Ontwikkelingssamenwerking

Bezuiniging Brits hulpbudget moet van de baan, vindt groeiende groep parlementariërs

Britse voedselhulp in de Jemenitische provincie Hodeida. 
 Beeld AFP
Britse voedselhulp in de Jemenitische provincie Hodeida.Beeld AFP

Britse parlementariërs hopen maandag een verlaging van het ontwikkelingsbudget te kunnen terugdraaien. Ook tientallen prominente Conservatieven hebben zich achter ‘de rebellen’ geschaard.

Het zijn niet de minsten die maandag een amendement indienen in het Lagerhuis om het Britse ontwikkelingsbudget in 2022 weer naar 0,7 procent van het BNP te krijgen. Ex-premier Theresa May en een paar voormalige ministers behoren tot de groep ‘rebellen’. Voor premier Johnson moet het pijnlijk zijn dat zeker tientallen parlementariërs van zijn eigen Conservatieve partij zich zo expliciet tegen de verlaging van het ontwikkelingsbudget keren.

Afgelopen najaar besloot de regering het budget te verlagen naar 0,5 procent van het bruto nationaal product. De bezuiniging van bijna 5 miljard euro was volgens de premier nodig omdat Groot-Brittannië economisch hard geraakt werd door de pandemie. Johnson verbrak met dit besluit zijn eigen verkiezingsbelofte uit 2019 om het budget voor ontwikkelingssamenwerking op peil te houden.

Een storm van kritiek stak op na de bekendmaking van de bezuiniging. VN-baas António Guterres sprak van een ‘doodvonnis’. De aartsbisschop van Canterbury noemde het besluit ‘beschamend en verkeerd’. Ontwikkelingsorganisaties voorspelden wat de verlaging van het budget in de praktijk zou betekenen: geen voedsel en steun meer voor miljoenen mensen. Door het wegvallen van de Britse steun, zo waarschuwden ze, zouden weleens meer dan honderdduizend mensen kunnen overlijden. Honderden projecten – onder andere voor onderwijs aan meisjes, aidsbestrijding en humanitaire hulp in Syrië en Jemen – komen volgens hen in gevaar.

Kleinere vinger in de pap

Prominente politici schaarden zich achter de kritiek. Zij vinden het belangrijk om vast te houden aan de afspraak die al in 1970 binnen de Oeso (de organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling) is gemaakt om ernaar te streven 0,7 procent van het bnp aan ontwikkelingshulp te besteden. Heel veel andere landen, waaronder Nederland, voldoen allang niet meer aan die norm. Groot-Brittannië was zelfs binnen de G7, die toch bestaat uit de rijkste industrielanden, tot nu toe het enige land dat nog vasthield aan de Oeso-afspraak.

Maar als Johnson deze week als gastheer optreedt bij de G7-top, zal hij in elk geval op het gebied van ontwikkelingssamenwerking in de Duitse bondskanselier Merkel zijn meerdere moeten erkennen. Want door de verlaging van het budget komt Groot-Brittannië binnen de G7 op de tweede plaats te staan na Duitsland, dat 0,6 procent van zijn bnp voor hulp uittrekt. En de Britten kunnen zelfs op de derde plek uitkomen als de Franse regering vasthoudt aan haar plan het hulpbudget in 2022 te verhogen van 0,44 naar 0,55 procent van het bnp.

Die daling op dat ranglijstje zit een aantal Britse politici niet lekker nu hun land na de brexit op zoek is naar een nieuwe rol in de wereld. Minder geld betekent immers ook minder prestige en een kleinere vinger in de pap. Of zoals schaduw-staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking Preet Kaur Gill het uitdrukte: “Het ondermijnt de geloofwaardigheid van het Britse leiderschap bij de grootste uitdagingen in de wereld.”

Lees ook:
Ontwikkelingshulp? Alleen als we er zelf ook van profiteren

Heeft corona de blik naar binnen gericht? Ontwikkelingshulp is het ondergeschoven kindje van de verkiezingen. Partijen besteden er in hun campagne niet veel aandacht aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden