvolle grafisch ontwerper voerde zijn commerciële opdrachten uit en dat was het. Maar dat veranderde tijdens de massale protesten in 2017, waaraan hij zelf deelnam. De oproerpolitie schoot bij hem om de hoek een studente dood. “Dat raakte me zo diep dat ik voelde dat ik meer moest doen,” zegt Chumaceiro in de kleine werkkamer van zijn bedrijf Graphic.Bureau in Caracas. “Vanaf die dag maak ik grafisch protest, of dissidente kunst zoals ik het noem. Het kwam voort uit woede.”

De gestileerde, abstracte tekeningen met subtiele boodschappen van de eerste maanden hebben recentelijk plaatsgemaakt voor ondubbelzinnige aanklachten tegen de economische crisis, de repressie en de misdaad. Zoals de schietende rat die wordt beschermd door een paraplu die druipt van bloed, in de vorm van de snor van president Nicolás Maduro. Of het beeld van ex-president Chávez met kakkerlakken als hersenen. Vaste symbolen zijn ratten, bloed, Maduro’s snor en de Venezolaanse driekleur.

Om inspiratie zit Chumaceiro niet verlegen. Terwijl het land in een afgrond stort en al ruim vier miljoen Venezolanen het land zijn ontvlucht, schuwt Nicolás Maduro geen middel om aan de macht te blijven. “Wij ontwerpers en professionele kunstenaars moeten vastleggen wat hier gebeurt,” zegt Chumaceiro. “Iedere Venezolaan heeft zijn verantwoordelijkheid om bij te dragen aan verandering. Wat antwoord ik later mijn kinderen als ze zeggen: en jij hebt niks gedaan? Ik doe dit. Hoe klein het ook is. Mijn beelden worden gebruikt bij straatprotesten. Iedereen mag ze gebruiken.”

Werk van graficus Eduardo Chumaceiro: de schietende rat wordt beschermd door een van bloed druipende paraplu in de vorm van de snor van president Maduro. Beeld Eduardo Chumaceiro / Graphic.Bureau

Via een beeld bereikt de boodschap mensen sneller

De 46-jarige Chumaceiro behoort tot een groeiende groep Venezolaanse kunstenaars die hun talenten inzetten voor protest. Hun werk is verboden. De door het regime gecontroleerde media publiceren het niet. Op straat is het werk alleen te zien tijdens demonstraties, maar daar zijn er de laatste maanden niet veel meer van. “Het aantal artiesten met politiek werk is toegenomen, maar als gevolg van de censuur is dat niet meteen te zien,” zegt Abraham Pedraza van de stichting Un Mundo sin Mordaza (vrij vertaald: Een Wereld zonder Muilkorf), die opkomt voor vrijheid van meningsuiting via de kunst.

“Kunst is een belangrijk wapen. Zeker in een land als dit, met een laag onderwijsniveau, bereikt de boodschap via een beeld mensen veel sneller,” vindt tekenaar en digitaal kunstenaar Francisco Bassim. In de hoek van een rumoerig terras slaat hij zijn notebook open. Op het scherm verschijnt een maagd Maria met een bloedende Christus in haar armen, zojuist vermoord door de Venezolaanse oproerpolitie. “Ik combineer graag elementen uit de religie en uit bekende kunstwerken met het politiegeweld.”

Bassim toont een lange serie rauw en provocerend werk, collages met elementen uit de kunst en de media. Zoals een portret van Maduro met een kroon vol sloppenwijken op het hoofd en een voedselpakket van de overheid waar een huilende, zwaar ondervoede baby uitplopt, op de achtergrond een vuilnisbelt. “Het levert me veel problemen op, want ik pak niet alleen de machthebbers aan, maar ook de oppositie. Die lijkt doof voor wat er op straat gebeurt.”

De wereld laten zien wat er gebeurt

Bassim is een bijzonder geval. Hij deed precies het omgekeerde van wat veel collega-artiesten doen. Waar anderen het land uit vluchtten om te kunnen werken, keerde hij na tien jaar Italië juist terug naar Venezuela, verbijsterd over de manier waarop zijn land werd geruïneerd. “Aanvankelijk hielden heel weinig artiesten zich met de politiek bezig en ik voelde een enorme verantwoordelijkheid om dat juist wel te doen, om de wereld te laten zien wat er in mijn land gebeurt. De staat wordt hier gegijzeld door een criminele organisatie die zijn burgers vermoordt. Ze martelen niet alleen in verborgen kelders, ze schieten gewoon openlijk op straat protesterende jongeren dood.”

Bassims werk is, net als dat van veel andere gecensureerde artiesten, alleen te vinden op sociale media als Twitter en vooral Instagram, waar het – vaak gratis – ter beschikking staat van media en actievoerders. Tot arrestaties van kunstenaars is het nog niet gekomen, maar de censuur maakt werken nagenoeg onmogelijk. Bassim: “Een aantal tekenaars, cartoonisten is vertrokken.” Voorbeelden zijn Edgar Franco, die uitweek naar Panama, en Camila de la Fuente, die tegenwoordig vanuit Mexico werkt. “Vanuit Panama, Colombia of de VS laten ze hun stem horen.”

Vooral musici blijken kwetsbaar

Anderen gaven toe aan dreigementen. Ze slikten hun kritiek in om in Venezuela te kunnen blijven. Vooral musici blijken kwetsbaar. “Een bekend voorbeeld is de muziekband Raguayana,” zegt Pedraza van Un Mundo Sin Mordaza. “De bandleden kregen te horen dat ze geen paspoorten meer zouden krijgen als ze zo doorgingen. Optredens in het buitenland zijn voor hen cruciaal, dus dat zou de band ruïneren.” Musici worden volgens Pedraza ook regelmatig fysiek bedreigd.

Reggae- en protestzanger Ras Benjamin (midden) met zijn band Bahtawi op het muziekfestival ‘Stand up for your rights’. Beeld Edwin Koopman

In maart werd muziek de inzet voor een politieke krachtmeting, toen de Venezolaanse oppositie een rockconcert organiseerde, net over de grens met buurland Colombia. De happening was het startsein voor een poging om vanuit Colombia Amerikaanse medicijnen en voedselpakketten Venezuela binnen te brengen. In reactie daarop organiseerde de regering van Nicolás Maduro aan Venezolaanse kant van de grens een tegenconcert, als ode aan zijn Bolivariaanse revolutie.

“In Venezuela zelf kunnen kritische musici geen concerten meer geven,” zegt Genis Miranda, muzikant en een van de krachten achter een – voor Venezuela inmiddels – gedurfd muziekfestival onder de titel ‘Kom op voor je rechten’. De ode aan Bob Marley verwijst onmiskenbaar naar de repressie. Op het podium van een cultureel centrum in een wijk die door de oppositie wordt gedomineerd, zingt rasta Ras Benjamin eindeloos zijn mantra: “Dit socialistische systeem wil ons allemaal op de knieën hebben”. Op de patio staan standjes van mensenrechtenorganisaties. In een hoek kunnen bezoekers schaarse medicijnen doneren in ruil voor een cd met protestmuziek.

Maduro als octopus

Volgens Rafael Uzcátegui van de mensenrechtenorganisatie Provea, dat het festival organiseert, zijn kunstenaars onmisbaar voor herstel van de democratie. “Een artiest kan iets wat wij mensenrechtenactivisten niet kunnen. Wij doen een beroep op de rede met argumenten. Een artiest kan die logica verbinden met sentimenten. Dat maakt de boodschap veel sterker. Als kunst met een boodschap ontroert, komt het dubbel zo hard aan.”

Onder de titel ‘Rock tegen de Dictatuur’ geeft Uzcátegui een verzameling cd’s uit vol onvervalste muzikale rebellie. Op de covers staat Maduro als octopus die zijn tentakels alle kanten opkrult, of als een koning die met zijn troon de burgers verplettert. Met songtitels als ‘Demagogie’, ‘Verzet’ en ‘Vrijheid’ wisselen gemoedelijke reggae en keiharde garagerock elkaar af. In de winkel zijn de cd’s niet te krijgen, maar de muziek is gratis te downloaden. Uzcátegui: “We dromen van het concert op de dag na het vertrek van Maduro, het welkomstconcert voor de democratie.”

Volgens tekenaar Francisco Bassim is dat moment vooralsnog niet aangebroken, wat aan zijn strijdvaardigheid niets afdoet. “Je weet natuurlijk niet of ze op een dag de deur van je huis in komen rammen om je mee te nemen,” zegt hij. “Maar of je nou je mond houdt of niet, ze komen je toch wel een keer halen. Dus ik heb besloten mijn mond open te doen. Er is niets dat je meer medeplichtig maakt aan het onrecht dan de stilte.”

Lees ook:

Sonia Bermúdez regelt een graf voor doden zonder geld

In Riohacha, in het Caribische deel van Colombia, ontfermt Sonia Bermúdez zich over de doden wier familie geen geld heeft voor een begrafenis: momenteel vaak gevluchte Venezolanen. Een vrouw met een bijzondere band met de dood, die straalt van levenslust.

Eens was Maracaibo de motor van Venezuela, nu is het bedrogen en geplunderd

Maracaibo was een moderne, levendige havenstad, de motor van de nationale economie, het Rotterdam van Venezuela. Nu is de stad uitgestorven, de winkels zijn leeggeplunderd, de straten onguur. De bewoners die nog niet zijn vertrokken overleven tussen schaarste en stroomstoringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden