ReportageSlavernij

Wat vinden scholieren van het slavernijverleden, wil de minister weten

Onderwijskundige Tessa van Velzen geeft les over het slavernijverleden.
 Beeld Jean-Pierre Jans
Onderwijskundige Tessa van Velzen geeft les over het slavernijverleden.Beeld Jean-Pierre Jans

Het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden moet van het ministerie kennis verzamelen over hoe het slavernijverleden leeft in het heden. Het college heeft daarom zijn oor te luisteren gelegd bij leerlingen van basisscholen en voortgezet onderwijs.

Voor Shamar (14) is het zo klaar als een klontje waarom het in Nederland niet altijd gemakkelijk is om over het slavernijverleden te praten. Want de minder leuke dingen zijn nou eenmaal geen goed gespreksonderwerp. “Als je iemand aardig vindt, ga je ook niet praten over alle slechte dingen van diegene. Daar wil je het niet over hebben.”

Al hebben we het misschien niet bij de bushalte over de slavernij, Shamar en zijn klasgenootjes uit leerjaar 2 van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer in Amsterdam-Zuidoost gaan het vandaag wel over het onderwerp hebben. De klas doet mee aan een lesprogramma van stichting Discussiëren kun je leren, die jongeren leert hoe ze hun mening kunnen onderbouwen en uiten.

De stichting is door het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden gevraagd om te peilen hoe studenten en leerlingen van basisscholen en voortgezet onderwijs denken over het Nederlandse slavernijverleden. Uit de gesprekken komen adviezen, die het Adviescollege uiteindelijk aan de demissionaire minister van binnenlandse zaken zal overhandigen. Vijftien onderwijsinstellingen deden mee; het college gaat ook op andere plekken, zoals het bedrijfsleven, op zoek naar informatie.

‘N-woord’

Voor klas 2 staat vandaag onderwijskundige Tessa van Velzen. Ze heeft de klas net een spoedcursus koloniaal verleden gegeven, al weten de leerlingen er al het een en ander van. Termen als ‘institutioneel racisme’ kennen ze al. En dat geschiedenis belangrijk is, daarvan zijn ze overtuigd. “Mijn oma vertelt wel eens over de Tweede Wereldoorlog”, zegt Charlotte (14). “Dan denk ik, jemig, is dit echt gebeurd?”

Over slavernij weten we nog te weinig, denkt de klas. “Het is niet eerlijk als we een deel van de geschiedenis niet vertellen.” Ook de manier waarop je over het verleden spreekt, doet ertoe, vinden de leerlingen. Zo is ‘het n-woord’ echt niet meer oké. Albert (13), een verlegen jongen die voorin zit, legt uit waarom: “Het woord komt van slavenhouders.” Bijna fluisterend: “Als het wordt gebruikt, is het net alsof je slaaf bent.”

Aan de hand van twee stellingen praat de klas over hoe er in Nederland om moet worden gegaan met het slavernijverleden. Over of er excuses moeten komen, zijn de leerlingen het niet eens. “Ze hebben er nu geen verantwoordelijkheid meer voor”, vindt Albert. “Maar het is wel heel erg wat er is gebeurd. Dan moet je sorry zeggen”, werpt Ferran (14) tegen. Hij verbaast zich erover dat het einde van de slavernij op 1 juli, Ketikoti, niet nationaal herdacht wordt. “Waarom komt de koning niet gewoon langs op Surinameplein?”

Eigen moraal

Na een uur heeft de klas een geschiedenislesje, een dialoog en een adviesronde erop zitten. Liever heeft ze meer tijd, legt trainer Van Velzen uit. “Minimaal drie en bij voorkeur vijf lessen, zodat we uitgebreid op begrippen, kennis en stellingen kunnen ingaan.”

Is het niet moeilijk om zo’n politiek onderwerp in klassen te bespreken? Vooral volwassenen vinden het een lastig onderwerp, zegt Discussiëren kun je leren-directeur en onderwijskundige Chantal Deken, die haar carrière begon als basisschooldocent. “Voor leerlingen lucht het vaak op.” Toch kan het ook schuren. “In klassen waar structureel minder ruimte is voor dialoog en discussie wordt een eerste les soms aangegrepen om radicale meningen te uiten. Daar is minder ruimte om te luisteren en je mening te herzien. Maar dat komt incidenteel voor en is bij andere onderwerpen ook het geval.” Voor veel scholen was het wel de eerste keer dat ze het over racisme of slavernij hebben.

Van Velzen benadrukt dat het niet aan de stichting is om te vertellen welke mening goed en fout is. “De moraal moet uit de groep komen.” Ja, zegt ze, er wordt ook uitgelegd dat ‘blank’ een koloniale term is die ‘rein’ of ‘onbevlekt’ betekent, iets wat sommigen misschien sturend zouden vinden. “We hebben taal nodig om ons goed uit te drukken en dus vragen we: ‘welke woorden zullen we gebruiken?’ Kennis is nodig om je mening te vormen.”

Welke adviezen krijgt het college straks? Deken wil wel een tipje van de sluier oplichten. “Basisschoolkinderen vinden dat het een beetje laat is voor excuses. Het is onvoldoende. Je moet laten zien dat je spijt hebt, bijvoorbeeld door de coronavaccins te delen met de voormalige koloniën.” Op middelbare scholen vinden leerlingen inclusief taalgebruik belangrijk. “Zo krijgt iedereen gelijke kansen in de samenleving.” Het is nog even afwachten wat het college met de adviezen gaat doen. Op Ketikoti volgt uiteindelijk een rapport.

Met de kracht van de voorouders

Waar moet een Nederlands trans-Atlantisch slavernijmuseum aan voldoen? De gemeente Amsterdam wilde dat graag weten en vroeg NiNsee, Museum Zonder Muren en IZI Solutions een onderzoek te starten. Vrijdag presenteerden zij het rapport Met de kracht van de voorouders. De organisaties adviseren de gemeenten een museum op te richten dat een aanvulling is op de bestaande musea en culturele voorzieningen die zich met het slavernijverleden bezighouden.

Ook moet het nieuwe museum zich richten ‘op het tonen van de perspectieven, de kracht en de strijd van slaafgemaakten en hun nazaten, waarbij het Nederlands trans-Atlantisch slavernijverleden en de doorwerking daarvan centraal staan.’ De focus moet volgens de adviseurs liggen op de kracht en strijd van slaafgemaakten, in plaats van een benadering waarin enkel schuld en lijden centraal staan.

Lees ook:

Nederlanders vinden slavernijverleden ernstig, maar achten excuses niet op zijn plaats

Nederlanders vinden in meerderheid het aanbieden van excuses voor het Nederlandse slavernijverleden niet nodig. Dat blijkt uit een enquête van I&O research in opdracht van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden