Leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum bij de rechtbank.

Nieuws Binnenland

Waarom kreeg het Haga-lyceum in één schooljaar twee compleet verschillende beoordelingen?

Leerlingen van het Cornelius Haga Lyceum bij de rechtbank. Beeld ANP

De twee rapporten die de Onderwijsinspectie in acht maanden tijd over het Cornelius Haga Lyceum schreef, bevatten totaal verschillende conclusies. De inspectie is onder druk gezet, denkt advocaat van de school Wouter Pors.

Het is een grote frustratie voor directeur Söner Atasoy. Zijn islamitische school werd eerst positief beoordeeld door de Onderwijsinspectie, maar dat rapport zag nooit het daglicht. Acht maanden later ligt er een vernietigend rapport, waardoor onderwijsminister Arie Slob (ChristenUnie) hem wil dwingen om af te treden.

Hoe heeft het zo’n vaart kunnen lopen? Voordat de AIVD met ‘ernstige signalen’ over de school naar buiten trad, leek er nauwelijks een vuiltje aan de lucht. In het conceptrapport van november - dat niet gepubliceerd werd, maar in handen is van Trouw - staat dat het onderwijsproces op het Cornelius Haga Lyceum op alle onderzochte onderdelen van voldoende kwaliteit is en het financiële beheer op orde. Het bestuur en de school hebben in korte tijd veel voor elkaar gekregen, schrijft de inspectie zelfs. ‘Alle betrokkenen verdienen daarvoor een compliment.’

Bezoek aan de Tweede Kamer

In het tweede rapport, dat deze week verscheen, zijn de toon en de inhoud compleet anders. Het onderwijsaanbod is onvoldoende en het handelen van het bestuur is ‘schadelijk voor de school en de leerlingen’.

Vooral het contrast tussen de twee beoordelingen van het burgerschapsonderwijs valt op. In het conceptrapport staat dat het Haga weliswaar meer aandacht kan besteden aan de samenhang in het aanbod voor burgerschapsonderwijs, maar dat het aanbod zelf voldoende is. De school besteedt in verschillende lessen aandacht aan het onderwerp, vooral bij geschiedenis, biologie, maatschappijleer, aardrijkskunde en de islamlessen, waarin ook aandacht is voor andere religies. Daarnaast heeft de school excursies en projecten gepland met ‘burgerschapselementen’, zoals een bezoek aan de Tweede Kamer en een project rondom een zorgcentrum.

Daaruit concludeert de inspectie dat de school een ‘herkenbaar aanbod’ voor burgerschap heeft, maar dat samenhang en concrete leerdoelen ontbreken. Dat rekent de inspectie de school echter niet aan, want die is pas sinds 2017 open. Bovendien, zo schrijft de inspectie: ook veel langer bestaande scholen worstelen met de ontwikkeling van burgerschapsonderwijs.

Het overwegend positieve rapport werd in november afgerond. Maar kort voordat de inspectie het wilde publiceren, kwam er een bericht van de AIVD. De inlichtingendienst waarschuwde dat ze ‘ernstige signalen’ had over richtinggevende personen binnen de school, vooral betreft de bevordering van burgerschap, het bestuurlijk handelen en financieel beleid. De inspectie besloot het conceptrapport nog niet te publiceren en het onderzoek ‘in geïntensiveerde vorm’ voort te zetten, met extra aandacht voor de zorgpunten van de AIVD.

Burgerschapsonderwijs als kapstok

Uit dat onderzoek komt nu een compleet ander beeld naar voren. De school geeft ‘onvoldoende invulling’ aan de wettelijke opdracht tot bevordering van actief burgerschap en aan mogelijke risico’s die leerlingen in dat verband lopen.

De inspectie heeft geen aanwijzingen dat het onderwijs in strijd is met basiswaarden van de democratische rechtsstaat, noch voor een klimaat dat gericht is op afzijdigheid van de Nederlandse samenleving. Toch beoordeelt de inspectie het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie als onvoldoende. De invulling is beperkt en ad hoc, en gebeurt vooral vanuit het perspectief van de eigen identiteit.

Wouter Pors, de advocaat van het bestuur van het Haga, hekelt het grote verschil in beoordeling in zo’n korte tijd. “Na die ernstige signalen van de AIVD is de inspectie echt gaan zoeken hoe ze een negatief rapport zou kunnen schrijven”, zegt hij. “Ik vind dat ze daarbij de grenzen hebben gezocht.”

Volgens Pors zijn de conclusies in het huidige rapport onterecht. “De inspectie gebruikt artikel 17 over burgerschapsonderwijs als kapstok voor alles waar de AIVD over begonnen is. De school zou niet voldoen aan de opdracht tot burgerschapsonderwijs, maar dat werd eerder nooit zo gezien. Ik vind dat de inspectie een heel creatieve, ruime uitleg aan dit artikel geeft, want de wet schrijft nergens voor hoe de invulling van burgerschapsonderwijs er precies uit moet zien. Ik denk dat ze zwaar onder druk zijn gezet door de AIVD, het ministerie of de gemeente Amsterdam.”

Een woordvoerder van de Onderwijsinspectie ontkent dat. Wel geeft hij toe dat de verschillen groot zijn. Dat komt simpelweg doordat de inspectie dieper is gaan graven, zegt hij. “Dat betekent niet dat het eerdere rapport niet deugde, maar na die signalen van de AIVD hebben we het onderzoek verbreed en verdiept. Met die aanvullende informatie trekken we nu andere conclusies.”

Lees ook: 

Als Söner Atasoy geen plaats maakt, dan zijn de dagen van de school geteld

Het Cornelius Haga Lyceum en de overheid staan lijnrecht tegenover elkaar. Minister Slob (Onderwijs) wil het bestuur dwingen om op te stappen, maar de school geeft zich niet zomaar gewonnen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden