Ook in druiven, hormoonverstorende stoffen.

Voedselveiligheid

Wat er allemaal in dat sappige fruit zit? Geen idee

Ook in druiven, hormoonverstorende stoffen. Beeld Mark Kohn

Toch maar laten liggen, de zoete ramboetan uit Thailand? De groene papaja uit Brazilië? De sappige nectarine en de druiven uit Spanje? In die vruchten zitten opvallend vaak stoffen die de hormoonbalans bij mensen kunnen verstoren. Trouw bekeek ruim 3000 metingen van voedselwaakhond NVWA om na te gaan of groenten en fruit ‘schoon’ zijn. Niet dus.

In bijna één op de vijf producten die de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit controleerde zitten resten van bestrijdingsmiddelen met hormoonverstorende stoffen. Niet alleen in de weekmakers van plastic en rubber of in parfums, verpakkingen, tandpasta en cosmetica, maar ook in de exotische peulgroente kousenband uit de Dominicaanse Republiek bevinden zich stoffen die de hormoonbalans kunnen aantasten. En zelfs in twee van de vijf zoete kersen van Nederlandse bodem en in de oer-Hollandse komkommer.

Over de hele linie scoren Nederlandse telers niet heel slecht. Van de 598 monsters die de NVWA bekeek, was er in 2017 slechts in 4 procent sprake van de aanwezigheid van hormoonverstorende stoffen. De pijn zit vooral bij de import.

Dit blijkt uit analyse van monsters die de NVWA nam van groenten en fruit die in winkels worden verkocht. In 2017 trok ’s lands voedselcontroleur 3277 monsters van groenten en fruit en ook van kruiden, granen, zaden, aardappelen en noten. In bijna één op de vijf monsters werden resten van bestrijdingsmiddelen met hormoonverstorende bestanddelen gevonden. Bij de kruiden was zelfs 28 procent vervuild met hormoonverstoorders. Bij groente was dat 21 procent en bij fruit 19 procent.

Vooral producten uit de Dominicaanse Republiek vallen op – ruim de helft van de producten uit dit land bevatte hormoonverstorende stoffen. Op de tweede plaatst kwam Oeganda (ook meer dan 50 procent), gevolgd door Kenia (48 procent). Het eerste EU-land op de lijst is Spanje, op de dertiende plaats met 17 procent vervuilde producten, vooral nectarines, druiven en perziken. Italië staat op de negentiende plaats, met 8 procent vervuilde producten. Die ongunstige score van beide EU-landen is opmerkelijk, omdat er juist in Europa regels zijn voor het gebruik van pesticiden met hormoonverstorende eigenschappen. De top-20 sluit af met Suriname (8 procent).

Verantwoording

René Houkema, adviseur voor duurzaam voedsel in Almere, analyseerde in opdracht van Trouw de 3277 monsters die de Nederlandse voedselautoriteit NVWA in 2017 nam van kruiden, groente, fruit, granen, zaden, aardappelen en noten die in dat jaar op de Nederlandse markt verkrijgbaar waren. Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur kreeg Houkema de meetgegevens. Hij filterde daaruit de informatie over hormoonverstorende stoffen die in de voedingsproducten werden gevonden.

De stoffen worden gevonden in bijna één op de vijf producten die door de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit NVWA zijn onderzocht. Deze meetgegevens zijn vrijgegeven na een verzoek van Trouw. De resultaten van dit onderzoek zijn hier in te zien.  De toelichting hierop is hier te vinden. 

De NVWA publiceerde een overzicht van de uitkomsten van inspecties tussen januari 2017 en december 2018 naar een scala van overblijfselen van bestrijdingsmiddelen in voedsel, waaronder hormoonverstorende stoffen. In de meeste gevallen werden de producten waarvan de criteria werden overschreden vernietigd, twaalf keer werd in die periode een boete opgelegd.

De grenswaarde voor blootstelling aan hormoonverstorende stoffen in voedsel is gesteld op de laagste norm die geldt voor andere schadelijke bestanddelen van pesticiden: maximaal een honderdste milligram per kilo product. Bij bestrijdingsmiddelen is nog onvoldoende onderzoek gedaan naar de hormoonverstorende effecten. In de Europese Unie geldt het voorzorgsbeginsel: omdat er sterke aanwijzingen zijn dat hormoonverstorende stoffen tot ernstige en soms levensbedreigende gezondheidsproblemen leiden, mogen er sinds 2009 in Europa bij de teelt van gewassen geen bestrijdingsmiddelen worden ingezet die de hormoonhuishouding kunnen ontregelen. Dat is de theorie. De praktijk is anders, blijkt uit de analyse van de NVWA-monsters.

Geen handhaving

Juist vandaag, op de dag dat de nieuwe Europese commissaris voor voedselveiligheid Stella Kyriakides in Brussel de vijfde Europese conferentie voor duurzame landbouw opent, publiceert milieukoepel PAN Europe een rapport met harde kritiek op de handhaving van de Europese regels voor landbouwgif met hormoonverstorende stoffen.

Beeld Mark Kohn

Volgens PAN (Pesticide Action Network), waarbij milieugroepen uit 28 landen zijn aangesloten (zoals Milieudefensie in Nederland), heeft de Europese Commissie sinds 2011 meer dan 180 bestrijdingsmiddelen voor een termijn van tien jaar toegelaten zonder van de fabrikanten te eisen dat ze werden getest op hormoonverstorende eigenschappen. 

Sinds 2013 is in de EU bepaald dat bij aanwijzingen dat een pesticide hormoonverstorende eigenschappen heeft, internationaal vastgestelde testen moeten worden gedaan. Volgens PAN Europe weigert de Europese Commissie deze tests verplicht te stellen aan de industrie. De commissie wil de industrie niet op kosten jagen.

Drie jaar geleden schatten toxicologen van de Universiteit Utrecht dat blootstelling aan hormoonverstorende stoffen de Europese samenleving jaarlijks minimaal 46 miljard euro gezondheidsschade oplevert. Maar die raming is inmiddels bijgesteld. De kosten belopen anno 2019 jaarlijks 157 miljard euro, aldus een gisteren verstuurde brief van de Europese koepels van consumentenorganisaties, vakbonden en milieuorganisaties aan de Europese Commissie. In de brief wordt de Commissie opgeroepen consumenten beter te beschermen tegen hormoonverstoorders. Het gaat dan om de kosten van ADHD, autisme, obesitas, diabetes, onvruchtbaarheid bij mannen en sterfte.

Verzwakte protocollen

PAN Europe brengt in het vandaag verschenen rapport verslag uit van nader onderzoek naar 33 van de 180 goedgekeurde bestrijdingsmiddelen. De organisatie merkt op dat van zeven pesticiden in 2016 door de onderzoeksinstantie van de Europese Commissie (Joint Research Council) was vastgesteld dat ze hormoonverstorende eigenschappen hebben. Toch kregen de fabrikanten vergunning om de middelen op de markt te brengen. Ook bij de overige 26 pesticiden die PAN Europe bekeek waren er al langer sterke aanwijzingen van hormoonverstorende effecten.

In mei van dit jaar constateerde de milieukoepel dat de industrielobby erin was geslaagd de Europese wetgeving voor landbouwgif met hormoonverstorende stoffen ernstig af te zwakken. Die conclusie trok de organisatie na het doorspitten van honderden interne documenten van de Europese Commissie, die waren opgevraagd met een beroep op de Europese openbaarheidsregels.

PAN Europe voorspelde dat door ‘de verwaterde Europese regels er uiteindelijk geen of vrijwel geen pesticiden met hormoonverstorende stoffen van de markt zullen worden gehaald’. Tien jaar geleden werd er in Brussel nog gesproken over een verbod op meer dan dertig bestrijdingsmiddelen. Het merendeel wordt nog altijd toegepast in de landbouw. 

Volgens PAN Europe bleek uit de interne documenten dat het Europese directoraat voor gezondheid en voedselveiligheid (DG Sante) volop meewerkte aan verzwakking van het EU-protocol om verdachte pesticiden te identificeren. Een woordvoerder van de Europese Commissie sprak in mei in Trouw de beschuldigingen tegen: “De bescherming van de volksgezondheid is onze prioriteit.’’

Bagatelliseren

PAN Europe stelt dat DG Sante, de Europese voedselautoriteit Efsa en diverse EU-lidstaten grote moeite hebben om te aanvaarden dat hormoonverstoring een nieuwe gezondheidsbedreiging is “die moet worden aangepakt en gereguleerd om mens, dier en het milieu te beschermen”. In de conclusie van het vandaag verschenen rapport staat: “Het lijkt er op dat de wetgevers geen poging doen om schadelijke hormoonverstoorders te identificeren, maar er juist alles aan doen om de vastgestelde bijwerkingen te bagatelliseren.”

De uitkomsten van het Trouw-onderzoek naar hormoonverstoorders in voedsel verbazen coördinator chemische producten van PAN Europe Hans Muilerman niet. Volgens hem zouden kwetsbare groepen consumenten, zoals zwangere vrouwen en baby’s, nectarines, perziken, druiven, courgettes en aardbeien uit Spanje moeten mijden. Dat geldt ook voor kersen en komkommers uit Nederland, papaya’s uit Brazilië en ramboetans (een soort lychees) uit Thailand. “Wie veilig wil zijn, kan beter biologische producten kopen.”

Volgens Muilerman staat van het meest aangetroffen bestrijdingsmiddel (tebuconazool) na proefdieronderzoek vast dat het de geslachtshormonen verandert, wat leidt tot misvormingen bij nakomelingen en tot sterfte. Het middel is toegelaten tot september volgend jaar, in 2020 volgt een herbeoordeling. De schimmelbestrijder tebuconazool wordt ook in Nederland veel gebruikt. De NVWA constateerde in 2017 dat met dit middel twee keer de huidige wettelijke grenswaarde voor hormoonverstorende stoffen werd overschreden, één keer zelfs met 1900 procent. De verkoper is hiervoor beboet, zegt de NVWA.

Wat is de schade door hormoonverstorende stoffen?

Chemische bestanddelen in producten die consumenten eten, drinken of gebruiken kunnen de aanmaak van hormonen in het lichaam ontregelen. Hormonen zorgen er onder meer voor dat het lichaam niet te veel vocht vasthoudt of uitdroogt. Andere hormonen zorgen er voor dat het suikerniveau in het bloed op het juiste peil blijft.

Hormonen spelen ook een grote rol bij de eisprong en ze regelen het verloop van de zwangerschap. Bij kinderen kan hormoonverstoring tot gevolg hebben dat er niet de juiste hoeveelheid hormonen zijn op het moment dat dat nodig is. Dat kan ertoe bijdragen dat de ontwikkeling van de hersenen of andere organen, zoals de eierstokken bij meisjes, worden belemmerd.

Niet alle hormoonverstoring is ongewenst. In de anti-conceptiepil zitten stoffen die de hormonen uitschakelen die de eisprong regelen, waardoor zwangerschap kan worden voorkomen. Ongewenste effecten van hormoonverstorende stoffen in ‘de pil’ kwamen jaren geleden aan het licht door veldonderzoeken bij dieren. Vissen die zwommen in oppervlaktewater dat vermengd was met ‘gezuiverd’ rioolwater waarin resten van anticonceptiepillen zaten, bleken te vervrouwelijken. “Mannetjesvissen gaan veel meer op vrouwtjesvissen lijken, zelfs zo extreem dat zij zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen ontwikkelen”, aldus hoogleraar toxicologie Juliette Legler in het jongste nummer van Vetscience, magazine van de Utrechtse faculteit Diergeneeskunde.

Gebrek aan kennis

Legler maakt zich zorgen over het gebrek aan kennis over hormonale veranderingen bij de mens door chemische stoffen in het milieu. “Voor bestrijdingsmiddelen worden allerlei dierproeven gedaan om te testen of ze giftig zijn voor knaagdieren, als model voor de mens. Maar hormonale veranderingen worden niet gemeten in de standaardtesten. Er wordt niet gekeken naar subtielere effecten die een dier of mens op langere termijn kwetsbaar maken voor ziekten. Dat is een belangrijke tekortkoming.”

Er zijn volop voorbeelden van hormoonverstorende stoffen die wel schadelijk kunnen zijn voor mensen, zoals de weekmakers (ftalaten) in plastic en rubber, in vlamvertragers of in geurstoffen van parfum. Ook bisfenolen, die worden gebruikt om kunststoffen te maken, en conserveermiddelen (parabenen) hebben verstorende eigenschappen, ook al worden deze stoffen meestal slechts in lage concentraties toegepast.

Het gaat bij de risicobeoordeling van hormoonverstorende stoffen ook vaak om stapeling: je kunt ze uit meerdere bronnen binnenkrijgen, via voedsel en via kunststoffen, zoals speelgoed. De mate van schadelijkheid is bovendien moeilijk wetenschappelijk aan te tonen. Er is nog altijd volop discussie onder wetenschappers over de risico’s. Fabrikanten van bestrijdingsmiddelen maken daar dankbaar gebruik van. Zolang er nog debat is onder wetenschappers blijven harde maatregelen uit.

Lees ook:
Groenten en fruit zijn vaak vervuild met hormoongif

Op voedsel in Nederlandse winkels zijn restanten van bestrijdingsmiddelen te vinden die kunnen leiden tot medische problemen.

De EU heeft zijn criteria afgezwakt, en dus mag het meeste landbouwgif gewoon worden gebruikt

Door verwatering van de Europese regels hoeft vrijwel geen landbouwgif van de markt te worden gehaald.

‘Industrie past jaarlijks miljoenen tonnen risicostoffen toe in producten’

Ondanks grote zorg over de risico’s worden enkele tientallen verdachte chemische stoffen binnen de EU nog steeds onbelemmerd toegepast in consumentenproducten. Lidstaten van de EU slagen er niet in om binnen een redelijke termijn beschermende maatregelen te nemen met het oog op de volksgezondheid.

Brussel komt met lijst hormoonverstorende stoffen

De Europese Commissie stelde (in 2016) een lijst op met de wetenschappelijke criteria die bepalen welke stoffen hormonen kunnen ontregelen. EU-commissaris Vytenis Andriukatis (Gezondheid) zei  ‘terdege te beseffen dat er groeiende zorgen over deze stoffen bestaan.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden