Universiteiten

Woke en de wetenschap, gaat dat samen? Drie spanningspunten

null Beeld Idris van Heffen
Beeld Idris van Heffen

De Amerikaanse woke-beweging heeft invloed op Nederlandse universiteiten. Alle goede bedoelingen ten spijt, zorgt dat soms voor ongemak en bezorgdheid onder wetenschappers.

Het was groot nieuws toen vorige maand bekend werd dat zowel de Franse als de Britse regering haar vizier wil richten op de woke-ideologie bij universiteiten. Het politiek activisme dat de Franse onderwijsminister Frédérique Vidal daarin ontwaart, is haar een doorn in het oog. In Engeland zette de regering in februari de aanval in voor het behoud van vrijheid van meningsuiting op universiteiten.

Hoe verschillend ook, beide regeringen voelen zich kennelijk geroepen op te treden tegen de woke-ideologie, een term die naar Europa is overgewaaid vanuit het Amerikaanse continent, net als de Black Lives Matter-beweging. ‘Woke’ betekent letterlijk wakker zijn en aanhangers van deze beweging willen ongelijkheid in de samenleving blootleggen en aanpakken (zie kader).

De beweging krijgt de laatste jaren ook voet aan de grond bij de Nederlandse universiteiten. Veel Nederlandse wetenschappers en studenten ondersteunen de oproep om ongelijkheid aan te pakken, al blijven ze vaak toch kritisch over het idealisme dat van de woke-beweging lijkt uit te gaan. Ze oordelen met enige voorzichtigheid, want de woke-beweging is in Nederland nog relatief nieuw. Wat er precies wel en niet onder wordt verstaan, blijkt niet altijd gemakkelijk te definiëren.

Wanneer ben je woke?

Rosemarie Buikema, hoogleraar Kunst, Cultuur en Diversiteit aan de Universiteit Utrecht, wil de term woke graag ‘een beetje uit de frivoliteit halen’. “Wat wij doen in onze vakgroep kan woke worden genoemd. In de beste zin van het woord ben je woke, zowel als wetenschapper als sociaal betrokken burger, als je je bewust bent van het feit dat er maatschappelijke machtsverschillen zijn. In mijn onderzoek kijk ik bijvoorbeeld wie de spelregels bepaalt in de samenleving en wat dat betekent voor wie er wel en niet mee mag doen.”

Luana Lenz (22), filosofiestudent aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), noemt zichzelf woke, zij het met enige aarzeling vanwege de negatieve associaties die aan het begrip kleven. “Ik verzet me tegen seksisme, racisme en homofobie. Dat speelt in ons land ook. Kijk naar de toeslagenaffaire, waarbij mensen met een niet-Nederlandse achternaam eruit werden gepikt. Of de recente MeToo-affaires bij de universiteiten. Dat zijn in mijn ogen geen incidenten, maar het is een structurele bescherming van mensen die macht hebben, tegenover mensen die de macht niet hebben.”

Inclusiviteit en diversiteit: het zijn termen waarmee de woke-beweging zich profileert. Begrippen die voor buitenstaanders vaak nog wat abstract klinken, maar die steeds vaker op de agenda’s van de universiteiten verschijnen. Zo was de wens van meer diversiteit één van de speerpunten van de Maagdenhuisbezetting in 2015 bij de UvA. Het protest leidde tot de oprichting van de Commissie Diversiteit, onder leiding van hoogleraar Gloria Wekker.

Daarmee bleek het vraagstuk niet zomaar opgelost. Vorig jaar juni ondertekenden tachtig medewerkers van de afdeling politicologie van de UvA een manifest dat verscheen bij universiteitsblad Folia, waarin ze stelden te hebben ‘gefaald’ in onder meer hun diversiteitsbeleid en de aanpak van racisme. Het rapport ‘Diversiteit is een werkwoord’ van Wekker moet volgens de ondertekenaars als leidraad worden gebruikt om racisme en discriminatie bij de afdeling aan de kaak te stellen.

Vrees 1: Diversiteit zorgt juist voor eenheidsworst

Het klinkt allemaal heel nobel, en dat is het ook, zegt musicoloog Kasper van Kooten, die van 2011 tot 2017 bij de UvA werkte. “Je kunt moeilijk tegen diversiteit zijn, of tegen het aanpakken van onrecht. En toch voelde ik de laatste jaren enig ongemak bij de beweging op mijn universiteit.” Neem de drang naar diversiteit, zegt Van Kooten. “Dat werd in mijn tijd op de universiteit zo gepresenteerd als leidraad, dat het juist eenheidsworst tot gevolg had. Er werden voortdurend mensen met dezelfde opvattingen aangenomen, die in het plaatje van diversiteit pasten, doordat ze bijvoorbeeld een niet-westerse achtergrond hadden. Dan leek het plaatje erg divers, maar voor de dialoog was het niet zo verrijkend als mensen het steeds met elkaar eens zijn over bepaalde dingen.”

Hoogleraar Buikema is het niet met Van Kooten eens. “Vroeger bestond die eenheidsworst net zo goed, in de vorm van de aanwezigheid van witte mannen. Van Kooten erkent niet dat een eeuw geleden vrouwen nog nauwelijks toegang hadden tot de universiteit. En dat mensen van kleur lang werden geweerd. We hangen in Nederland onderaan bij de lijstjes: één op de vier hoogleraren is vrouw. Mensen van kleur zijn in de wetenschap nog steeds een minderheid. Ik ken nog geen plek waar verhoudingsgewijs teveel mensen van kleur zijn aangenomen.”

Bij sommige wetenschappers, onder wie Van Kooten, groeit de angst dat de woke-cultuur twee grote pijlers van de wetenschap, de academische vrijheid en objectiviteit, ondermijnt. Bijvoorbeeld doordat bepaalde thema’s niet meer onderzocht mogen worden, omdat ze als fout worden gezien. Maar ook doordat de woke-beweging twijfelt of de wetenschap wel volledig objectief kan zijn. Dergelijke opvattingen hebben gevolgen voor de beoefening én reputatie van de wetenschap, vrezen de wetenschappers.

Vrees 2: Bepaalde onderwerpen worden taboe verklaard

Het blijkt lastig balanceren op het koord van rechtvaardigheid. Hoe doe je alle perspectieven recht? En heeft dat tot gevolg dat andere stemmen in de verdrukking komen? Het is iets waar universiteiten mee worstelen. Die zoektocht komt bijvoorbeeld tot uiting in het debat om de universiteit te ‘dekoloniseren’. De gedachte is om mensen van kleur meer ruimte te geven in het onderwijs en onderzoek, en witte mensen bewust te maken van hun eigen, westerse uitgangspunt in de manier waarop ze naar de wereld en wetenschap kijken. In dat licht werd vorig jaar bij de Universiteit Utrecht de Decolonisatiegroep opgericht. In een seminar werd onderzocht hoe ‘sporen van kolonialisme en uitsluiting’ in het onderwijs aangepakt zouden kunnen worden, en hoe studenten en academici zouden moeten omgaan met ‘verontrustende kennis’.

Het voorbeeld van Utrecht roept de vraag op of op de universiteit straks nog alles gezegd mag worden. Hoogleraar psychologie Han van der Maas van de Universiteit van Amsterdam is bang dat door de opkomst van de woke-beweging straks het debat in de kiem wordt gesmoord. “Enkele jaren terug verscheen er een publicatie waarin een wetenschapper betoogde dat het kolonialisme voor sommige landen ook positief heeft uitgepakt. Er stak een storm van protest op, en na een petitie die ook door Nederlandse wetenschappers werd ondertekend, werd het artikel teruggetrokken.”

Gabriel van den Brink, hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit, was laatst betrokken bij een proefschrift waaruit bleek dat gezinnen die problemen hadden niet goed werden geholpen. “Na het lezen viel me op dat de biologische dimensie helemaal niet werd genoemd. Terwijl we al langer weten dat de kans op een slechte behandeling van kinderen groter is bij stiefouders, dan bij biologische ouders. Hulpverleners erkennen dit, want ze zien het in de praktijk terug. Maar in de wetenschappelijke analyse krijgt dat geen plaats, omdat sociologen het gezin als een sociale constructie wensen te zien. Sterker: een verwijzing naar eventuele biologische factoren blijkt heel gevoelig te liggen, dus daar zwijgt men over. Dat is kwalijk.”

‘Er is niets wat niet onderzocht mag worden’

Hoogleraar Buikema ziet niet per se terug in haar vakgebied dat bepaalde onderwerpen taboe zijn verklaard. “Er is niets wat niet onderzocht mag worden, mits het volgens de wetenschappelijke regels gebeurt.” Maar filosofiestudent Luana Lenz vindt dat er wel degelijk een grens is aan wat op de universiteit besproken mag worden. “Als meningen schadelijk zijn voor een marginale groep, moet je voorzichtig zijn. De rechtse hoogleraar Jordan Peterson, die enkele jaren geleden op de UvA kwam spreken, is daar een voorbeeld van. Die vindt dat vrouwen zich op een bepaalde manier moeten gedragen en reduceert ze daarmee tot een stereotype. Dat is schadelijk. Wat mij betreft is hij absoluut niet welkom op de universiteit.”

Zou je niet juist het debat moeten aangaan? Nee, vindt Lenz. “Sommige standpunten zijn het discussiëren niet waard. Het is de vraag of je wat hij als wetenschap beschouwt, ook serieus moet nemen. Peterson doet sociologische uitspraken terwijl hij van huis uit psycholoog is. Ik geloof ook niet dat je iemand als Thierry Baudet of Geert Wilders moet uitnodigen.” Waar ligt de grens? “Die ligt bij het doen van uitspraken die gevaarlijk zijn voor bepaalde groepen, waarbij de spreker veel macht heeft en de ontvanger niet.”

Vrees 3: objectiviteit van wetenschap wordt aangetast

Een laatste punt waar wetenschappers voor vrezen, is dat door een groeiende woke-beweging het fundament van de objectieve wetenschap wordt weggeslagen. Dat komt doordat de woke-discussie zich met name in de alfa- en gammawetenschappen afspeelt, signaleert hoogleraar Han van der Maas. “Daar spelen, anders dan in bijvoorbeeld de natuurwetenschappen, opvattingen en meningen een grotere rol. Kort door de bocht gezegd: bij natuurkundige berekeningen en theorieën is de uitkomst hetzelfde, of die nu door een zwart of wit persoon zijn opgetekend. Dat is in de psychologie, sociologie of geschiedenis vaak anders. Daar spelen persoonlijke voorkeuren sneller een rol.”

Van der Maas wijst in een opiniestuk op een opmerking van emeritus hoogleraar Gloria Wekker, volgens hem de frontvrouw van de Nederlandse woke-beweging. “Zij zei in een interview met Vrij Nederland dat het ‘ideaal van objectiviteit in veel wetenschappen allang is achterhaald’. Deze opvatting botst met hoe ik denk dat wetenschap bedreven moet worden. Namelijk dat we moeten streven naar objectiviteit en dat de uitkomsten repliceerbaar moeten zijn. In de wokecultuur is alles juist persoonsafhankelijk. Daar kan ik me niet in vinden.”

Daar is hoogleraar Rosemarie Buikema het niet mee eens. “Wat is objectief en wat is subjectief? De term ‘objectief’ doet veronderstellen dat er een soort God neerdaalt die absolute kennis uitdeelt die buiten een bepaalde context bestaat. Natuurlijk moet iedereen verifieerbare kennis produceren in de wetenschap. Maar zelfs in de natuurwetenschap gaat het over inzichten, aannames en methoden die getoetst moeten worden. Dat betekent niet dat wetenschap maar een mening is. Integendeel, dat toetsen is hard werken.”

Conclusie: Zie de ander

Uit bovenstaande blijkt dat het zo gemakkelijk nog niet is om de vraag te beantwoorden in hoeverre de woke-cultuur ‘past’ bij de wetenschap. De gehanteerde definities zijn niet altijd eenduidig. Uiteindelijk vinden – paradoxaal gezien? – zowel de ‘woke’ als ‘niet-woke’ wetenschappers elkaar in het punt dat verschillende perspectieven de wetenschap verrijken: stel jezelf open voor andere gezichtspunten.

Daarbij hoort moeite doen, zegt hoogleraar Gabriël van den Brink. “Moeite om afscheid te nemen van je eigen vooroordelen, van je eigen morele politieke voorkeuren. Wie dat niet doet, is in mijn ogen gemakzuchtig en lui. Elders mag dat, maar in de wetenschap niet.”

Daar is Buikema het mee eens. “Ook bij de Leidse rechtenfaculteit, die door sommigen als rechts wordt gezien, is de vraag: geven ze goed onderwijs en gaan ze correct om met andersdenkenden? Staan ze open voor andere theorieën en kennistradities en nemen ze die serieus? Dat is de kern van wetenschap. Niemand wil beweren dat wat Newton heeft bedacht er niet toe doet, omdat hij een witte man is. Wat wij willen met de woke-beweging is kijken of we in de geschiedenis misschien mensen over het hoofd hebben gezien, en wat voor consequenties dat heeft.”

Wat is de woke-beweging?

Volgens filosoof Gabriel van den Brink is woke ‘een verhoogd besef van ongelijkheid in de wereld en de behoefte om aan die ongelijkheid iets te doen’. Het is een term die vaak wordt verbonden aan de Black Lives Matter-demonstraties in Amerika, die het racisme aan de kaak wilde stellen. Het kreeg zelfs de titel van een documentaire over de protesten in 2016.

De Oxford English Dictionary definieert woke oorspronkelijk als ‘goed geïnformeerd, up to date’. Volgens de definitie is iemand die ‘woke’ is ‘alert op raciale of sociale discriminatie en onrecht’. De term wordt vaak gebruikt in de uitspraak ‘Stay Woke’, die mensen eraan moet herinneren waakzaam te blijven op tekenen van onrecht in de samenleving.

“Mensen die ‘woke’ zijn willen ongelijkheid aanpakken door taalgebruik of de cultuur te veranderen”, aldus Van den Brink. “Ze zijn niet per se voor een andere maatschappij, maar wel voor een andere cultuur, waar verschillen tussen mensen er niet langer toe doen.”

Activistische studenten toen en nu

Dat streven naar een rechtvaardigere wereld is natuurlijk niet nieuw, zegt hoogleraar Gabriël van den Brink. Hij is als filosoof verbonden aan het Centrum Étos, een centrum voor onderwijs, onderzoek en debat over maatschappelijke transformaties. “In de linkse jaren ‘70 wilden studenten, waaronder ik, ook een andere maatschappij en streden ze tegen het kapitalisme. Daar zitten wel enige raakvlakken met de huidige generatie. Alleen was de wereld nog niet zo groot: nu is het nieuws veel internationaler. Als er nu in Amerika iemand door politiegeweld sterft, ontstaat hier ook direct commotie. Als ergens in Europa de profeet wordt beledigd, gaan mensen in Pakistan meteen de straat op. De omvang en snelheid van betrokkenheid is sterk toegenomen.”

Het punt is dat deze betrokkenheid is overgeslagen in een nieuwe vorm van vroomheid, zegt Van den Brink. Hij verwijst naar de vroegere angst voor het kwaad, dat zich manifesteerde in iets van buiten, zoals de duivel. “Nu is dat kwaad nog altijd extern, maar dan wordt er bijvoorbeeld gewezen naar het systeem, het beleid of naar bepaalde groepen. Het is kwaad waar je niet mee besmet wilt raken, maar dat zich openbaart op allerlei plekken. Ik merk bijvoorbeeld dat in publicaties de druk toeneemt om bepaalde woorden niet meer te gebruiken. Woorden, beelden en straatnamen raken besmet. Bij die nieuwe vroomheid is in aanraking komen met hetzelfde als schuldig aan. En die besmettingsangst is de kern van de woke-ideologie.”

Lees ook:

Cancelcultuur? Onzin! Eindelijk richten musea en uitgevers zich eens op de samenleving

Gevestigde kunstenaars en schrijvers die gruwen van de braafheid van deze tijd, kunsthistoricus Joke de Wolf heeft geen medelijden met ze. Het is de hoogste tijd om werk te maken van diversiteit in de kunstwereld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden