Binnenland

Wel of geen Nederlander? Jongeren met een migratieachtergrond hebben geen zin om te kiezen

Katharina Monterosso Ferreiro: ‘Basisdingen als respect hebben zitten in elke cultuur, maar de normen en waarden zijn thuis soms anders'. Beeld Koen Verheijden

Ze zijn hier geboren en getogen. Jongeren met een migratieachtergrond voelen zich thuis in Nederland en combineren onbewust verschillende culturen tot een eigen identiteit, blijkt uit een onderzoek dat dinsdag verschijnt.

Nederlandse jongeren wier ouders of grootouders in het buitenland zijn geboren, moeten constant navigeren tussen verschillende werelden. Dat kan lastig zijn, maar het is voor veel jongeren met een migratieachtergrond ook vanzelfsprekend. Ze voelen zich zowel met Nederland verbonden als met het land van hun familie. 

Dat blijkt uit onderzoek van het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS), dat vandaag verschijnt en waarvoor jongeren tussen de 16 en 24 jaar werden ondervraagd. “Voor hen is het heel vanzelfsprekend dat ze zich met verschillende groepen verbonden voelen”, zegt onderzoeker Mehmet Day van het KIS. “De vraag of ze zich thuis voelen in Nederland vinden ze een rare. Ze studeren en werken hier, hun familie en vrienden wonen hier en ze praten, denken en dromen in het Nederlands. Ik ben hier onderdeel van de samenleving, zeggen ze dan. Waarom zou ik hier niet thuis zijn?” 

Nederlandse politici en beleidsmakers hebben de neiging om een tegenstelling te zoeken, zegt Day. “Het debat verengt zich tot de vraag met welke etnische groep jongeren zich identificeren. ‘Voel jij je nou Nederlands of Marokkaans’, is dan de vraag. Er wordt soms heel erg gedaan alsof dit de ene cultuur is”, zegt hij, terwijl hij beide handen van de ene naar de andere kant van de tafel brengt, “en dit de andere. En daartussen moet je dan kiezen. Maar deze jongeren creëren juist hun eigen identiteit door culturen te combineren. Daar komt bij dat jongeren door veel meer groepen gevormd worden dan alleen de etnische. Ze zijn ook student, sporter of gamer.” 

In de hoek gezet

Met welke groep jongeren zich het meest verbonden voelen, is persoonlijk en sterk afhankelijk van de context. Day: “Sommige jongeren voelen zich sterk verbonden met de cultuur van hun ouders of grootouders, maar wanneer er bijvoorbeeld bepaalde uitspraken gedaan worden over de rol van de vrouw in het huishouden, voelen ze afstand, omdat die niet overeenkomen met hoe zij het zelf zien. Of ze voelen zich in een groep Surinaamse Nederlanders erg Surinaams, terwijl ze zich in hun werk of opleiding erg Nederlands voelen.”

Maar wanneer jongeren zich onder druk gezet voelen te kiezen tussen hun twee leefwerelden, voelen ze zich in de hoek gezet. “Dan zeggen ze: kennelijk is er een deel van mij dat er niet mag zijn”, zegt Day. Dat leidt ertoe dat jongeren sterker toetrekken naar de cultuur van hun familie. 

Makkelijk is het niet altijd voor de jongeren om te laveren tussen de verwachtingen en wensen van de Nederlandse samenleving en die van hun familie. Day: “Heel vaak gaat dat goed en lukt het jongeren prima. Maar soms niet, en dan ontstaan er psychologische en maatschappelijke problemen.” 

Uit het onderzoek blijkt dat jongeren weinig hulp krijgen in de zoektocht naar hun identiteit. Ouders, jongerenwerkers of onderwijsprofessionals kunnen hen lang niet altijd ondersteunen. Volgens het KIS is er meer onderzoek nodig, zodat volwassenen ze beter kunnen ondersteunen. 

Katharina Monterosso Ferreiro Beeld Koen Verheijden

‘Sommige grapjes zou ik thuis niet maken

Katharina Monterosso Ferreiro (18) woont in Arnhem en volgt een opleiding sociaal werk. Ze heeft een moeder die op haar derde uit Spanje verhuisde en een Angolese vader die na zijn studie in Cuba in Nederland terechtkwam.

“Over het algemeen voel ik me thuis in Nederland”, zegt ze. “Ik kan overal wel mijn plekje vinden, dat is het probleem niet. Basisdingen als respect hebben zitten in elke cultuur, maar de normen en waarden zijn thuis soms anders dan voor veel leeftijdsgenoten. Sommige dingen zijn taboe, we praten bijvoorbeeld niet zo makkelijk over seksualiteit thuis. Dat zie ik bij leeftijdsgenoten wel. Sommige grapjes zou ik uit respect voor mijn ouders thuis niet maken. Daar moet ik soms zelf ook aan wennen.

“Nederlands is mijn taal, thuis praten we Nederlands, Spaans of Portugees. Als mijn ouders Spaans of Portugees tegen mij praten, geef ik in het Nederlands antwoord. We praten nu vaker Nederlands thuis, omdat mijn vader het wil oefenen. Spaans spreek ik wel, dat moet wel als ik in Spanje ben, maar Portugees niet. Ik ben nooit in Angola geweest.

“Ik vind het voor mezelf en voor mijn ouders belangrijk dat ik weet waar ik vandaan kom. Ik vind het ook belangrijk om sommige dingen door te geven.

“Als we bijvoorbeeld eten meenemen voor een feestje, neem ik eten mee uit mijn cultuur. Wat mijn cultuur is? Ik zie niet echt verschil tussen de cultuur van mijn vader en van mijn moeder.

“Ik ben licht getint, daar kunnen soms wel opmerkingen over gemaakt worden. Ik heb me wel eens niet thuis gevoeld op bepaalde evenementen om die reden. Maar de laatste jaren heb ik niet vaak vervelende opmerkingen gehad. Spanje is nog best racistisch, daar is het niet de bedoeling dat je als vrouw met een zwarte man trouwt. Al verschilt dat ook weer van persoon tot persoon.

“Het zou mij helpen als we in Nederland vaker zouden praten over hoe bepaalde dingen gaan in verschillende culturen. In Nederland zeg je bijvoorbeeld gewoon: ‘Hé, wil je met me trouwen?’ In onze cultuur is dat een heel proces, dan moet je echt de vader vragen. Als je zulk soort dingen weet, kun je beter begrijpen waarom mensen in bepaalde situaties zitten.”

Yasmine Moussaid Beeld Maartje Geels

‘Ik leef een beetje in twee werelden’

Yasmine Moussaid (19) woont in Amsterdam en studeert sociologie. Haar opa van moederskant kwam als gastarbeider naar Nederland, de Marokkaanse vader van Yasmine kwam voor zijn studie. “Ik heb nooit een identiteitscrisis gehad”, zegt ze. “Maar als ik heel eerlijk ben, leef ik wel een beetje in twee werelden. Ik ben opgegroeid in een witte buurt in Amsterdam, op de basisschool was ik omringd door kinderen zonder migratieachtergrond. Als klein kind was ik me daar niet bewust van. Ik heb me daar nooit anders gevoeld, of gestigmatiseerd.

“Dat veranderde toen ik in 3-havo in een andere klas kwam. Jongeren met een migratieachtergrond vroegen mij ineens: ben je helemaal of half Marokkaans, hoe zit dat?

“Ik beweeg me gemakkelijk in verschillende groepen. Als ik op de universiteit ben, waar weinig studenten zijn met een migratieachtergrond, zien mensen een andere kant van Yasmine dan wanneer ik bij familie ben. Dat gaat geheel onbewust, het is niet zo dat ik nep doe of een masker opzet. Het zijn twee kanten van mij. Sommige grapjes die ik op de universiteit maak, begrijpt mijn familie bijvoorbeeld niet en vice versa.

“Mijn vriendenkring bestaat vooral uit andere jongeren met een migratieachtergrond. Ik kan het moeilijk uitleggen, maar het is voor mij makkelijker om op mensen af te stappen die ook een migratieachtergrond hebben. Dat heeft trouwens lang niet altijd met etniciteit te maken.

“Ik studeer aan de Universiteit van Amsterdam en daar zitten veel studenten die bijvoorbeeld drie keer per jaar op vakantie gaan, die hebben een andere sociaal-economische achtergrond. Misschien dat ik met Jan uit een arbeidersmilieu al meer gemeen zou hebben.

“Bij jongeren die ook een Marokkaanse achtergrond hebben, hoef ik sommige dingen niet uit te leggen. Zij zouden bijvoorbeeld nooit vragen of ik op kamers woon. Ik ben niet getrouwd, dus nee, ik woon niet op kamers.

“Ik voel me vooral Amsterdammer, meer dan Nederlander. Deze stad is zo divers, ik val niet op. Dat zal in andere steden anders zijn. Over de toekomst maak ik me geen zorgen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik vanwege mijn achternaam of achtergrond minder kansen heb.

“Ik zie mijn biculturele achtergrond juist als kracht. Ik doe bijvoorbeeld klussen als dagvoorzitter en dan vinden mensen dat juist leuk, een jonge vrouw van kleur.” 

Lees ook:

Column: Binnen de schoolmuren scheiden witte autochtonen zich af
Het zijn niet de biculturelen maar de mono’s die zich terugtrekken, ziet columnist Asis Aynan op de hogeschool waar hij lesgeeft. “Als ik naar mijn opleiding kijk, kan ik alleen maar concluderen dat studenten met meerdere culturele achtergronden progressief ontmoetingsgedrag vertonen.”

Mocromode: een schild van glittergympen en gouden logo’s
Marokkaans-Nederlandse jongeren dragen graag kleding van Louis Vuitton, Gucci en Armani. Waarom eigenlijk? 
Documentairemakers Elise Roodenburg en Soufyan el Hammouti zochten het uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden