Oekraïners komen aan op Amsterdam CS. Het blijkt voor hen uiterst lastig medische zorg te krijgen.

ReportageOpvang

Wie wijst Oekraïense vluchtelingen de weg in het Nederlandse zorgdoolhof?

Oekraïners komen aan op Amsterdam CS. Het blijkt voor hen uiterst lastig medische zorg te krijgen.Beeld Joris van Gennip

Hoe verloopt de opvang van Oekraïners in gemeenten? Vijf maanden lang volgde platform voor onderzoeksjournalistiek Investico het functioneren van dit nieuwe opvangstelsel. Het tweede deel van een driedelige serie: hoe Michailo bijna verdwaalt in het Nederlandse zorgsysteem.

Michelle Salomons en Sylvana van den Braak

Een passerende fietser kwam hem te hulp. Hij weet nog steeds niet wie ze was. De 42-jarige Michailo uit Oekraïne is eind april net een maand in Nederland als een van zijn kinderen plotseling heel ziek wordt. Zijn kinderen zijn vaker ziek dan normaal, hebben stress en zijn onrustig. “Het vluchten naar Nederland is erg zwaar geweest.”

Michailo, grote ronde ogen, zijn haar plat over zijn hoofd gekamd, verblijft samen met zijn vrouw en vijf kinderen op een opvanglocatie in Sliedrecht. Op de locatie is het nog erg chaotisch. Het pand is oorspronkelijk een kantoor en heeft lang leeggestaan. De gemeente moet daar in korte tijd voor bijna tweehonderd vluchtelingen slaapplekken uit de grond stampen. Hij wil met zijn zieke kind naar de dokter, maar weet niet hoe. “We kennen de taal en wetten hier niet. Niemand legt het echt uit.”

Speciale status

Oekraïense vluchtelingen zijn geen asielzoekers, ze worden daarom opgevangen door gemeenten in plaats van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (Coa). Ze hebben sinds maart recht op een speciale status in Europa en vrijwel dezelfde rechten als andere EU-burgers. Voor Trouw en De Groene Amsterdammer volgde platform voor onderzoeksjournalistiek Investico vijf maanden lang de strubbelingen met de opvang. Investico sprak met gemeenteambtenaren, Oekraïners, burgemeesters, zorgverleners en onderzoekers.

Michailo zoekt naar vrijwilligers en vraagt rond om hulp. De coördinator van de opvang verstaat hem niet, en Michailo spreekt geen Engels. Er is wel een tolk op de locatie aanwezig, maar hij weet haar op dat moment niet te vinden. “We hebben medicijnen nodig, maar dat is heel ingewikkeld.”

Een dag later gaat hij zelf op zoek naar een bank om zijn laatste Oekraïense grivna’s in te wisselen voor euro’s, zodat hij medicijnen kan kopen. Maar omdat Michailo de taal niet spreekt en de weg niet kan vinden, gaat dat niet makkelijk. Totdat hij een oudere vrouw op een fiets tegenkomt. Zij geeft hem geld en wijst de weg naar de apotheek. “Iedere keer als ik in Sliedrecht ben kijk ik rond, ik hoop haar nog een keer te zien om haar te bedanken”, vertelt Michailo als hij weken later op een bankje zit voor de opvang in Sliedrecht.

In tegenstelling tot de asielzoekers die zich verplicht in Ter Apel moeten melden en in de opvanglocaties van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (Coa) moeten verblijven, nemen de Oekraïners vanwege hun speciale status direct deel aan de samenleving. Ze maken gebruik van dezelfde voorzieningen als Nederlandse staatsburgers, en moeten dus naar de reguliere huisarts.

Een groep vrijwilligers zamelt geld in

Sofia, een kleine, slanke vrouw van 35 jaar met lang zwart haar, verblijft sinds eind maart in Nederland met haar zoontje en man. De eerste nacht slapen ze in de noodopvang in een sportschool, waarna ze met de bus naar een oud Blokker-magazijn in Gouda worden gebracht. Vanwege haar zwangerschap heeft ze begin april een afspraak in het ziekenhuis. De verpleegkundige wijst haar op een test die onderzoekt of de baby risico op afwijkingen heeft, de Nipt. Die kost 175 euro, geld dat ze niet heeft. Omdat de test niet verplicht is, kan het ziekenhuis haar niet verder helpen.

‘Ik wil het wel heel graag, maar ik heb hier niemand. Ik weet niet bij wie ik moet zijn’, schrijft ze via WhatsApp. De coördinator bij de ingang van de opvanglocatie spreekt alleen Nederlands en Sofia heeft geen contactpersoon bij de gemeente. Negen dagen later schrijft ze weer. Ze is toevallig in contact gekomen met een vrijwilliger, die samen met een paar andere vrijwilligers geld voor haar heeft ingezameld. Ze vraagt alsnog de test aan. ‘Ik ben ze zo dankbaar.’ Een week later neemt ze de test af in het ziekenhuis.

Vluchtelingen zoals Sofia vinden lastig de weg naar een huisarts of ziekenhuis. Soms komen ze toevallig de juiste persoon tegen die ze op weg helpt, maar sommigen komen überhaupt niemand tegen. Zoals Helen, een vrouw met donkerbruine ogen en lang donker haar, die in het Drentse dorp Oranje is beland. Met haar twee kinderen en moeder verblijft ze in een bungalow op het vakantiepark Pipodorp, dat jaren geleden is gesloten. De eigenaar is een vastgoedeigenaar uit Wassenaar, die hier Oekraïense vluchtelingen opvangt.

Helen en haar familie staan wel geregistreerd bij de gemeente, maar omdat de gemeente niet bij hun huisvesting is betrokken, worden ze niet automatisch ingeschreven bij een huisarts, laat de gemeente Midden-Drenthe weten. Dat blijkt een probleem als Helens moeder last krijgt van haar gehoor. Helen raakt in paniek. ‘Mijn moeder kon gisteren bijna niet meer horen en niemand kan ons helpen’, appt ze. ‘We kunnen pas over een maand bij de dokter terecht. Ik ben bang dat ze straks helemaal doof is.’

Van andere mensen op het park hoort ze dat de wachttijd zes tot acht weken is. Helen en haar moeder krijgen het niet voor elkaar om een afspraak te maken bij het lokale ziekenhuis. Waarom dat niet lukt is haar niet duidelijk. Misschien was het uiteindelijk wel gelukt, denkt Helen, maar ‘we hebben geen tijd, haar gehoor gaat te snel achteruit.’ Helens moeder besluit op en neer naar Poltava te rijden, een stad in het oosten van Oekraïne, ruim tweeduizend kilometer van Drenthe, om haar eigen dokter te bezoeken. Ze was bang om terug te gaan, maar alles is goed gekomen, vertelt Helen. “De dokter heeft haar geholpen, ze is terug in Nederland en ze voelt zich veel beter.”

Oorlogstrauma

In Sliedrecht steekt Michailo een sigaret op. Het is halverwege juni, de zon schijnt en hij zit weer op een bankje voor het opvanggebouw. Het terrein is afgezet met hekken en plantenbakken. Her en der liggen kinderfietsjes. Michailo draagt een blouse met korte mouwen, om zijn nek glinstert een simpele gouden ketting. Ze verblijven nu bijna drie maanden op de locatie, de chaos is voorbij. Zijn kinderen zijn opgeknapt, vertelt hij. Michailo is geholpen met de papieren, medische zorg, de kinderen gaan naar school. “Ik ben gerustgesteld.” Zijn vijf kinderen zullen de gruwelijkheden van de oorlog bespaard blijven. “Ze gaan er alleen over lezen in boeken. Dat is beter voor hun geestelijke toestand.”

Dat zit bij Michailo anders. “Soms wil ik contact opnemen met een psycholoog, maar ik ben niet de enige hier. Iedereen heeft zijn eigen pijn.” Zijn psychische gezondheid is een pijnlijk onderwerp, zegt hij. “Ik doe mijn best om die gevoelens te bestrijden, om het allemaal aan te kunnen. Dat valt soms niet mee. Maar voor mijn kinderen mag ik niet in paniek raken. Als ik hen niet had, was ik allang gek geworden.” Hij staakt zijn verhaal even. Een van zijn kinderen komt om zijn nek hangen, pakt haar fietsje op en rijdt weg. Michailo steekt nog een sigaret op.

Michailo kampt met een oorlogstrauma uit zijn jeugd. Zijn vader woonde in Transnistrië begin jaren negentig, toen daar oorlog uitbrak. Michailo verbleef in die tijd een paar weken bij hem en kwam in het heetst van de strijd terecht. Hij zal een jaar of twaalf zijn geweest – precies weet hij het niet, maar de herinnering staat in zijn geheugen gegrift. “Ik heb de verschrikkingen van de oorlog gezien. Die zijn me altijd bijgebleven. Toen de ellende begon, wilde mijn vader mij terugsturen. Hij wikkelde me in een deken en bracht me in een bootje de rivier over. Daar stonden zijn vrienden te wachten, die mij naar huis hebben gebracht.”

Trauma's en stress

Of zijn vader nog leeft, weet Michailo niet. Al deze herinneringen komen nu weer naar boven, vertelt hij. Maar een psycholoog vinden lukt hem niet. “Ik heb online gezocht, maar het kost flink wat geld.”

Soms grijpt hij naar zijn rug, klachten van een oud auto-ongeluk. Michailo liep hersenletsel op en had een fractuur in zijn wervelkolom. “Die klachten spelen hier weer meer op. Ik denk dat het door het Nederlandse weer komt, dat voel ik aan mijn gewrichten.”

Dergelijke fysieke klachten komen vaak door de stress en traumatische ervaringen, zegt Margo Mulder, voormalig klinisch psycholoog en tegenwoordig burgemeester van Goes. Ze kunnen de kop opsteken als mensen wat meer tot rust gekomen zijn, legt ze uit. Wekenlange hoofdpijn of buikpijn is normaal in zo’n situatie, en iemand moet ze dat vertellen. “Maar in plaats daarvan gaan ze allemaal naar de al overbelaste huisarts. En er was al een huisartsentekort.”

Geen gewone patiënten

De huisartsen merken het: tienduizenden patiënten erbij, daar zijn ze helemaal niet op ingesteld. Oekraïense vluchtelingen mogen op papier dan wel gewone burgers zijn, standaard patiënten zijn het niet. Ze hebben traumatische ervaringen, spreken de taal niet, en zijn vaak niet verzekerd. Ook kennen ze de weg niet in het zorgstelsel.

Bij asielzoekers spelen deze zaken ook. Het Coa heeft daarom eigen zorgvoorzieningen ingericht voor asielzoekers, zoals een aparte telefonische hulplijn. Ook regelt de organisatie het aanleggen van medische dossiers, verzekeringen en waar nodig tolken. Maar gemeenten hebben geen tijd en middelen om dit soort speciale procedures voor Oekraïners op te zetten.

Huisarts Guus Jaspar in zijn praktijk. Hij pleit ervoor de zorgvoorzieningen voor asielzoekers ook open te stellen voor Oekraïense vluchtelingen. Beeld Otto Snoek
Huisarts Guus Jaspar in zijn praktijk. Hij pleit ervoor de zorgvoorzieningen voor asielzoekers ook open te stellen voor Oekraïense vluchtelingen.Beeld Otto Snoek

Huisarts Guus Jaspar in Terneuzen, bestuurslid van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), sprak hier meerdere keren over met de ministeries van volksgezondheid en justitie en veiligheid. “Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk gemaakt, maar heeft niet de benodigde kennis over de zorg.”

Jaspar pleit ervoor de voorzieningen voor asielzoekers ook toegankelijk te maken voor Oekraïners, en als dat niet kan het in elk geval simpeler te maken voor huisartsen om Oekraïners te helpen. Nu zorgt een Oekraïner bijvoorbeeld voor meer administratie dan een normale patiënt. Het is juni en Jaspar voert al maanden gesprekken op de verantwoordelijke ministeries. “Maar er gebeurt niks. We vragen niks geks, maar iets wat al bestaat. Het is echt onbegrijpelijk waarom dit vier maanden moet duren. Het is er toch? Waarom kan het dan niet?”

Per 1 juli is er dan eindelijk wat goed nieuws. Oekraïense vluchtelingen krijgen een eigen regeling voor medische zorg, gefinancierd door het ministerie van justitie en veiligheid. Het ministerie van vws zegt dat alle knelpunten, ‘in goed overleg met de LHV’ zijn opgelost, maar volgens Jaspar is dat ‘echt te optimistisch’. Huisartsen ervaren volgens hem nog steeds knelpunten, waaronder het gebruik en overdracht van het medisch dossier en niet te vergeten de knelpunten in de hele huisartsenzorg. Sommige gemeenten lukt het uiteindelijk een vast spreekuur te regelen, of zelfs een aparte huisartsenpost op te richten, waar de vluchtelingen dag en nacht terechtkunnen.

Kinderen en moeder nog in Odessa

Zo kan Michailo sinds begin mei gelukkig makkelijk naar de huisarts voor zijn rugklachten, dat heeft de gemeente voor hem geregeld. Hij is heel dankbaar voor de opvang in Nederland, zegt hij telkens. Wel is de drempel naar psychische hulpverlening voor hem nog altijd even hoog. “Ik begin soms in paniek te raken.” Dat komt doordat hij de rest van zijn familie niet kon overtuigen Oekraïne te verlaten. “Mijn volwassen kinderen en moeder zijn nog in Odessa.”

Tussen het praten door kijkt hij soms even omlaag, denkt even na. Zijn pakje sigaretten is inmiddels bijna leeg. Hij probeert dagelijks met zijn moeder te bellen. Zolang hij met haar praat, haar stem hoort, gaat het wel. “Maar als ik het nieuws kijk...” Michailo kijkt naar zijn handen. Hij mag dan nu wel veilig zijn, rust heeft hij niet. “Dat krijg ik pas bij het einde van de oorlog”, fluistert hij, en hij haalt zijn schouders op.

De namen van Michailo en Sofia zijn gefingeerd, hun echte namen zijn bekend bij de hoofdredactie.

Dit verhaal is mede mogelijk gemaakt door steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (fondsbjp.nl)

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden