InterviewJos Silvis

Vertrekkend procureur-generaal Jos Silvis is bezorgd: ‘Als het recht niet functioneert, raakt dat ook het onderwijs en de zorg’

null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

Na vijf jaar neemt Jos Silvis vandaag afscheid als procureur-generaal bij de Hoge Raad. Hij zag het recht veranderen. Ten goede, met het internationaal recht dat opkomt. Hij is ook bezorgd. Want kunnen Nederlanders wel in gelijke mate hun recht halen?

Het kantoor van procureur-generaal Jos Silvis is sober en strak gemeubileerd, met tegen de muur een klassieke, eikenhouten kast. Een blikvanger die er al stond toen Silvis begon als procureur-generaal bij de Hoge Raad. Sinds vijf jaar bedient hij de rode knoppen in de strafrechtspraak. Zo adviseerde hij de Hoge Raad de veroordeling van Geert Wilders wegens groepsbelediging in stand te laten, stelde hij onderzoeken in naar het handelen van het Openbaar Ministerie en hield hij zich bezig met herziening van strafzaken.

Silvis is niet iemand die wil veranderen om het veranderen. Dat geldt voor zijn kantoor, en voor de manier waarop hij zijn topfunctie binnen het parket bij de Hoge Raad bekleedde. De beginselen van de rechtsstaat dienen, zei hij over zijn ambities toen hij aantrad. Ervoor zorgen dat burgers toegang hebben tot het recht. Dat laatste is in toenemende mate een bron van zorg.

De toegang tot het recht staat onder druk

Sommige burgers vinden het moeilijk hun recht te halen, verdwalen in het juridische landschap en weten niet aan wie de weg te vragen. De toegang tot het recht staat volgens critici onder meer onder druk doordat in steeds meer zaken de rechter er helemaal niet meer aan te pas komt. Het Openbaar Ministerie kan sinds 2008 eenvoudige zaken zelf afdoen, zonder tussenkomst van de rechter. Deze ‘strafbeschikkingen’ draaien bijvoorbeeld om geldboetes of taakstraffen bij veelvoorkomende delicten als mishandeling, diefstal en rijden onder invloed. “Heel veel burgers hebben te maken met strafbeschikkingen”, zegt Silvis. “Er worden tienduizenden strafbeschikkingen per jaar uitgedeeld die alleen voor de rechter komen als burgers zich tegen de beschikking verzetten.”

Strafbeschikkingen hoeven geen probleem te zijn als het OM daar goed mee omgaat. Zo moet justitie duidelijk vastleggen waarom zij tot een bepaalde straf kwam en verdachten in bepaalde gevallen een kans geven om hun verhaal te doen. Om te controleren of dat ook zo gebeurt, heeft de procureur-generaal bij de Hoge Raad als toezichthouder op het OM in 2013 een onderzoek ingesteld. “Dat leidde een jaar later tot een behoorlijk kritisch rapport”, zegt Silvis. “Het bewijs was vaak niet in orde, burgers waren onvoldoende geïnformeerd over bijvoorbeeld de gevolgen van zo’n strafbeschikking en ga maar zo door. Het OM heeft dat toen wel opgepakt.”

Met succes, bleek vorig jaar uit ­eigen metingen van het OM. Silvis heeft zelf onderzoek ingesteld of het echt beter gaat. “Ik hoopte het resultaat voor het einde van deze zomer te zien, maar dat maak ik als procureur-generaal niet meer mee. Maar het rapport komt er zeker.”

Toegang tot het recht staat ook onder druk door hogere griffiekosten en bezuinigingen op de sociale advocatuur. Juist bij de sociale advocatuur gaat het in meer dan de helft van de gevallen om zaken tegen de overheid.

“Dat is nadelig voor burgers en daarmee voor de samenleving als geheel. Het is namelijk ook belangrijk voor de staat dat burgers makkelijk toegang hebben tot het recht. Dat is de enige manier om echt goed feedback te krijgen over wat zich afspeelt in de samenleving. Onvoldoende rechtsbijstand is misschien wel een van de redenen dat zo laat duidelijk is geworden hoezeer de toeslagenaffaire uit de hand liep.”

Politieke verantwoording hoort voorop te staan

Silvis zelf kreeg ook met de affaire te maken. Na een strafrechtelijke aangifte onderzocht hij of er reden was een opsporingsonderzoek in te stellen tegen verantwoordelijke bewindslieden. Silvis adviseerde dat niet te doen. Voor strafrechtelijk vervolgbare feiten waren geen aanknopingspunten, gegeven de wettelijke eisen. “In een systeem van parlementaire democratie hoort de politieke verantwoording ook voorop te staan”, stelt hij. Die laatste stelling werd in Europees verband eerder ook door Pieter Omtzigt onder­schreven.

De basis van de ontsporing bij de Belastingdienst en op de ministeries ligt volgens hem vermoedelijk in de te harde wetgeving die in het verleden is opgesteld. “Als je analyseert hoe dit heeft kunnen gebeuren, kan het best zijn dat in 2004/2005 bij de invoering van de wetgeving de kiem is gelegd. Mensen kregen geld om hun kinderen naar de opvang te sturen. Maar dat geld was afhankelijk van onzekere factoren, zoals het ­inkomen in een jaar. Dat varieert. Mensen kunnen scheiden, ontslag krijgen, of een toelage ontvangen. Burgers kunnen te goeder trouw handelen, maar foutjes maken. Vervolgens duurt het lang voordat duidelijkheid wordt gegeven. Als je dan ineens een rekening van 15.000 euro krijgt die met de macht van Financiën kan worden binnengehaald, tja, dat is natuurlijk langzaam werkend dynamiet. Dat was allemaal niet voorzien bij de invoering van de wet die oorspronkelijk was bedoeld om meer vrouwen op de arbeidsmarkt te krijgen.”

null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

Jos Silvis (67 jaar)

• 2016-2021 Procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
• 2012-2016 Rechter bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens
• 2010-2012 Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
• 2001-2010 Gerechtshof Den Haag, vicepresident (2006-2010), raadsheer (2001-2006)
• 1994-2001 Rechter en vicepresident (benoeming 1998) te Rotterdam
• 1991-1994 Honorair rechter-plaatsvervanger Rechtbank Utrecht

Hij erkent dat er meermaals aan de bel is getrokken. Zo waarschuwde de Nationale Ombudsman in 2017 voor grote problemen met de toeslagen en wees de landsadvocaat er al in 2009 op dat er een minder harde uitleg van de wetgeving mogelijk was. Dat het kwartje niet eerder is gevallen, heeft het vertrouwen van de burger in de overheid gekneusd, stelt Silvis. “Maar het is de taak van de politiek om zich niet neer te leggen bij dat geschonden vertrouwen. Er moeten oplossingen en nieuwe richtingen worden gevonden.”

Ook bijstand van een advocaat in strafzaken is essentieel

Naast laagdrempelige toegang tot goede rechtskundige steun in bestuursrechtelijke zaken, zoals bij de toeslagenaffaire, is ook bijstand van een advocaat in strafzaken essentieel, stelt Silvis. “Dan heb je bij een verhoor al in een vroeg stadium tegenspraak. Kritisch bevragen is goed voor de verdediging, maar ook goed voor de opsporing en vervolging. Als er meer politie komt, of meer OM, of meer rechters, dan moet er ook meer ruimte zijn voor advocaten om voor verdachten op te kunnen komen. Dat is ontzettend belangrijk. Nu is de toegang tot het recht met hulp van rechtsbijstand verplicht, maar feitelijk toch nog heel beperkt. Daar zit een probleem.”

Van de advocaten zelf kan volgens Silvis ook iets worden verwacht. Overal in het recht zijn tekorten en achterstanden voelbaar. Dan helpt het niet als sommigen binnen de advocatuur overgaan tot onzinacties. “Ik heb het bijvoorbeeld over nodeloze wrakingen. Wraken van rechters alleen uit onvrede over een procedurele beslissing, of als manier om zand in de machine te strooien, kost de maatschappij geld en schaadt de reputatie van de advocatuur. Dat hoort niet te gebeuren. Ik heb enige tijd geleden de Hoge Raad dan ook gevraagd daarover te oordelen. De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak de rechtspraak houvast gegeven welke gronden voor wraking ondeugdelijk zijn.”

Meer geld voor rechtsbijstand en personeel bij het Openbaar Ministerie, politie en rechters kan de werking van het recht verbeteren. Toch begrijpt Silvis dat de overheid niet zomaar met een zak geld klaarstaat. “Er zijn genoeg andere gebieden die ook om extra aandacht vragen, zoals gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting. Van een goed rechtssysteem kun je niet eten. Maar pas op, als een rechtssysteem niet functioneert, dan heeft dat effect op de economie, onderwijs en gezondheidszorg. Daar ligt ook het belang van een goed rechtssysteem.”

Dat systeem kreeg vorig jaar voor het eerst sinds de invoering van de Euthanasiewet in de jaren negentig van de vorige eeuw te maken met een strafvervolging in een euthanasiezaak. Een arts had euthanasie verleend aan een vrouw met dementie door haar eerst in slaap te brengen met een slaapmiddel in de koffie. Die zaak leidde tot veel discussie onder artsen, en in de rechtszaal.

De vordering tot veroordeling voor moord vond ik echt onbegrijpelijk

Rinus Otte, lid van het College van procureurs-generaal van het OM, wilde klaarheid over wat volgens de wet wel en niet is toegestaan. De vrouw was wilsonbekwaam en had eerder, toen zij nog helder was, een wilsverklaring opgesteld. Maar die vergde uitleg. Was dit moord of euthanasie, wilde het OM weten. Toelaatbare euthanasie, zei de rechter die de arts ontsloeg van alle rechtsvervolging. De zaak kwam ook nog voor de Hoge Raad. Silvis adviseerde de Hoge Raad de uitspraak van de rechter te volgen, en dat gebeurde ook.

Bij die zaak zit hem iets dwars. Die verdenking van moord is volgens Silvis niet gepast. “Een arts die op dit gebied handelt, zit niet op de grens van het plegen van een moord. Dat is een miskenning van de verhouding tussen de regeling van euthanasie en moord. Het OM moet in dit soort zaken terughoudend zijn, zoals ze dat al die jaren is geweest. De vordering tot veroordeling voor moord vond ik echt onbegrijpelijk. De Hoge Raad heeft daar ook afstand van genomen.”

null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

Als hij straks voor de laatste keer de deur van zijn kantoor achter zich dicht trekt, gaat Silvis nog niet direct met pensioen. “Maar ik ga wel uit het recht.” Hij kijkt terug op een loopbaan waarin hij nationaal en internationaal topposities bekleedde. Hij begon als rechter in Rotterdam, waar hij ook het dieptepunt in zijn loopbaan beleefde. In 2001 was Silvis namelijk voorzitter van de Rotterdamse strafkamer die Kees B. veroordeelde in de Schiedammer Parkmoord. Vier jaar later bleek B. onschuldig, toen een zekere Wik H. ­bekende het tienjarige meisje te hebben vermoord. Ook stak hij haar vriendje van elf neer. “Een indrukwekkende ervaring”, blikt Silvis terug. “Nog elke dag schiet die zaak wel even door mijn hoofd.”

Later was hij onder meer rechter bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Dat hof toetst of landen zich houden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Dat verdrag laat zich steeds nadrukkelijker gelden in de Nederlandse samenleving, iets wat vooral merkbaar is door de zogeheten Urgendazaak die in 2019 voor de Hoge Raad kwam. Na een jarenlange juridische procedure dwong de stichting Urgenda de overheid meer te doen om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Klimaatverandering is volgens het Gerechtshof in Den Haag zo gevaarlijk dat de staat de zorgplicht heeft burgers ertegen te beschermen.

“De beslissing van het Gerechtshof was gebaseerd op het EVRM”, zegt Silvis. “De Hoge Raad heeft dat in stand gehouden. Die uitspraak laat zien dat Nederland een stukje soevereiniteit heeft overgedragen aan het EVRM. Een rechter toetst een beslissing ook aan het Europees mensenrechtenverdrag.”

Nederland dacht het mensenrechtenverdrag niet te schenden

Nu was een beroep op het EVRM mogelijk niet beslissend, omdat Urgenda ook direct volgens de Nederlandse wet vermoedelijk gelijk had kunnen krijgen, zoals eerder bij de rechtbank het geval was. Maar toch, stel dat dat niet het geval zou zijn geweest. Dan gaat het internationale verdrag boven de nationale wet. “Dat is het gevolg van de politieke keuze de toetsing aan direct werkende internationale verdragen grondwettelijk te verplichten”, zegt Silvis. “Op het moment, en dat is al lang ­geleden, dat Nederland het mensenrechtenverdrag tekende, leefde het vermoeden dat wij mensenrechten niet schonden. Dat Nederland veroordeeld zou worden wegens schending van mensenrechten was een ver-van-ons-bedshow.”

Toch staat dat bed nu in een kamer vol mensenrechtenkwesties. Silvis noemt als ouder voorbeeld het opsluiten van psychiatrische patiënten. “Dat je een psychiatrische patiënt echt moet horen voordat je besluit dat hij langer opgesloten wordt, was helemaal niet zo vanzelfsprekend in Nederland. Dat is via het Europese hof tot ons doorgedrongen. Kijk, mensenrechten die zijn ontstaan in een naoorlogse situatie, moet je zien tegen de achtergrond van staatsterreur, genocide, martelingen, verdwijningen. Dat kennen wij hier niet meer. Maar in dat EVRM zitten ook allerlei aspecten van een eerlijk proces, van een behoorlijke behandeling van mensen. Dat heeft wel degelijk gevolgen voor de actuele rechtspraak. En ja, er zijn mensen die vinden dat we eigenlijk meer in eigen, nationale hand moeten houden en niet alles aan Europa moeten overlaten.”

Lees ook:

In bezwaar tegen de overheid? Reken niet op rechtsbijstand

Het is nog altijd lastig voor burgers om rechtsbijstand te krijgen als ze in bezwaar willen tegen een beslissing van de overheid.

Inloopkamers werken de achterstanden weg, maar tegen welke prijs?

Met een nieuw experiment waarbij lang liggende zaken worden doorverwezen naar een ‘inloopteam’, proberen rechtbanken achterstanden in te lopen. Tegen een hoge prijs, zeggen kritische rechters.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden