Ambassadeur Caecilia Wijgers

InterviewCaecilia Wijgers

Ambassadeur Caecilia Wijgers over de evacuatie uit Kaboel. ‘De kogels vlogen langs mijn oren’

Ambassadeur Caecilia WijgersBeeld Jildiz Kaptein

Op woensdag 18 augustus liep ambassadeur Caecilia Wijgers de laadklep van een militair transportvliegtuig in Kaboel af. De taak die haar daar wachtte: het coördineren van de evacuaties naar Nederland. ‘We hebben het goed gedaan. Dat gevoel houden we vast met elkaar.’

Petra Vissers

Vanuit de ambassade in de Afghaanse hoofdstad Kaboel keek Caecilia Wijgers uit op een granaatappelboom. Nu de Nederlandse ambassadeur in Afghanistan in Qatar woont, ziet ze, als ze uit het raam van de veertiende verdieping van een kantoorpand kijkt, een snelweg. “In die boom zag ik de seizoenen wisselen”, vertelt ze. “Ik zag de sneeuw vallen, ik zag de lente. Het zijn de kleine dingen die je zo kunt missen.”

Wijgers (54) blikt in haar Amsterdamse Airbnb terug op de evacuaties uit Kaboel, die zij vanaf het vliegveld van de stad leidde. Op zondag 15 augustus viel de hoofdstad van Afghanistan in handen van de Taliban, waarna honderdduizenden mensen probeerden het land te verlaten. Beelden van wanhopige Afghanen die zich vastklampten aan opstijgende vliegtuigen gingen de wereld over.

De ambassadeur was op dat moment in Nederland. De post in Afghanistan is zo gevaarlijk en stressvol dat de ambassadeur afwisselend een periode in Kaboel is en dan weer in Nederland. Bij haar afwezigheid neemt plaatsvervanger Cees Roels de leiding over.

Over hem is de afgelopen maanden veel gezegd. Lokaal ambassadepersoneel was verontwaardigd dat de Nederlandse staf al was vertrokken terwijl zij nog in de stad vastzaten. Al even verontwaardigde Kamerleden vroegen de minister van buitenlandse zaken om opheldering. “Ik twijfel niet aan het oordeel dat daar in Afghanistan is gevormd”, zegt Wijgers daarover. “Dat is een heilige regel. Er kan maar één kapitein zijn op het schip.”

Terug naar Kaboel

De zondag dat Kaboel viel, bracht Wijgers door in Den Haag, om daar het crisisteam op het ministerie van buitenlandse zaken op te zetten. Maar al snel werd duidelijk dat zij, met een team van ambassademedewerkers en militairen, naar Kaboel terug zou keren. “Op maandagmiddag viel dat besluit, op dinsdagochtend waren we weg.”

In de zomer van 2020 was Wijgers begonnen als ambassadeur in Afghanistan. “Op een plek als Kaboel kun je jezelf echt testen in je vak”, motiveert ze die keuze. “Bovendien wist ik dat ik dan de eerste vrouwelijke ambassadeur zou zijn, en ik wilde graag terug naar de regio.”

Eind jaren negentig werkte Wijgers in Pakistan en in 2012 was ze al eens werkzaam geweest in Afghanistan, als adviseur voor de Nederlandse politiemissie in Kunduz. “Dat was een goed begin”, zegt ze. “Ik heb daar toen veel dingen overwonnen die ik eng vond. Dus toen deze plek vrij kwam dacht ik: nu ben ik er klaar voor.”

Felle lampen in de schemering

Haar opdracht werd zwaarder dan ze toen kon voorzien. Op woensdag 18 augustus liep Wijgers de laadklep van een militair transportvliegtuig af om samen met de commandant van het Korps Commandotroepen leiding te geven aan de evacuaties uit Afghanistan. In de schemering van de avond waren de lampen van het vliegveld fel en de spanning was groot.

Amerikaanse militairen hadden het vliegveld weliswaar veiliggesteld, in die zin dat mensen niet meer de landingsbaan op konden rennen, maar veilig was het er allerminst. “Het was onder controle, maar continu dreigend. Ik hoorde constant schoten en het rumoer van de menigte achter de poorten. Dat was heel bloedstollend, eigenlijk.”

De militairen zetten binnen een paar uur een commandocentrum op in een verlaten Duitse compound. Aan Wijgers de taak orde te scheppen in de chaos. Nederland had beloofd om tolken die voor defensie- en politiemissies hadden gewerkt in veiligheid te brengen, en verder moesten Nederlanders die nog in het land waren en lokaal ambassadepersoneel het land uit.

Klein beginnen

“Mijn tactiek met chaos bedwingen is dat je klein begint”, zegt Wijgers. “Dus: hier ben ik, en dit is mijn team. Wat is mijn rol, en wat kan ik doen?” Voor emoties is op dat moment geen tijd. Ze moet een beetje lachen om de vraag. “In mijn ervaring zijn crisissituaties niet echt handig om emoties op los te laten.”

De emoties moeten later ‘afvloeien’, zegt ze. Dat is hoe dan ook belangrijk op een ambassade als die in Afghanistan. Maar die week in Kaboel, dat was voor iedereen ongekend heftig. “Ook voor de militairen, hoorde ik later. Ik moet zeggen dat ik daar op een gekke manier blij om was. Zo van: het ligt dus niet aan mij. Die geharde lui vonden het ook heel heftig.”

De cello bleef achter

Het gaat mentaal goed met haar, zegt ze. “Wat dat betreft is dit ook de afdeling ‘tel je zegeningen’.” Wijgers doet aan yoga en sport elke dag. Maar het allerbelangrijkst is haar cello. “Dat is mijn levenslijn.” Van huis uit is de ambassadeur musicus, en in Kaboel volgde ze een online opleiding jazz.

Als ze over haar instrument praat, gaat ze onwillekeurig glimlachen. “Het is ook een perfecte manier om in een land mensen te leren kennen.” Ze veert op als ze vertelt dat ze afgelopen week een oed-speler (een snaarinstrument dat veel bespeeld wordt in het Midden-Oosten) heeft leren kennen in Doha en met hem heeft gespeeld.

Als Wijgers vertelt dat ‘haar eigen, echte cello’ nog in Kaboel ligt, is het gemis in haar stem te horen. Ja, ze heeft nu ook een cello in Doha. Maar nee, dat is niet hetzelfde. Een eigen instrument is persoonlijk, intiem, een goede vriend. Of ze haar cello ooit weer kan bespelen? Voorlopig niet. Dat is het enige wat erover te zeggen valt.

Caecilia Wijgers Beeld Jildiz Kaptein
Caecilia WijgersBeeld Jildiz Kaptein

De opdracht uit Nederland

Terug naar het vliegveld. Op die eerste dag in Kaboel ging de ambassadeur mee op verkenning bij twee ingangen: de North Gate en de East Gate. “Ik stak mijn hoofd boven de poort uit en onmiddellijk vlogen de kogels langs mijn oren. In de verte zag ik een collega van de ambassade staan met een oranje vlag. Toen schoot ik vol. Het leek op dat moment schier onmogelijk om wie dan ook in veiligheid te brengen. Ik dacht echt: hoe gaan we dat in godsnaam doen?”

In eerste instantie was de lijst met te evacueren personen vrij overzichtelijk, vertelt ze. “We hadden een aantal groepen in het vizier: de tolken, mijn lokale collega’s, Nederlanders die zich bij ons hadden geregistreerd.” Er was een lijst met namen van mensen die het land uit moesten. “Maar onder invloed van de politieke realiteit werd die lijst steeds langer.”

Op de woensdag dat Wijgers aankwam op het vliegveld en het evacueren van een paar honderd man al alles van het team leek te vergen, besloot de Tweede Kamer dat meer groepen Afghanen recht zouden hebben op evacuatie naar Nederland.

Wijgers: “Wij hadden niet echt door wat de impact zou zijn van wat er in Den Haag gebeurde, daar hadden we helemaal geen tijd voor. Maar dat die evacuatielijsten steeds langer werden, was tamelijk surrealistisch. Ik dacht echt: wat gebeurt hier?”

De finishlijn kwam niet in zicht

Omdat de moties van de Tweede Kamer een open einde hadden, resulteerden die in een klus voor Wijgers en haar team die nooit af zou kunnen komen. “De finishlijn kwam voor het team op de grond nooit in zicht. Daar moeten we mee leren leven.”

Uiteindelijk kon de ambassadeur met haar team negen dagen op het vliegveld blijven. “In eerste instantie sliep ik misschien twee uur per nacht.” Ze zet haar handen stevig op tafel en haar voeten ferm op de grond terwijl ze zegt: “Ik zat aan een oude tafel in het operatiecentrum en ik was degene met de knooppuntfunctie. Ik coördineerde alle contacten, zowel met alle spelers op het vliegveld als met de leiding in Den Haag. Zo kon aan de voorkant de machinerie blijven draaien. Het echte werk werd gedaan door de commando’s, beveiligers en consulaire medewerkers bij de muur.”

Na een paar dagen vliegt Michel Rentenaar, de ambassadeur in Irak, naar Kaboel om haar te ondersteunen. “Ze vroegen op den duur of ik misschien hulp nodig had. Ja, dacht ik toen. Dat is eigenlijk wel zo.” Toen hij er was, kon ze eindelijk even hergroeperen, wat werk overdragen, wat langer slapen. “Dat was heel goed.”

Evacuees in een transportvliegtuig op het vliegveld van Kaboel. Beeld Reuters
Evacuees in een transportvliegtuig op het vliegveld van Kaboel.Beeld Reuters

Het wordt te gevaarlijk

Op 26 augustus valt het doek en wordt het echt te gevaarlijk. Wijgers en de militairen verlaten Kaboel met de laatste Nederlandse evacuatievlucht, net na de zelfmoordaanslagen bij het vliegveld die aan minstens 182 mensen het leven kostten.

Terwijl de ambassadeur foto’s en filmpjes laat zien van die week op het vliegveld, wijst ze naar een jonge vrouw; een Amerikaanse soldaat met een kind op de heup en een helm op een gezicht met blonde haren. “Zij is bij die aanslagen omgekomen.”

De foto’s en filmpjes laten zien hoe ouders hun kinderen over de muur tillen, niet wetend of ze er zelf nog achteraan kunnen komen. Een vrouw wordt door militairen door de poort gesleurd en valt flauw, een vader neemt zijn baby over van een soldaat. Mensen zijn duidelijk uitgeput en uitgedroogd, en alle beelden gaan vergezeld van het constante geluid van schoten.

Zover het oog reikt staan er mensen aan de andere kant van de muren van het vliegveld. Er wordt gedrukt, geduwd en geschreeuwd. Wijgers legt haar telefoon weer weg. “En dan zeiden mensen in Nederland dat wij even iemand uit de menigte moesten ophalen.”

De beste stuurlui staan aan wal

Dit wil ze er graag over zeggen: “In Nederland had men geen flauw idee hoe het terrein eruitzag en wat de situatie was. Uiteindelijk hebben we 2500 mensen weggekregen, terwijl we dachten dat dit er vierhonderd of vijfhonderd zouden zijn. En dan nog is het geluid hier: ja, maar jullie hebben mensen achtergelaten.”

De Nederlanders onder haar leiding en die onder leiding van plaatsvervanger Roels hebben het allemaal goed gedaan, zegt Wijgers. Bijna als een bezwering. “Dat gevoel houden we vast met elkaar, ondanks alle kritiek en ‘de beste stuurlui staan aan wal’.” Voelt dat zo? Ze antwoordt, zonder aarzelen: “Tuurlijk. Ja, natuurlijk.”

Maar Wijgers lijkt geen vrouw te zijn die lang blijft hangen in wat geweest is. Ze wil nu vóóruit, want haar opdracht is nog niet af. “Ik ben klaar om verder te kijken, met dit in mijn rugzak. Ik ben nog steeds bezig met dezelfde opdracht die ik voorheen had, alleen is het nog moeilijker geworden.”

Caecilia Wijgers

Caecilia Wijgers (1967) is de Nederlandse ambassadeur in Afghanistan. Ze trad in 1996 in dienst bij het ministerie van buitenlandse zaken en is werkzaam geweest in onder meer Pakistan, Burkina Faso, Cuba en Ghana. Ze werkte al eerder in Afghanistan: in 2012 was ze adviseur voor de politietrainingsmissie in de provincie Kunduz. De post in Afghanistan is haar tweede ambassadeurspost. Van 2018 tot 2020 was ze ambassadeur in Burundi. Wijgers is gescheiden en heeft drie volwassen kinderen.

De Nederlandse ambassade voor Afghanistan zit nu in Doha, de hoofdstad van Qatar. Het is goed dat ze daar is, zegt Wijgers. Er zitten veel andere ambassades en mensen die er ook waren, daar op het vliegveld.

In Doha blijft de ambassade werken aan het stabiliseren van Afghanistan, omdat anders de hele regio onrustig wordt en zomaar opnieuw een broeinest kan worden van terrorisme. “Dan zijn we echt terug bij af.” Dat is lastiger vanuit Doha dan vanuit Kaboel. Maar, benadrukt Wijgers, niet onmogelijk.

Hoe Nederland dat wil doen? Ze vertelt over wat in jargon victim centered justice heet: het idee dat de opbouw van een land begint bij gerechtigheid voor en verzoening tussen partijen die elkaar al heel lang naar het leven staan. “Families gaan al veertig jaar door cycli van geweld en staan al decennialang in de overlevingsstand. Dat is de grootste hindernis voor de ontwikkeling van een land.”

Grote humanitaire crisis

Het is een onderwerp dat haar enthousiasmeert en waar ze passie voor heeft, maar op dit moment is de humanitaire crisis in Afghanistan zo groot dat die verzachten de eerste prioriteit heeft, net als de evacuatie van die mensen aan wie dat beloofd is.

De getallen zijn duizelingwekkend: de Verenigde Naties schatten dat 22,8 miljoen Afghanen deze winter zullen kampen met ernstige voedseltekorten, een miljoen kinderen dreigen te sterven aan ondervoeding.

Met haar oud-collega’s uit Kaboel die nu in Nederland zitten, heeft ze af en toe nog contact. Wat ze van hen hoort is dat hun omstandigheden ‘verre van ideaal’ zijn. “Ze wonen op tijdelijke locaties, soms in tenten, en ze worden van de ene naar de andere plek overgebracht.”

Ze vindt het lastig om te zien hoe de crisis in de Nederlandse asielopvang ook haar oud-collega’s treft. “Als ik kijk naar mijn lokale collega’s, dan zijn er wel veel mensen die op dit moment nog lijden. Dat schuurt bij mij. Dat voelt niet goed.” Ze worstelt. Voor het eerst komen haar zinnen niet moeiteloos en in één keer goed geformuleerd: “Als ze vertellen dat het niet goed met ze gaat, weet ik niet goed wat ik tegen ze moet zeggen”.

Ondanks haar sterke wens om vooruit te kijken en de zekerheid dat Doha nu de plek is waar ze moet zijn, is duidelijk dat Wijgers Kaboel mist. “Ik mis de intensiteit. Het idee dat je ergens bent waar je er echt toe doet. Ik mis de Afghaanse helden; de dichters, de vrouwelijke leiders, de mensenrechtenactivisten. Die mensen waren erbij toen het land veranderde. Zij zijn de dragers van alles wat daar aan verbetering is bereikt. Ik mis dat je daardoor wordt aangeraakt. Dat je denkt: dit is waarom we hier zijn.”

null Beeld -
Beeld -

Lees ook de andere interviews uit de kerstbijlage van 2021

Hollywoodacteur Yorick van Wageningen: ‘Ik wilde zo enorm niet mezelf zijn, dat acteren een oplossing werd’

Politica Dilan Yeşilgöz: ‘Zelden heb ik gedacht, goh, ik ben anders’

Merel van Vroonhoven over haar overstap naar het onderwijs. ‘We doen geen recht aan de ontwikkeling die een kind doormaakt’

Olympisch atleet Sifan Hassan: ‘Ik had een slecht persoon kunnen worden’

Is er tijdens de pandemie genoeg aandacht geweest voor de rol van gedrag? De vraag aan het hoofd van de gedragsunit van het RIVM Mariken Leurs.

Donald Pols won met Milieudefensie de zaak tegen Shell. ‘Wat iemand zelf doet voor het klimaat vind ik een onterechte vraag’

Peter Schouten verloor vriend en collega Peter R. de Vries, maar heeft zelf ‘geen seconde overwogen het bijltje erbij neer te leggen’

Lees ook:

Al maanden werd gewaarschuwd voor een rampscenario in Afghanistan. Wanneer kwam Nederland in actie? Een reconstructie.

Nederland evacueerde 2500 mensen uit Afghanistan. Maar de voorbereidingen voor die evacuaties verliepen rommelig. Ministeries werkten langs elkaar heen, en lang bleef onduidelijk wie wel en wie niet in aanmerking kwam voor evacuatie. Een reconstructie van de politieke besluitvorming.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden