Rondje EuropaZweedse bosbessen

Bosbessenoverschot in Zweden: goed voor zo’n 600.000 ton fruit

Naaldbos in Zweden.Beeld Anne Grietje Franssen

Loop vandaag door een willekeurig naaldbos in Zweden en je struikelt over de bosbessen. Het is de piek van het Zweedse bessenseizoen, en 2020 blijkt het beste bosbessenjaar in decennia; de afgelopen maanden kenden de juiste verhoudingen kou, warmte en vocht voor een uitzonderlijk vruchtbare plukzomer. Maar liefst 17 procent van het Zweedse landoppervlak is bedekt met de bosbes, goed voor zo’n 600.000 ton fruit.

Maar het ‘blauwe goud’, zoals de bes hier in het noorden bekend staat, hangt weg te rotten aan de struiken. Je vindt hier genoeg om half Europa van vitamine C te voorzien — alleen is bijna niemand te vinden die bereid is te plukken.

Tot omstreeks de jaren tachtig was het simpelweg traditie: menig Zweedse familie, jong en oud, trok in de nazomer een week of wat het naaldwoud in om wilde bosbessen te plukken. De bessen verkochten ze vervolgens aan huis of aan een tussenhandelaar.

Zweden trekken hun neus op voor dit seizoenswerk

Tegenwoordig trekken de Zweden hun neus voor dit seizoenswerk op. Zeker: je bent geen Zweed of je hobbyplukt wat in het weekeinde. Een cantharel hier, een bosbes of lingon-bes daar, maar uitsluitend voor eigen gebruik. Bosbessentaart, bosbessenjam, bosbessensap en de fameuze bosbessensoep vullen deze nazomermaanden de gemiddelde Zweedse koelkast.

Maar de vriesvakken van het handjevol grote bosbeshandelaren in Zweden zijn vrijwel leeg. Na een paar slechte jaren zijn de ondernemers zo goed als door hun voorraden heen, en van dit jaar kunnen ze ook weinig verwachten.

De ironie wil dat, vlak voor half Zweden naar Thailand vliegt om daar in het najaar onder een palmboom te liggen, Thaise rijstboeren naar Scandinavië afreizen om hier het werk te verrichten dat de noorderlingen zelf niet langer doen. Circa vier op de vijf bessenplukkers zijn Thai, de rest is voornamelijk afkomstig uit Oekraïne of Bulgarije. Aan twee à drie maanden dag in dag uit plukken houden de seizoensarbeiders gemiddeld zo’n 3000 euro over, nadat vliegtickets en huisvesting zijn betaald.

Zelf op plukpad gaan

Alleen: toen eind mei de Oxford Universiteit meldde dat Zweden op dat moment het hoogste aantal coronadoden per miljoen inwoners telde, besloot het Thaise ministerie van arbeid seizoenwerk in het Noord-Europese land te verbieden. Oekraïne had in maart als covidvoorzorgsmaatregel haar grenzen met de EU al gesloten.

De oproep van Skatteverket, de Zweedse belastingdienst, aan het Zweedse volk om zelf op plukpad te gaan — met als trekpleister het vooruitzicht van ‘tot aan 12,500 Zweedse kronen belastingvrije bessen’ — lijkt nauwelijks vruchten af te werpen. 

Uiteindelijk is de Thaise regering na forse onderhandelingen overstag gegaan en bereid gevonden een clubje bessenplukkers naar Zweden te laten gaan. Thailand eiste twee weken betaalde quarantaine voor de arbeiders bij terugkomst en een rits aan corona-veiligheidsmaatregelen in Zweden. Het is zo'n grote extra kostenpost voor de bosbesondernemers dat veel van hen het geld er niet voor wil of kan neertellen. 

Dus is het blauwe goud dit jaar voor de vogels. De Zweedse consument merkt hier overigens weinig van. Tachtig procent van de wilde bosbessenoogst wordt doorgaans geëxporteerd. Zweden eten zelf liever gekweekte bosbessen — groter, zoeter — uit Polen of Chili.

Lees ook:

Buitenluchtleven in Värmland: aan wildernis geen gebrek

In het Noord-Zweedse Värmland is de wildernis alomtegenwoordig en toegankelijk. Kamperen mag overal, mits je niet in andermans achtertuin staat. Tips voor een in-goede-banen-geleid avontuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden