Carmen Lamsberg: 'Vaak hoor je dat we een jonge natie zijn, maar 45 jaar is zo jong niet meer en het vooruitzicht is niet fraai.'

InterviewsSuriname

45 jaar onafhankelijkheid: ‘Het vallen en opstaan van Suriname houdt maar niet op’

Carmen Lamsberg: 'Vaak hoor je dat we een jonge natie zijn, maar 45 jaar is zo jong niet meer en het vooruitzicht is niet fraai.'Beeld Ranu Abhelakh

Suriname viert vandaag 45 jaar onafhankelijkheid. Hoe staat het land ervoor? Wat heeft Suriname geleerd van het presidentschap van Desi Bouterse? En vaart president Chan Santhoki een nieuwe koers of zijn de economische problemen te groot? Drie Surinamers over verleden en toekomst.

Carmen Lamsberg (72)

In 1975 was Carmen Lamsberg een jonge moeder. Inmiddels is zij een gepensioneerd leerkracht en oma van zes kleinkinderen. “Velen van ons waren zich er niet van bewust dat wij Nederlanders waren”, vertelt zij over de toen op handen zijnde staatkundige onafhankelijkheid, 45 jaar geleden. “Je woonde in Suriname en was ‘Surinamer’. We waren onvoldoende voorgelicht. Mensen waren er niet van doordrongen wat onafhankelijkheid zou inhouden.”

Achteraf vindt Lamsberg een volksraadpleging over de onafhankelijkheid een goed idee. “Dan hadden onze politieke leiders meer rekening met ons gehouden. Maar misschien is het ook wel goed dat er geen referendum is geweest want de meningen waren fel en verdeeld, de vlam had in de pan kunnen slaan.”

De spanningen waren met name zichtbaar tussen de Creolen en Hindoestanen. Er werd gevreesd voor rassenrellen, zoals destijds in buurland Guyana. “Mensen trokken bij bosjes weg naar Nederland”, rakelt Lamsberg op. “Je zag hele mooie woningen te koop voor een appel en een ei. Het was echt zonde dat mensen hun land moesten ontvluchten. Maar toen het zover was, werd de onafhankelijkheid goed verwerkt en was iedereen blij.”

Die blijdschap was van betrekkelijk korte duur. Vijf jaar later, op 25 februari 1980, pleegden de militairen een gewelddadige coup onder leiding van sergeant Desi Bouterse. Die was volgens het leger bedoeld om ‘politieke corruptie’ te bestrijden. Daar denkt Lamsberg anders over. “Het waren gewoon kwajongens die een vakbond wilden terwijl het wettelijk niet mocht. Het leven was goed en ineens was daar een staatsgreep.”

Suriname had voor zijn ontwikkeling als ‘bruidsschat’ 3,5 miljard gulden aan ‘verdragsmiddelen’ bedongen. Aanvankelijk maakte Nederland daarvan na de coup een half miljard vrij. “Velen waren daarom blij dat de militairen ingrepen. Maar dat was snel afgelopen toen de penarie begon”, vertelt Lamsberg. Na de decembermoorden in 1982, waarbij vijftien critici van het militaire regime werden omgebracht, draaide Nederland meteen de geldkraan dicht en uiteindelijk belandde Suriname in de sociaal-economische afgrond.

Nepotisme

Het militaire regime, dat zeven jaar standhield, heeft Suriname geen goed gedaan. Desondanks werd Bouterse in 2010 democratisch gekozen als president. In mei dit jaar verloor hij de verkiezingen nadat hij Suriname opnieuw met een bankroet had opgescheept. Van 1996 tot 2000 was zijn Nationale Democratische Partij (NDP) hiervoor mede verantwoordelijk. “Dat vallen en opstaan houdt maar niet op”, verzucht Lamsberg. “Vaak hoor je dat we een jonge natie zijn, maar 45 jaar is zo jong niet meer en het vooruitzicht is niet fraai. Je ziet nu al dat president Santokhi niet doet wat hij vooraf heeft gepreekt.” Ze doelt op het nepotisme dat onverminderd doorgaat sinds de nieuwe regering van Chan Santokhi in juli aantrad.

Lamsbergs hoge verwachtingen over de onafhankelijkheid zijn uitgebleven. “Er is weinig gebeurd. Ook nu is er geen vooruitgang. Ik had destijds een heel andere horizon, waarbij iedereen een dak boven het hoofd heeft. Maar de regering bouwt nauwelijks huizen, terwijl dat nodig is om mensen hun zelfstandigheid te geven. Je wilt als samenleving een houvast hebben in de vorm van rust en goede voorzieningen, hiervan is nu geen sprake.”

Reden tot feesten is er niet voor Lamsberg bij 45 jaar ‘Srefidensi’. “Omdat er geen geld is. Bovendien willen we geen covid-uitbraak.” Op haar erf staat een vlaggenmast. Gaat de vlag op 25 november dan wel omhoog? “Natuurlijk, want die is het symbool van onze natie. Goed of slecht; ik ben trots op mijn land en niemand pakt die mij af.”

Yvonne Mohabir: 'Hopelijk brengt deze regering de verandering waar we zo naar snakken, zodat onze kinderen en kleinkinderen een betere toekomst zullen hebben.'Beeld Ranu Abhelakh

Yvonne Mohabir (45)

Yvonne Mohabir is moeder van twee kinderen en net zo oud als de republiek Suriname. “Mijn man is ook van 1975 maar hij is in december geboren en ik in september, dus vóór de onafhankelijkheid. Hij plaagt me regelmatig en zegt dat hij een ‘échte Surinamer’ is, ik een ‘oud-Nederlander’”, vertelt ze lachend.

Op haar vijfentwintigste vertrok Mohabir naar Nederland om te studeren en ze remigreerde twaalf jaar geleden. Ze is de jongste uit een gezin van zeven kinderen. Haar jeugdjaren herinnert zij zich als tamelijk zorgeloos. “Je was schoolgaand en alles werd voor je gedaan. Pas toen ik op de middelbare school zat, besefte ik dat het leven in Suriname toch niet zo zorgeloos was.”

Ze was twaalf toen in 1987 de scholierenstaking ‘Geen brood geen school!’ uitbrak. De zevenjarige militaire dictatuur van Desi Bouterse liep op z’n eind. Het land was bankroet en er heerste algehele schaarste. “Mijn moeder had een voedselkaart waarmee je bij de winkels levensmiddelen zoals uien, knoflook, en suiker kon afhalen. Ik heb vaak in de rij gestaan voor mijn moeder.”

Zoals de meeste gezinnen hadden zij het niet breed. Mohabir wist niet anders dan dat Bouterse leider van het land was. Persoonlijk heeft zij daar geen traumatische herinneringen overgehouden. “Je had een bordje eten, een dak boven je hoofd en alles wat je nodig had. Dus je maakte je geen zorgen om de dingen. Maar na de middelbare school moest ik gaan werken om mijn studie te kunnen bekostigen. Toen pas, op achttienjarige leeftijd, besefte ik dat alles zo duur was.”

Eenmaal in Nederland vielen de tekortkomingen van haar geboorteland nog meer op. “Vooral in het begin maakte ik vergelijkingen: waarom hebben of kunnen wij dit niet? In Nederland krijgt in principe iedereen gelijke onderwijskansen. In Suriname was en is dat nog steeds niet zo. Dat was voor mij een eyeopener. We zullen heel veel moeten investeren in ons onderwijs en alle kinderen gelijke kansen moeten geven.”

Zij remigreerden in 2008, twee jaar voordat Bouterse als president aan de macht kwam en er sprake was van enige economische stabiliteit. Mohabir heeft haar eigen makelaarsbedrijf met personeel. “Het doel was in Nederland kennis en ervaring op te doen en nu wil ik hier mijn bijdrage leveren. Als ondernemer ging het mij aanvankelijk voor de wind maar naarmate de tijd vorderde en de inflatie toenam, werd het knap zwaar. Maar weinigen kunnen nu nog een huis kopen.”

Kinderjaren

Ze heeft geen spijt van de remigratie. “Absoluut niet. Suriname is nog steeds een prachtig land. Er zijn genoeg kansen maar die zal je moeten grijpen door zelf hard te werken. Mijn moeder had altijd zoiets van: het maakt niet uit wie aan de macht is; als je niet werkt, dan heb je geen eten.”

“Als natie hebben we nu onze kinderjaren achter de rug, met vallen en opstaan. Sinds 1975 hebben we wel iets bereikt, alleen gaat het in babystappen. Als we genoeg investeren in kennis en in onszelf, dan zullen we een betere periode tegemoet gaan. Hopelijk brengt deze regering de verandering waar we zo naar snakken, zodat onze kinderen en kleinkinderen een betere toekomst zullen hebben. Als we daar nu aan werken dan kunnen we misschien bij een halve eeuw onafhankelijkheid flink feesten. Dus ik hoop dat de regering-Santokhi met een goed plan komt voor het land, maar dat plan zie ik nog niet.”

Jean-Yves Soeradi: 'Bouterse was een populair persoon en hij wist hoe jongeren in te palmen met nieuwe technologie.'Beeld Ranu Abhelakh

Jean-Yves Soeradi (32)

Je werkt alleen om te overleven en je gezin te voorzien van dagelijkse basisbehoeften. Dat is ergens beangstigend, want je weet niet wat de toekomst brengt.” Jean-Yves Soeradi is exemplarisch voor de gemiddelde ambitieuze, jonge Surinamer. Hij is vader van twee jonge kinderen en is werkzaam in de webwinkellogistiek. Toen hij studeerde moest hij werken om dat te kunnen bekostigen. “Mijn moeder werkte ook en het was niet makkelijk voor haar vanwege de situatie in het land.”

Omdat  de combinatie van studeren en werken te zwaar werd, haakte Soeradi in het derde jaar af. Hij wist zich op te werken tot projectcoördinator. Toen hij acht jaar geleden bij het bedrijf begon, was er sprake van economische stabiliteit in Suriname. “Je kon sparen en op reis. Nu kan dat niet omdat alles peperduur is. Ik had plannen om een eigen huis te bouwen. Maar bij elke koersstijging moet je het plan aanpassen en dat is erg moeilijk.”

Beetgenomen

Suriname is nu bankroet, kampt met hyperinflatie en heeft torenhoge buitenlandse schulden die niet afgelost kunnen worden, vanwege het economisch beleid dat Desi Bouterse de afgelopen tien jaar voerde als president. In 2010 stemde Soeradi voor het eerst en zoals vele jonge mensen op de Nationale Democratische Partij (NDP). Dit ondanks alle waarschuwingen van ouderen die crises onder Bouterse hadden meegemaakt.

“Bouterse was een populair persoon en hij wist hoe jongeren in te palmen met nieuwe technologie. Hij presenteerde het goed met meer dynamiek.”

Soeradi had verwacht dat Bouterse het beter zou doen dan zijn voorganger Ronald Venetiaan. “Maar hij had geen controle op de mensen om hem heen waardoor er te veel corruptie was. We wisten van zijn verleden, toch dacht je dat zijn regering die verandering zou kunnen brengen. Modernisering was ver te zoeken, dus gaf je ze een kans.”

Hij voelt zich als burger ‘beetgenomen’. “Ze hielden ons grootse plannen en dromen voor en we hebben het geloofd. Naast al die leningen hebben ze zelfs de kasreserves van particuliere banken aangesproken. Dat is wel erg. Alles staat stil en er is geen ontwikkeling. Er is zelfs sprake van achteruitgang. Dat had ik niet verwacht als burger en als vader. Ik dacht sowieso dat ik nu al mijn eigen huis zou hebben.”

Ontmoedigd of mismoedig is hij niet. “Je probeert het beste ervan te maken voor een goede toekomst voor je jezelf en je kinderen. Als zich een mogelijkheid voordoet om in het buitenland nog meer kennis en ervaring op te doen, dan zou ik dat wel overwegen. Wel met het doel mijn land op te bouwen.”

Ook Soeradi heeft nu alle hoop gevestigd op de nieuwe regering van president Chan Santokhi. “De reden waarom we voor de huidige regering hebben gekozen, is omdat we geen andere uitweg hebben. Nu al zie je dat ze er voor hun eigenbelang zijn. Ik geloof nog steeds dat we het kunnen als jonge natie. Maar dit zal wel tien tot twintig jaar duren.”

Lees ook: 

Kersvers president Santokhi wacht de ravage van Bouterse: ‘We gaan voor tien jaar’

Chandrikapersad Santokhi is sinds een maand president van Suriname. Zijn voorganger Desi Bouterse laat hem nog altijd niet met rust. Een gesprek over de machtsoverdracht, de economie en de verwachtingen van de bevolking.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden