InterviewElanor Boekholt- O'Sullivan

Waarom de enige vrouwelijke tweesterrengeneraal nu wél over haar voortrekkersrol wil praten

Generaal Boekholt-O'Sullivan: ‘Je wilt niet weten wat voor verwijten ik op het schoolplein over me heen kreeg toen ik naar Afghanistan ging’.Beeld Merlin Daleman

Plaatsvervangend commandant luchtstrijdkrachten Elanor Boekholt-O’Sullivan (44) werd onlangs als eerste vrouw bij de luchtmacht benoemd tot tweesterrengeneraal. Jarenlang verzette ze zich tegen het idee dat ze een voortrekkersrol vervult. Mede dankzij een opmerking van haar 18-jarige dochter veranderde haar houding. ‘Ik ben nu een voorstander van positieve discriminatie.’

In de sporadische interviews die Elanor Boekholt-O’Sullivan (44) de afgelopen jaren gaf, reageerde ze vaak kortaf als het weer eens over haar vrouw-zijn ging. Ze wilde het hebben over haar werk als innovatiemanager bij de luchtmacht, als commandant van vliegbasis Eindhoven, als hoofd van het Defensie Cyber Commando. Niet over hoe het is om als vrouw tussen mannen te werken. Of om als moeder van jonge kinderen naar Afghanistan uitgezonden te worden. Toch is dat juist waar mensen haar altijd weer naar vragen. “Tot voor kort werd ik daar heel opstandig van”, bekent ze. “Want wat doet mijn sekse ertoe? Ik wil beoordeeld worden op mijn verdiensten.”

En dus hield ze de boot over het onderwerp af. Tot nu.

Waarom wilt u het er nu wel over hebben?

“In een ideale wereld maakt het niet uit of je als vrouw of man een bepaalde positie bekleedt. Maar de praktijk is anders. Daar ben ik me, gaandeweg mijn carrière, steeds bewuster van geworden. En ook van het feit dat ik, door erover te zwijgen, de emancipatie binnen de krijgsmacht niet verder help. Het keerpunt kwam niet zo lang geleden, toen ik met mijn 18-jarige dochter naar een nieuwe defensiecommercial keek. ‘Zou jij ooit bij ons solliciteren?’, vroeg ik haar. De hartgrondige nee kwam uit haar tenen. ‘Dan moet ik de hele dag opdrukken!’, was haar argument.

“Ik was oprecht geschokt. Nota bene mijn eigen dochter had een vertekend beeld van het werken bij Defensie. Natuurlijk zijn sommige functies fysiek zwaar. Maar je kunt bij ons zo veel méér dan in de modder tijgeren.”

Na een bliksemcarrière bent u op dit moment de enige vrouwelijke tweesterrengeneraal. Ziet u zichzelf als rolmodel?

“Bij dat woord voel ik me nog steeds ongemakkelijk. Met mijn verhaal wil ik het beeld dat de buitenwereld van onze organisatie heeft nuanceren. En andere vrouwen motiveren en steunen. Als plaatsvervangend commandant luchtstrijdkrachten ben ik onder andere verantwoordelijk voor de interne bedrijfsvoering van de luchtmacht, en dus voor diversiteit.

“In de benoemingscommissie voor hogere functies kaart ik man-vrouwverschillen bijvoorbeeld bewust aan. Dan deel ik een onderzoek over hoe anders de maatschappij naar vrouwen kijkt dan naar mannen. Als een vrouw boos is, ligt het aan haar, als een man boos is aan de omgeving. Hoe werkt dat in onze organisatie?, vraag ik dan. Beoordelen we echt iedereen gelijk? Alleen door dat gesprek open te voeren, kunnen we iets veranderen.”

Bent u voorstander van positieve discriminatie?

“Liever wat harder werken dan als excuustruus te worden weggezet, dacht ik lang. Maar hard werken alleen blijkt niet genoeg. Vrouwen steken van nature minder snel hun hand op. Als je mannen vraagt of ze iets nieuws willen gaan doen, zeggen ze: ik probeer het gewoon. Vrouwen zijn vaak voorzichtiger, willen eerst zeker weten dat ze het in de vingers hebben voor ze ergens aan beginnen. Door vrouwen het vertrouwen te geven en ze bij goede geschiktheid eerder naar voren te schuiven, kun je dat patroon als organisatie helpen doorbreken. ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’, zei Pippi Langkous. We kunnen bij Defensie wel wat meer van die Pippi’s gebruiken. Dus ja, inmiddels ben ik voor positieve actie.”

Generaal Boekholt-O'Sullivan op de KMA in BredaBeeld Merlin Daleman

Heeft u zelf vaak uw hand opgestoken?

“Dat heb ik ook echt moeten leren. Ik herinner me dat ik in Afghanistan voor het eerst als voorzitter van een internationaal overleg moest optreden. ‘Ik weet niet of ik hier iets over mag zeggen’, begon ik bij een bepaald agendapunt. ‘Dat doe je nooit meer’, zei mijn baas achteraf. Ik snapte niets van zijn boosheid. Ik had me toch bescheiden opgesteld tegenover de hogere rangen aan tafel? Pas later begreep ik dat je een verkeerd signaal afgeeft als je jezelf klein maakt. Door dit soort ervaringen te delen, hoop ik dat vrouwen én mannen deze niet-helpende patronen gaan herkennen, en hun gedrag veranderen.”

U meldde zich in 2007 om vrijwillig vier maanden naar Afghanistan te gaan. Waarom?

“Ik had op dat moment twee kinderen onder de vijf jaar. De regel bij defensie is dat je dan niet voor uitzending aangewezen kan worden. Maar ik wilde heel graag iets bijdragen aan de wederopbouw van Afghanistan. Dus toen de kans langskwam, heb ik hem gegrepen. Als projectleider heb ik daar geholpen de civiele luchtvaart weer op te tuigen, een belangrijke impuls voor de lokale economie.”

Was het niet moeilijk om uw jonge kinderen achter te laten?

“Dit is dus zo’n vraag waar ik moeite mee heb. Mijn man, ook militair, is negen keer uitgezonden geweest. Hij krijgt deze vraag nooit. Je wilt niet weten wat voor verwijten ik toentertijd op het schoolplein over me heen kreeg. Dat ik een ontaarde moeder was, die haar dochter en zoon in de steek liet. Natuurlijk miste ik mijn kinderen, en zij mij. Maar hun leven ging hier gewoon door. Ik vond het heel relativerend als mijn dochtertje aan de telefoon zei dat ze moest ophangen om K3 te gaan kijken. Misschien zijn we niet zo onmisbaar als we zelf vaak denken.”

In 2016 werd Boekholt-O’Sullivan – als eerste vrouw en zonder ervaring als piloot – benoemd als commandant van vliegbasis Eindhoven. Daar kreeg ze een klokkenluiderszaak op haar bord, die veel ophef veroorzaakte. Piloot Victor van Wulfen had in 2009 bij zijn meerderen melding gemaakt van gebrekkige veiligheid op Vliegbasis Eindhoven. Procedures werden niet gevolgd en enkele piloten zouden zelfs met een slok op vliegen, aldus Van Wulfen. Zijn bevindingen werden volgens hem niet serieus onderzocht. In 2015 werd hij door het Huis voor Klokkenluiders in het gelijk gesteld en door Defensie gerehabiliteerd. Vervolgens ging hij aan de slag als piloot bij de kustwacht. Een jaar later werd Boekholt- O’Sullivan zijn baas.

Ook in zijn nieuwe functie bleef Van Wulfen zich negatief bleef uitlaten over defensie. Boekholt- O’Sullivan vreesde dat zijn houding zijn functioneren als piloot beïnvloedde. Zij eiste dat hij zich door een psycholoog zou laten keuren, om te bepalen of hij nog geschikt was om te vliegen. Hij weigerde dat. Er kwam een rechtszaak, Defensie won.

U bent afgelopen jaren regelmatig publiekelijk op de korrel genomen. Wat doet dat met u?

“Natuurlijk raakt me dat. Zeker als ik en mijn gezin direct worden aangevallen. Daar heb ik echt weleens buikpijn van gehad. Maar het brengt me niet van mijn pad. Als kind kon ik al heel slecht tegen onrecht. Ik kies ervoor om niet weg te kijken. Zie ik dingen die volgens mij niet kloppen, dan kaart ik ze aan. Daar komt vaak gedoe van. Het zij zo. Liever heibel veroorzaken dan mezelf niet meer kunnen aankijken.”

Het feit dat u na uw vertrek uit Eindhoven werd opgevolgd door uw echtgenoot Harold, deed de wenkbrauwen opnieuw fronsen.

“Dat begrijp ik heel goed. Maar je moet begrijpen dat ik helemaal niets met dit besluit van doen had. De leiding van de luchtmacht vond hem de geschiktste persoon voor deze functie. Ik hoorde dat pas toen het besluit al was genomen.”

Hij had ook nee kunnen zeggen.

“Defensie beoordeelt mijn man en mij op onze individuele kwaliteiten, niet op onze achternaam. In dit geval ging het erom wat het beste was voor de zevenhonderd mensen op de vliegbasis, niet om wat de buurvrouw ervan dacht.”

Sinds 1 oktober bent u plaatsvervangend commandant luchtstrijdkrachten, de op een na hoogste baas van de luchtmacht. Wat gaat u in die rol doen?

“We zitten middenin een omvangrijk veranderingsproces. Onze hele vloot van vliegtuigen en helikopters wordt stapsgewijs vervangen of geüpdatet. Verder werken we sinds een paar jaar met heel nieuwe wapensystemen. Denk aan onbemande vliegtuigen. Het betekent dat we als organisatie een enorme draai moeten maken in hoe we dingen organiseren. Simpel gezegd ben ik er verantwoordelijk voor om dat proces goed te laten verlopen.”

Wat betekent dat in de praktijk?

“Een voorbeeld. Nieuwe wapensystemen leveren enorme hoeveelheden data op. Die moeten allemaal worden geanalyseerd. Daarvoor hebben we mensen nodig die op de hoogte zijn van de nieuwste technieken. Als leidinggevende met twintig jaar ervaring kun je niet langer zeggen: doe het maar zoals ik het deed, dan komt het wel goed. In plaats daarvan moet je een stapje terugdoen, ruimte bieden aan jonge talenten, besluitvorming lager in de hiërarchie beleggen. Een andere vorm van leiderschap, kortom.”

Wat voor leidinggevende bent u zelf?

“Mijn motto is dat ik anderen behandel zoals ik zelf behandeld wil worden. Goed luisteren, oprechte interesse tonen, iemand echt zien, daar draait het om. Wat helpt is dat ik niet zo’n groot ego heb. Ik verzamel graag mensen om me heen die dingen beter kunnen dan ik. Het geeft me voldoening als ik anderen verder zie komen.”

Typische vrouwelijke eigenschappen?

“Ha, ha, misschien. Ik heb moeten leren dat het niet erg is om die zo te benoemen. Dat het geen afbreuk doet aan mijn persoonlijke prestaties. Vrouwen zijn niet beter of slechter, maar in sommige opzichten wel anders. Laten we ervoor zorgen dat we die verschillende kwaliteiten zo goed mogelijk benutten.”

Een snelle carrière

Met een bon uit de Microgids meldde Elanor Boekholt-O’Sullivan (1976) zich na haar middelbare school bij Defensie, met de bedoeling er maximaal vier jaar te blijven. Het werk bij de luchtmacht beviel zo goed dat ze bleef. Vanaf 2002 vervulde ze tal van leidinggevende functies, van peloton- en squadroncommandant tot commandant van vliegbasis Eindhoven en hoofd van het Defensie Cyber Commando. In 2018 werd ze benoemd tot generaal (commodore, 1 ster). Als plaatsvervangend commandant luchtstrijdkrachten is ze sinds 1 oktober de op één na hoogste baas bij de luchtmacht. Tegelijk met die benoeming werd ze bevorderd tot generaal-majoor, de enige vrouwelijke tweesterrengeneraal bij Defensie. De echtgenoot van Boekholt-O’Sullivan werkt eveneens bij de luchtmacht. Samen hebben ze twee kinderen.

Lees ook: 

Nu de formele dienstplicht ook geldt voor vrouwen, hoopt Defensie hun aandacht te trekken

Nu de militaire dienstplicht ook voor vrouwen geldt, hoopt Defensie op meer vrouwen bij het leger. Gaat dat lukken? Twee vrouwelijke militairen vertellen over hun ervaring.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden