BoekAntiracisme

‘Wit Huiswerk’ is een lesje antiracisme voor witte mensen

De auteurs van ‘Wit Huiswerk’, op trap Anne van der Ven, links Baba Touré en aan tafel Ilgın Abeln. Beeld Maartje Geels
De auteurs van ‘Wit Huiswerk’, op trap Anne van der Ven, links Baba Touré en aan tafel Ilgın Abeln.Beeld Maartje Geels

De website Wit Huiswerk werd in de nasleep van de Black Lives Matter-protesten overal gedeeld. Nu is er ook een boek. Initiatiefnemer Anne van der Ven: ‘Het is ook mijn eigen huiswerk.’

Het zal niet vaak voorkomen dat de samensteller van een essaybundel zich zo bescheiden opstelt als Anne van der Ven, de initiatiefnemer van ‘Wit Huiswerk’, een boek over antiracisme. Ze wil liever niet in haar eentje worden geïnterviewd, laat de uitgever van tevoren weten. Op de foto wil ze alleen in groepsverband, tussen auteurs die in de bundel zijn opgenomen.

Op de omslag van het boek staat haar naam niet vermeld. “Het gaat om de auteurs”, legt Van der Ven uit. Die auteurs zijn allemaal bicultureel of Nederlanders van kleur; Van der Ven is wit. Ondanks dat de doelgroep van het boek duidelijk uit witte mensen bestaat – die moeten immers een antiracistische levenshouding aanleren – wil ze niet in de schijnwerpers staan. Achterin staat een verklarende woordenlijst die al je vragen over racisme en taal moet kunnen beantwoorden. Want wat is bijvoorbeeld het verschil tussen ‘divers’ en ‘inclusief’?

Van der Ven begon Wit Huiswerk als verzamelwebsite voor iedereen die meer wilde weten over antiracisme. Na de Black Lives Matter-protesten van afgelopen lente en zomer was er grote vraag bij vooral witte mensen naar informatie over wat ze zelf konden doen om racisme de wereld uit te helpen. De site bevatte daarom een uitgebreide lijst van boeken, documentaires en podcasts over het onderwerp. Binnen de kortste keren dook de site overal op als startpunt voor ‘antiracistische zelfeducatie’; het webadres trok binnen een maand 245.000 bezoekers, het gelijknamige instagram-account kreeg er meer dan tienduizend volgers bij. “Het was even hoopgevend als pijnlijk dat witte mensen vonden dat ze ‘iets’ met racisme moesten”, zegt Van der Ven er nu over.

Persoonlijke ervaringen van de auteurs

En nu is er dus ook een boek. Dat bevat naast de lees-, luister- en kijktips van de website en een verklarende woordenlijst (wat is bijvoorbeeld een micro-agressie?) ook twaalf essays over racisme, discriminatie en diversiteit. Sommige van die essays gaan over persoonlijke ervaringen van de auteurs, andere zijn praktischer ingesteld, met bijvoorbeeld tips voor een antiracistische opvoeding.

Twee van de in totaal twaalf essayisten zijn vandaag aanwezig. In de tuin van Singel Uitgeverijen zitten naast Van der Ven ook Baba Touré en Ilgin Abeln. Ze bibberen een beetje in de kou; vanwege corona moeten ze noodgedwongen buiten over hun essays vertellen.

Abeln en Touré hebben totaal verschillende achtergronden. Abeln, die Turkse wortels heeft, is theatermaker; Touré, van Senegalese komaf, heeft een inclusief reclamebureau. Door corona is er geen boekpresentatie geweest, dus de co-auteurs ontmoeten elkaar voor het eerst.

Abeln – rode lippenstift, beweeglijke handen – deed lang over haar essay, zegt ze zelf: zes weken duurde het voordat ze tevreden was. In haar bijdrage aan het boek wilde ze vooral de verschillen tussen verschillende groepen mensen duiden; haar leidraad daarbij was een discussie die ze in 2009 met vrienden had over een boek van Hans Kaldenbach, waarin hij tips geeft over hoe migranten zich kunnen aanpassen aan witte Nederlanders. Dat je geen slappe hand moet geven bijvoorbeeld, want alhoewel dat in veel culturen wordt gezien als elegant, getuigt zo’n ontspannen hand hier juist van een gebrek aan daadkracht. Of dat de ‘Nederlander wil dat de migrant zijn handen stil houdt’ tijdens een gesprek of discussie. Geen gepassioneerde gebaren dus, als je met je Nederlandse buren praat.

De discussies waren heel indringend

Wie de tips van Kaldenbach nu leest, kan misschien een klein lachje van ongemak misschien niet onderdrukken; zijn Nederlanders echt zo intolerant dat ze van nieuwkomers eisen dat ze niet zoveel met hun handen praten? Maar, vertelt Abeln nu, het boekje opende in haar eigen vriendenkring juist het gesprek om over culturele verschillen na te denken. “De discussies waren heel indringend. Eigenlijk heb ik er al die tijd mee rondgelopen.”

Over culturele verschillen moet je kunnen praten; ze verdoezelen is juist contraproductief, is nu haar overtuiging. Het enige waar ze op tegen is, is als Nederlanders hun cultuur zien als superieur. “Sommige witte Nederlanders denken echt nog dat hun manier van zich gedragen ontwikkelder is dan die van andere mensen.” Dat superioriteitsgevoel is bij veel meer mensen ingebakken dan we denken, is de ervaring van Abeln en haar Turkse familie. “Toen mijn moeder als academica vanuit Turkije naar Nederland kwam, werd ze heus niet meteen geaccepteerd in de academische wereld.”

Bovendien kostte het haar als kind moeite om trots te zijn op haar biculturele achtergrond. “Mijn moeder is zo’n typisch klein Turks vrouwtje dat dicht bij je gaat staan en iedereen knuffelt. Als kind stond ik ernaast en dacht ik: mam, doe even normáál.” En, realiseerde ze zich, ze had het superioriteitsdenken van sommige Nederlanders ook geïnternaliseerd. Uit haar essay: ‘Ik noem een slappe hand ook stiekem ‘een hand van snot’’. Om Turkse en Nederlandse mensen de ogen te openen voor elkaars gewoonten, maakte ze vorig jaar het toneelstuk ‘Alsof je thuis bent’, dat ook figureert in haar essay. De twee culturen zijn diametraal verschillend. De Turkse cultuur, zegt Abeln vrolijk, ‘is chaos’, terwijl Nederlanders juist heel georganiseerd zijn.

Verschillen uitvergroot

In het stuk werden de verschillen uitvergroot, soms tot hilariteit van het publiek. Maar, vertelt Abeln, daarbij werd ook de diversiteit van de mensen in de zaal zichtbaar. “Het Nederlandse en het biculturele publiek lachte bijna nooit tegelijkertijd.” Aan het einde van de voorstelling was vooral het niet-Nederlandse publiek geëmotioneerd.

“Mensen moesten huilen, vielen elkaar in de armen. Ze zagen zichzelf voor het eerst op het toneel. En ze zagen hun eigen pijn: namelijk dat zij altijd de mensen zouden zijn die zich moesten aanpassen aan de dominante cultuur.” Aan de andere kant van de tafel luistert Baba Touré aandachtig naar het verhaal van Abeln. Hij herkent veel, zegt hij. Touré richtte samen met een jeugdvriend een inclusief reclamebureau op, Hammerfest. Ook werkte hij mee aan de campagne van de nieuwe Omroep Zwart. Inclusievere reclames zijn nodig, stelt hij in zijn essay, want reclame is deel van de Nederlandse cultuur. Wie kent immers niet slogans als ‘Even Apeldoorn bellen’ of ‘Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’? Maar die culturele uitingen zijn niet onbeladen. Uit zijn essay: ‘Welke onderbewuste boodschappen zien onze kinderen in de reclameblokken rondom Het Klokhuis?’ Volgens Touré zijn er nog te weinig Nederlanders van kleur te zien op televisie. Meestal is het in een bijrol, of wordt er zelfs een stereotype gebruikt.

Hoe komt dat? “Reclame heeft meestal maar een seconde of twintig om een verhaal te vertellen”, legt hij uit bij een kop thee. “Stereotypen helpen om een verhaal snel te vertellen: de kijker weet meteen waar het over gaat. Het zijn een soort shortcuts.” Maar wel shortcuts met een schadelijke ondertoon, zegt hij. “Je creëert een soort wij-zij-denken.”

Ali is geen Nederlander

Als voorbeeld noemt hij rapper Ali B., die voor een grote supermarktketen in een reclamefilmpje ‘gaat kijken hoe Nederland Pasen viert’. “Je ziet hem verbaasd naar ham en asperges kijken. Terwijl: Ali B. komt uit Zaanstad! Die weet heus wel wat asperges zijn.” De hiphopper zit volgens Touré vooral in het filmpje om een contrast te geven tussen wie er Nederlands zijn en wie niet. “Ali B. eet geen ham, want hij is moslim. Nederlanders daarentegen eten wel ham met Pasen, dat is deel van hun traditie. Maar daarmee wordt wel duidelijk gemaakt dat Ali B. er eigenlijk niet bij hoort. Ali is geen Nederlander.”

Het filmpje was één van de redenen waarom Touré tot de overtuiging kwam dat het anders moest. Bovendien gedragen niet-witte mensen zich in reclames heel anders dan ze waarschijnlijk normaal zullen doen. “In een reclame die ik laatst zag, schreeuwt een Surinaams meisje boos tegen haar ouders. Die ouders blijven dan gewoon zitten, terwijl zij de trap op loopt.” Hij zucht. “In Surinaamse gemeenschappen is respect voor ouderen zo ongeveer het allerbelangrijkste. Ik denk niet dat er veel Surinaamse ouders zijn die dit soort gedrag zouden tolereren.” Reclames zouden dus niet alleen diverser, maar ook realistischer kunnen, met biculturele hoofdpersonen die zich gedragen zoals ze dat in het echt zouden doen.

Te weinig urgentie

Touré heeft na eigen onderzoek moeten concluderen dat er wel verandering is, maar dat er nog niet echt haast wordt gemaakt. “Reclamemakers zijn zich wel bewust van het feit dat er weinig diversiteit is, maar het gaat nog te langzaam: veel mensen zien de urgentie nog niet.” Waarom is dat? Touré haalt zijn schouders op. “Ze zien zichzelf wél op televisie.”

Bijna anderhalf uur heeft samensteller Van der Ven zitten luisteren. “Het is ook mijn eigen huiswerk”, zegt ze met een lachje. Heeft ze er vertrouwen in dat de boodschap van haar essayisten ook de mensen zal bereiken die helemaal niet bezig zijn met racisme of inclusiviteit? Ze aarzelt. Misschien niet, zegt ze. “Het is mogelijk niet voor iedereen. Maar het is wel een handvat in de echte, offline wereld. We hebben geprobeerd het toegankelijk te houden, het is echt bedoeld als een handreiking.” Er is daarom voor gewaakt om woorden als ‘privilege’ vaak te gebruiken.

Dat instapniveau had wel een keerzijde, geeft Van de Ven toe. “Het is eigenlijk jammer dat het boek een toegankelijke toon moet hebben. Als je ziet hoe er bijvoorbeeld wordt gereageerd op de vreedzame demonstraties tegen Zwarte Piet of de bekladding van het gebouw van The Black Archives, vind ik dat we nog veel bozer moeten zijn. Maar het is mijn verantwoordelijkheid als witte vrouw om juist achterom te kijken en mensen mee te nemen. Andere mensen moeten ook over de brug komen.”

Lees ook:

Kleur doet ertoe op de partijlijsten, maar ook weer niet

Bij de zoektocht naar gekleurd talent, prijzen politieke partijen hun kandidaten om hun kennis en ervaring, niet om hun afkomst.

Klaar met eenzijdige jeugdliteratuur? Deze kinderboeken dragen bij aan een divers wereldbeeld

Een drietal kenners tipt kinderboeken die kunnen bijdragen aan een divers wereldbeeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden