Nine Houben en Youri Quaedvlieg in het centrum van Stein.

ReconstructieAvondklokrellen

Waarom braken er rellen uit in het gemoedelijke Limburgse Stein, of all places?

Nine Houben en Youri Quaedvlieg in het centrum van Stein.

Wat doet het Limburgse Stein in het rijtje van plaatsen waar vorig weekend rellen uitbraken? Op zoek naar antwoorden in de Westelijke Mijnstreek, waar saamhorigheid, gezelligheid, vergrijzing, onvrede en jongerenproblematiek hand in hand gaan. 

Kaarslicht flikkert in de Drossaert Jonker van Kesselstraat in Stein. Het is deze woensdagavond waterkoud, maar dat weerhoudt overburen An Verjans (40) en Ine Plum (68) er niet van om op straat in stilte te protesteren. “Ik heb nog nooit zoveel politieauto’s gezien, het was heel eng”, zegt Plum. Ze heeft haar kookschort nog om, het eten moet wachten voor dit statement. “Aso’s zijn het.”

De brandende kaars is een tegengeluid na de rellen in het weekend. De buurvrouwen geven gehoor aan een oproep van burgemeester Marion Leurs, die de onrust veroordeelde en tegelijk opriep tot saamhorigheid.

Verjans bibbert ook. Ze draagt een joggingpak met aan aan haar voeten een paar huisslippers. De kaars in haar hand is door de wind gedoofd. Kranig trekt ze haar schouders op: “Ik ben postbode, ik ben wel wat gewend”, zegt de geboren Belgische. Ze begrijpt dat deze lange donkere coronamaanden voor frustratie zorgen. “Twintig jaar geleden had ik er misschien ook wel tussen gestaan.”

Voor een verhaal over het echte Stein waar afgelopen zaterdag op een van de eerste plekken rellen begonnen maakte we een ronde door het Limburgse dorp. Hier op de foto een sfeerbeeld in het zogenaamde oud Stein, het karakterestieke deel van het dorp. Beeld
Voor een verhaal over het echte Stein waar afgelopen zaterdag op een van de eerste plekken rellen begonnen maakte we een ronde door het Limburgse dorp. Hier op de foto een sfeerbeeld in het zogenaamde oud Stein, het karakterestieke deel van het dorp.

Verjans denkt nog eens na over haar woorden. “Geweld tegen de politie gaat te ver. Dat had ik ook helemaal niet gedurfd. Ik weet niet hoe het met de ouders van deze relschoppers zit, maar ons thuis was te klein geweest als ik zoiets had uitgehaald.”

Het Limburgse Stein had samen met Urk een bedenkelijke primeur. De eerste ‘avondklokrellen’ vonden hier plaats, zoals het spoor van geweld door Nederlandse steden deze week is gaan heten. Waar het in de rest van het land pas vanaf zondag misloopt, is Stein zaterdag al aan de beurt.

Noodverordening

Zaterdagavond 9 uur. Bij het vallen van de eerste avondklok heeft een groep jongeren zich verzameld bij het grote winkelcentrum in het midden van het dorp. Een in formaat vergelijkbare politiemacht houdt de wacht, er waren al signalen over en demonstratie. Met een ‘feestje’ willen de actievoerders hun ongenoegen over de avondklok uiten. Er is pizza en bier. Maar de politie is niet in een feeststemming.

Relschoppers gooien met stenen en vuurwerk naar de politie, die op haar beurt charges uitvoert. Er ontstaat een kat- en muisspel in de naastgelegen woonwijken. Buurtbewoners kruipen verschrikt weg achter de ruiten. Veertien mensen worden gearresteerd, onder wie twee minderjarigen.

Burgemeester Leurs reageert als door een wesp gestoken. Zondagochtend kondigt ze een noodverordening af tot 1 februari.

Burgemeester Marion Leurs-Mordang. Beeld
Burgemeester Marion Leurs-Mordang.

‘s Avonds is het nog wel even onrustig in het dorp, maar voor negen uur zijn de straten weer bijna leeg. Dat geldt niet voor het naastgelegen Geleen, waarnaartoe de explosie van geweld zich heeft verplaatst.

Aan een enorme vergadertafel in het grote, wat afstandelijke en nu bijna verlaten ­gemeentehuis van Stein, gelegen buiten de dorpskern, zit burgemeester Leurs (PvdA, 58). Een onvervalste burgermoeder die zichtbaar baalt van de aandacht voor haar gemeente. “We zijn de eerste, dan krijg je veel aandacht. Dergelijke rellen verwacht je misschien in Amsterdam of Den Haag, maar niet in Stein, of all places. Normaal is dit een rustige gemoedelijke gemeente met onderlinge verbondenheid en saamhorigheid.”

Stein is het hart van de Westelijke Mijnstreek in Limburg, die verder bestaat uit Sittard-Geleen en Beek. Een plek waar het ­leven ooit werd gedomineerd door de activiteiten rond de Staatsmijn Maurits en nu door industriecomplex Chemelot, met ­onder meer Multinationals DSM (Dutch State Mines) en Sabic.

Parels aan de Maas

De gemeente bestaat sinds 1982 uit negen kleine kernen waarvan Stein met elfduizend inwoners de grootste is. Andere kernen zijn bijvoorbeeld Elsloo en Urmond. De plaatsjes worden ook wel parels aan de Maas genoemd, de rivier die in dit gedeelte van Limburg fungeert als de grens met België. De inwoners heten in het Limburgs Maaskentjers.

Stein kent geen traditie van onvrede of rellen. Het grootste nieuwsfeit stamt uit 2009, als een brand het winkelcentrum verwoest. Negen woningen en 47 winkels gaan verloren. Een oorzaak voor de brand wordt nooit vastgesteld. In 2015 gaat de schop in de grond voor een nieuw centrum dat een jaar later wordt geopend.

“Als een feniks verrees uit de as het nieuwe winkelcentrum”, zegt ‘stadsdichter’ Jack Jacobs (72) vanuit zijn stoel in een aanleunwoning tegenover het winkelcentrum. Hij is woest. “Ik heb tranen in mijn ogen gehad. We laten die relschoppers ons nieuwe winkelcentrum toch niet kapot slaan? Dit was puur vandalisme en terreur.”

Een metalen bankje dat is vastgeketend aan een hek in het winkelcentrum, illustreert de angst die de rellen heeft veroorzaakt. Bankjes, bloempotten en wandbekleding: bijna alles wat los en vast zit is verwijderd, uit vrees dat er iets door een winkelruit verdwijnt.

Sommige ondernemers, door corona toch gesloten, hebben het zekere voor het onzekere genomen en een deel van de inventaris weggeruimd. Zoals juwelier ‘Schitterend’, die zijn winkel heeft leeggehaald uit angst voor plunderingen. Centrummanager Harold Habets verwoordt het gevoel in Stein. “Wij noemen het unheimisch. Er hangt een spanning, blijft het de rest van de week rustig?”

Yvonne Janssen in haar dierenwinkel. Beeld
Yvonne Janssen in haar dierenwinkel.

Gesprekken met klanten gaan over niets anders, vertelt Yvonne Janssen die samen met haar man al veertig jaar een dierenspeciaalzaak runt. Het knusse winkeltje ruikt naar kattenbrokken, dat vanuit open zakken wordt verkocht. Het aantal knuffels is ontelbaar. “Ik ben erg geschrokken”, zegt Janssen. “Normaal let ik er niet op, maar nu zit ik rechtop in bed als er een paar auto’s met veel kabaal langsrijden.”

Ooit lag haar dierenspeciaalzaak op de hoek van het bruisende hart van Stein, toen de haven aan het Julianakanaal nog een cruciale rol speelde voor de mijnbouw. Nu staan bijna alle winkelpanden in de karakteristieke Kruisstraat leeg en bladdert hier en daar de verf van de muur af.

Ook dat is Stein, een plaats die net als veel andere dorpen in de uithoeken van ­Nederland kampt met een forse vergrijzing, leegstand, en een structurele uittocht van talentvolle jeugd van de regio naar de Randstad. Dat wordt slechts deels goedgemaakt door nieuwe gezinnen, die in Stein juist een plek vinden om te wonen.

De gemeente signaleert deze problemen. Bewoners maken zich zorgen over de vergrijzing en individualisering, staat in een ­recent rapport, waardoor het juist rijke verenigingsleven en voorzieningen in de kernen onder druk komen te staan. Penningmeester Tom Keulen van voetbalvereniging RKSV De Ster ziet het voor zijn ogen gebeuren. “Verenigingen liepen als een rode draad door onze gemeente, maar dat is niet meer. De voetbalclub ziet teruglopende ledenaantallen en in de gemeente zijn fanfares gefuseerd of opgedoekt.”

Stein wordt door veel mensen gemoedelijk en gezellig genoemd, maar er is dus ook onvrede. Dat blijkt bij landelijke verkiezingen, die een prooi zijn voor de PVV van Geert Wilders en recentelijk Forum voor Democratie. In de gemeenteraad regeren ­lokale partijen.

En dat in een plaats waar net 3 procent van de inwoners een niet-westerse migratieachtergrond heeft, tegen een landelijk ­gemiddelde van 13,7 procent. Stadsdichter Jacobs herkent het patroon. “Maaskentjers moeten niet zoveel hebben van Hollanders. De sfeer in de rest van het land slaat door. Zwarte Piet, een kindervriend die door de schoorsteen komt, mag al niet meer. Het volgende slachtoffer zijn indianen tijdens carnaval. Mensen vinden dat een verkeerde ontwikkeling.”

Rood en groen

Integreren in Stein is moeilijk, denkt ook de goedlachse Henk van Oijen, die gestoken in een fel oranje trui zijn deur voorzichtig opent voor de verslaggever. “Maar als je je best doet, dan merk je dat Stein wel degelijk heel hecht en gezellig is. Mensen kennen ­elkaar nog echt en geven elkaar bijnamen. En we hebben natuurlijk carnaval.”

Carnaval, dat is bij Van Oijen niet te missen. Rondom het grote raam aan de voorzijde van zijn huis is een bonte verzameling van carnavalstierlantijnen te zien. Van maskers tot slingers, en aan de buitenmuur een aantal kleurrijke vlaggen. Rood en groen zijn de kleuren van Stein.

Zijn dochter Rachel van Beek (36) komt langs om haar zoontje op te halen. Ze heeft een yogastudio en die is sinds de lockdown gesloten. “Mensen betalen alsnog de contributie, dat is Steinse saamhorigheid. Sommige verenigingen bloeien nog, maar je moet de gezelligheid wel opzoeken.”

Henk van Oijen en dochter Rachel van Beek. Beeld
Henk van Oijen en dochter Rachel van Beek.

Vader en dochter vinden het ‘schaamtelijk’ dat Stein geassocieerd wordt met rellen en geweld. Volgens Van Oijen ligt de oorzaak van de jongerenproblematiek voor een deel bij de ouders. “Opvoeding begint aan de keukentafel, maar waar zijn de ouders van die jongeren? Stel mijn dochter had zoiets geflikt, dan had ik haar hoogstpersoonlijk naar het politiebureau gebracht.”

Sommige jongeren zorgen al langer voor overlast in Stein. Dat blijkt uit een onderzoek naar alcohol- en drugsgebruik onder jongeren in de gemeente Stein, dat in 2019 werd gepubliceerd. Hiervoor werden alle ‘hangjongeren’ in kaart gebracht. Wat bleek: 85 procent heeft ervaring met wiet en zegt dit wekelijks, zo niet bijna dagelijks te ­gebruiken. Jeugdwerk is bij deze groep niet bekend, vrijetijdsbesteding is onder de jongeren moeilijk zelf in te vullen.

De gemeente investeerde in maatschappelijk werk gecombineerd met cameratoezicht en politie-inzet. Met succes: winkeliersverenigingen, buurtbewoners en de ­gemeente zagen een verbetering van de ­situatie.

Maar dat nam niet weg dat er nog steeds jongeren bleven hangen. Ook in de winter. De gemeente was weliswaar van plan om er meer werk van te maken, maar toen kwam het coronavirus en vielen plannen in duigen. In oktober signaleert de Westelijke Mijnstreek dat een regionale aanpak gewenst is. Jeugd uit omliggende gemeenten zorgt voor overlast in Stein, en vice versa. De ligging van Stein speelt daarbij een cruciale rol: het is centraal, met veel toegangswegen en het Belgische Maasmechelen ligt op een steenworp afstand. Die plaats wordt door veel Maaskentjers als een broeinest van problemen gezien.

Tim Smeets (33) is beleidsmedewerker Jeugd bij de gemeente Stein. Het is een man die wars is van ambtelijke taal. “Ik doe dit werk nu tien jaar en ik zie twee problemen. Het eerste is een maatschappelijk probleem: opvoeding van jongeren is softer. Als je vroeger straf kreeg op school, wist je dat er thuis ook iets zwaaide. Nu gaan ouders op hoge poten naar school en zeggen ze: Blijf van mijn kind af.”, zegt Smeets.

Hij concludeert dat jongeren zich hierdoor gesteund voelen door hun ouders. En daar komt corona bovenop, zegt Smeets, hij ziet dat sommige volwassenen waarvan hij weet dat ze kinderen hebben op sociale ­media schrijven dat ze het goed vinden dat er rellen zijn. “Dan moet je als kind of puber heel sterk in je schoenen staan om een ­afwijkende mening te hebben.”

Het winkelcentrum. Beeld
Het winkelcentrum.

Toch denkt Smeets niet dat de jongerenproblematiek in zijn gemeente, waarmee hij uiteraard bekend is, veel te maken heeft met de rellen rond de avondklok. “We hebben nog niet in beeld of die groep die eerder is onderzocht ook de groep is die zaterdag op straat was. Maar dat er hier en daar hangjongeren zijn, dat is volgens mij voor geen gemeente nieuw. Dan kun je als gemeente nog zoveel organiseren, niet iedere jongere heeft zin om te chillen in een honk of huiskamer neergezet door de gemeente.”

Wat vinden de rellende jongeren zelf? Die zijn gevlogen. Straten zijn uitgestorven, niet alleen ’s avonds na de avondklok maar ook overdag. Tieners zitten weer op hun slaapkamer, ouders werken. Ondertussen rijden opvallend veel politieauto’s en ME-busjes door de gemeente.

Youri Quaedvlieg (20) en Nine Houben (22) willen wel kletsen. Ze zijn allebei student en komen op voor de belangen van jongeren in het dorp. Begrip voor de rellen hebben ze niet, wel begrijpen ze de frustratie. “Het is lang geleden dat er iets doorging. Ik heb ook al een jaar niet kunnen stappen. Er gebeurt nu helemaal niets, ik denk dat ­iedereen het er wel een keer mee gehad heeft”, zegt Houben.

Te rustig

Maar wat er zaterdag en zondag in Stein ­gebeurde, heeft weinig met hun woonplaats te maken, zeggen de twee stellig. “Het is hier normaal heel rustig”, zegt Quaedvlieg. Té rustig, meent Houben. “Je kunt hier niet stappen, dan moet je naar Sittard of Maastricht. De cafés zijn voor het oudere publiek.” Dat verklaart volgens haar mogelijk ook de hangjeugd. “Als je minder geld hebt, kun je niet zomaar naar Maastricht. En dan is hier ’s avonds niet veel anders te doen.”

Toch zijn de twee trots op hun dorpje, de cultuur en het Limburgse dialect, dat door veel inwoners wordt gesproken. “Er is hier zelfs nog een schutterij, waar heb je dat nog?”, vraagt Queadvlieg zich lachend af. Er worden soms festivals en feestjes georganiseerd, en natuurlijk is er alles rond carnaval. Ook Groenwald, de enige school voor voortgezet onderwijs is een warm bad. “Leerlingen van het vmbo tot gymnasium zijn hier vrienden met elkaar”, zegt Houben.

Quaedvlieg spreidt zijn armen, om een vinger blinkt een zegelring. “Als je wilt maak je vrienden en is het gezellig, maar er zijn altijd jongeren die niet willen deelnemen. Dan houdt het een keer op. Daarnaast verliezen jongeren het doel uit het oog, er is geen perspectief en door de avondklok kun je geen kant op. Zelfs niet met één of twee vrienden. Je mag gewoon niets en dat is heel zwaar.”

Lees ook:

Die rellen zijn een hoopvol teken, vindt socioloog Willem Schinkel. ‘Eindelijk wordt de macht getart’

Nederland veroordeelt de gewelddadigheden van de afgelopen week. Socioloog en filosoof Willem Schinkel vindt de rellen juist een hoopvol teken: vooral jongeren pikken het niet meer. ‘Eindelijk wordt de macht uitgedaagd.’

Hoge straffen voor relschoppers? Het strafrecht vereist nuance

De eerste verdachten van coronarellen moeten al voorkomen. Er word geroepen om hoog en snel straffen, maar het strafrecht vereist nuance.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden