De Megastad Shanghai

Als de overheid waarschuwt voor ‘kwade krachten’, ben je op je hoede

Sinds een tijdje hangt Shanghai vol met rode spandoeken. Bij een rij auto’s op de parkeerplaats achter mijn flat hangt er ook eentje vrolijk te wapperen. ‘Verzet je tegen donkere en kwade krachten’, staat op het doek.

De suggestie is dat de georganiseerde criminaliteit hier aan het werk is. Laat het maar aan de autoriteiten over om mensen de stuipen op het lijf te jagen. Voor de zekerheid heeft het appartementencomplex voorzorgsmaatregelen genomen. Vorige week is een slagboom geïnstalleerd, en een manshoge poort die alleen opengaat als je je pasje naast een scanner houdt. Heel irritant, want dat pasje zit natuurlijk altijd diep in mijn tas als ik aan kom rijden.

Het is niet alsof mensen met kwade bedoelingen vóór de installatie van de slagboom wél zomaar konden binnenlopen. Om de lift naar boven te nemen heb je bijvoorbeeld een pasje nodig, en dat pasje brengt je alleen naar je eigen verdieping. Eenmaal bij de voordeur aangekomen, heb je natuurlijk nog steeds een sleutel nodig om binnen te komen.

Angst voor het kwaad

Toch valt een hoop af te dingen op die zogenaamde veiligheid. Van de vriendelijke bewaker, die in China bao’an heet – letterlijk: bewaarder van de vrede – moeten we het niet hebben. Met zijn handen op zijn rug wandelt hij gemoedelijk heen en weer van het fietsenhok langs de rij auto’s naar zijn huisje bij de ingang. Vriendelijk helpt hij bezoekers zonder liftpasje omhoog de toren in. Wie meelift met andere bewoners komt via het trappenhuis sowieso makkelijk op andere verdiepingen. En sommige pakketbezorgers hebben op raadselachtige wijze een loper voor de lift weten te bemachtigen.

De angst voor ‘het kwaad’ maakt dat China in sommige opzichten het veiligste land is waar ik ooit ben geweest. Ik laat mijn tas overal slingeren en nog nooit ben ik hier een fiets of een portemonnee kwijtgeraakt. De Chinezen zijn als de dood dat iets of iemand van het juiste pad afraakt, laat staan dat ze zelf iets zouden proberen. Een tijd geleden werd een vriend bij een geldautomaat door een paar jongens beroofd. Ze zetten hem met excuses in een taxi naar huis, en stopten hem nog wat van zijn eigen net gepinde geld toe voor de taxikosten.

In mijn gebouw wonen gegoede burgers die als de dood zijn dat hun verworven rijkdom hun wordt afgenomen door ‘kwade krachten’, of dat nu frauduleuze taxichauffeurs of sjacherende sigarenboertjes zijn. Iedereen is dus hartstikke blij met de slagboom, want hoe veiliger, hoe beter.

Na een tijdje versloft het

Doorgaans zijn dit soort maatregelen geen lang leven beschoren. Het management van het gebouw laat aan de huiseigenaren zien dat het iets aan veiligheid doet, om de uitvoering na een tijdje te laten versloffen. Nu wachten we dus af tot de bao’an genoeg heeft van de rij voor de poort en de slagboom gewoon open laat staan.

In de steegjes tussen de hoogbouw, in oudere, lagere flatjes, staat de deur ondertussen wagenwijd open. Daar wonen migranten van buiten de stad of Shanghaiers die minder te makken hebben. Als er niets te halen valt, kan het ze niet veel schelen wie er binnen kijkt. Toch zijn ook zij bang voor wat er mis kan gaan als ‘kwade krachten’ de vrije hand krijgen. Wát dan precies, en wíe dan precies – dat moet je ze niet vragen. Als de overheid het zegt, dan moet je oppassen.

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden