ReportageSlavernijexcuses

‘Als de excuses voor de slavernij slechts woorden blijven, zijn ze zinloos’

Jahaira Soto Beltran-Leito (links) met haar dochter Charité Leito.  Beeld Sinaya Wolfert
Jahaira Soto Beltran-Leito (links) met haar dochter Charité Leito.Beeld Sinaya Wolfert

Over twee weken biedt Nederland ook op Curaçao excuses aan voor het slavernijverleden. Terecht, vinden bewoners van Willemstad. Toch leven de excuses niet echt.

Dick Drayer

Zelfs premier Gilmar Pisas van Curaçao had er nog nooit goed over nagedacht. Toen hem vorig jaar door een journalist werd gevraagd of niet alleen Amsterdam maar ook de Nederlandse staat excuses zouden moeten aanbieden voor het slavernijverleden, had Pisas geen antwoord paraat. De vraag overviel hem. Dit voorval is tekenend voor de prioriteit die een Nederlands excuus heeft voor, in dit geval, de Curaçaose regering.

Eind deze maand gaat het toch gebeuren. Dan reist een regeringsdelegatie af naar verschillende voormalig Nederlandse koloniën die met slavernij te maken hebben gehad, waaronder Curaçao. Hoe leeft het staatsexcuus onder de inwoners van Willemstad zelf?

“En wat dan?”, vraagt Carissa Hous, die vlak onder de Julianabrug woont in de wijk Ser’i Otrobanda, in een deel dat Quinta wordt genoemd. De voormalige achterstandswijk is op veel plaatsen hersteld in haar oude glorie. Vroeger werd Ser’i Otrobanda gekenschetst door drugsoverlast en criminaliteit. Nu dient de wijk als voorbeeld van een succesvolle aanpak van verloedering.

Het werd doodgezwegen

Hous woont in een prachtig gerenoveerd Curaçaos herenhuis. Vanaf de voorkant oogt het klein, maar eenmaal binnen vallen de enorme ruimte en verkoeling op. Ze is 67 jaar oud en heeft vroeger nog les gehad van de paters, van Nederlanders. “Op school kregen we heel weinig les over de slavernij. Als ik daarop terugkijk, zeg ik: het werd doodgezwegen, we mochten het niet weten.”

Pas nu hoort ze andere geluiden. Haar man Robert, een oud politieman zegt: “Met de kennis van nu voel ik pijn in mijn hart. Het maakt je triest, ook al is het lang geleden.”

Toch zeggen beiden niet echt bezig te zijn met vroeger. Excuses zullen niet veel veranderen. Maar geen excuses is ook geen optie. En bij die erkenning hoort ook herstel van het koloniale verleden, aldus het echtpaar.

Gaten in het wegdek

De wijk Ser’i Otrobanda is vanwege de aanleg van de Julianabrug, eind jaren zestig, in tweeën gedeeld. Aan de andere kant van Quinta, bij de afrit van de Julianabrug, ligt het gedeelte dat Koralengebied wordt genoemd. Dat deel ziet er anders uit: oude huizen, veel in slechte staat, openliggende straten en gaten in het wegdek waar nog wel asfalt ligt.

In een van die huisjes woont Charité Leito, 42 jaar oud en moeder van vier kinderen. De woonkamer en keuken zijn hooguit een paar vierkante meter. Haar moeder, oma Jahaira, woont ook op het terrein, maar in een ander huisje, vlak ernaast. Charités dochter Shanti zit in de woonkamer en kijkt samen met haar oma en moeder belangstellend in een fotoboek over hun wijk Ser’i Otrobanda. Zij staan er ook in. Drie generaties vrouwen herkennen hun buurtgenoten en zichzelf in het boek.

“De slavernij is lang geleden”, zegt Charité. “De moeder van mijn betovergrootmoeder was slaaf, de vader van mijn betovergrootmoeder was een shon, een Nederlandse plantagehouder. Maar ik ben er niet mee bezig. Je moet niet te lang stilstaan bij die dingen, je kunt de zaken toch niet meer terugdraaien. Ik ben zwart, maar voel me niet aangesproken door het verleden. Ik ben wel trots op mijn kleur, trots om een kind van Curaçao te zijn.”

‘Iedereen discrimineert’

Charité is pedicure, manicure, kapster en kok. In haar kleine woonkamer ontvangt ze mensen van alle kleuren. “Excuses voor het slavernijverleden door Nederland zijn wel nodig, apartheid en discriminatie moet stoppen. We zijn mensen van hetzelfde vlees en bloed.”

Dochter Shanti is elf jaar oud en zit in groep zeven van de lagere school. Ze krijgt wel les over de slavernij, maar associeert die periode vooral met discriminatie. “Iedereen discrimineert”, zegt ze. “Waarom zouden alleen Nederlanders excuses moeten aanbieden?”

Verderop in de wijk woont Aldaïr Pieters, 25 jaar oud en geboren en getogen in Ser’i Otrobanda. Hij woont en werkt nu in Nederland, maar is even over en slaapt bij zijn moeder. Pieters draagt een T-shirt met de Papiamentse tekst pretu, zwart.

Hij noemt zichzelf acteur en activist. “Mijn eigen kledinglijn heet Liberá.” De rode lijn in zijn ontwerpen vat hij op Instagram samen als kultura en patriotismo, cultuur en vaderlandsliefde.

Aldaïr Pieters. Beeld Sinaya Wolfert
Aldaïr Pieters.Beeld Sinaya Wolfert

Meer dan het slavernijverleden alleen

Over Nederlandse excuses is Pieters duidelijk: “Nederlanders zeggen nooit dat ze fout zijn, maar iemand moet de schuld op zich nemen. Curaçao is heel lang slachtoffer van Nederland geweest. Aan de andere kant, we kunnen makkelijk zeggen: we moeten Nederland de schuld geven, maar wie gaan we dan de schuld geven?”

Pieters zegt geen antwoord te hebben op die vraag, maar vindt wel dat iedereen met zijn allen moeten accepteren dat er iets verschrikkelijks is gebeurd, zodat er nu samen iets moois kan worden gebouwd. “Daar sta ik voor, dat is de mindset in de dingen die ik doe. Als excuses niet meer dan woorden blijven, zijn ze zinloos.”

Er moet volgens Pieters focus zijn op herstel, op financiële structuren die inwoners van Curaçao verder helpen. “Nu is het tijd dat wij de regie in eigen handen nemen en laten zien dat we meer zijn dan alleen ons slavernijverleden.”

Lees ook:

Een historisch excuus aanbieden, hoe doe je dat? Deze vijf zaken kunnen het maken of breken

Nu er discussie is ontstaan over ‘overhaaste’ excuses voor het slavernijverleden, rijst de vraag: hoe doe je het wel goed? Vijf zaken die een excuus kunnen maken of breken.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden