Campagne

Vrijwilligerswerk in het buitenland doet meer kwaad dan goed. ‘In Nederland hebben we ook geen weeshuizen meer’

Kinderen in een Indiaas weeshuis, april 2020. Beeld Hollandse Hoogte / EPA
Kinderen in een Indiaas weeshuis, april 2020.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Weeshuizen in het buitenland doen meer kwaad dan goed, zeggen kinderrechtenorganisaties. Ze vragen Nederlandse jongeren om alleen vrijwilligerswerk te doen op plekken waar kinderen bij hun familie blijven.

Je bent jong en je wilt iets goeds doen, misschien wel vanuit je geloofsovertuiging. Dat begrijpen de samenwerkende kinderrechtenorganisaties van Better Care Network Netherlands maar al te goed. Het collectief vindt echter dat Nederlandse jongeren geen vrijwilligerswerk meer moeten doen in buitenlandse weeshuizen. Samen met 53 organisaties, waaronder SOS Kinderdorpen en Defence for Children, doen ze woensdag die oproep.

Jongeren met een christelijke achtergrond willen vaak kinderen in het buitenland helpen, zegt Better Care Network Netherlands. Vandaar dat ze voor deze oproep de handen hebben ineengeslagen met de jongerenorganisaties van SGP, CDA en ChristenUnie. “In het verleden hebben we ook al oproepen gedaan om te stoppen met vrijwilligerswerk in weeshuizen, zoals ‘Stop Weeshuistoerisme’. Dat heeft tot veel bewustwording geleid, maar de christelijke jongeren hebben we nog onvoldoende bereikt, want die voelen zich vaak geen toerist”, zegt Patricia Nieuwenhuizen, coördinator van BCNN.

Kinderen krijgen verlatingsangst en ontwikkelingsproblemen

“Deze campagne is, meer dan de vorige campagnes, gericht op jongeren die vanuit hun geloof de wereld intrekken”, zegt ook Petri Hofland namens de organisatie Kerk in Actie, dat ook meedoet aan de oproep. “Deze jongeren ervaren een ‘missie’ om iets goeds te doen voor hun naasten, wat op zich natuurlijk heel mooi is. In de Bijbel wordt vaak gesproken over zorg voor de ‘weduwen en wezen’ en dat nemen de meeste christenen graag ter harte.”

Werken in buitenlandse weeshuizen doet echter meer kwaad dan goed, waarschuwt Better Care Work Netherlands. Kinderen die daar worden geplaatst, lopen een risico op grote achterstanden op het gebied van fysieke groei en cognitieve ontwikkelingen en krijgen vaak last van verlatingsangst en ontwikkelingsproblemen. Je kunt daarom als jonge vrijwilliger beter kiezen voor plekken waar kinderen bij familie verblijven.

Volgens ReThink Orphanages, een internationale organisatie die zich inzet tegen uitbuiting in weeshuizen, is 80 procent van de kinderen in tehuizen helemaal geen wees, maar zijn er nog wel degelijk ouders in de buurt die voor hen willen zorgen.

‘In Nederland hebben we ook geen weeshuizen meer’

“Het afgelopen jaar lag het internationale reisverkeer plat”, zegt Nieuwenhuizen, “maar nu krijgen we signalen dat jongeren weer plannen maken. Dit is dus een kans om ze te helpen bij hun keuze.”

Hoewel grote vrijwilligersorganisaties allemaal gestopt zijn met het aanbieden van vrijwilligersplekken in weeshuizen, zijn er nog zo’n 1400 tot 1700 kleine particuliere organisaties die wel mensen naar tehuizen brengen. “Daar komt het overgrote deel van de vrijwilligers vandaan.”

De weeshuizen bevinden zich overal ter wereld waar toerisme is, legt ze uit. “In Kenia en Oeganda, maar ook in Nepal en Cambodja is dit een probleem. In veel delen van de wereld bestond er van oudsher ook niet zoiets als een weeshuis, dat is een Europese uitvinding. Met de komst van koloniale machten zijn er ook elders weeshuizen gekomen.” Die koloniale uitvinding mag van Nieuwenhuizen nu voorgoed naar het verleden worden verwezen. “In Nederland hebben we ook geen weeshuizen meer, omdat het niet goed is voor kinderen. Nu is het tijd om ze ook elders af te bouwen.”

‘ Weeshuizen bestaan omdat er vrijwilligers zijn’

Zelf was cultureel antropoloog Florence Koenderink (43) naar eigen zeggen ‘wel enigszins, maar niet helemaal onnozel’ toen ze in 2007 aan het werk toog als vrijwilliger in een weeshuis in China. “Ik had ervaring als nanny. Ik dacht wat veel vrijwilligers denken: die kinderen zijn altijd beter af met meer aandacht, liefde en knuffels. Hoe schadelijk de uitwerking is van die komende en gaande vrijwilligers begon ik pas langzamerhand te beseffen.”

Koenderink verbleef gedurende een jaar in vier tehuizen met kinderen met medische problemen. “Die kinderen hebben al hechtingsproblemen omdat ze in een tehuis zitten. Bij het vertrek van een vrijwilliger bij wie een kind het gevoel had ‘ik ben er voor iemand’, zag ik dat dat omsloeg naar een gevoel van verdriet, ‘ik ben niet lief genoeg, anders zouden ze wel blijven’. Die seriële afwijzingen leren hun: relaties zijn altijd tijdelijk.”

Koenderink reisde nog diverse keren naar tehuizen in China, Brazilië, Kenia en Myanmar. Ze zag ‘weeshuizen’ die onderdeel waren van een industrie die drijft op vrijwilligers: “Weeshuizen die bestaan omdat er vrijwilligers zijn. Ouders worden overgehaald hun kinderen af te staan met beloften over drie maaltijden per dag.”

Christelijke vrienden

Ze begon trainingen te geven in management of betere medische zorg. “In Kenia probeerde ik iets bij te brengen over positief opvoeden, over belonen in plaats van straffen met slaag. Maar daar bestond geen interesse voor, het ging ze om meer donaties, en meer vrijwilligers binnenkrijgen. Ook in Myanmar vroegen ze of ik geen christelijke vrienden had die konden doneren of als vrijwilliger konden werken.”

Inmiddels helpt Koenderink organisaties en overheden in ontwikkelingslanden om zorg aan kinderen vooral in gezinssituaties te laten plaatsvinden. Ze verwerkte haar ervaringen in diverse boeken. “Maar ik geloof niet dat één vrijwilliger na lezing heeft afgezien van vertrek. Hopelijk draagt deze campagne bij aan het bewustzijn.”

Ook in Nederland ziet ze een taak voor de politiek. Ze verwijst naar een rapport dat de Nijmeegse antropologe Sara Kinsbergen in opdracht van het ministerie van buitenlandse zaken heeft geschreven. “Dat bevestigt wat inmiddels alom bekend is. In Australië is in 2018 een wet aangenomen die het ‘weeshuistoerisme’ een vorm van moderne slavernij noemt. Organisaties zijn verplicht ervoor te zorgen dat ze niets te maken hebben met dergelijke mensenhandel. Daar ligt een taak voor een kabinet, als we weer een kabinet hebben.” (Eric Brassem)

Lees ook:

Betty werd weggehaald bij haar ‘inlandse’ moeder in voormalig Nederlands-Indië. ‘Wij hoorden nergens bij’.

In voormalig Nederlands-Indië werden Indische halfwezen bij hun ‘inlandse’ moeder weggehaald en in een weeshuis geplaatst. Daar kregen ze een Europese, christelijke opvoeding. Ook Betty van der Meulen kwam in een weeshuis en heeft haar moeder nooit meer terug gezien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden