Beeld van de diesellekkage bij Norilsk in juni 2020.

Milieurampen

2020 was een rampjaar voor het Russische milieu

Beeld van de diesellekkage bij Norilsk in juni 2020.Beeld AFP

2020 was een rampjaar voor het milieu van Rusland. Slechts de grootste incidenten werden bekend en, waar mogelijk, aangepakt. Actiegroepen hopen op het langzaam ontwakend bewustzijn van de bevolking.

Vele miljoenen liters diesel stroomden afgelopen zomer in het hoge noorden van Siberië de toendra in. Lekkende oliepijpleidingen vervuilden rivieren in de Komi-republiek ten westen van de Oeral. In de Siberische steden Krasnojarsk en Kemerovo kleurde de hemel zwart door industriële uitstoot, er was een lekkende olietanker bij Vladivostok en massale sterfte van de bodemfauna in de zee voor Kamtsjatka. En dat was nog maar het topje van de ijsberg in wat zo op het oog een rampjaar lijkt voor het milieu in Rusland.

Toch constateren Russische experts nuchter dat het allemaal nog erger had gekund, en dat 2020 zich in feite niet noemenswaardig onderscheidt van voorgaande jaren. Het was doorgaans ‘business as usual’, met hier en daar zelfs een tikje hoop op verbetering. “Helaas zijn er in Rusland geen statistieken die we echt vertrouwen”, verzucht Aleksej Knizjnikov, olie- en gasexpert bij WWF Rusland. “Maar er zijn cijfers uit de olie-industrie die laten zien dat het aantal milieu-incidenten, zoals lekkende pijpleidingen, redelijk stabiel is. Rond de 10.000 tot 15.000 gevallen per jaar. Van een bijzondere stijging is vooralsnog geen sprake.”

Over de meeste van die ongelukken hoort de buitenwereld niets. Volgens Knizjnikov komt dat door gebrekkige monitoring, maar vooral ook door hardnekkige pogingen van zowel overheid als bedrijven informatie over bijvoorbeeld olielekken binnenskamers te houden, of althans de omvang ervan te verhullen. “En dat is een groot, systematisch probleem in ons land. Rusland ligt op dat vlak ver achter op Europa.”

Een op de duizend lekken

Alleen als milieurampen zo groot zijn dat ze ook voor de buitenwereld zichtbaar worden, halen ze het landelijke en soms ook het wereldnieuws, zoals dit jaar gebeurde met de dieselramp in Norilsk. Door lekkage in een dieseltank in deze meest noordelijk gelegen stad ter wereld kwam meer dan 15.000 ton dieselolie in een rivier terecht. Pogingen het nieuws stil te houden mislukten, de wereldpers kreeg er lucht van en uiteindelijk was president Vladimir Poetin genoodzaakt zich persoonlijk met de zaak te bemoeien. Dat hielp in ieder geval om de schade van deze ramp binnen de perken te houden en, waarschijnlijk, te voorkomen dat de brandstof de kwetsbare Pjasina-delta en de Karazee bereikte.

“Gewoonlijk krijgen wij informatie te zien over hooguit een op de duizend lekken”, zegt Vladimir Tsjoeprov, hoofd van het energieprogramma bij Greenpeace Rusland. De organisatie vraagt al meer dan een kwart eeuw aandacht voor een van de grootste chronische milieuproblemen van Rusland, de vele duizenden tonnen olie die jaar in, jaar uit via lekkende pijpleidingen bodem en oppervlaktewateren vervuilen.

Dikke laag olie

Zoals bij Oesinsk in de Komi-­republiek, waar in 1994 meer dan 100.000 ton olie de omliggende toendra besmeurde en vergiftigde. Moerassen, meren en rivieren raakten bedekt met een dikke laag olie. De plaatselijke bevolking, vaak sterk afhankelijk van visvangst, werd zwaar getroffen, en oliemaatschapij Lukoil was in 2014 mede dankzij alle aandacht gedwongen een schadevergoeding van ruim 16 miljoen euro te betalen. Ondanks dat belandt in Rusland volgens schattingen jaarlijks nog altijd minstens 1,5 miljoen ton olie in het milieu.

“Het achterliggende probleem is overal hetzelfde: in 95 procent van de gevallen gaat het om corrosie. De statistieken vertonen wel een gunstige dynamiek. Sinds 2008 is volgens de officiële cijfers van de oliebedrijven het aantal olielekken gedaald van 17.000 tot 10.000 in 2019, dat is een vermindering met 30 tot 40 procent.” Die dalende trend is ook zichtbaar in de aanzienlijke volumes olieproducten die via grote rivieren als de Petsjora, de Ob en de Jenisej in de Noordelijke IJszee terechtkomen.

Als Poetin spreekt, is dat een signaal

Volgens Tsjoeprov is dat voor de helft toe te schrijven aan de jarenlange inspanningen van publieke ­organisaties als Greenpeace, en toont de overheid er uit zichzelf weinig belangstelling voor. Er is geen deugdelijke monitoring en openbaarheid van gegevens. “Maar als de president van Rusland zich erover uitspreekt, dan is dat een signaal dat er werkelijk sprake is van een ernstige situatie.”

Hij doelt daarbij op een decreet van president Poetin over industriële veiligheid uit 2018, waarin staat dat liefst 60 tot 70 procent van de in risico­volle sectoren (zoals olie­winning) ­gebruikte apparatuur de technische levensduur voorbij is. Poetin schat de schade van ongelukken op 600-700 miljard roebel, ­omgerekend naar de huidige koers rond 7 miljard euro, en spreekt van een ­negatief effect op de eco­nomische stabiliteit van Rusland.

“Ik ga ervan uit dat dat nog een conservatieve schatting is, want het is duidelijk dat ook Poetin niet alles te horen krijgt. Ik denk dat het werkelijke cijfer beduidend hoger ligt”, aldus Tsjoeprov. “Dat decreet is er natuurlijk niet zomaar gekomen, maar duidt denk ik op een omvangrijke crisis, waarvan de mensen die toegang hebben tot de reële informatie weet hebben. Er is heel veel wat we niet weten. Die twee elementen, het gebrek aan goede monitoring en de haperende infrastructuur van gevaarlijke objecten, zijn kenmerkend voor bijna alle milieurampen in Rusland.”

Een goede, zij het bittere les

Ook Knizjnikov ziet de aftakelende infrastructuur uit de Sovjettijd als een hoofdoorzaak voor het grote aantal incidenten. “Die dieseltank in Norilsk bijvoorbeeld was gebouwd in 1964. Anderhalve maand later was er een ongeluk in de oliepijpleiding van Rosneft tussen Sachalin en Komsomolsk-aan-de-Amoer, ook aangelegd in de Sovjettijd. Wij hadden ­Rosneft al lang gezegd dat ze die in deze tijd niet meer konden handhaven. Ze knikten dan wel, maar ­bleven intussen die leiding gewoon gebruiken. Tot aan dat ongeluk. Nu is Rosneft gestopt met de exploitatie.”

Iedere milieuramp is daarom ook een goede, zij het bittere les, die langzaam maar zeker helpt de transparantie te bevorderen, gelooft Knizjnikov. “Naar onze inschatting praten we dit jaar meer over milieu-incidenten en krijgen we er ook meer van te zien. Niet omdat het er nu echt zoveel meer zijn, maar ­omdat de openheid erover is toegenomen.”

Grootste bedreiging

Dat komt niet in de laatste plaats door de prominente plaats die ­milieuproblemen innemen op het prioriteitenlijstje van de Russische burgers. Volgens een eind vorig jaar gehouden peiling van het Levada-centrum zien de Russen milieuvervuiling als de grootste bedreiging voor de mensheid in de 21ste eeuw. Vóór terrorisme, oorlogen en klimaatopwarming.

“De milieuproblemen vinden weerklank in de samenleving”, zegt Tsjoeprov. “Dat gebeurt vrijwel ­zonder invloed van ngo’s. De overheid heeft er geen vat op. Het thema ­milieu laat haar onverschillig. Zonder alle protesten tegen vuilstortplaatsen en vuilverbrandingsovens waren er ook geen vuilnishervorming en geen ­nationale milieuprojecten van de grond gekomen. Dat is uitsluitend het gevolg van druk van onderaf. De overheid is bang de slag om de publieke opinie te verliezen.”

Lees ook:

Russisch metaalconcern Nornikel: veroorzaker ecologische ramp en grootvervuiler van het arctisch gebied

Twee miljoen ton giftige gassen stoot het Russische metaalconcern Nornikel in Siberië volgens Greenpeace jaarlijks uit. Een gigantische ecologische ramp eerder dit jaar dwingt het bedrijf nu tot ingrijpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden