Tiger, de zakenman. Beeld Aletta André

Column Aletta André

Als de drankwinkels sluiten, begint de handel van Tiger

De wijk Jangpura in Delhi is gecreëerd voor buitenstaanders. Ontheemden uit platgewalste dorpjes, hindoes en sikhs uit islamitisch Pakistan, arbeidsmigranten uit andere deelstaten en vluchtelingen uit Afghanistan. Elk bouwde hier een nieuw leven op. Samen vormen ze India in het klein.

Deel 3: Tiger

“Iemand heeft bij de politie geklaagd vanaf jullie adres.” Tiger knijpt zijn ogen tot spleetjes en kijkt afwachtend. Mijn man antwoordt. “Het zullen de bejaarde bovenburen wel zijn geweest.”

De waarheid is dat ik een paar dagen eerder gebeld heb. Niet om te klagen over de zwarte handel in alcohol die Tiger runt vanuit de sloppenwijk tegenover ons gebouw, maar over de herrie die sommige van zijn klanten maken.

Na sluitingstijd van de reguliere wineshops, zoals slijterijen in India heten, staat er bij ons in de straat standaard een file. Dat is op alle religieuze en nationale feestdagen, en elke avond na tien uur. Soms parkeert er een dure Mercedes of Audi, waarvan de chauffeur discreet de sloppenwijk in wordt gestuurd om wat drank en wiet of andere drugs te scoren. Vaak zitten de auto’s vol aangeschoten jongens, die hun gefeest geen seconde willen onderbreken en met de deuren wijd open en de Bollywood-muziek op vol volume op straat dansen, terwijl een van hen de drankvoorraad aanvult.

Als dit om vier uur ’s nachts gebeurt, bel ik de politie. “Er was ook wel veel lawaai die nacht…”, zegt mijn man. Tiger vindt het ook erg vervelend. “Ik vraag mijn klanten altijd om alleen te kopen en de boel ergens anders op te drinken. Het is hier geen disco.”

Commissie voor agenten

Tiger, de oprechte zakenman. Hij weet ook wel dat de politie op basis van een enkele klacht over lawaai niet tegen zijn handel zal optreden. Dan zouden de buurtagenten voortaan naar hun commissie kunnen fluiten. Maar ja, als er te vaak klachten komen, dan valt dat misschien op bij het hoofdkantoor.

Tiger, de baas van het Madrasi Kamp, een sloppenwijk die veertig jaar geleden aan de rand van onze buurt ontstond voor arbeidsmigranten uit Tamil Nadu, tweeduizend kilometer ten zuiden van Delhi. Altijd bescheiden gekleed in een shirt en lungi, een traditionele geruite omslagdoek, maar de manier waarop hij wordt bekeken en aangesproken maakt duidelijk dat met hem niet te sollen valt.

Tiger, de overlever. Veel van zijn buren zijn arbeiders die nauwelijks het minimuminkomen van 130 euro per maand bij elkaar sprokkelen. Bouwvakkers, autowassers, werksters. Hoeveel Tiger zelf aan zijn handel overhoudt, is geheim. Duidelijk is dat hij klanten uit heel Zuid-Delhi trekt en dat hij ook uitbreidt. Verkocht hij eerst enkel sterke drank, nu kun je ook voor nieuwe, hippe biermerken bij hem terecht.

“Als jullie last hebben van het lawaai, kun je beter direct bij mij klagen”, zegt hij vriendelijk, terwijl hij met zijn twee zoontjes op de schoolbus wacht. Een naar drank stinkende man ligt op de grond onder een zwerm vliegen zijn roes uit te slapen. Maar overlevers kunnen zich geen empathie veroorloven. Tiger, de toegewijde huisvader, richt zijn blik op de wegrijdende schoolbus. Hij zwaait naar de kinderen, en loopt dan terug zijn wijk in.

Trouw-correspondenten vervangen deze weken Rob Schouten en Wim Boevink. Andere columns van Aletta André leest u op deze pagina. Zoals deel 1 van haar reeks: ‘Mijn sterke huisbazin in Delhi, die het heft in eigen handen nam.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden