Tweede Wereldoorlog

Volgens deze onderzoeker heeft u het mis: de oorlog eindigde helemaal niet in 1945

Beeld ANP

Het is vandaag exact 75 jaar geleden dat Nederlanders dansten en feestten in de straten vanwege het einde van de oorlog. Maar die vreugde was voorbarig, betoogt Niod-onderzoeker Peter Romijn. ‘De oorlog eindigde pas in 1949.’

Juichende en hossende massa’s mensen, bekend van foto’s van 5 mei 1945, geven een te rooskleurig beeld van de situatie toen, zegt historicus Peter Romijn. “Wij hebben gestreden en geleden in donkere tijden en we zijn er samen weer bovenop gekomen, zó was de sfeer op Bevrijdingsdag. Maar Nederland leed aan een grote internationaal-politieke bijziendheid waardoor de Tweede Wereldoorlog voor ons nog jaren doorging, in Nederlands-Indië.”

Pas na het loslaten van deze kolonie in december 1949 kwam er écht een einde aan die oorlog, betoogt deze historicus, werkzaam bij oorlogsonderzoekscentrum Niod en hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij beschrijft dit in zijn nieuwe boek ‘De lange Tweede Wereldoorlog’.

Romijn: “De bevrijding van het nationaal-socialisme was wel degelijk een belangrijk moment. Dat moest gevierd worden, natuurlijk, en het is ook goed dat we daar nog steeds bij stilstaan op 5 mei. Maar de oorlog stopte niet, integendeel. Het land schakelde zelfs over van een passieve modus, bezet zijn door de nazi’s, naar een actieve modus: zelf oorlog voeren.” Romijn verklaart zijn visie in vijf argumenten.

1. De mobilisatie duurde voort

Nederland bleef fysiek oorlog voeren in de tweede helft van de jaren veertig. Na mei 1945 werden manschappen uit het voormalig verzet verzameld om het tegen de Japanners op te nemen die Indië nog bezet hielden. Nog voor de troepen opgeleid waren, kwam aan de Japanse overheersing in Azië een eind met atoombommen op Hiroshima en Nagasaki in augustus 1945. Op 17 augustus proclameerden Indonesische vrijheidsstrijders vervolgens de onafhankelijkheid van hun land.

Romijn: “Nu moest de kolonie zo snel mogelijk weer onder Nederlands gezag komen, was de Nederlandse reactie. Noodzakelijk ook voor economisch herstel en wederopbouw van Nederland. En dus ging er fysiek gevochten worden en werden vanaf 1946 ook dienstplichtigen overzee gestuurd.”

Er vond ook een culturele mobilisatie plaats, zegt hij. De overheid gooide alles in de strijd om mensen ervan te overtuigen om door te vechten. Nu de strijd tegen de Duitse en Japanse overheersing voorbij was, mochten de vruchten daarvan niet verloren gaan, klonk het. “Indië moest weer onder Hollandse vlag.“

Nederland sprak niet van oorlog, maar van politionele acties. “Het buitenland moest zich er niet mee bemoeien, dat zou bij de term oorlog wel zo zijn. Het moest gezien worden als een interne Nederlandse zaak, een opstand van extremisten die neergeslagen moest worden. Het was niet een oorlog tussen twee staten, want Indonesië was geen staat, zo redeneerde men. Romijn: “Maar we bleven feitelijk tot het eind van die jaren veertig dus gewoon in oorlog.”

2. De ontwrichting in de gezinnen ging door na 5 mei

Bij het Niod bestudeert Romijn veel levensgeschiedenissen van gewone mensen. Daarin komt naar voren hoezeer het heroveren van Nederlands-Indië ook in het persoonlijk leven zijn weerslag had. Zeker 150.000 militairen vertrokken naar de kolonie, die voor zijn onafhankelijkheid wilde vechten. “Veel van die jongens en mannen waren al in de Duitse bezettingstijd tewerkgesteld in Duitsland of ondergedoken geweest. Het thuisfront leefde ontzettend mee, eerst met de dwangarbeiders, later met de soldaten. Tussen 1945 en 1950 stonden de kranten ook vol lijsten met gesneuvelde militairen. Dat leidde overal tot grote zorg in huiselijke kring.”

Een grote verplaatsing van mensen bleef ook op andere fronten voor veel onrust zorgen. Zoals de repatriëring van mensen uit de koloniën die in kampen hadden gezeten. En daarbuiten waren er ruim 100.000 mensen, veelal NSB’ers, die de bezetter hadden gesteund en in interneringskampen belandden. Ook die gezinnen beleefden een zeer moeizame reïntegratie in de samenleving. “De oorlog leefde in heel veel families na 1945 verder.”

3. Het denken in vijandbeelden bleef bestaan.

Op politiek terrein was er in 1945 opeens weer nieuw zelfvertrouwen onder politici en bestuurders. “Het gevoel overheerste dat de natie succesvol in verzet gekomen was tegen de fascistische overheersers, dat de proef van de bezetting was doorstaan.”

Tijdens de oorlog was er zelfkritiek geweest op de oude vooroorlogse verzuilde samenleving die niet effectief was geweest om het land te besturen in de crisissituatie na de Duitse inval. In leidende kringen zie je nog voor de bevrijding het vertrouwen groeien dat aan het hokjesdenken in protestanten, rooms-katholieken en socialisten een einde moest komen en Nederland één nationale verenigde gemeenschap zou worden.

Om die eenheid te bevorderen hielp een vijandbeeld en dat werd krachtig neergezet. “Vanuit het politieke centrum werd heel snel geroepen dat NSB’ers, communisten en Indonesische nationalisten allemaal extremistische criminelen of gewelddadige oproerkraaiers waren. Mensen die dus buiten die nieuwe eenheidsgedachte vielen, werden als vijand gezien die bestreden moest worden.” Dat vasthouden aan vijandbeelden zette zo door na mei 1945.

4. De mentaliteit bleef ook na 1945: we kiezen voor het geringste kwaad

Het was duidelijk dat de gevechten in de oude kolonie keihard uit de hand liepen, zegt Romijn. Dat zorgde tegen het einde van de jaren veertig binnen en buiten de politiek voor grote verdeeldheid. “Tot 1949 hield de gevestigde macht vast aan wat ik ‘politiek van het geringste kwaad’ noem. Net als tijdens de oorlog veel bestuurders een beetje meededen met de Duitsers ter voorkoming van erger. Binnen dezelfde mentaliteit zag men nu de oorlog in Indië. Er móést wel hard gevochten voor het hogere doel: de kolonie terug. Het was het primaat van de goede bedoelingen waarbij de gevolgen geaccepteerd moesten worden. “

5. Nederland hield vast aan de overtuiging dat in de rechtvaardige strijd vuile handen gemaakt mogen worden

De geallieerden, vooral Groot-Brittannië en Amerika, regelden de herrijzenis van Nederland. Het bestuur kwam weer in Nederlandse handen. Maar dat dit ook betekende dat de oude kolonie hersteld moest worden, daar wilden de geallieerden niet aan. Nederland leek daar blind voor en bleef tot 1949 overtuigd van het eigen gelijk.

Het idee dat Nederland een goed en deugdzaam land is, werd direct in mei 1945 nog collectief gevoeld en gevoed door de machthebbers, zegt Romijn. “Voor de oorlog zag Nederland zichzelf als een belangrijke mogendheid in de wereld, een land met een uniek karakter, een bijna uitverkoren volk. Het idee was ook: wij hebben een taak in de wereld, we moeten laten zien hoe het hoort, wat rechtvaardigheid is”

En na 1945 wilde men daarnaar terug. “Soekarno werd afgebeeld als de Indonesische Mussert, naar de Nederlandse NSB-leider. Indië moest teruggewonnen en wie daar anders over dacht werd als landverrader beschouwd. De rest van de wereld zag dit anders, Nederland zag geen reden het beleid te wijzigen.”

Romijn: “Dat in de strijd zeer vuile handen werden gemaakt, met moordpartijen en martelingen, werd daarmee gerechtvaardigd, ook al was er interne oppositie en wilde de buitenwereld het anders zien.”

Pas na 1949 werd ingezien dat die overtuiging geen stand hield. Indonesië werd onafhankelijk in december 1949. “Daarmee eindigde die lange oorlog. Die bracht uiteindelijk een nieuwe visie op de noodzaak voor een land als Nederland om internationaal samenwerking te zoeken, in Atlantisch verband, binnen de Verenigde Naties en in Europa.”

Lees ook:

Voor de geallieerden was de bevrijding van Nederland nooit meer dan bijzaak

Liefst acht maanden duurde de bevrijding van Nederland, 75 jaar geleden. Militair historicus Wim Klinkert verklaart drie keerpunten in de strijd tegen de Duitsers.

Waarom Nederland worstelt met een koninklijk excuus aan Indonesië

Komen er excuses van de koning aan Indonesië voor Nederlands optreden tijdens het koloniale bewind? En hoe gaan andere ex-koloniale machten met excuses om?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden