LichtpuntjesOuderenhulp

Vluchteling Ferhat Genc helpt in het verzorgingshuis, en wordt zelf ook geholpen. ‘Gekend worden is iets moois’

 Ferhat Genc is hier in Nederland misschien in zijn eentje, maar nooit alleen. Beeld Werry Crone
Ferhat Genc is hier in Nederland misschien in zijn eentje, maar nooit alleen.Beeld Werry Crone

We leven niet in de makkelijkste tijd, maar er zijn altijd lichtpuntjes die het leven mooi maken. Trouw portretteert in de laatste week van 2021 vijf ‘gewone’ Nederlanders die zich op hun eigen manier inzetten voor de omgeving. Vandaag het verhaal van Ferhat Genc (32), ouderenhulp in Zwolle.

Orkun Akinci

Wat is het toch fijn om goede vrienden te hebben, denkt Ferhat Genc als hij na een mooie avond tevreden zijn bed opzoekt. Met jonge mannen onder elkaar hebben ze zojuist het weekend ingeluid. De kalender aan de muur geeft 15 juli 2016 aan, de zomer is in het Turkse Malatya op zijn hoogtepunt. Genc heeft het goed in deze stad, waar hij al zes jaar als wiskundeleraar zijn brood verdient. Op de datum slaat hij geen acht. Het is een vrijdag zoals vrijdagen horen te zijn: zonder bekommernis om de dag van morgen.

Het leven verkeert soms in een oogwenk. Die zaterdagochtend stopt het hem toe te lachen. Wanneer hij de slaap uit zijn ogen wrijft, beseft Genc al snel dat het hommeles is. Het land is in rep en roer door een mislukte coup. De straten lopen vol met boze landgenoten, televisiezenders tonen beelden van chaos. De Gülenisten hebben het gedaan, roept president Erdogan. Laat Genc nu net lesgeven op een school van de islamitisch geestelijke Fethullah Gülen. In een paar uur tijd is hij een staatsvijand geworden. Gewoon tussen twee dromen in.

Het moment van 2021

“De dag dat ik de kans kreeg om in dit verzorgingshuis te komen helpen. Hier leer ik zo veel over Nederland en de Nederlandse cultuur. Eigenlijk verwachtte ik geen antwoord toen ik in april een brief schreef. Niemand is verplicht om mij te helpen, ze hadden anders kunnen beslissen. Ik stond ervan versteld dat ze juist in mij geloofden. Ze kozen ervoor mij te vertrouwen. Iemand die in een andere cultuur terechtkomt, kent altijd twijfel. Door dit werk voel ik me nu onderdeel van Nederland. Dat waardeer ik enorm.”

Hij voelt de pijn van zijn eigen verhaal. Het vertellen gaat hem niet makkelijk af. Er is levensvreugde hier in Zwolle, jazeker. In een verzorgingshuis voelt Genc weer hoe het is om geliefd te zijn. Ouderen delen op hun kamer verhalen van toen met de enthousiaste vrijwilliger. Een moment later schuifelen ze voetje voor voetje met hem door de gangen om de stramme gewrichten in conditie te houden. Genc helpt ook mee met de bingo, omdat jonge oren de getallen nu eenmaal beter verstaan dan bejaarde. De nieuweling is zo aardig. Als de bewoners hem zien, beginnen ze meteen te zwaaien.

Vrienden keren hem de rug toe

Vonden ze hem in eigen land ook nog maar leuk. In de dagen na de mislukte staatsgreep ziet hij de haat in de ogen van medemensen. Met lange stokken lopen ze over straat. Wijst iemand hem daar aan als Gülenist, kan het zomaar einde verhaal zijn. Van de school waar hij zijn leerlingen vol passie de stelling van Pythagoras doceerde, is al weinig meer over. Collega’s worden opgepakt, vrienden en zelfs sommige familieleden keren hem de rug toe. Tegen deze massawaanzin is Genc niet bestand. De waarom-vraag heeft allang geen zin meer.

Twee jaar verstoppertje spelen, een angstige tocht in een opblaasboot door snelstromend water naar Griekenland en een reis door Europa hebben hem uiteindelijk naar Zwolle gebracht. Al in Anatolië ziet hij Nederland als het land van de vrije geesten. Wat hij dan denkt, weet hij nu zeker. Hier vinden mensen het geen zonde als iemand lesgeeft op een school. Genc krijgt een tijdelijke verblijfsvergunning en begint de taal te leren. Hij is gemotiveerd, vastbesloten om in dit land iets moois op te bouwen.

Familie heeft hij hier niet, vrienden amper. Maar in het verzorgingshuis kennen ze hem. Gekend worden, is iets moois, zegt Genc. Collega’s zijn geduldig als hij iets niet begrijpt, bewoners tonen hem hun foto’s en betrekken hem in hun leven. Op zijn beurt springt Genc dadelijk bij als ergens een extra paar handen nodig is. Hij durft gerust te beweren dat hij, in de zes maanden dat hij een appartementje in de stad heeft, enkel positieve dingen heeft meegemaakt. Genc is hier misschien in zijn eentje, maar nooit alleen. Spreekt hij straks voldoende Nederlands voor een betaalde baan, hij zal het verzorgingshuis nooit in de steek laten.

De waardering helpt Genc de pijn uit eigen land wat te verdringen. Al blijft die wel aanwezig. “Vrienden en ouders van leerlingen die mij tot 15 juli 2016 een goed mens vonden, vonden mij na die dag een slecht mens. Ik vind het nog steeds moeilijk om dat te kunnen geloven. Maar hier in Zwolle worden mensen weer blij van wat ik doe. Dat is echt een verrassing voor me.”

Lees ook:

Ruurdtje de Vries (93) breit van het ontbijt tot in de avond voor het goede doel. ‘Het kopke is nog goed’

Het verhaal van Ruurdtje de Vries, handwerker voor het goede doel uit Gorredijk.

Mika Hendriks (25) is vrijwilliger bij de Luisterlijn. ‘Mensen denken vaak onterecht dat ze luisteren’

Het verhaal van Mika Hendriks (25) uit Zaandijk, vrijwilliger bij de Luisterlijn.

Afvalprikker Franse Bongenaar behoudt altijd haar glimlach

Het verhaal van Fransje Bongenaar (53), afvalprikster in Gorssel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden