Kinderopvang

Welke peuter heeft geen snottebel? Toch zijn ze nu door corona niet welkom bij de opvang

null Beeld -
Beeld -

De kinderopvang weigert te veel verkouden kinderen, vindt Boink, de belangenvereniging van ouders in de kinderopvang. Van de bijna 1 miljoen kinderen die naar de kinderopvang gaan, gaat het volgens Boink bij zo’n 10 procent niet goed.

Wat doe je in de kinderopvang met een peuter met snottebel? Het is een ‘duivels dilemma’, erkent Gjalt Jellesma, voorzitter van belangenvereniging Boink van ouders in de kinderopvang. Volgens het RIVM mogen kinderen met verkoudheidsklachten niet naar de kinderopvang. Maar niet iedere peuter met een snotneus hoeft de deur gewezen te worden, zegt Jellesma. Volgens hem is zo’n 20 procent van de 12.000 kinderopvanglocaties in Nederland nu te streng.

Namen van kinderdagverblijven wil hij niet noemen. Maar Boink krijgt volgens Jellesma dagelijks tientallen telefoontjes van klagende ouders die vinden dat hun kind onterecht niet naar de opvang mag. “Er zijn plekken waar een kwart van de kinderen wordt geweigerd”, zegt hij. “Vooral in Limburg. Dat is echt overdreven. In de gewone situatie snottert minimaal de helft van de kinderen. Dat komt vrijwel nooit door corona. Men legt de lat een beetje te hoog.”

‘Angst gezaaid’ door basisschoolmedewerkers

De kinderopvang is sinds 11 mei weer volledig open, de scholen sinds deze week. Volgens Jellesma hebben basisschoolmedewerkers voor de heropening zoveel ‘angst gezaaid’ dat pedagogisch medewerkers (pm’ers) van kinderdagverblijven nu voorzichtiger zijn geworden.

De rationaliteit moet terug, zegt hij. “Het RIVM-protocol is verruimd. Kinderen die langdurige klachten of astma hebben, mogen best komen”, zegt Jellesma. “Houd in gedachten hoe het kind eraan toe was vóór de coronacrisis en maak een goede afweging. Vertrouw ouders een beetje. Die gaan echt niet met de gezondheid van hun kind spelen en houden het bij twijfel meestal thuis.”

Ook Ouders & Onderwijs, de vereniging voor ouders met schoolgaande kinderen, krijgt telefoontjes met klachten van gelijke strekking. Maar niet massaal, zegt directeur Lobke Vlaming. Zij is minder kritisch over pedagogisch personeel dat kinderen met een snotneus weigert. “Dat staat gewoon in het protocol van het RIVM. Het staat er niet voor niets. Veel ouders die gezonde kinderen naar school brengen, zijn blij dat scholen de richtlijnen in acht nemen.”

De Brancheorganisatie Kinderopvang benadrukt eveneens het belang van die richtlijnen. Al herkent ze het ongemak om kinderen te moeten weigeren, zegt woordvoerder René Loman. “Het is altijd een dilemma. Kinderopvangverblijven willen natuurlijk niets liever dan alle kinderen opvangen.”

‘In 99 procent van de 100 gevallen gaat het goed’

Dat 20 procent te streng zou zijn, vindt hij moeilijk te geloven. “Gjalt Jellesma noemt grote aantallen waarbij het niet goed zou gaan. Maar in de richtlijnen staat: als een kind verkouden is, moet het thuisblijven. Pedagogisch medewerkers moeten een afweging maken in het belang van de hele groep. In 99 procent van de 100 gevallen gaat dat gewoon goed.”

Om pm’ers (die geen medische bevoegdheid hebben) meer duidelijkheid te geven, wil Jellesma dat het RIVM een eenvoudig ‘script’ maakt voor personeel van kinderdagverblijven waarin staat wat er bij welke symptomen moet gebeuren. “Bijvoorbeeld: bij twijfel, raadpleeg de huisarts van het kinderdagverblijf. Zo is het voor pm’ers steeds helder hoe ze moeten handelen en kunnen ze daar ook op terugvallen in de communicatie met ouders.”

De Stichting voor werkende ouders wil een stap verder gaan en de richtlijnen voor jonge kinderen versoepelen, zegt directeur Marjet Winsemius. Ook bij haar regent het telefoontjes van klagende ouders. “Ouders zitten met de handen in het haar. Ik had net nog een huilende moeder aan de lijn. Haar kinderen van anderhalf en drie jaar mogen niet naar de kinderopvang omdat ze chronisch verkouden zijn. Maar welk kind van twee heeft geen snottebel?”

Afgelopen maanden hebben ouders al zoveel werk moeten combineren met zorg, zegt Winsemius. “Ze willen niet meer tot twaalf uur ’s avonds aan het werk zijn. De huidige richtlijnen zijn echt te streng voor jonge kinderen. We weten dat ze een veel lager risico vormen dan volwassenen, en dat de besmetting onder onderwijspersoneel veel lager is dan in andere beroepsgroepen. Wij pleiten voor versoepeling van de maatregelen voor jonge kinderen.”

Tien keer per jaar verkouden

Kinderen spelen een kleine rol in de verspreiding van het coronavirus, blijkt uit onderzoek van het RIVM. De meeste verspreiding vindt plaats onder volwassenen en van volwassenen naar kinderen.

Maar doordat hun immuunsysteem nog niet af is, pikken kinderen wel makkelijk andere (vaak ongevaarlijke) verkoudheidsvirussen op. Er bestaan meer dan 200 verschillende virustypen die verkoudheid kunnen veroorzaken. Dat is een reden waarom er geen vaccin tegen bestaat. Daarnaast is een verkoudheid een relatief milde aandoening die vanzelf weer overgaat. Volwassenen worden een tot vijf keer per jaar verkouden, kinderen makkelijk tien keer per jaar.

Dat komt doordat kinderen nog weinig weerstand hebben opgebouwd tegen verkoudheidsvirussen, en doordat er op school en de kinderopvang veel onderling contact is.

Lees ook:

Weer met honderden kinderen op school. ‘Vooral ouders vinden het spannend’

De basisscholen gaan weer aan de slag met volle klassen. Op scholen in Rotterdam en Drenthe zijn de leerkrachten er klaar voor. Maar er zijn ook zorgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden