ToerismeWonen

Wonen tussen de toeristen, die er nu even niet zijn

De molens in Kinderdijk zijn normaal een toeristische trekpleister, maar in coronatijd is het er stil. Beeld ANP
De molens in Kinderdijk zijn normaal een toeristische trekpleister, maar in coronatijd is het er stil.Beeld ANP

Waar buitenlandse toeristen hun stoepen doorgaans platlopen, was het door corona opeens uitgestorven op de Zaanse Schans, in Giethoorn en tussen de molens van Kinderdijk. Hoe ervoeren de bewoners dat? ‘Ik vond het maar akelig stil.’

De zomer was een kleine pleister op de wond, maar verder is het een heftig periode te noemen voor de toeristische sector. “Het is bar en boos”, zegt Elsje van Vuuren van NBTC Holland Marketing, de organisatie die zich richt op het vermarkten van Nederland als toeristisch bestemming bij buitenlandse bezoekers. “Afgelopen september voorspelden we dat 70 procent minder buitenlandse toeristen naar Nederland zouden komen: 8 miljoen in plaats van 22 miljoen. Dat is het niveau van begin jaren negentig. En die verwachting moeten we denk ik eerder naar beneden bijstellen dan naar boven.”

Van Vuuren maakt zich zorgen. “Het is een zeer impactvolle crisis.” Het gevaar is dat veel organisaties – hotels, horecaondernemers, winkeliers – het niet zullen redden. “Je kunt financieel nog zo gezond zijn, maar als je hele handel pats-boem in één keer in elkaar stort, dan gaat het hard. Ondanks de steun van de overheid.”

De andere kant van de medaille is dat de coronacrisis dé resetknop zou kunnen zijn voor de toeristische sector. Want willen we de massale drukte in het centrum van Amsterdam en onze bollenstreek hierna wel terug? “Je ziet dat plannen op dit gebied in een stroomversnelling komen door corona. Amsterdam heeft bijvoorbeeld concreet uitgesproken met een imagocampagne in te gaan zetten op de culturele- en congresbezoeker, in plaats van de vrijgezellenfeesten die voor veel overlast zorgen.”

Tegelijkertijd moeten we volgens Van Vuuren niet te makkelijk denken over die nieuwe start. “Het is niet dat we na corona met een schone lei kunnen beginnen. Het is een complex probleem met veel betrokken partijen. Achter de schermen werken we daarom al aan plannen om, als de tijd rijp is, aan de slag kunnen met het duurzame herstel van onze bezoekerseconomie.”

Ook voor 2021 verwacht NBTC nog geen ‘ouderwetse’ cijfers. De touringcars naar Giethoorn en de Zaanse Schans ziet Van Vuuren nog niet massaal terugkeren. “De toeristen uit Azië en Amerika zijn de laatste groep die we terugverwachten. We gidsen nu vooral binnenlandse toeristen en – als het mag – die uit Duitsland, België en Verenigd Koninkrijk. Maar hoe het ook zal lopen, in groepen hutjemutje door een stad lopen, zie ik niet zo snel gebeuren.”

Hilbert Smit (52) woont in Giethoorn en is daar eigenaar van een bootverhuur, recreatiebedrijf en een cafetaria.

Hilbert Smit in Giethoorn. Beeld Werry Crone
Hilbert Smit in Giethoorn.Beeld Werry Crone


Giethoorn is als het strand, zegt de 52-jarige ondernemer Hilbert Smit: als het mooi weer is, wil het halve land ernaartoe. Nu scheen de zon uitbundig in maart en april, maar de grachtjes en dorpspaden bleven leeg.

“Dat was bijzonder om te zien, maar ervan genieten? Nee, dat niet. Ik ben hier geboren en getogen; de bezoeker hóórt gewoon bij het dorp. Ik vond het maar akelig stil.”

Smit woont in een boerderij in het centrum van het dorp, pal tussen de kenmerkende bruggetjes en vondertjes, de planken de sloten. Onder de bewoners is corona het gesprek van de dag. “Wat kan er wel, wat kan er niet? Wat voor seizoen gaat het worden? Ik heb er in het begin wel slapeloze nachten van gehad.”

Met Hemelvaartsdag en Pinksteren in zicht was het dorp ronduit in de stress. “Er wordt altijd erg op Giethoorn gelet door de media en de politiek. De paden zijn hier nu eenmaal smal.”

Uiteindelijk bleven excessen op die smalle paden uit en financieel valt het voor Smit, gezien de omstandigheden, niet tegen. Vooral de bootverhuur trok de boel nog aardig recht. De Nederlandse toeristen die deze zomer kwamen huurden meteen voor een hele middag een bootje, en niet een uurtje zoals de buitenlandse toeristen.

Wel is het seizoen korter dan anders. “Normaal zorgen Aziatische en Amerikaanse toeristen ervoor dat er het jaar rond wat te doen is in Giethoorn. Nu kan ik de boel net zo goed dichtgooien.”

Smit slaat daarom deze winter aan het verbouwen: het horecagedeelte aan zijn huis gaat naar de voorkant, zodat het woongedeelte wat meer privacy heeft aan de achterkant.

Die verbouwwens komt mede door privéomstandigheden, vertelt Smit.

“Mijn nieuwe vriendin uit Hoogeveen zag het niet helemaal zitten om in ‘een vitrine’ plaats te nemen.”

Lachend: “Er moet nog even wat veranderen voordat ze hier in wil trekken.”

Carleen Lebens (55) werkt als coördinator welzijn & vrijwilligers in een verpleeghuis. Ze woont 27 jaar op de Zaanse Schans.

Carleen Lebens woont aan het Zonnewijzerpad bij de Zaanse Schans Beeld Werry Crone
Carleen Lebens woont aan het Zonnewijzerpad bij de Zaanse SchansBeeld Werry Crone


“Kijk nou!” zeiden Carleen Lebens en haar buurman dit voorjaar beduusd tegen elkaar. Tussen de klinkertjes voor hun huizen groeide opeens gras. “Eerder kreeg het die kans niet door die duizenden toeristenvoeten die het pad totaal uitsleten. Dat was wel een wonderlijke constatering.”

En zo was er wel meer wonderlijk voor Lebens en de ongeveer vijftien andere gezinnen die wonen op ‘De Schans’.

Normaal bezoeken dagelijks zesduizend toeristen hun pittoreske straatje; afgelopen voorjaar waren het er nagenoeg nul. “Dat gaf enerzijds een unheimisch gevoel; het was haast beangstigend, zó stil was het. Anderzijds was het ook een verademing. Het voelde alsof de Schans even van ons was.”

Want ook al is het tolerantievermogen van Lebens hoog omdat ze nu eenmaal dol is op de historie van de plek en haar karakteristieke houten ‘poppenhuisje’, de afgelopen jaren was het wel érg druk. “Mijn kinderen leerden nog fietsen op het paadje bij ons voor de deur; dat zit er tegenwoordig niet meer in.” Zeven dagen in de week worden touringcars vol groepen gedropt voor een half uurtje over de Schans. Luid roepend, de kippen na-tokkend en kloppend op hun houten huisjes, trekken ze in hun straatje voorbij.

Maar niet afgelopen voorjaar. Toen kon Lebens opeens ontbijten op het bankje voor haar deur. “Dat bracht ook een hoop gemeenschapszin teweeg. Om vijf uur kwam iedereen zijn voordeur uit om spontaan met elkaar wat te drinken, zoals we dat vroeger ook deden, toen de toeristenstroom nog stopte aan het eind van de middag.” Het heeft Lebens’ woongenot verbeterd. “Misschien wel voor honderd procent.”

Nu trekt het toerisme voorzichtig weer aan. Lebens denkt echter dat het niet gauw weer zo druk zal worden als pre-corona. “We hebben toch met z’n allen beseft dat als we met té veel bij elkaar zijn, het misgaat. Ik vermoed dat een behoorlijk groep voorzichtiger zal zijn.”

Gert-Jan Rozendaal (55), werkt als molennaar en woont in een molen uit 1738 op Kinderdijk.

Gert-Jan Rozendaal, molenaar op Kinderdijk.  Beeld Werry Crone
Gert-Jan Rozendaal, molenaar op Kinderdijk.Beeld Werry Crone

Recht tegenover het keukenraam van Gert-Jan Rozendaal staat een mooie rietkraag – favoriet als voorgrond op een mooie Hollandse molenfoto. De vele fotografen trapten het riet plat en zo was er een modderig gat ontstaan. En zoals dat dan gaat: een gat wordt opgevuld met een tegel, een tegel wordt een paadje, bij een paadje hoort een steiger en voordat je het weet heb je veertig man voor je keukenraam.

Daarom greep Rozendaal tijdens de lockdown zijn kans. “Met een aantal kruiwagens paardenmest probeerde ik de rietkraag te beschermen en het gat dicht te laten groeien. Dat ging heel aardig, tot de jaarlijkse Verlichtingsweek in september, waarbij alle molens mooi uitgelicht worden. Zijn ze tóch weer in dat gat gaan staan.” Het illustreert volgens Rozendaal wat er met het molengebied aan de hand is. “Toeristen zijn nodig en dat is ook niet erg, maar als ze het gebied aantasten, moet je je afvragen: wanneer is genoeg genoeg?”

Corona heeft wat dat betreft de ogen geopend, denkt Rozendaal. De stichting die zorgt voor het onderhoud van de molens, heeft volgens hem steeds meer geleund op het toerisme. Steeds meer riviercruises en touringcars zag Rozendaal aankomen. “Ze moeten er haast een verkeerstoren voor aanleggen.”

Het toerisme is echter kwetsbaar gebleken. Dat heeft ook zo zijn gevolgen voor Rozendaal, die werkt als molenmaker. “De stichting Kinderdijk is één van onze opdrachtgevers. Als er financiële tekorten zijn, is er misschien geen geld meer voor het onderhoud en kunnen de molens niet meer draaien. Dat zou ik héél erg vinden.”

Want hoewel Rozendaal wel eens mag mopperen over de toegenomen drukte, hij is toch vooral verknocht aan dat prachtige werelderfgoed. “Tien jaar geleden woonde ik nog in een rijtjeshuis in Sliedrecht. Nu zit mijn eerste buurman honderd meter verderop en heb ik iedere dag een magnifiek uitzicht.” En die rietkraag? Die groeit hopelijk nog eens dicht. Ooit.

Lees ook:

Chinese toeristen blijven weg, en zij niet alleen

Hotels en campings hebben te lijden gehad onder de coronacrisis. Toeristen, zeker die uit andere werelddelen, bleven weg.

Geen Chinezen meer op de Zaanse Schans, dat brengt de Nederlandse reisbranche in de problemen

Het coronavirus raakt het toerisme wereldwijd flink, maar de Nederlandse vakantieganger blijft vooralsnog nuchter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden