LezersbrievenWie zijn de schrijvers?

Wie zijn toch die trouwe lezers die de krant aanschrijven? ‘Ik was boos op mensen die hout stoken’

Henk Haan in zijn thuisbibliotheek, tussen zijn geliefde boeken. Beeld Reyer Boxem
Henk Haan in zijn thuisbibliotheek, tussen zijn geliefde boeken.Beeld Reyer Boxem

Duizenden lezers schrijven door het jaar heen naar Trouw. In deze laatste week van 2021 vertellen vijf van hen aan de opinieredactie wat hen dreef hun mening te geven over een breed scala aan onderwerpen.

Leonie BreebaartEdwin KreulenWilma van Meteren en Monic Slingerland

Opiniechef Monic Slingerland vroeg begin december in haar rubriek De Vraag of bij Trouw-lezers thuis boeken nog in de woonkamer mogen staan, of zijn verbannen naar elders. Een van de vele reacties kwam van Henk Sverre Haan, al geruime tijd een bekende naam bij de opinieredactie. In een prachtige brief, helaas te lang om in de rubriek te kunnen afdrukken, beleed Haan zijn liefde aan zijn boekenverzameling, waarvoor hij inmiddels vijftien grote Billy boekenkasten nodig heeft. ‘Mijn boeken wegdoen? Nooit niet!’

Boeken vormden hem van een ‘introvert jongetje’ tot uitbundige reisleider bij de jaarlijkse historische Tour de Valthermond, die de deelnemers per oldtimerbus door het Drentse lintdorp voert. Voor onze ontmoeting hebben we afgesproken in voormalige NH Kerk no.11 in Valthermond, de plek waar Haans levensreis met boeken als bakens is begonnen.

‘Wie ik was, dat moest ik uitzoeken’

“Woar bist doe aine van?”, vroegen ze hem als kind. “Van wie ik er een was, kon ik wel vertellen, maar wie ik was, dat moest ik uitzoeken.” Die zoektocht begon met de boekenkast van Katrien en David

Warta in de winkel voor Poot- en Zaaigoed pal naast de kerk. “Een simpele houten boerenkast met wekelijks verse boeken van de Provinciale Drentse Bibliotheek Centrale. Het was de bijverdienste van mevrouw Warta, bijnaam ‘Dikke Tiede’. Haar aantrekkingskracht zat niet alleen in boeken.”

Mevrouw Warta gold als neutraal terrein in het dorp met wel vijftien geloven op één kussen. Henk verslond Pietje Bells , Schippers van de Kameleon, Dik Troms en andere schoffies uit de boekenkast. “Alles wat ik maar te pakken kon krijgen.” Het waren de eerste tekenen van zijn inmiddels 66-jarige honger naar andere werelden.

De komst van een nieuwe, jonge hoofdmeester veranderde de dorpsschool in een vrijzinnige cultuurschool. “Een nieuwlichter, hij zag ons met de armen strak over elkaar zitten en begon met: ‘Armen los, ontspan je’. We moesten elke week voor de klas voordrachten houden, vertellen over thuis, wat je had gelezen, én declameren.”

‘De tranen rolden over haar wangen’

Zo gebeurde het dat Henk na het eten naar de deftige voorkamer ging, waar zijn grootmoeder ‘resideerde’, voor begeleiding bij zijn nieuwe huiswerk. Hij kende haar “als strenge regentes die eeuwig in de rouw leek”, maar bij zijn voordracht barstte ze in schaterlachen uit. Nog steeds kan hij het gedicht uit het hoofd declameren. “Hendrik Haan uit Koog aan de Zaan heeft de kraan open laten staan. Uren, uren stond ie open…” klinkt het gedragen in de voormalige kerk. “De tranen rolden over haar wangen. Met het oefenen van gedichtjes van Annie MG hadden we de grootste lol.”

Weduwe L. Haan-Sloots, hoogopgeleid in Amsterdam als vroedvrouw, al in 1930 autorijdend, en tot diep in de nacht met haar neus in de boeken, was haar tijd ver vooruit, besefte hij later. “Een belezen vrouw, ik heb het van haar.”

‘Opoe’ gaf hem een kinderbijbel, een kroonjuweel in zijn verzameling. Tijdens een vakantie in de jaren 60, met vrachtcoaster de Zeester waarop zijn vader voer, deed het gezin Rabat en Casablanca aan. Daar kwamen de bijbelse illustraties van bedelaars, schoenlappers en kamelen tot leven.

‘Gekocht van mijn zakcenten’

Een minimale selectie van zijn andere ‘bakens’ ligt nu op tafel in no.11, inmiddels een cultuurcentrum. Vooraan Het Fluitketeltje van Annie MG, met het gedicht dat voor hem geschreven leek en waarmee hij zijn klas veroverde. “Gekocht van mijn zakcenten, verdiend met klusjes, want wij kinderen moesten de handen uit de mouwen steken.” Verder Jaap Holm en z’n vrinden, van W.G. van der Hulst, gekregen van de baker bij de komst van zijn tien jaar jongere broer, een nakomertje. “Een troostboek, ze wist dat ik wat extra aandacht kon gebruiken.”

Ook ligt op de tafel Folk og Rovere i Kardemomme By [Mensen en rovers in Kardemom Stad, red.]), een kinderboek van Thor-bjørn Egner in het Noors, de taal van zijn moeder Solveig, die geheel onverwacht stierf. “Mijn levenslange agenda is haar, haar sluimerheimwee en mijn wortels beter leren kennen.” Een kwart van zijn bibliotheek is in het Noors.

In 2015 verkochten Henk en zijn vrouw Brigit hun villa. Veel huisraad moest weg, maar alle boeken verhuisden mee naar Lelystad. “Boeken wegdoen? Nooit niet. Die blijven mij nabij, samen hebben wij levenslang.” En zijn er nieuwkomers, dan komt er gewoon een Billy boekenkast bij.

Hier kunt u de ingezonden brief van Henk Haan nog eens nalezen.

Jan Veraart schreef op 19 november een opinie over artikel 23 van de Grondwet.  Beeld Reyer Boxem
Jan Veraart schreef op 19 november een opinie over artikel 23 van de Grondwet.Beeld Reyer Boxem

‘Laat bijzonder onderwijs over aan ouders en kinderen’

Het begon met een geschiedenisles waarin Erik Ex (ook columnist voor Trouw) koning David ‘een verzinseltje uit de Bijbel’ noemde. Onmiddellijk schoten vingers de lucht in, meerdere klasgenoten van Jan Veraart (13) aan het Cygnus Gymnasium in Amsterdam vonden dit net als hijzelf een respectloze opmerking.

Later stuitte Jan toevallig op de column waarin Ex betoogt dat scholen op religieuze grondslag (beschermd door artikel 23) kinderen gevangen houden in ‘de echokamers van hun geloof’. Toen Jan zijn leraar liet weten het hier niet mee eens te zijn, raadde die hem aan ‘dan zelf maar een opiniestuk te schrijven’.

Dat vond Jan een goed idee. Na een avondje typen had hij een reactie klaar, die op 19 november in Trouw werd geplaatst.

Krap een maand later, op bezoek bij de redactie, vertelt hij waarom hij Ex’ column niet kon laten passeren. Dat kwam doordat Jan, die zelf in Abcoude een niet zo strenge christelijke basisschool bezocht, op het Cygnus bevriend raakte met jongens die op een strengere islamitische basisschool hebben gezeten. En die vindt hij juist heel tolerant en respectvol. Zo’n opmerking over koning David zouden zij bijvoorbeeld nooit maken. “Ze hebben geleerd dat ze iedereen in hun waarde moeten laten.”

Natuurlijk is het goed dat er openbare scholen bestaan, vindt Jan, maar op bijzondere scholen “kun je dieper ingaan op filosofische vragen”. Je voelt je daar ook veiliger. Het heeft dus allebei voordelen. Waarom zou de overheid dan bepalen dat openbaar onderwijs beter is? “Laat dat aan de ouders en de kinderen zelf over.”

Rentia Krijnen-Hendrikx schreef een ingezonden brief over de voorrang voor coronapatiënten in de zorg. Beeld
Rentia Krijnen-Hendrikx schreef een ingezonden brief over de voorrang voor coronapatiënten in de zorg.

‘Ik moest in mijn operatiehemd een busje regelen’

‘Hoe komt het dat de toenemende ongevaccineerde coronapatiënten voorgaan op de tienduizenden wachtenden op operaties in de ziekenhuizen?’ Dat schreef Rentia Krijnen-Hendrikx (77) in oktober op de opiniepagina. Door een versleten heup slikte ze al maanden pijnstillers en kwam ze lopend niet meer verder dan de hoek van de straat in haar woonplaats Etten-Leur. Ze kon door alle coronapatiënten dit jaar waarschijnlijk geen nieuwe heup meer krijgen, had de orthopeed haar in het voorjaar al verteld. “Dat was vervelend, maar ik schreef de brief omdat ik het veel erger vind dat mensen met hartproblemen en kanker niet worden behandeld”, zegt Krijnen.

Onverwacht kreeg ze vorige maand toch een nieuwe heup, ze vermoedt omdat ze meewerkt aan een wetenschappelijk onderzoek naar een verbeterde versie. “Maar de dag na de operatie moest ik naar huis, omdat de afdeling nodig was voor coronapatiënten. Nog in mijn operatiehemd moest ik zelf een busje regelen voor de rolstoel en ik werd er met flinke pijn ingetild. Mijn kinderen tilden thuis mijn bed naar binnen.”

De boerendochter werkte vroeger in het onderwijs, maar schoolde zich na de suïcide van haar man veertig jaar terug om tot geestelijk verzorger voor boeren. Daarbij zette ze een stichting op voor hulp aan jonge weduwen in Kenia. “Als ik weer goed kan lopen, hoop ik daar weer naartoe te kunnen gaan. En het zou fijn zijn als ik weer mijn tuin in kan.”

Door al haar tropenbezoek kent ze de voorgeschreven inentingen. “Die nemen mensen toch ook? Ik begrijp niet waarom het voor corona anders zou liggen.” Milder voor ongevaccineerden is ze allerminst geworden. “Ziekenhuisopname is deels vermijdbaar. Denk aan elkaar, laat je inenten.”

Je staat met lege handen als stookgedupeerde

Patricia Molenaar, lezeres te Gouda, was een van de tweehonderd lezers die reageerden op de vraag van Monic Slingerland over de houtstook. (opinie, 24 februari). Patricia Molenaar is longpatiënt. Ze wordt ziek van houtrook.

“Ik was boos op mensen die stoken. Als stookgedupeerde sta je met lege handen. Er is geen verbod op houtstook, je kunt alleen een verzoek doen.

“Ik heb bij mijn buren briefjes in de bus gedaan en ze gewezen op de Stookwijzer. Dat is een handige app die per dag aangeeft of er gestookt kan worden of niet. Mijn buren reageerden heel aangenaam, ze wisten niet dat ik er last van had en ze waren niet bekend met de Stookwijzer.

“Ik gun het anderen om gezellig bij de haard te zitten, dat zou ik zelf ook wel willen. Maar als in onze slaapkamer rook hangt, krijg ik meteen last. Ik heb weleens in de kamer op de bank moeten slapen.

Nu sturen de buren een appje als ze gaan stoken, dan weet ik dat ik de roosters en de ramen dicht moet doen. Dat werkt hartstikke goed. Mijn boosheid is weg en vooral heb ik geen stress meer. Ik heb die reactie geschreven om dat te delen.

“Wij hebben het in de buurt nu goed opgelost, maar dat kan niet altijd. Daarom blijf ik wel voor een verbod op houtstook als de Stookwijzer code rood of oranje geeft. Dat is deze tijd van het jaar trouwens vaak het geval. Maar gelukkig ben ik er zelf niet meer zo mee bezig.”

‘Een man laat zijn gezin niet in de steek’

Ineke de Bruijn (1936), lezeres te Amstelveen, reageerde op de vraag van Monic Slingerland over familie-ervaringen met de Arbeitseinsatz, de verplichte tewerkstelling in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Nog altijd is het voor haar een gevoelig onderwerp: de keuze van mannen destijds om in Duitsland te gaan werken. Keuze, zo ziet zij het, want de mannen hadden ook kunnen onderduiken. Zoals haar vader, die veeverloskundige was. Als er een razzia kwam, vertrok hij, om daarna weer terug te keren. Vanwege zijn beroep was hij vrijgesteld van Arbeits­einsatz, maar bij razzia’s wist je maar nooit.

“Ik reageer nog net zo primitief als toen”, verontschuldigt ze zich. “Een vader die naar Duitsland ging, vond ik een druiloor. Maar het is natuurlijk fout om zo te denken.”

Haar ouders waren niet anti-Duits. “Ze zagen dat die Duitse soldaten ook maar gewone jongens waren. Ze gingen er heel ontspannen mee om. Het gebeurde een keer dat er een mof – ja dat woord gebruik ik wel, mijn kinderen vinden dat niet leuk – dat er een mof binnenkwam en naar onze slaapkamer ging. Mijn moeder liep niet mee. Hij keek even en ging toen weer weg.

“Het is ook een keer gebeurd dat er een mof binnenkwam en in het Duits aan mijn moeder vroeg hoeveel onderduikers er waren. Mijn moeder zei ‘vijf’, maar ze verstond geen Duits. Vijf kinderen, maakte mijn broer duidelijk. Ik hoor mijn moeder nog schateren. We zijn nooit bang geweest tijdens de oorlog. Andere gezinnen zaten te bibberen in de kelder. Wij niet.”

Maar dat vaders hun gezin in de steek lieten door in Duitsland te gaan werken, daarover heeft Ineke de Bruijn een hard oordeel. “Het heeft ook mijn keuze voor Kees bepaald, voor mijn man. Ik wist dat hij me niet in de steek zou laten.” Goed aangevoeld van Ineke de Bruijn, want ze zijn nog altijd getrouwd.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden