Papoea-betoging voor het Indonesische presidentieel paleis in Jakarta.

Demonstraties

‘Alsof we halve beesten zijn’ - hoe West-Papua steeds verder wegdrijft van Indonesië

Papoea-betoging voor het Indonesische presidentieel paleis in Jakarta. Beeld AFP

Nederland plantte ooit, een beetje per ongeluk, de zaadjes van nationalisme in West-Papua, Indonesische repressie deed de rest. Maar de kansen op onafhankelijkheid lijken klein.

Op donderdag 22 augustus klopte een Indonesische politieagente aan bij een studentenhuis voor Papoea’s in de Javaanse stad Bandung. Er waren weinig studenten thuis, de meesten waren aan het demonstreren. Een paar dagen eerder was de politie in Surabaya een studentenhuis voor Papoea’s binnengevallen, waarbij racistische krachttermen werden gebruikt: Apen!

De politie van Bandung besloot het over een andere boeg te gooien dan de collega’s in Surabaya. “Hier, dit is voor als jullie vrienden straks moe thuis komen van het demonstreren”, zou de agente hebben gezegd tegen de student die open deed. “Maar tegen niemand zeggen dat je het van mij hebt.”

De doos die ze overhandigde, bleek sterke drank te bevatten. Menig student waar ook ter wereld zou dan een gat in de lucht springen, maar de studenten uit West-Papua reageerden furieus. Want als er één manier is om al het onbegrip en de onvrede tussen West-Papua en de rest van Indonesië samen te vatten, dan was het wel dit geschenk. Immers, zo gewend als veel Papoea’s zijn om voor apen te worden uitgemaakt, net zo gewend zijn ze aan het stigma van onmatige dronkelappen, waar ze in Indonesië keer op keer tegen moeten vechten. Kennelijk dacht de politie in Bandung in alle ernst dat het wel snel afgelopen zou zijn met dat gedemonstreer, als je een Papoea een fles drank voorzet.

Onafhankelijkheidsvlag

Het bleek alleen maar meer brandstof voor de verontwaardiging, die na de actie in Surabaya om zich heen greep. Ook in West-Papua zelf verspreidde de onrust zich. Indonesië stuurde duizenden veiligheidstroepen naar het gebied. Wat die de afgelopen weken precies hebben gedaan, is moeilijk te verifiëren: het internet in het onherbergzame gebied werd afgesloten. Af en toe kwamen er berichten over doden bij confrontaties en er sijpelden filmpjes door van demonstraties in het binnenland, waarbij ook de onafhankelijkheidsvlag van West-Papua werd getoond.

Iemand die kan meepraten over hoe gevaarlijk dat is, is Filep Karma. Nadat hij in 2004 een ceremonie organiseerde om die vlag te hijsen, werd hij veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, waarvan hij er elf uitzat. In de gevangenis liet hij zich interviewen voor een soort biografie, waarvan de titel al aangeeft waar de pijn zit bij veel Papoea’s: ‘Alsof we halve beesten zijn’. Daarin herinnert ook hij zich dat hij tijdens zijn studie op Java veelvuldig voor aap werd uitgescholden.

De herinneringen van Filep Karma demonstreren aardig hoe Indonesië en West-Papua geleidelijk aan uit elkaar groeiden, want Karma werd pas in de loop van zijn leven een overtuigd nationalist. Hij werd geboren in 1959, in wat toen nog Nederlands Nieuw-Guinea was. Zijn ouders werkten in het openbaar bestuur, en ook Filep werd ambtenaar. Hij was kritisch op de economische ongelijkheid die het Indonesische bestuur in de hand werkte. “In de Irianstraat in Jayapura zijn alle winkels die in de jaren zestig nog van Papoea’s waren, inmiddels in het bezit van anderen. Ze zijn op hardhandige wijze overgenomen.”

Beeld Sander Soewargana

Gelijkwaardig mens

Maar evengoed werkte hij als dienaar van de Indonesische staat. Die biografie, die is in het Indonesisch geschreven. Als tiener had hij bovendien het idee dat je als onafhankelijkheidsstrijder een spartaans guerrillabestaan in de bossen moest leiden: niks voor hem. Zijn houding veranderde toen hij in de jaren negentig in de Filippijnen ging studeren.

“In Manila werd ik gewaardeerd als gelijkwaardig mens, ik werd niet lastiggevallen of gediscrimineerd. Als ik boodschappen ging doen op de markt, kreeg ik niet het gevoel dat er op me werd neergekeken.” Eenmaal terug in Indonesië, wist hij: een behandeling als tweederangsburger hoef ik me ook hier niet meer te laten welgevallen. Daar kwam nog de tijdsgeest bij: het was 1998, dictator Soeharto was net verjaagd, de vrijheid hing in de lucht. In West-Papua werden allerlei comités gevormd om over zelfbestuur te praten. De ‘Papua Lente’, wordt die periode wel genoemd. De analogie met de Praagse Lente is niet toevallig, want ook deze lente werd uiteindelijk in geweld gesmoord.

Achtergesteld

Maar laten we eerst een paar stappen terug doen. Want waarom liep het huwelijk tussen Indonesië en West-Papua zo spaak? Er zijn meer delen van Indonesië waar ze zich gediscrimineerd en economisch achtergesteld voelen, maar daar voelen de mensen zich over het algemeen toch ‘Indonesisch’. En ja, het uiterlijk van veel oorspronkelijke bewoners van Papua is duidelijk anders dan de meeste Indonesiërs. Maar dat is niet het essentiële onderscheid, tenminste als je Filep Karma moet geloven in de toespraak die hij in 2004 hield bij het hijsen van de vlag. Mensen die oorspronkelijk uit Java komen, uit Manado, of waar dan ook vandaan, ze horen wat hem betreft allemaal bij de Papua-natie, als ze zich er deel van voelen. Terwijl er ook mensen ‘met zwarte huid en krullend haar’ zijn die oorspronkelijk uit West-Papua komen, “wier hart meer bij Indonesië ligt”.

Bovendien is Indonesië sowieso een ratjetoe van talen, culturen en bevolkingsgroepen die historisch gezien eigenlijk maar één in het oog springende overeenkomst hebben: dat ze allemaal in het gebied woonden dat ooit door Nederland werd gekoloniseerd. Wat dat betreft past West-Papua er prima bij.

Indonesische veiligheidstroepen bewaken een benzinestation in Jayapura tijdens de recente onlusten. Beeld REUTERS

Dat West-Papua toch een apart nationaal zelfbewustzijn ontwikkelde, daar heeft Nederland een belangrijke rol in gespeeld, vertelt de Australische politiek historicus Richard Chauvel. Het Indonesische nationalisme ontstond toen in het begin van de twintigste eeuw een generatie jongeren in koloniale scholen werd opgeleid tot leraar, advocaat, politie-agent of ambtenaar. Ze herkenden veel in elkaars ervaringen en onvrede, of ze nu oorspronkelijk uit Java of Sumatra kwamen. Ze gingen zichzelf in de eerste plaats als ‘Indonesisch’ zien.

Resident Jan van Eechoud

Nederlands Nieuw-Guinea werd altijd een beetje beschouwd als aanhangsel van de Molukken, er werden weinig jongeren opgeleid, en er werden mensen uit andere delen van het oosten van de archipel naartoe gestuurd om professionele taken uit te voeren. Dat veranderde toen Nieuw-Guinea in de Tweede Wereldoorlog al een jaar voor de Japanse capitulatie werd bevrijd en het Nederlandse koloniale bewind er opnieuw de macht kreeg, terwijl de rest van Nederlands-Indië nog Japans was. Resident Jan van Eechoud moest in 1944 een stuk land besturen waar haast niemand professionele vaardigheden had. Hij begon een voortvarend programma om docenten, verpleegsters en politie-agenten op te leiden. Wat zich in Indonesië had afgespeeld, gebeurde hier op kleinere schaal: jonge mensen met een opleiding, die hun identiteit daarvoor vooral aan hun regio of geboorteplaats hadden opgehangen, gingen zichzelf als ‘Papoea’ zien. “Maar in de late jaren vijftig werd het beleid van Van Eechoud omgevormd tot een expliciet programma om een politieke elite op te leiden”, zegt Chauvel.

Op dat moment was Nederland in een bittere diplomatieke strijd met Indonesië verwikkeld. Na de onafhankelijkheidsoorlog van 1945-1949 had Nederland West-Papua weten te behouden, tot frustratie van de Indonesiërs. Eind jaren vijftig werd het de Nederlanders duidelijk dat er weinig internationale steun te vinden was voor het behoud van de kolonie, en dus werd het doel om West-Papua voor te bereiden op onafhankelijkheid.

Maar Indonesië wist in de VN te bewerkstelligen dat het vanaf 1963 West Papua mocht besturen, in afwachting van een referendum in 1969, waarin de bevolking zich zou uitspreken over de toekomst. Dat referendum werd een farce: Indonesië wees een stuk of duizend ‘vertegenwoordigers’ aan, die onder zware druk voor aansluiting bij Indonesië kozen.

Dictatuur

Inmiddels was Indonesië een hardvochtige militaire dictatuur geworden, onder leiding van president Soeharto, en werd het gebied ‘Irian Jaya’ gedoopt. Karma vatte die jaren zo samen: “Je hoefde niet eens over vrijheid te praten, als je de naam ‘Papua’ gebruikte in plaats van ‘Irian’, dan werd je al als separatist beschouwd.”

In die tijd groeide het nationale zelfbewustzijn in West-Papua, volgens Chauvel. “Begin jaren zestig was er een kleine elite, misschien tienduizend mensen, die een gevoel hadden ontwikkeld van dat ze allemaal ‘Papoea’ waren. Als je vervolgens ziet hoe tijdens de Papua Lente in de jaren na de val van Soeharto de onafhankelijkheidsbeweging allerlei massabijeenkomsten wist te organiseren, dan valt wel te beargumenteren dat het onafhankelijkheidsstreven inmiddels was gegroeid.”

Dat was volgens Chauvel ook een gevolg van het Indonesische bestuur. “Op geen enkel moment sinds 1963 is Papua-verzet een serieuze bedreiging geweest voor de Indonesische controle over het gebied. Maar de manier om die controle te vestigen is in veel opzichten wel contraproductief geweest. Veiligheidstroepen, mensenrechtenschendingen. Een patroon van staatsgeweld, dat juist een van de factoren is die het streven naar zelfstandigheid hebben geconsolideerd.”

Liquidatie Theys Eluay

Dat is sindsdien nog verder gegroeid, denkt Chauvel. Want hoewel er na het terugtreden van Soeharto een democratische wind door Indonesië ging waaien, bereikte die nooit echt de meest oostelijke provincie. In 2001 maakten speciale eenheden van het Indonesische leger bijvoorbeeld een einde aan de laatste illusies van de Papua Lente door onafhankelijkheidsleider Theys Eluay te liquideren. Mensenrechtenorganisaties als Amnesty documenteerden de afgelopen twee decennia een patroon van buitenwettelijke afrekeningen, die nooit worden opgelost.

In Indonesië zijn de standaardantwoorden op onrust in West-Papua, naast repressie, ‘dialoog’ en ‘economische ontwikkeling’. Ook na de recente onrust waren dat de bezweringsformules van president Joko Widodo. Maar het land lijkt een blinde vlek te hebben voor hoe kolonialistisch zo’n programma kan overkomen. “Die ‘koloniale blik’ is vaak waarneembaar in Indonesische statements”, zegt Chauvel. “Als je Indonesische ambtenaren hoort praten over ‘onze vrienden uit Papua’, dan hoor je in de ondertoon het statusverschil.”

Etnisch karakter

De economische ontwikkeling wordt bovendien gewantrouwd. Zo vielen er eind vorig jaar negentien doden bij een overval op wegwerkers bij de ‘Trans Papua Snelweg’. Chauvel: “Het is geen gek idee om in zo’n onherbergzaam gebied een weg aan te leggen. Maar in West-Papua denkt men dan dat die zal dienen om veiligheidstroepen te transporteren. Jakarta is relatief genereus met fondsen voor het gebied, maar alleen economie is niet genoeg.”

Economische ontwikkeling leidt bovendien tot migratie vanuit allerlei delen van Indonesië. Daardoor zijn etnische Papoea’s in de grote steden van West-Papua inmiddels al in de minderheid. Onder invloed daarvan heeft het Papua-nationalisme de afgelopen jaren een expliciet etnisch karakter gekregen, merkt Chauvel. “Het gevoel van marginalisatie is steeds groter geworden. Vanaf ongeveer 2010 lees ik steeds vaker dingen als ‘Pas op dat onze kinderen niet met Indonesiërs trouwen’. En als je dan berichten hoort dat lokale groepen van niet-Papoea’s de afgelopen tijd samenwerken met de Indonesische veiligheidstroepen, dan krijg je toch akelige herinneringen aan Oost-Timor in de jaren negentig.”

Oost-Timor werd uiteindelijk onafhankelijk van Indonesië, maar er zijn weinig mensen die geloven dat dat in de nabije toekomst ook voor West-Papua in het verschiet ligt. Want de demografische verandering die het nationalisme er nu zo doet groeien, maakt afscheiding tegelijk ingewikkeld. En de inlijving van Oost-Timor was internationaal altijd omstreden, terwijl de Verenigde Naties de inlijving van West-Papua wel accepteerden. Filep Karma is realistisch: “Het enige land dat ons streven openlijk steunt, is nu geloof ik Vanuatu”, schrijft hij. “Eerlijk gezegd denk ik dat de onafhankelijkheid nog heel ver weg is.”

Lees ook:

West-Papua vreest de harde hand van Jakarta

Nadat Indonesië het internet afsloot en extra veiligheidstroepen naar West-Papua stuurde, komen er nu berichten over dodelijke confrontaties tussen politie en demonstranten uit het gebied.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden