Cambodjaans politica Mu Sochua. Ze woont in ballingschap. Beeld AP
Cambodjaans politica Mu Sochua. Ze woont in ballingschap.Beeld AP

EssayVerandering

Ate Hoekstra is terug uit Zuidoost-Azië: zijn democratische droom aan diggelen, maar er is hoop

Vol verwachting was Ate Hoekstra, toen hij in 2012 begon als Trouw-correspondent voor Zuidoost-Azië. Hij zou van dichtbij meemaken hoe de democratie zou triomferen. Nu neemt hij afscheid. De droom van kiezers en demonstranten, én zijn droom, werd gesmoord in geweld en fraude. Waarom toch?

Ate Hoekstra

Strijdbaar zit de Cambodjaanse politica Mu Sochua in haar kantoor in Phnom Penh. Het is september 2013. Sochua, prominent lid van wat toen de grootste oppositiepartij van Cambodja was, heeft goede hoop. “Na bijna dertig jaar winter hangt er eindelijk lente in de lucht”, vertelt ze mij in een uitgebreid interview.

Veel journalisten en politicologen geloofden Sochua. Vrijwel iedereen in Cambodja was ervan overtuigd dat haar Cambodian National Rescue Party (CNRP) de verkiezingen eerder dat jaar alleen maar had verloren, omdat de zittende machthebber, oud-Rode Khmer-commandant Hun Sen, op grote schaal fraude had laten plegen. Dat zou spoedig worden rechtgezet. Hoe groot de steun voor de CNRP was, bleek wel in de maanden na de stembusgang. Ieder weekend gingen duizenden mensen de straat op om een hertelling van de stemmen en het vertrek van de zittende regering te eisen.

Ik geloofde Sochua ook. Ik woonde ruim een jaar in Cambodja en ook ik voelde het: er hing lente in de lucht. Cambodjaanse vrienden droegen baseballcaps met het CNRP-logo, onbekende mensen kwamen op me af om me te vertellen dat ze van de premier af wilden, kranten deinsden er niet voor terug corrupte leiders bij naam te noemen. Alles wees erop dat er na al die jaren echt iets zou veranderen in een van de meest onderontwikkelde landen van Zuidoost-Azië.

Maar er kwam geen lente in Cambodja. Premier Hun Sen, die al sinds 1985 regeerde, wilde er niets van weten. In de eerste dagen van 2014 maakte grof geweld een einde aan de demonstraties. Ik zie nog voor me hoe soldaten met traangas en machinegeweren protesterende fabrieksarbeiders te lijf gingen. En daar bleef het niet bij. In de jaren die volgden werd de CNRP verboden, ontvluchtten oppositieleiders – onder wie Sochua – het land en veranderde Hun Sen Cambodja in een de facto eenpartijstaat.

Democratie is hier van oudsher een lastig fenomeen

Was dit alleen in Cambodja gebeurd, dan kon je zeggen dat het een uitzondering betreft. Maar zo is het niet. Ook in de buurlanden lukte het de democratie niet om tot bloei te komen.

Nu is democratie van oudsher een lastig fenomeen in Zuidoost-Azië. Niet omdat het nieuw is; verschillende landen presenteren zichzelf sinds lange tijd als zodanig. Thailand introduceerde democratie in 1932, Maleisië in de jaren 50 en Cambodja toen er in de vroege jaren 90 een einde kwam aan een lange periode van oorlog en bezetting. Maar veel verder dan af en toe verkiezingen ging het jarenlang niet. Er waren namelijk altijd wel generaals, koningen en sterke mannen die meer macht wilden en die het verlangen naar grote politieke vrijheid met geweld de kop indrukten.

Desondanks leek de regio zich, zo’n acht jaar geleden, toch echt richting meer vrijheid te bewegen. Zelfs Myanmar, tussen 1962 en 2011 een onbuigzame militaire dictatuur, begon te democratiseren.

Ik wilde de democratie graag zien triomferen. Al was het maar om een vuist te maken tegen de corruptie en het machtsmisbruik die in deze regio schering en inslag zijn. Maar ik heb mijn verwachtingen bij moeten stellen. De autoritaire regimes zijn niet alleen sterker geworden. Ze voelen zich gesteund door de opkomst van China, dat het afgelopen decennium uitgroeide tot de grootste investeerder in de regio. Chinese bouwprojecten zijn nu overal. In Cambodja transformeerde havenstad Sihanoukville zelfs in een gokparadijs dat vooral Chinese toeristen moet trekken.

Bovendien merkte ik dat de regimes meer steun hebben van het volk dan analisten en Azië-observanten hen vaak toebedelen.

De Thaise premier en oud-juntaleider Prayuth Chan-ocha. Beeld REUTERS
De Thaise premier en oud-juntaleider Prayuth Chan-ocha.Beeld REUTERS

Ik zag het met eigen ogen. In Thailand zette de toenmalige generaal Prayuth Chan-ocha in mei 2014 de gekozen regering aan de kant. Nu heeft Thailand een lange geschiedenis van staatsgrepen en was de herinnering van de militaire machtsgreep in 2006 nog vers, maar anders dan eerdere Thaise coupplegers weigerde deze generaal na verloop van tijd ruimte te maken voor een meer democratische leider. Prayuth bepaalde zijn eigen regels. Een populaire politieke partij werd verboden, de charismatische leider van een andere partij werd meermaals aangeklaagd en de senaat verwerd tot een stemmachine die de wil van Prayuth volgde. In 2019 won hij – te midden van beschuldigingen van fraude en manipulatie – de verkiezingen.

Wij willen verandering, zoals Amerika verandering wilde en massaal op Obama stemde

En dan Myanmar. Dat land leek zich na decennia van onderdrukking te bevrijden van militaire machthebbers. Ik herinner me de breed gedragen hoop, zes jaar geleden, toen de eerste vrije verkiezingen in meer dan twintig jaar werden georganiseerd. “Wij willen verandering, zoals Amerika verandering wilde en massaal op Obama stemde”, zei een oudere man mij in Yangon.

Die verandering kwam er. Oppositieleidster Aung San Suu Kyi won de verkiezingen met overmacht. Myanmar had eindelijk de leider waar het zo vurig naar verlangde. Er moest ontzettend veel gebeuren om het land op orde te krijgen, maar de Myanmarezen durfden te dromen van betere tijden.

De droom was van korte duur. Het Myanmarese leger maakte er in februari 2021 met een coup een einde aan. Duizenden mensen die het waagden zich tegen de militairen te verzetten zijn gearresteerd. Honderden zijn gedood.

Ondertussen plaatste de Filippijnse president Rodrigo Duterte zichzelf boven de wet, en schoffeerde de Maleisische regering het volk door het parlement dit jaar ruim zeven maanden te schorsen. De lente werd een gure herfst. Hoe kon het democratische experiment in Zuidoost-Azië zo mislukken? En is er hoop op betere tijden?

Een stap terug naar een autoritair leiderschap is snel gezet

Natuurlijk, dit deel van de wereld heeft betrekkelijk weinig ervaring met democratie. Wat wij in het Westen als iets beschouwen wat er altijd is geweest, staat hier in de kinderschoenen. Een stap terug naar een autoritair leiderschap is dan snel gezet.

Maar er is meer aan de hand. Europa en vooral de Verenigde Staten waren lange tijd gangmakers op het wereldtoneel, zo ook in Zuidoost-Azië. Maar de invloed van de westerse machten is behoorlijk afgenomen. Zeker ten tijde van president Donald Trump, die zich nauwelijks om het buitenland bekommerde en weinig deed om de banden met oude bondgenoten als Thailand en de Filippijnen warm te houden.

Rodrigo Duterte is president van de Filippijnen. Beeld REUTERS
Rodrigo Duterte is president van de Filippijnen.Beeld REUTERS

Dat vacuüm is opgevuld door China, de grote buurman in het Oosten. En waar de VS en de EU democratie en mensenrechten promoten, zowel publiekelijk als achter de schermen, maalt Peking niet om politieke stelsels en welke weerslag die hebben op de bevolking.

Neem Cambodja. Premier Hun Sen gooide weliswaar altijd al alles in de strijd om als winnaar boven te komen, maar hij wist dat hij moest samenwerken met de VS en de EU. Daar kwam het hulpgeld vandaan en daar verkoopt Cambodja zijn producten. Dus tolereerde hij prodemocratische organisaties, vrije media en uitgesproken oppositieleden.

Nu China klaarstaat met miljarden aan investeringen en donaties is de wind gedraaid. Ik herinner me nog goed hoe vier jaar geleden verschillende kritische media de deuren moesten sluiten en de diepgevoelde angst die dat met zich meebracht. Een kennis die voor het dagblad Cambodia Daily werkte vertelde me dat hij wordt bedreigd en dat hij vreest gearresteerd te worden. “We spraken namens burgers die zonder ons geen stem hebben, maar dat kan niet meer”, zo zei hij. Zijn krant werd opgeheven.

Hoe groot de invloed van China is, blijkt alleen al uit de zeker 190 miljoen coronavaccins die Peking in Zuidoost-Azië afleverde. Handig van China, want onder meer Cambodja, Maleisië en Myanmar leunen bij hun vaccinatiecampagnes nu zwaar op China. De pandemie hielp de autocratische leiders bovendien aan een uitstekend excuus om wetten in te voeren die mensen de mond snoeren.

Cambodjaanse leiders haalden hun schouders op

De EU en de VS hebben niet echt een antwoord op de toegenomen repressie. Brussel ontzegde Cambodja toegang tot een deel van zijn handelsvoordelen. Het trof daarmee vooral fabrieksarbeiders die met moeite de touwtjes aan elkaar knopen; de Cambodjaanse leiders haalden hun schouders op. Ook sancties tegen Myanmar veranderden niets aan de agenda van de militaire machthebbers.

Alleen sancties leiden in Zuidoost-Azië zelden tot omwentelingen. Politieke onderonsjes of een beleid van straffen en belonen hebben meer succes. Wil de EU meer invloed in bijvoorbeeld Cambodja, laat het een voorbeeld nemen aan Japan, dat helpt om infrastructuur op te knappen en de gezondheidszorg te verbeteren. Ik herinner me dat de politieke slagkracht die Japan daarvoor terugkrijgt drie jaar geleden werd ingezet om opgesloten oppositieleden – collega’s van Mu Sochua – vrij te krijgen.

En vergeet niet: veel regimes in Zuidoost-Azië hebben de steun van een substantieel deel van de bevolking. In Cambodja heeft Hun Sen een trouwe aanhang die op zijn partij zal stemmen. Zij vinden dat hij het land heeft bevrijd van het moordzuchtige Rode Khmer-regime, nadat hij datzelfde regime verliet om het met hulp van Vietnam te bestrijden. In Thailand weet Prayuth zich gesteund omdat veel Thai de ex-generaal zien als brenger van stabiliteit in een diep verdeeld land. En in de Filippijnen kan Duterte op brede goedkeuring rekenen omdat hij duizenden mensen liet doden in zijn oorlog tegen drugs.

De Myanmarese premier Aung San Suu Kyi werd in februari 2021 door het leger aan de kant geschoven. Beeld AP
De Myanmarese premier Aung San Suu Kyi werd in februari 2021 door het leger aan de kant geschoven.Beeld AP

De uitzondering is Myanmar, waar de junta nauwelijks steun heeft van de bevolking. Met een combinatie van geweld, intimidatie en vrijwel onbeperkte financiële middelen weten de militairen de macht te behouden. Een beleid van straffen en belonen zal in Myanmar niet meer helpen. Alleen zware politieke druk op het regime en zijn partners kan nog iets veranderen.

Zuidoost-Aziatische leiders houden graag de schijn op

Wat de situatie niet makkelijker maakt is dat Zuidoost-Aziatische leiders graag de schijn ophouden; zonder een spoor van ironie doen ze alsof ze het democratisch proces wel degelijk respecteren. In Myanmar kondigde Min Aung Hlaing kort na zijn coup aan dat er nieuwe, democratische verkiezingen zouden komen.

Ook Cambodja organiseert nog iedere vijf jaar parlementsverkiezingen. Oppositieleden die te populair worden moeten er echter vrezen voor hun leven. Premier Hun Sen heeft meer dan eens gedreigd dat er een burgeroorlog komt als hij de verkiezingen verliest. Bij de laatste verkiezingen won hij zo’n 80 procent van de stemmen, genoeg om alle zetels op te eisen.

Politica Mu Sochua kan niet meer meedoen met de verkiezingen. Zij woont in ballingschap; Cambodja staat het haar niet toe terug te keren. Desondanks gaat zij door met de strijd voor politieke gerechtigheid. “Ik doe dat niet voor mezelf, maar voor mijn collega’s en voor mijn land”, vertelde Sochua mij begin dit jaar. “Ik geloof nog altijd dat vrije en eerlijke verkiezingen mogelijk zijn in Cambodja. Deze situatie kan niet eeuwig aanhouden.”

De hoop op een betere toekomst is nog niet vervlogen. Vooral jongeren geloven in een hernieuwde bloei van de democratie. In Thailand en Myanmar gaan ze regelmatig de straat op om een einde aan de autoritaire regimes te eisen. Vaak met gevaar voor eigen leven.

In Thailand ontmoette ik een paar jaar geleden een 24-jarige activist die al elf keer was gearresteerd omdat hij de regering openlijk bekritiseerde. In Myanmar ken ik jongeren die hun comfortabele stadslevens hebben achtergelaten om zich in de jungle voor te bereiden op een gewapend verzet tegen de junta.

Zelf zal ik niet van dichtbij meemaken hoe die strijd verdergaat. Mijn tijd in Zuidoost-Azië zit erop, ik keer terug naar Nederland. De moed en de veerkracht van de jongeren geeft hoop dat het ooit zal lukken met democratie in dit deel van de wereld. Maar ik heb gezien hoe diep de autoritaire regimes zijn geworteld en ik houd mijn hart vast. Ik vrees dat er nog veel jaren voorbijgaan, veel doden zullen vallen en veel activisten achter de tralies zullen belanden voordat die lang gekoesterde lente echt begint.

De naam van de Cambodjaanse journalist is bekend bij de hoofdredactie.

null Beeld

Ate Hoekstra (1981) studeerde journalistiek aan Hogeschool Windesheim in Zwolle. Hij woont sinds 2012 in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh en doet voor Trouw vooral verslag over de ontwikkelingen in Cambodja, Thailand, Myanmar, Vietnam en Laos. Hij keert deze maand terug naar Nederland om aan de slag te gaan als verslaggever bij het Friesch Dagblad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden